1/14
Flashcards over de belangrijkste termen en concepten met betrekking tot middelengebruik stoornissen.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Middelengebruik stoornissen
Substance Use Disorders in het Nederlands.
Middelenmisbruik en middelenafhankelijkheid
Substance abuse and dependence in het Nederlands.
DSM-IV-TR
Diagnostisch en statistisch handboek dat criteria geeft voor middelenmisbruik en -afhankelijkheid.
Maladaptive pattern van middelengebruik
Patroon van middelen gebruik dat leidt tot significante gevolgen of leed.
Impaired control
Het onvermogen om de controle over middelengebruik te behouden.
Social impairment
Moeilijkheden in sociale en relationele verantwoordelijkheden door middelengebruik.
Risky use
Middelengebruik in gevaarlijke situaties of ondanks negatieve gevolgen.
Lachgas
N2O, een stof die legale psychoactieve effecten heeft en vaak gebruikt wordt op feestjes.
Vaping
Het gebruik van e-sigaretten, nu de meest voorkomende vorm van roken onder jongeren.
Gateway hypothese
Het idee dat gebruik van lichtere middelen leidt tot gebruik van zwaardere drugs.
Motivational interviewing
Een interventie gericht op het verhogen van motivatie voor verandering.
Binge-drinking
Bijvoorbeeld meer dan 5 drankjes in korte tijd.
Zelfregulatie
De ontwikkeling van het vermogen om gedrag te reguleren en impulsen te beheersen.
Etiologie
De studie van de oorzaken of oorsprong van middelengebruik stoornissen.
Familie Context
Ouderschapsstijl en gezinsdynamiek die invloed hebben op middelengebruik.