1/78
Een verzameling flashcards met belangrijke termen en concepten gerelateerd aan zorg voor personen met een beperking.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
actieve mobilisatie
Cliënt wordt begeleid bij het stappen of bij oefeningen om spieren soepel te houden.
anti-decubitus materiaal
Materiaal om drukwonden (doorligwonden) tegen te gaan.
adaptatiefase
Fase waarin men het eigen lichaam leert kennen en aanspant aan de wereld.
AAIDD
American Association on Intellectual and Developmental Disabilities, een organisatie voor verstandelijke beperkingen.
adaptieve vaardigheden
Bepalen hoe iemand in het dagelijks leven functioneert, aftoetsbaar aan de verwachtingen van de omgeving.
conceptuele adaptieve vaardigheden
Vaardigheden zoals lezen, schrijven en zelfbepaling om je leven vorm te geven.
sociale adaptieve vaardigheden
Vaardigheden zoals interpersoonlijk contact en verantwoordelijkheidsbesef.
practische adaptieve vaardigheden
Activiteiten van het dagelijks leven zoals eten, aankleden en gebruik van openbaar vervoer.
ADL
Algemene dagelijkse levensverrichtingen zoals eten, bewegen, en naar het toilet gaan.
automutilatie
Zelfbeschadiging of zelfverminking.
acute fase na NAH amnesie
Geheugenstoornis met het niet onthouden van feitelijke informatie.
anoxie
Langdurig zuurstoftekort dat leidt tot schade aan weefsel of organen.
agnosie
Het niet herkennen van waar je waarneemt.
afasie
Taalstoornis door schade aan spraakcentra.
apathie
Geen initiatief nemen om iets te doen.
apraxie
Stoornis waarbij een persoon, ondanks intacte spieren, niet in staat is specifieke bewegingen te maken.
agonisten
Spieren die de belangrijkste beweging maken.
antagonisten
Spieren die ontspannen terwijl agonisten werken.
atrofie
Slinken of degenereren van spieren.
Artritis
Chronische gewrichtsontstekingen met onbekende oorzaken.
A.L.S
Ziekte waarbij motorische zenuwcellen afsterven.
bezigheidsgerichte activiteiten
Ervaringsgerichte activiteiten zoals helpen in de keuken.
begeleid werken
Dagcentrum biedt dagbesteding aan op verschillende niveaus.
belevingsgerichte zorg
Zorg die afstemt op de belevingen van de cliënt.
basale stimulatie
Methodiek om de waarneming van personen met een beperking te stimuleren.
cultuursensitieve zorg
Zorg waarbij men bewust is van de culturele achtergrond van de cliënt.
cultuurvalidisme
Vooroordeel ten opzichte van mensen met een beperking.
cerebrale parese
Aandoening door blijvende hersenschade.
spastische cerebrale parese
Verkrampte spieren met risico op vervormingen.
dyskinetische cerebrale parese
Onvrijwillige bewegingen door spierstoornissen.
ataxische cerebrale parese
Stoornis met evenwicht en coördinatie problemen.
coping
Vermogen om met stresssituaties om te gaan.
comorbiditeit
Een of meerdere chronische aandoeningen naast de hoofddiagnose.
contracturen
Spieren die vergroeien door minder gebruik.
constipatie
Verstopping van de darmen.
compensatie therapie
Therapie die de cliënt leert om handelingen te vervangen.
contextgericht werken
Werken waarbij de context van de cliënt in overweging wordt genomen.
classificerende diagnostiek
Diagnostiek voor onderverdeling in subgroepen.
community building
Maatschappij waar informele ondersteuning vanzelfsprekend is.
CVA
Cerebrovasculair accident zoals een herseninfarct of hersenbloeding.
coma
Fase zonder slaap-waakritme en slechte controle over basisfuncties.
chronische fase na NAH
Fase na niet-aangeboren hersenletsel.
diversiteitsdenken
Kruispuntdenken dat verschillende identiteiten benadrukt.
dysartrie
Onvoldoende controle over de spraakspieren.
domotica
Huisautomatisering voor dagelijkse processen.
digitalisering
De toenemende overgang naar digitale systemen.
down syndroom
Triosomie 21; drie keer het chromosoom 21.
deprivatie
Gebrek aan iets, zoals sociale of voedseldeprivatie.
dementie
Onherstelbare achteruitgang van geheugen en dagelijks functioneren.
desoriëntatie
Verwarring over tijd, plaats of persoon.
interventie
Actie om een probleem op te lossen.
functionele therapie
Therapie letterlijk gericht op het vergemakkelijken van het dagelijks leven.
foetaal alcohol syndroom
Schade door alcoholgebruik tijdens de zwangerschap.
gestructureerd werken
Werken met een duidelijke structuur en planning.
geintegreerd lesgeven
Lesgeven dat rekening houdt met verschillende leerstijlen en capaciteiten.
handleiding
Document met instructies en richtlijnen.
gezondheidszorg
Zorg voor gezondheid gerelateerd aan medische behoeften.
huisarts
Basisgezondheidszorg beroepsbeoefenaar.
ondersteunde communicatie
Communicatietools die ondersteuning bieden aan personen met beperkingen.
kwaliteit van leven
Evenwicht tussen medische zorg en persoonlijke voorkeuren.
lichamelijke beperking
Beperking veroorzaakt door motorische problemen.
logopedie
Therapie voor communicatie en eet- en drinkproblemen.
overprikkeling
Te veel stimuli die leiden tot stress en vermoeidheid.
onderprikkeling
Te weinig prikkels waardoor passiviteit ontstaat.
participatieprobleem
Probleem in sociale interactie door een beperking.
preventie
Maatregelen nemen om een probleem te voorkomen.
kwaliteit van zorg
Zorg die voldoet aan de behoefte van de cliënt.
therapeutic coaching
Begeleiding gericht op het vergroten van zelfstandigheid.
rolmodellen
Personen die voorbeeldgedrag vertonen.
sociale rol
Identiteit binnen een sociale context.
sondevoeding
Vloeibare voeding via een slangetje in de maag of darm.
speciale zorg
Zorg die specifiek is afgestemd op de behoeften van een persoon.
systematische evaluatie
Beoordeling van effectiviteit van zorg en ondersteuning.
werkelijke participatie
Echte deelname in de samenleving.
zelfregulatie
Vermogen om eigen gedrag aan te passen aan de context.
validisme
Discriminatie op basis van beperking.
verstandelijke beperking
Beperking gekarakteriseerd door intellectuele en adaptieve beperkingen.
visie op zorg
Kijk op hoe zorg moet worden ingericht.
zintuiglijke beperking
Beperkingen in zintuiglijke waarneming.