1/200
begrip + uitleg/betekenis
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
|---|
No study sessions yet.
pejoratieve connotatie
Een negatieve of veroordelende betekenis die aan een woord of uitdrukking wordt gegeven
aforismen
een korte, bondige en vaak memorabele uitspraak, die een algemene waarheid, wijsheid of principe uitdrukt die vaak op scherpzinnige wijze geformuleerd is.
etymologie
studie van herkomst van woorden
ontologie
het leer van “zijn” , wat is en wat niet is.
epistemologie
ook wel kennisleer of kennistheorie genoemd. De epistemologie is een tak van de filosofie die zich bezighoudt met de aard, oorsprong, grenzen en geldigheid van kennis.
artes liberales
de zeven vrijstaande kunsten die traditioneel de basis vormen van een klassieke opleiding.
rankeaanse revolutie
Een paradigmaverschuiving in de geschiedschrijving geïntroduceerd door Leopold von Ranke, die benadrukte dat geschiedenis objectief en op feiten gebaseerd moet zijn.
historisme
historische teksten geschreven zonder literaire dimensie→ droge feiten
linguistic turn
Een benadering in de filosofie en sociale wetenschappen die de nadruk legt op de rol van taal in ons begrip van de werkelijkheid en kennis.
pejoratieve connotatie
Een negatieve of veroordelende betekenis die aan een woord of uitdrukking wordt gegeven
aforismen
een korte, pittige spreuk, die geen deel uitmaakt van een algemeen denksysteem, maar wel karakteristiek is voor een bepaalde gedachtengang of geesteshouding.
etymologie
studie van herkomst van woorden
ontologie
de leer van de algemene eigenschappen der dingen, de ‘zijnsleer’.
epistemologie
de leer betreffende het wezen, de methoden en de grenzen van de menselijke kennis.
artes liberales
de zeven vrijstaande kunsten die traditioneel de basis vormen van een klassieke opleiding.
rankeaanse revolutie
Een paradigmaverschuiving in de geschiedschrijving geïntroduceerd door Leopold von Ranke, die benadrukte dat geschiedenis objectief en op feiten gebaseerd moet zijn.
historisme
een negentiende-eeuwse vorm van geschiedbeschouwing waarin het concrete en het individuele de meeste aandacht krijgt.
linguistic turn
Een benadering in de filosofie en sociale wetenschappen die de nadruk legt op de rol van taal in ons begrip van de werkelijkheid en kennis.
Anachronisme
betreft een persoon, zaak of gebeurtenis die misplaatst is in de tijd waarin hij gesteld is of zich voordoet.
Analytisch
of ontledend, probleemgericht (antoniem: descriptief of beschrijvend).
Anomalie
is een afwijking van een regel of wet.
Annoteren
betekent van verklarende aantekeningen voorzien, in het bijzonder van voetnoten.
Apocrief
is dat niet als gezaghebbend of geloofwaardig werd erkend.
Chronologie
is een opeenvolging van gebeurtenissen; de term kan ook wijzen op een hulpwetenschap.
Connotatie
is de met een woord verbonden voorstellingen (van emotionele aard) die buiten de eigenlijke betekenis van dat woord vallen.
Context
is het volledige betekenisverband (tijd, plaats, structuur, agency) waarin en waarom iets zich voordoet.
Descriptief
is beschrijvend (antoniem: analytisch).
Discipline
is een tak van de wetenschap, een wetenschapsgebied.
Empirisch
is op ervaring/bevinding of voor historisch onderzoek op bronnenstudie gegrond en daaruit voortvloeiend.
Epiloog
is een nawoord, gaat in op wat na het hoofdwerk volgt.
Epitheton
is een bijvoeglijk woord dat vaak ter versiering bij een eigennaam of zelfstandig naamwoord wordt gebruikt, m.n. in de klassieke letteren.
Ethiek
is de praktische wijsbegeerte die handelt over de zedelijke begrippen en gedragingen, over wat goed en kwaad is.
Excerpt
is een uittreksel.
Exhaustief
is volledig, uitputtend.
Extrapolatie
is een projectie of toepassing op basis van veronderstelde continuïteit of verwachte overeenkomst, of een uitbreiding over niet onderzochte of niet bewaarde gegevens.
Facsimile
is een nauwkeurige nabootsing (van een boek, handschrift, prent, …).
Falsaris
is iemand die valsheid in geschrifte pleegt.
Heuristiek
is de leer van het vinden.
Historia magistra vitae
is een aforisme dat impliceert dat het verleden een voorbeeldfunctie heeft en tot reflectie over heden en toekomst aanzet.
Historisisme
is een neologisme van Karl Popper; opvatting dat ritmes, patronen, wetmatigheden en tendensen die in het verleden worden teruggevonden ook kunnen worden gebruikt om de toekomst te voorspellen.
Historische kritiek
is het geheel van methodes waarmee bronnen door historici worden benaderd en beoordeeld op hun waarde voor historische vraagstellingen.
Humanisme
de geestelijke stroming tijdens de renaissance, gekenmerkt door vernieuwde studie van de klassieke oudheid.
Juxtapositie
is het naast elkaar of op dezelfde lijn (en daardoor met elkaar in contrast) plaatsen.
Katern
wordt gevormd door een aantal in elkaar gevouwen bedrukte vellen.
Lacune
is een holte, hiaat (bijvoorbeeld in het bronnenbestand).
Lemma
is een titelwoord in een woordenboek of encyclopedie, hoofd van een artikel.
Lexicon
is een alfabetisch geordend overzicht van termen in een vakgebied.
Literatuurstudie
is de kritische studie van de aanwezige literatuur in een vakgebied of over een bepaald onderwerp, ook wel status quaestionis genoemd.
Monografie
is een verhandeling over een enkel onderdeel van een wetenschap, in de geschiedeniswetenschap over een chronologisch, geografisch en thematisch afgebakend thema.
Multicausaal
betekent het gevolg zijnde van vele oorzaken.
Oxymoron
is een nauwe verbinding van twee tegenovergestelde begrippen, bijvoorbeeld ‘een jeugdige grijsaard’.
Paradox
is een schijnbare tegenspraak.
Parafrase
is een omschrijving met eigen woorden, van de inhoud (van een tekst).
Pejoratief
is een ongunstige betekenis hebbend.
Polemiek
is een pennenstrijd, twist.
Presentisme
is het anachronistisch aanwenden van hedendaagse ideeën en concepten in beschrijvingen en/of analyses van het verleden.
Proloog
is de voorrede, gaat in op datgene wat aan het hoofdwerk is voorafgegaan.
Pseudepigrafisch
is een geschrift uit de oudheid of een andere periode dat werd toegeschreven aan een ander dan de eigenlijke schrijver.
Pseudoniem
is een schuilnaam.
Retrospectief
blikt terug, bijv. een retrospectieve bibliografie of tentoonstelling.
Status quaestionis
of de stand van zaken (état de la question, state of the art), hier de stand van het geschiedkundig onderzoek.
Synthesewerk
is een wetenschappelijke studie waarin de resultaten van een aantal monografieën en wetenschappelijke artikelen zijn samengebracht in een synthetische vorm.
Teleologisch
is doelgericht, een doelstelling inhoudend; bij de geschiedwetenschap in het bijzonder gebruikt voor interpretaties die een doel of een einde in het verloop van de gebeurtenissen leggen omdat ze de afloop al kennen.
Terminus ante quem
datum waarvoor.
Terminus post quem
datum waarna.
Verzamelbundel
is een bundel waarin stukken van een of meer auteurs samengebracht zijn, bijvoorbeeld n.a.v. een congres.
Vulgariseren/Populariseren
is het breed toegankelijk maken van kennis via wetenschapscommunicatie.
Werk
is het neergeschreven verslag van een historisch onderzoek of van een kritische studie over een onderwerp.
Amtsbücherlehre
is de hulpwetenschap die vormkenmerken en stijlveranderingen van administratieve documenten (‘ambtelijke bescheiden’) doorheen de tijd bestudeert. De kennis van vormvereisten en de stijlkenmerken kan helpen bij de datering en de interpretatie van stukken uit onvolledig bewaarde reeksen. Protocollen, leenboeken, rekeningen, belastingkohieren zijn typische voorbeelden van deze Amtsbücher.
Antropologie (historische antropologie)
is de studie van de ‘mens’ en alle dimensies van ‘menselijkheid’, in het bijzonder het menselijk vermogen om zin en betekenis te geven aan de hem omringende wereld en de maatschappij.
Archeologie
is de wetenschapsdiscipline die materiële bronnen uit het verleden opspoort, blootlegt, inventariseert, dateert, bewaart en bestudeert.
pejoratieve connotatie
Een negatieve of veroordelende betekenis die aan een woord of uitdrukking wordt gegeven
aforismen
een korte, pittige spreuk, die geen deel uitmaakt van een algemeen denksysteem, maar wel karakteristiek is voor een bepaalde gedachtengang of geesteshouding.
etymologie
studie van herkomst van woorden
ontologie
de leer van de algemene eigenschappen der dingen, de ‘zijnsleer’.
epistemologie
de leer betreffende het wezen, de methoden en de grenzen van de menselijke kennis.
artes liberales
de zeven vrijstaande kunsten die traditioneel de basis vormen van een klassieke opleiding.
rankeaanse revolutie
Een paradigmaverschuiving in de geschiedschrijving geïntroduceerd door Leopold von Ranke, die benadrukte dat geschiedenis objectief en op feiten gebaseerd moet zijn.
historisme
een negentiende-eeuwse vorm van geschiedbeschouwing waarin het concrete en het individuele de meeste aandacht krijgt.
linguistic turn
Een benadering in de filosofie en sociale wetenschappen die de nadruk legt op de rol van taal in ons begrip van de werkelijkheid en kennis.
Anachronisme
betreft een persoon, zaak of gebeurtenis die misplaatst is in de tijd waarin hij gesteld is of zich voordoet.
Analytisch
of ontledend, probleemgericht (antoniem: descriptief of beschrijvend).
Anomalie
is een afwijking van een regel of wet.
Annoteren
betekent van verklarende aantekeningen voorzien, in het bijzonder van voetnoten.
Apocrief
is dat niet als gezaghebbend of geloofwaardig werd erkend.
Chronologie
is een opeenvolging van gebeurtenissen; de term kan ook wijzen op een hulpwetenschap.
Connotatie
is de met een woord verbonden voorstellingen (van emotionele aard) die buiten de eigenlijke betekenis van dat woord vallen.
Context
is het volledige betekenisverband (tijd, plaats, structuur, agency) waarin en waarom iets zich voordoet.
Descriptief
is beschrijvend (antoniem: analytisch).
Discipline
is een tak van de wetenschap, een wetenschapsgebied.
Empirisch
is op ervaring/bevinding of voor historisch onderzoek op bronnenstudie gegrond en daaruit voortvloeiend.
Epiloog
is een nawoord, gaat in op wat na het hoofdwerk volgt.
Epitheton
is een bijvoeglijk woord dat vaak ter versiering bij een eigennaam of zelfstandig naamwoord wordt gebruikt, m.n. in de klassieke letteren.
Ethiek
is de praktische wijsbegeerte die handelt over de zedelijke begrippen en gedragingen, over wat goed en kwaad is.
Excerpt
is een uittreksel.
Exhaustief
is volledig, uitputtend.
Extrapolatie
is een projectie of toepassing op basis van veronderstelde continuïteit of verwachte overeenkomst, of een uitbreiding over niet onderzochte of niet bewaarde gegevens.
Facsimile
is een nauwkeurige nabootsing (van een boek, handschrift, prent, …).