1/73
Deze flashcards helpen bij het uitbreiden van je academische woordenschat met termen en hun definities.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
ad valvas
officiële mededeling op een prikbord
curriculum
volledig studieprogramma van een opleiding
emeritus
gepensioneerde professor die titel behoudt
practicum
praktische les waarin theorie wordt toegepast
proclamatie
officiële uitreiking van diploma's
decaan
hoofd van een faculteit aan universiteit/hogeschool
erudiet
zeer geleerd en belezen
pedagoog
deskundige in opvoeding en onderwijs
syllabus
schriftelijke cursusbundel
scriptie
uitgebreid eindwerk of thesis
expliciteren
verduidelijken
parafraseren
in eigen woorden herformuleren
screenen
systematisch onderzoeken of controleren
specificeren
nauwkeurig en gedetailleerd omschrijven
excelleren
uitblinken of uitzonderlijk goed presteren
analyseren
grondig ontleden en onderzoeken
remediëren
fouten herstellen of bijsturen
nuanceren
een mening verfijnen of minder absoluut maken
refereren aan
verwijzen naar een bron of idee
poneren
een stelling of mening beweren
inventariseren
systematisch oplijsten
differentiëren
onderscheid maken tussen elementen
alternatief
andere mogelijkheid of oplossing
arbitrair
willekeurig, zonder duidelijke reden
component
afzonderlijk onderdeel van een geheel
efficiënt
doelmatig, met zo weinig mogelijk verspilling
flexibel
aanpasbaar aan veranderende omstandigheden
interactie
wederzijdse beïnvloeding tussen personen of zaken
objectief
gebaseerd op feiten, zonder persoonlijke mening
subjectief
beïnvloed door persoonlijke mening of gevoel
plausibel
aanvaardbaar
constructief
opbouwend en gericht op verbetering
evidentie
duidelijk bewijs of aanwijzing
essentie
de kern of hoofdzaak
hypothese
voorlopige veronderstelling die getest moet worden
sjabloon
vast model of voorbeeldstructuur
progressie
vooruitgang of ontwikkeling
attitude
houding of ingesteldheid
primair
eerste of belangrijkste
secundair
bijkomstig of minder belangrijk
consequent
logisch en samenhangend in handelen
rationeel
gebaseerd op verstand en logica
intrinsiek
van binnenuit gemotiveerd
pejoratief
met negatieve of neerbuigende bijklank
proactief
zelf initiatief nemend
consistent
logisch samenhangend en niet tegenstrijdig
basal
fundamenteel of elementair
cognitief
betrekking hebbend op denken en kennis
narratief
verhalend van aard
pragmatisch
praktisch en resultaatgericht
legio
zeer veel aanwezig
triviaal
onbelangrijk of vanzelfsprekend
deductie
redenering van algemeen principe naar concreet geval
uiteenzetting
gestructureerde uitleg of betoog
eensgezindheid
overeenstemming binnen een groep
consequentie
logisch gevolg van een handeling
perceptie
manier waarop iets wordt waargenomen
ironie
milde spot waarbij je het tegenovergestelde zegt van wat je bedoelt
sarcasme
scherpe, bijtende vorm van spot
cynisme
negatieve, vaak spottende levenshouding
understatement
iets bewust minder sterk voorstellen dan het is
jargon
vaktaal die buitenstaanders moeilijk begrijpen
slang
informele groepstaal van jongeren of bepaalde subculturen
turbotaal
modieuze, snelle taal met veel afkortingen
verkavelingsvlaams
tussentaal tussen dialect en standaardtaal
monoloog
één persoon spreekt alleen
dialoog
gesprek tussen twee personen
formeel
officieel, verzorgd taalgebruik
informeel
loss spreektaal
eufemisme
verzachtende uitdrukking voor iets negatiefs
dysfemisme
vuiler/goffer woord voor iets
contaminatie
vermenging van twee uitdrukkingen tot fout geheel
pleonasme
overbodige herhaling van betekenis
tautologie
herhaling van hetzelfde begrip in andere woorden