1/83
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Seksualiteit
Alles wat te maken heeft met seks, gevoelens, relaties en voortplanting.
Geslachtsgemeenschap
Seks waarbij de penis in de vagina komt.
Bevruchting
Het samensmelten van de kern van een zaadcel en eicel.
Zygote (bevruchte eicel)
Eerste cel na bevruchting.
Celdeling
Proces waarbij cellen zich vermenigvuldigen.
Embryo
Ongeboren baby tot en met 8 weken.
Foetus
Ongeboren baby vanaf 8 weken tot geboorte.
Zwangerschap
Ontwikkeling van een baby in de baarmoeder (± 9 maanden).
Penis
Mannelijk geslachtsorgaan voor urine en sperma.
Eikel
Gevoelig uiteinde van de penis.
Voorhuid
Huidplooi over de eikel.
Zwellichamen
Zorgen voor erectie door bloedtoevoer.
Erectie
Stijf worden van de penis door bloedvulling.
Zaadlozing (ejaculatie)
Het vrijkomen van sperma.
Teelballen (testikels)
Produceren zaadcellen en testosteron.
Balzak (scrotum)
Huidzak waarin teelballen zitten.
Bijballen
Hier rijpen en worden zaadcellen opgeslagen.
Zaadleider
Buis die zaadcellen vervoert.
Zaadblaasjes
Produceren voedingsstoffen voor zaadcellen.
Prostaat
Voegt vocht toe aan zaadcellen.
Sperma (zaad)
Mengsel van zaadcellen en vocht.
Zaadcel
Mannelijke geslachtscel met erfelijk materiaal.
Kop van zaadcel
Bevat celkern met DNA.
Middenstuk
Bevat energie (mitochondriën).
Staart (zweepstaart)
Zorgt voor beweging.
Vagina (schede)
Buis van buiten naar baarmoeder.
Schaamlippen
Beschermen ingang van vagina.
Clitoris
Zeer gevoelig orgaan voor seksuele prikkels.
Baarmoeder (uterus)
Hol orgaan waar embryo groeit.
Baarmoederslijmvlies
Binnenlaag die embryo voedt.
Eierstokken (ovaria)
Produceren eicellen en hormonen.
Eileiders
Transporteren eicel; hier vindt vaak bevruchting plaats.
Eicel
Vrouwelijke geslachtscel.
Follikel (eiblaasje)
Blaasje waarin eicel rijpt.
Eisprong (ovulatie)
Het vrijkomen van een eicel uit eierstok.
Vruchtbare periode
Periode rond eisprong waarin bevruchting mogelijk is.
Menstruatie
Afstoten van baarmoederslijmvlies (ongesteld zijn).
Menstruatiecyclus
Cyclus van ±28 dagen.
Dag 1 cyclus
Eerste dag menstruatie.
Opbouwfase
Baarmoederslijmvlies wordt dikker.
Ovulatie
Rond dag 14 bij gemiddelde cyclus.
Afbraakfase
Als geen bevruchting: slijmvlies wordt afgestoten.
Puberteit
Periode waarin je geslachtsrijp wordt.
Groeispurt
Snelle groei in puberteit.
Primaire geslachtskenmerken
Aanwezige geslachtsorganen bij geboorte.
Secundaire geslachtskenmerken
Ontstaan in puberteit (borsten, baard, stem).
Hormonen
Stoffen die processen in lichaam regelen.
Testosteron
Mannelijk hormoon (spiergroei, baardgroei).
Oestrogeen
Vrouwelijk hormoon (borstontwikkeling).
Progesteron
Zorgt voor behoud van zwangerschap.
Bevruchting (detail)
Zaadcel dringt eicel binnen in eileider.
Innesteling (nidatie)
Embryo nestelt zich in baarmoederslijmvlies.
Placenta (moederkoek)
Wisselt zuurstof en voedingsstoffen uit.
Navelstreng
Verbindt foetus met placenta.
Vruchtwater
Beschermt embryo/foetus.
Vruchtvliezen
Omhullen vruchtwater en baby.
Meerling
Zwangerschap met meerdere baby’s.
Eeneiige tweeling
Ontstaat uit één bevruchte eicel.
Twee-eiige tweeling
Ontstaat uit twee eicellen.
Anticonceptie
Middelen om zwangerschap te voorkomen.
Condoom
Beschermt tegen zwangerschap en soa’s.
De pil
Hormonen die eisprong voorkomen.
Minipil
Alleen progesteron.
Spiraaltje
In baarmoeder, voorkomt innesteling.
Prikpil
Hormooninjectie.
Implantatiestaafje
Staafje met hormonen in arm.
Morning-afterpil
Voorkomt zwangerschap na seks.
Onvruchtbaarheid
Niet zwanger kunnen worden.
IVF (reageerbuisbevruchting)
Bevruchting buiten lichaam.
SOA (seksueel overdraagbare aandoening)
Besmettelijke ziekte via seks.
Chlamydia
Veelvoorkomende soa, vaak zonder klachten.
Hiv
Virus dat afweersysteem aantast.
Aids
Laat stadium van hiv-infectie.
Genitale wratten
Veroorzaakt door virus (HPV).
Veilige seks
Seks met bescherming tegen soa’s en zwangerschap.
Onveilige seks
Seks zonder bescherming.
Masturbatie
Jezelf seksueel stimuleren.
Orgasme
Hoogtepunt van seksuele prikkeling.
Geaardheid
Op wie je verliefd wordt (hetero, homo, bi).
Relatie
Band tussen mensen (liefde, vriendschap).
Grenzen aangeven
Duidelijk maken wat je wel/niet wilt.
Schaamhaar
Haar rond geslachtsorganen.
Okselhaar
Haar in oksels (secundair kenmerk).
Stemverlaging
Jongens krijgen lagere stem.