Bedrijfseconomie Financiële Zelfredzaamheid h1 t/m h7

0.0(0)
studied byStudied by 1 person
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/100

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 4:34 PM on 5/29/23
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

101 Terms

1
New cards
Schadeverzekering
dit stelt de verzekerde schadeloos bij het optreden van een een verzekerd risico
2
New cards
zorgverzekering
een verzekering voor ziektekosten (is verplicht)
3
New cards
Zorgtoeslag
een tegemoetkoming van de overheid in de kosten van de zorgverzekering
4
New cards
inbedoelverzekering
verzekert schade aan de inbedoel door brand, water, inbraak of storm
5
New cards
Opstalverzekering
verzekert de woning tegen schade door brand, storm, inbraak en waterschade
6
New cards
aansprakelijkheidsverzekering
een verzekering die je beschermt tegen risico van aansprakelijkheid. (vergoedt zowel letselschade als zaakschade)
7
New cards
levensverzekeringen
verzamelnaam voor alle verzekeringen die te maken hebben met leven, de dood en de uitvaart van een mens
8
New cards
uitvaartverzekering
verzekering die de kosten van een begrafenis dekt
9
New cards
lijfrenteverzekering
keert gedurende een bepaalde periode of levenslang telkens eenzelfde bedrag uit
10
New cards
overlijdensrisico-verzekering
verzekering voor het risico op overlijden
11
New cards
Consumptief krediet
een door de consument afgesloten lening voor consumptieve doeleinden (zoals het kopen van een auto of om te voorzien in het levensonderhoud)
12
New cards
kredietnemer
hij/zij die geld leent
13
New cards
kredietgever
hij/zij of de bank die geld uitleent
14
New cards
kredietkosten
de kosten van een krediet of lening (zoals intrestkosten. verzekeringskosten etc.)
15
New cards
persoonlijke lening
een lening aan een consument voor de aanschaf van een duurzaam consumptiegoed
16
New cards
aflossingsbestanddeel
dat deel van de annuïteit dat dient ter aflossing van de lening
17
New cards
rentebestanddeel
dat deel van de annuïteit dat aan rente op de lening moet worden betaald
18
New cards
annuïteit
een periodiek gelijkblijvend bedrag van rente en aflossing samen
19
New cards
doorlopend krediet
een kredietvorm waarbij met de kredietnemer wordt overeengekomen tot welk bedrag deze naar behoefte kan opnemen
20
New cards
kredietlimiet
het maximale bedrag dat je bij een doorlopend krediet kan lenen
21
New cards
huurkoop
manier van een product te kopen door middel van gespreiden betalingen (a.k.a termijnen)
22
New cards
koop op afbetaling
een manier van kopen van een product door middel van gespreide betalingen. vanaf het begin ben je eigenaar van het product
23
New cards
enkelvoudige intrest
hierbij wordt de intrest berekend over het oorspronkelijke kapitaal of de schuld in een bepaalde periode
24
New cards
huren
het gebruiken van iets in ruil voor een vergoeding/betaling
25
New cards
Huurbescherming
wettelijke bescherming van huurders
26
New cards
kopen
in ruil van geld iets in bezit krijgen
27
New cards
makelaar
iemand die bemiddelt of voor de verkopende partij of voor de kopende partij bij de koop of verkoop van onroerend goed
28
New cards
taxateur
is een onafhankelijk persoon die de waarde van een pand bepaalt
29
New cards
hypotheekadviseur
iemand die adviezen geeft over de kosten, rentepercentage, aflossingsverplichtingen, looptijd, etc. van verschillende hypotheekaanbieders
30
New cards
notaris
openbaar ambtenaar, benoemd door de koning en bevoegd tot het opmaken van authentieke akten
31
New cards
notariële akte
schriftelijk bewijsstuk opgemaakt door een notaris
32
New cards
hypothecaire lening
een langlopende lening met een onroerend goed als onderpand
33
New cards
onroerend goed
grond en allen wat daarop bevindt voor zover het aard of nagelvast zit
34
New cards
recht op hypotheek
zakelijk recht op een onroerend goed gekoppeld aan een lening
35
New cards
hypotheekgever
geldlener of kredietnemer
36
New cards
hypotheeknemer
geldgever of kredietverschaffer
37
New cards
gedekt krediet
een lening met onderpand of borgstellen
38
New cards
hypotheekrenteaftrek
de rente op een hypothecaire lening di een mindering mag worden gebracht op het inkomen waarover de inkomensheffing betaald wordt
39
New cards
bruto lasten
aflossing + rente
40
New cards
neto lasten
brutolasten - belastingvoordeel (door de hypotheekrente aftrek)
41
New cards
inkomensheffing
een directe belasting over het inkomen (verschuldigde inkomenbelasting + premies volksverzekeringen)
42
New cards
belastbaar inkomen
bruto jaarinkomen - aftrekposten
43
New cards
heffingskorting
bedrag dat in mindering mag worden gebracht op het heffingsbedrag (zoals arbeidskorting en de algemene heffingskortingen)
44
New cards
nettojaarinkomen
bruto jaarinkomen - te betalen inkomensheffing
45
New cards
aftrekposten
bepaalde posten/bedragen die op het inkomen mindering mogen worden gebracht waardoor een belastingbetaler een lagere inkomensheffing heeft
46
New cards
lineaire hypotheek
hypothecaire lening waarbij je iedere periode hetzelfde bedrag aflost
47
New cards
netto rentelasten
bruto rentelasten + aflossing - voordeel hypotheekrente aftrek
48
New cards
bruto rentelasten
rente + aflossing
49
New cards
annuïteitenhypotheek
een hypothecaire lening waarbij je iedere periode hetzelfde bedrag (\=annuïteit) aan rente en aflossing betaald
50
New cards
aflossingsplan
plan dat inzicht geeft in het verloop van de schuld, de aflossingen en rentebetalingen
51
New cards
bruto rentelasten
rente + aflossing
52
New cards
annuïteitenhypotheek
een hypothecaire lening waarbij je iedere periode hetzelfde bedrag (\=annuïteit) aan rente en aflossing betaald
53
New cards
aflossingsplan
plan dat inzicht geeft in het verloop van de schuld, de aflossingen en rentebetalingen
54
New cards
samengestelde intrest
de intrest wordt berekend over de hoofdsom plus de bijgeschreven intrest uit eerdere perioden
55
New cards
eindwaarde
beginkapitaal + alle gevormde intrest
56
New cards
contante waarde
de waarde op dit moment van een bedrag in de toekomst, rekening houdend met de samengestelde intrest
57
New cards
verplicht sparen
doen werknemers voor hun pensioen
58
New cards
pensioenfonds
instelling die pensioen premies ontvangt, belegt en beheert en zorg draagt voor de uitkering aan gepensioneerden
59
New cards
kapitaaldekking-stelsel
stelsel waarbij pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen de ontvangen premies beleggen om later uitkering mogelijk te maken
60
New cards
vrijwillig sparen
een deel van het inkomen opzij zetten, bijvoorbeeld een spaarrekening
61
New cards
direct opneembare spaartegoeden
een spaarvorm waarbij het spaartegoed direct ter beschikking staat van de spaarder
62
New cards
niet direct opneembare spaartegoeden
spaartegoeden dat gedurende een bepaalde - vooraf gestelde periode - op een bankrekening blijft staan
63
New cards
spaardeposito
spaarvorm met een vaste looptijd en een vaste rente. gedurende de looptijd is het niet mogelijk om het spaargeld op te nemen.
64
New cards
termijndeposito
als de looptijd van een spaardeposito korter is den één jaar
65
New cards
vermogens-rendementsheffing
een belasting op het rendement van vermogen zoals spaartegoeden, beleggingen en onroerende zaken, behalve een eigen woning.
66
New cards
individueel pensioenstelsel
pensioenstelsel waarin ieder individueel voor zijn eigen pensioen spaart
67
New cards
collectief pensioenstelsel
pensioenstelsel waaraan bijna alle werknemers (bedrijfs of bedrijfstakgewijs) deelnemen. alle werknemers sparen geld dat belegd wordt door het pensioenfonds
68
New cards
Termijn
1 van de stortingen van sparen (ontvangen interest) uitgedrukt in een percentage over het gespaarde bedrag.

\
69
New cards
periode
tijd tussen 2 termijnen
70
New cards
rendement
De opbrengst van sparen (ontvangen interest) uitgedrukt in een percentage over het gespaarde bedrag.
71
New cards
aandelen
Eigendomsbewijzen in een onderneming.
72
New cards
beurskoers
De prijs die je betaalt voor een vermogenstitel
73
New cards
obligatielening
Lening op lange termijn waarbij de lening wordt opgesplitst in stukjes.
74
New cards
obligaties
Bewijs voor het verschafte vermogen
75
New cards
nominale waarde
Waarde gedrukt op het waardepapier.
76
New cards
koerswaarde
De nominale waarde vermenigvuldigt met de beurskoers
77
New cards
marktrente
De op een bepaald moment geldende rente
78
New cards
couponrente
Rente gekoppeld aan een obligatie
79
New cards
beleggingsfonds
Verzamelt de inleg van een groot aantal beleggers en belegt die gelden in aandelen, obligaties en/of andere waarden
80
New cards
Vermogenstitels
Waardepapieren zoals aandelen, opties en obligaties
81
New cards
effecten
Vermogenstitels of waardepapieren zoals aandelen, opties en obligaties
82
New cards
effectenbeurs
Plaats waar vraag naar en aanbod van vermogentitels elkaar ontmoeten en de prijs (de koers) tot stand komt
83
New cards
rendement
De opbrengst van sparen (ontvangen interest) uitgedrukt in een percentage over het gespaarde bedrag.
84
New cards
aandelen
Eigendomsbewijzen in een onderneming.
85
New cards
beurskoers
De prijs die je betaalt voor een vermogenstitel
86
New cards
obligatielening
Lening op lange termijn waarbij de lening wordt opgesplitst in stukjes.
87
New cards
obligaties
Bewijs voor het verschafte vermogen
88
New cards
nominale waarde
Waarde gedrukt op het waardepapier.
89
New cards
koerswaarde
De nominale waarde vermenigvuldigt met de beurskoers
90
New cards
marktrente
De op een bepaald moment geldende rente
91
New cards
couponrente
Rente gekoppeld aan een obligatie
92
New cards
beleggingsfonds
Verzamelt de inleg van een groot aantal beleggers en belegt die gelden in aandelen, obligaties en/of andere waarden
93
New cards
Vermogenstitels
Waardepapieren zoals aandelen, opties en obligaties
94
New cards
effecten
Vermogenstitels of waardepapieren zoals aandelen, opties en obligaties
95
New cards
effectenbeurs
Plaats waar vraag naar en aanbod van vermogentitels elkaar ontmoeten en de prijs (de koers) tot stand komt
96
New cards
Rente
De gehele reeks van stortingen of betalingen van gelijke bedragen met gelijke tussenruimten
97
New cards
Eindwaarde van de rente
De waarde van alle stortingen na een bepaalde periode
98
New cards
Meetkundige rij
Rij van getallen waarbij elk volgend getal kan worden gevonden door het voorafgaande getal te vermenigvuldigen met een bepaalde constante factor
99
New cards
Uitgestelde rente
Er zit een aantal perioden tussen de laatste termijn en het moment van uitkeren
100
New cards
Contante waarde van een reente
De waarde van de toekomstige rente wordt nu bepaald