een hypothecaire lening waarbij je iedere periode hetzelfde bedrag (\=annuïteit) aan rente en aflossing betaald
50
New cards
aflossingsplan
plan dat inzicht geeft in het verloop van de schuld, de aflossingen en rentebetalingen
51
New cards
bruto rentelasten
rente + aflossing
52
New cards
annuïteitenhypotheek
een hypothecaire lening waarbij je iedere periode hetzelfde bedrag (\=annuïteit) aan rente en aflossing betaald
53
New cards
aflossingsplan
plan dat inzicht geeft in het verloop van de schuld, de aflossingen en rentebetalingen
54
New cards
samengestelde intrest
de intrest wordt berekend over de hoofdsom plus de bijgeschreven intrest uit eerdere perioden
55
New cards
eindwaarde
beginkapitaal + alle gevormde intrest
56
New cards
contante waarde
de waarde op dit moment van een bedrag in de toekomst, rekening houdend met de samengestelde intrest
57
New cards
verplicht sparen
doen werknemers voor hun pensioen
58
New cards
pensioenfonds
instelling die pensioen premies ontvangt, belegt en beheert en zorg draagt voor de uitkering aan gepensioneerden
59
New cards
kapitaaldekking-stelsel
stelsel waarbij pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen de ontvangen premies beleggen om later uitkering mogelijk te maken
60
New cards
vrijwillig sparen
een deel van het inkomen opzij zetten, bijvoorbeeld een spaarrekening
61
New cards
direct opneembare spaartegoeden
een spaarvorm waarbij het spaartegoed direct ter beschikking staat van de spaarder
62
New cards
niet direct opneembare spaartegoeden
spaartegoeden dat gedurende een bepaalde - vooraf gestelde periode - op een bankrekening blijft staan
63
New cards
spaardeposito
spaarvorm met een vaste looptijd en een vaste rente. gedurende de looptijd is het niet mogelijk om het spaargeld op te nemen.
64
New cards
termijndeposito
als de looptijd van een spaardeposito korter is den één jaar
65
New cards
vermogens-rendementsheffing
een belasting op het rendement van vermogen zoals spaartegoeden, beleggingen en onroerende zaken, behalve een eigen woning.
66
New cards
individueel pensioenstelsel
pensioenstelsel waarin ieder individueel voor zijn eigen pensioen spaart
67
New cards
collectief pensioenstelsel
pensioenstelsel waaraan bijna alle werknemers (bedrijfs of bedrijfstakgewijs) deelnemen. alle werknemers sparen geld dat belegd wordt door het pensioenfonds
68
New cards
Termijn
1 van de stortingen van sparen (ontvangen interest) uitgedrukt in een percentage over het gespaarde bedrag.
\
69
New cards
periode
tijd tussen 2 termijnen
70
New cards
rendement
De opbrengst van sparen (ontvangen interest) uitgedrukt in een percentage over het gespaarde bedrag.
71
New cards
aandelen
Eigendomsbewijzen in een onderneming.
72
New cards
beurskoers
De prijs die je betaalt voor een vermogenstitel
73
New cards
obligatielening
Lening op lange termijn waarbij de lening wordt opgesplitst in stukjes.
74
New cards
obligaties
Bewijs voor het verschafte vermogen
75
New cards
nominale waarde
Waarde gedrukt op het waardepapier.
76
New cards
koerswaarde
De nominale waarde vermenigvuldigt met de beurskoers
77
New cards
marktrente
De op een bepaald moment geldende rente
78
New cards
couponrente
Rente gekoppeld aan een obligatie
79
New cards
beleggingsfonds
Verzamelt de inleg van een groot aantal beleggers en belegt die gelden in aandelen, obligaties en/of andere waarden
80
New cards
Vermogenstitels
Waardepapieren zoals aandelen, opties en obligaties
81
New cards
effecten
Vermogenstitels of waardepapieren zoals aandelen, opties en obligaties
82
New cards
effectenbeurs
Plaats waar vraag naar en aanbod van vermogentitels elkaar ontmoeten en de prijs (de koers) tot stand komt
83
New cards
rendement
De opbrengst van sparen (ontvangen interest) uitgedrukt in een percentage over het gespaarde bedrag.
84
New cards
aandelen
Eigendomsbewijzen in een onderneming.
85
New cards
beurskoers
De prijs die je betaalt voor een vermogenstitel
86
New cards
obligatielening
Lening op lange termijn waarbij de lening wordt opgesplitst in stukjes.
87
New cards
obligaties
Bewijs voor het verschafte vermogen
88
New cards
nominale waarde
Waarde gedrukt op het waardepapier.
89
New cards
koerswaarde
De nominale waarde vermenigvuldigt met de beurskoers
90
New cards
marktrente
De op een bepaald moment geldende rente
91
New cards
couponrente
Rente gekoppeld aan een obligatie
92
New cards
beleggingsfonds
Verzamelt de inleg van een groot aantal beleggers en belegt die gelden in aandelen, obligaties en/of andere waarden
93
New cards
Vermogenstitels
Waardepapieren zoals aandelen, opties en obligaties
94
New cards
effecten
Vermogenstitels of waardepapieren zoals aandelen, opties en obligaties
95
New cards
effectenbeurs
Plaats waar vraag naar en aanbod van vermogentitels elkaar ontmoeten en de prijs (de koers) tot stand komt
96
New cards
Rente
De gehele reeks van stortingen of betalingen van gelijke bedragen met gelijke tussenruimten
97
New cards
Eindwaarde van de rente
De waarde van alle stortingen na een bepaalde periode
98
New cards
Meetkundige rij
Rij van getallen waarbij elk volgend getal kan worden gevonden door het voorafgaande getal te vermenigvuldigen met een bepaalde constante factor
99
New cards
Uitgestelde rente
Er zit een aantal perioden tussen de laatste termijn en het moment van uitkeren
100
New cards
Contante waarde van een reente
De waarde van de toekomstige rente wordt nu bepaald