7. FORMALISME

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/3

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

4 Terms

1
New cards

Geschiedenis (plaats en tijd)

Formalisme is een benadering in de kunstgeschiedenis die de nadruk legt op de visuele & formele eigenschappen v/e kunstwerk. Hierbij wordt minder gekeken naar de inhoud, functie of iconografie, maar juist naar hoe een kunstwerk eruitziet en welke stijlkenmerken het heeft. Formalisten beschouwen een kunstwerk als een autonoom visueel object, dat los van de maker of context begrepen kan worden

 

Formalisme ontstond in de moderne tijd, voornamelijk in de 19e eeuw, en bereikte zijn hoogtepunt in de midden van de 20e eeuw. Het was vooral populair in de VS en Europa.

2
New cards

Uitgangspunten

Belangrijk is dus de visuele analyse, waarbij het kunstwerk in de eerste plaats wordt beschouwd als een visueel gegeven, bepaald door vormelijke eigenschappen (lijn, kleur, licht, schaduw, compositie, contour, …).

 

Een belangrijk aspect van het formalisme is het idee dat stijl een uiting is van de tijdgeest (Zeitgeest). Kunst wordt niet gekoppeld aan de maker of het individu, maar aan de cultuur en tijdsperiode waarin het is ontstaan. Elke stijlperiode, zoals de Gotiek of Barok, weerspiegelt een manier van denken en zien die typerend is voor die tijd.

 

Formalisten geloven ook in de autonome ontwikkeling van kunststijlen. Deze stijlen ontwikkelen zich als een soort organisme, los van functie, opdracht of inhoud (iconografie). Kunstgeschiedenis wordt gezien als een geschiedenis van visuele perceptie, waarbij veranderingen in kunst de veranderingen weerspiegelen in de manier waarop mensen de wereld zien.

 

Daarnaast speelt de invloed van perceptiepsychologie een grote rol in het formalisme. Formalisten geloven dat kunst verandert omdat de mens de wereld anders percipieert. De manier waarop mensen lunst waarnemen wordt beïnvloed door hun psychologische en culturele ontwikkeling. (Een kind ziet en tekent bvb anders dan een volwassene)

 

Contrasten worden gebruikt om stijlen te definiëren. Bijvoorbeeld, het contrast tussen lineaire en picturale contouren of symmetrische en asymmetrische composities helpt om verschillende kunststijlen te onderscheiden.

 

Veel formalisten waren gefascineerd door nieuwe beeldtechnologieën (vb: fotografie, film) omdat deze nieuwe manieren boden om de wereld visueel te begrijpen & vastleggen.

3
New cards

Voorbeelden

Heinrich Wölfflin begon zijn studie bij Jakob Burckhardt in Basel, waar hij zich verdiepte in cultuurgeschiedenis, en vervolgde zijn opleiding bij Theodore Lipps in München, waar hij perceptiepsychologie bestudeerde. Later werd hij professor kunstgeschiedenis in Berlijn. Zijn doel was om een kunstgeschiedenis te creëren die losstaat van de namen van kunstenaars.

 

Een bekend werk van Wölfflin is Renaissance und Barock, maar zijn bekendste werk is Principles of Art History. In dit werk ontwikkelde hij een methodiek gebaseerd op de tegenstellingen tussen stijlen, een comparatieve benadering. Wölfflin introduceerde een systematische vergelijking van kunstwerken om de stijlkenmerken van verschillende periodes te definiëren. Bijvoorbeeld, hij maakte het contrast tussen lineaire en picturale contouren of symmetrische en asymmetrische composities duidelijk. Wölfflin ging ervan uit dat als een kunstwerk lineair is, het ook de andere kenmerken aan de kant van die tegenstelling zal delen. Hij paste deze benadering vooral toe om het verschil tussen de Renaissance en de Barok te verduidelijken.

 

Alois Riegl studeerde rechten, geschiedenis en filosofie in Wenen, en had een bredere interesse dan Wölfflin. In zijn boek Stilfragen stelde Riegl dat de ontwikkeling van ornamenten niet primair werd bepaald door technische of materiële beperkingen, maar door een onafhankelijke ontwikkeling van visuele vormen. Dit betekent dat stijlen en vormen zich ontwikkelen vanuit een interne drang, en niet volledig afhankelijk zijn van praktische of technische factoren. In dit werk introduceerde hij het begrip kunstwollen, oftewel de wil tot kunst. Volgens Riegl is dit een dynamische drijfveer die gericht is op de artistieke ordening van de zichtbare wereld. Het is geen bewuste keuze, maar een onderbewuste tendens die de kunst van een bepaalde periode vormgeeft. Riegl was sterk geïnspireerd door de perceptiepsychologie.

4
New cards

Kritiek

Kritiek op het formalistische model kwam van verschillende kanten. Ernst Gombrich had vooral kritiek op het raciale determinisme van het model, waarbij één tijd, één land en één stijl als norm werden gezien. Hij was juist geïnteresseerd in de individuele kunstenaar en vond dat formalisten te weinig aandacht gaven aan het symbolisme in de kunst.Ook vanuit de postkoloniale theorie, het feminisme en het marxisme kwam kritiek