Rechtsgeschiedenis LEH 15

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/180

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Last updated 5:03 PM on 3/18/23
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

181 Terms

1
New cards
Na de val van Napoleon kwam er in Nederland een tendens op gang om het ‘goede oude’ weer te herstellen. Op welk terrein bleef de oude situatie van gewestelijke autonomie bestaan tot 1838?
Na 1813 werden de centralistische elementen zoals de mogelijkheid tot cassatie bij het Hof van Cassatie in Parijs afgeschaft. De provinciale gerechtshoven werden de hoogste rechter, cassatie bij een centraal orgaan was uitgesloten tot 1838. Ook het Haagse Hoog Gerechtshof der Vereenigde Nederlanden kon slechts in enkele gevallen kennisnemen van geschillen betreffende het koninklijk huis en ambtsmisdrijven. Voor de provinciale gerechtshoven vond benoeming plaats door de koning op voordracht van de provinciale staten.
2
New cards
Op welke wijze werd na 1814 de onafhankelijkheid van de rechter gewaarborgd?
De onafhankelijkheid van de rechter wordt geformaliseerd door een benoeming voor het leven en door zeer stringente regels over het ontzetten van een rechter uit zijn ambt. De levenslange benoeming in de Grondwet van 1814 is van groot belang bij de realisatie van de onafhankelijke rechterlijke macht.
3
New cards
Waarom speelde de discussie (welke?) tussen de Duitsers Von Savigny (1779-1861) en Thibaut (1772-1840) in Nederland een ondergeschikte rol?
In Nederland was de noodzaak tot codificatie al in de Staatsregeling van 1798 vastgelegd en herhaald in de grondwet van 1815. De discussie over de noodzaak tot codificatie tussen Von Savigny en Thibaut die begon in 1814 kwam dus te laat.
4
New cards
Waardoor ontstond de legistische houding van de rechterlijke macht in de negentiende eeuw?
Enerzijds was het Montesquieu die stelde dat de rechter enkel de wet moet verwoorden als een pop: ‘Les juges de la nation ne sont que les bouches, qui prononcent les paroles de la loi, des être inanimés, qui n’en peuvent modérer ni la force ni la rigueur’. De rechter dient volgens Montes­quieu geheel onafhankelijk te zijn van de andere machten, maar ook van belangengroepen in de maatschappij. Maar er diende wel over en weer een evenwicht te zijn, dus de wetgevende macht vaardigde wetgeving uit, en dan was het niet aan de rechter om deze wetgeving te negeren of zelfs af te wijzen, de rechter diende deze nauwgezet te volgen. 
5
New cards
De totstandkoming van een BW in de jaren na 1815 werd een speelbal van de twisten tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden. Pas na de afscheiding van België in 1830 zou een einde komen aan de status quo over een nationaal burgerlijk wetboek. Over welke andere onderwerpen bestonden vergelijkbare tegenstellingen tussen de Noordelijke en de Zuidelijke parlementariërs?
De motiveringsplicht werd in 1815 ingevoerd dankzij een Belgische afgevaardigde. De Nederlandse minister Van Maanen (1769-1846) wenste niets te weten van dit idee.

Met de afschaffing van de jury werd ook de openbaarheid van de zitting ingeperkt, hetgeen in de jaren na 1815 tegen het zere been van de Zuidelijke parlementariërs was, die een dergelijke stap terug niet wenselijk achtten.
6
New cards
Waarom was de verplichting aan de rechter in 1815 om zijn civiele vonnissen te motiveren een belangrijke verbetering?
Ten tijde van het Ancien régime werden de ‘gronden’ en overwegingen die leidden tot het eindoordeel niet bekendgemaakt in de vonnissen.  

De motiveringsplicht als verantwoording van de rechter tegenover de burger werd in 1815 ingevoerd dankzij een Belgische afgevaardigde. De Nederlandse minister Van Maanen (1769-1846) wenste niets te weten van dit idee. De Belgische afgevaardigde J.F. Gendebien (1753-1838) was echter van mening: ‘Zal \[de rechter\] meester zijn van mijn eer en fortuin, zonder motieven van zijn opinie te geven? – dit kan nooit – wij zijn aan dit liberaal principe gewoon’. Want, aldus Gende­bien: ‘Er is geen verschrikkelijker magt, dan de rechterlijke magt’.
7
New cards
Welke ideeën vonden aan het einde van de 18e eeuw ingang in de politieke en maatschappelijke ontwikkelingen in de Westerse wereld?
De verlichting.
8
New cards
Welke drie revoluties komen er voort uit de verlichting?
In Noord-Amerika werd de vrijheidsoorlog (1775–1783) tegen de Britse kolonisatoren gevoerd, er was sprake van een ‘Nederlandse revolutie’ (1780–1787) en de Franse Revolutie (1789).
9
New cards
Wat stond er in de Déclaration des droits d l’homme et du citoyen (26 augustus 1789)?
“Les hommes naissent et demeurent libres et égaux en droits” = mannen worden geboren en blijven vrij en gelijk in rechten.
10
New cards
Wat hield “Les hommes naissent et demeurent libres et égaux en droits” in?
Gelijkheid voor alle burgers: de bestaande standenmaatschappij met eigen rechtsgangen voor vele groepen in de maatschappij moest omver geworpen worden. Wettelijke voorrechten van de adel en geestelijkheid dienden afgeschaft te worden.
11
New cards
Waarin diende de egalité omgezet te worden?
In een uniforme wetgeving voor alle burgers. De codificatie diende een einde te maken aan de honderden lokale coutumen.
12
New cards
Wat voor stroming ontstond er in Nederland rond 1780?
Een politieke stroming met als doel om een bredere laag van de burgerij bij bestuur en politiek te betrekken.
13
New cards
Aan wie was het pamflet gericht die verspreid werd in de Republiek in de nacht van 25 op 26 september 1781?
Aan het Volk van Nederland.
14
New cards
Wat stond er in het pamflet opgenomen dat gericht was aan het volk van Nederland?
De anonieme auteur riep burgers op:

* Hun rechtmatige aandeel in het bestuur van stad en land op te eisen
* Er moest een democratische republiek komen
* Ter vervanging van het corrupte erfstadhouderlijke stelsel onder de Oranjes
15
New cards
Wat speelde een rol bij de onrust en de roep om meer vrijheid in Nederland in de 18e eeuw?

1. Het erfstadhouderlijke stelsel onder de Oranjes was corrupt
2. De economische neergang in de Nederlanden
16
New cards
Door wie waren de patriotten geïnspireerd?
Door de Amerikaanse onafhankelijksstrijd die in 1776 leidde tot de afscheiding van deze kolonie uit het Engelse koninkrijk.
17
New cards
Welke twee blokken ontstonden er in Nederland?

1. De oranjegezinden aanhangers van stadhouder Willem V
2. De patriotten
18
New cards
Welke symboliek gebruikten de patriotten?
Ze droegen een zwart lint aan hun hoed in de vorm van een V (stond voor Vrijheid) of gebruikten een keeshondje als symbool.
19
New cards
Door wie werd een gewapende opstand van patriottische vrijkorpsen in 1787 in de kiem gesmoord?
Door Pruisische soldaten. Ze kwamen op verzoek van de stadhouder en zijn Pruisische echtgenote.
20
New cards
Wat ontstond er in deze periode?
Een roep om een op natuurrechtelijke principes gefundeerd positief recht.
21
New cards
Wat ontbrak er in de Republiek?
Een centraal bestuursorgaan > vele rechtsterritoria ook.
22
New cards
Waar riepen sommigen ook om in de uithoeken?
Een hervorming van het privaatrecht.
23
New cards
Wat zag Willem Schorer met betrekking tot de hervorming van het privaatrecht?
Hij zag een burgerlijk recht voor de hele Republiek in het verschiet, maar het zou wel een project van lange adem zijn. Een tussenfase was volgens hem het codificeren van het recht per provincie. Juridische vaktaal moest ook vermeden worden in de rechtszaal.
24
New cards
Wat gebeurde er in januari 1975?
Revolutionaire Franse legers onder leiding van generaal Pichergru, bijgestaan door het Bataafse legioen van Herman Willem Daendels trokken over bevroren rivieren de Lage Landen in.
25
New cards
Wat gebeurde er nadat de Franse legers bijgestaan door het Bataafse legioen de Lage Landen binnentrokken?
De Bataafse republiek werd uitgeroepen en het marionettenbewind werd door afgevaardigden van de Franse regering erkend.
26
New cards
Wat deed de stadhouder tijdens deze revolutie in Nederland?
Hij week uit naar Engeland.
27
New cards
Hoe veranderde de staatsstructuur onder de Bataafse Republiek?
De Staten van Holland werden opgevolgd door de Provisionele Representanten van het Volk van Holland. Het Stadshouderschap, raadspensionarissen en ridderschap werden afgeschaft. Gelijkheid van alle burgers werd geïntroduceerd en de Provisionele Representanten proclameerden de Verklaring der Rechten van den Mensch en van den Burger.
28
New cards
Hoe reageerde de vaderlandse pers op het nieuwe bewind?
Dit werd met enthousiasme begroet > uitvoerig gediscussieerd over de nieuwe tijd die zal aanbreken. Er werd een vrijheidsboom geplant, bij wijze van.
29
New cards
Hoe verliep de opbouw van de nieuwe republiek?
Met horten en stoten.

Eerste verkiezingen: revolutionair fenomeen > alle mannen boven de 20 jaar mochten meedoen, ook katholieken en joden konden verkozen worden.

1 maart 1796: eerste Nationale Vergadering > veel leden ontbraken omdat er nog geen verkiezingen hadden plaatsgevonden in die provincies.
30
New cards
Uit welke drie fracties bestond de Nationale Vergadering?

1. Unitariërs of radicalen: gaan uit van een ondeelbare nationale soevereiniteit en wilden een gecentraliseerde overheid naar Frans voorbeeld. De staat moest de wil van het volk uitvoeren
2. Federalisten: stelsel met een duidelijke scheiding der machten en een grote mate van lokale en gewestelijke zelfstandigheid om het centrale gezag serieus tegenwicht te geven.
3. Moderaten: gevormd door gematigde patriotten.
31
New cards
Welke voorstellen deden de Unitariërs of radicalen?
* Toelating van joden tot de Nationale vergadering
* Opheffing van de gilden
* Scheiding van kerk en staat
* Afschaffing van de slavenhandel
32
New cards
Wat moest er volgens de federalisten en de moderaten gebeuren?
Het gekozen lichaam diende de volkswil op een afstand te houden.
33
New cards
Waartoe stelde de Nationale Vergadering in 1796 een commissie in en slaagde deze commissie hierin?
Doel: een volledige en algemene commissie met als doel een volledige en algemene landswet zowel in burgerlijke als in lijfstraffelijke zaken.

De opdracht was te complex > de leden deinsden hiervoor terug.
34
New cards
Wat was de hoofdtaak van de Nationale Vergadering?
Uitvoeren van bestuurlijke taken en het ontwerpen van een grondwet.
35
New cards
Wanneer werd de grondwet ontworpen?
Augustus 1797. Het was een ontwerp bestaande uit 918 artikelen. Het ontwerp werd in een volksstemming verworpen.
36
New cards
Wat werd er tijdens discussies in de eerste constitutiecommissie in 1796 vastgesteld?
Federalisten en unitaristen wilden een privaatrechtelijke codificatie, maar de vraag was of deze codificaties moesten leiden tot rechtsunificatie of enkel als aanvullend recht zou moeten dienen.
37
New cards
Wat zeiden de federalisten over de grondwet?
Ze volgden de ideeën van de jurist Schrorer (*Vertoog over de Ongerijmdheid van het Samenstel onzer Hedendaagsche Rechtsgeleerdheid en Praktijk*): voorbeeld van het Pruisische Allgemeines Landrecht > codificatie zonder de exclusieve werking als subsidiaire bron om het Romeinse recht te vervangen. De lokale coutumen zouden dus blijven bestaan.
38
New cards
Wat zeiden de unitariërs over de grondwet?
De codificatie was een voorwaarde om de nationale eenheidsstaat te verwezenlijken waar zij naar streefden.
39
New cards
Wanneer kwam de tweede Nationale Vergadering bijeen en wanneer moesten zij hun werk staken en waardoor?
Vanaf 1 september 1797. Door een gewapende staatsgreep moesten ze hun werkzaamheden staten op 22 januari 1798.
40
New cards
Wat gebeurde er tijdens de staatsgreep?
De staatsgreep was door de unitariërs. De federalisten werden gedwongen de Nationale Vergadering te verlaten. De overgebleven leden dienden zich tegen het stadhouderschap, het federalisme, de regeringsloosheid en de aristocratie uit te spreken.
41
New cards
Hoe ging de Nationale Vergadering heten?
De Constituterende Vergadering.
42
New cards
Wat werd er in korte tijd door de bevolking aangenomen?
Een Staatsregeling (grondwet).
43
New cards
Wat gebeurde er met de verkiezingen?
Om de verkiezing te laten slagen moesten wel al de kieslijsten gezuiverd worden van personen uit de orangistische en federalistische richting. Alvorens te kunnen stemmen diende men te zweren tegen het federalisme te zijn. De Constituerende Vergadering had hierna verkiezingen moeten uitschrijven en zich moeten opheffen, maar besloot zichzelf tot Vertegenwoordigend Lichaam uit te roepen.
44
New cards
Wat stond er onder andere in de Staatsregeling?
* Gelijkstelling van alle inwoners zonder acht te slaan op hun geloof.
* Rechten en plichten van het leenstelsel werd afgeschaft.
* Afschaffing van de pijnbank
* Het privaatrecht moest gecodificeerd worden > codificatieartikel
* Rechtspraak was openbaar
* In de preambule werd Nederland een en ondeelbaar verklaard
* De wetgevende macht kwam uitsluitend bij de gekozen volksvertegenwoordigers te liggen
45
New cards
Hoe kwam Nederland eruit te zien?
Het werd omgevormd naar een centraal nationale staat, de provincies werden omgevormd tot departementen en de staatsschuld werd door de centrale overheid overgenomen.
46
New cards
Wat gebeurde er met de revolutionaire politici?
Ze vervielen in nepotisme en zelfverrijking.
47
New cards
Wie probeerde de revolutie te redden?
Generaal Daendels. Hij pleegde op 12 juni 1798 met steun van de Fransen een staatsgreep.
48
New cards
Wat deed het Intermediair Wetgevend Lichaam?
Het schreef verkiezingen uit voor een nieuw Vertegenwoordigend Lichaam. Dit parlement kwam voor het eerst bijeen op 31 juli 1798.
49
New cards
Wanneer trad een nieuwe Staatsregeling in werking?
Op 16 oktober 1801. Deze was eerder die maand in een referendum goedgekeurd, hoewel driekwart van de kiezers tegen de nieuwe Staatsregeling stemde. Echter, door de 300.000 niet-stemmers bij de voorstemmers op te tellen, kwam de regering toch tot een meerderheid.
50
New cards
Wat vier reeks was er in de jaren 1798-1815?
Een reeks van zeven grondwetten > een teken van staatkundige instabiliteit in deze periode.
51
New cards
Waar lag de wetgevende macht toentertijd?
Niet bij het Vertegenwoordigend Lichaam, maar bij een Wetgevend Lichaam, bestaande uit 35 leden.
52
New cards
Waartoe werd de omvang van het Wetgevend Lichaam in de jaren 1805-1806 teruggebracht?
Van 35 naar 19 leden.
53
New cards
Hoe zag de Bataafse Republiek eruit?
Het was een sterk gecentraliseerde eenheidsstaat naar Frans voorbeeld > trias politica.
54
New cards
Welke opdracht stond er in de Staatsregeling van 1798?
Een opdracht om binnen twee jaar tot de invoering van een Wetboek van Burgerlijke en Lijfstraflijke Wetten over te gaan > rechtszekerheid.
55
New cards
Wat gebeurde er op provinciaal niveau met betrekking tot wetgeving?
Op provinciaal niveau waren direct na de Bataafse omwenteling wel enkele projecten opgestart om tot een nieuwe gewestelijke codificatie te komen, maar nationaal waren \n nog geen aanstalten gemaakt.
56
New cards
Wat was de bedoeling op nationaal niveau?
Lokale verschillen dienden gerespecteerd te worden, J.H. Swildens (patriot en Franeker hoogleraar).
57
New cards
Waardoor kwam rechtseenheid niet zo snel tot stand?
Een vorm van eenheid in de uiteenlopende gewestelijke coutumen

was rond 1800 zelfs voor een geschoolde jurist niet eenvoudig te ontdekken. Ook de organisatie van organen betrokken bij de rechtspraak bleef provinciaal gestuurd, hetgeen in de Staatsregeling van 1801 werd geformaliseerd.
58
New cards
Wat voor commissie werd er op 28 september 1798 benoemd?
Een commissie bestaande uit 12 juristen die de taak kregen om wetboeken op te stellen. De twaalf leden waren af komstig uit de verschillende provincies, waarmee \n een inbreng vanuit de verschillende regionale rechtssystemen was gewaarborgd. Voor het codificeren van het privaatrecht waren zeven personen verantwoordelijk. Zij volbrachten echter niet de hun opgelegde taak.
59
New cards
Onder wiens leiding viel de commissie die het burgerlijk recht codificeerde?
Inder leiding van Hendrik Constantijn Cras (1739–1820), hoogleraar aan het Amsterdamse Athenaeum.
60
New cards
Waardoor kwam in de Grondwet van 1801 en latere grondwetten de codificatieopdracht te vervallen?
Het bleek een enorme kluif. Het vervallen was een teken dat de federalisten wonnen.
61
New cards
Wat verscheen er op 3 oktober 1804?
Een ontwerp voor de strafwetgeving en een ‘Inleiding van het Recht in het Algemeen’, twee ontwerpen die ter beoordeling naar het Nationaal Gerechtshof werden gezonden.
62
New cards
Wat schreef Petrus Wierdsma (lid van de codificatiecommissie)?
Hij meende dat de bronnen voor een nationaal wetboek gezocht moesten worden in het natuurrecht, het Romeinse recht en het Vaderlandse recht > gebaseerd op een soort Nederlands acquis commun.
63
New cards
Wat was moeilijk te combineren in een wetboek?
De wens om gewestelijke rechtsverscheidenheid te behouden en een landelijke rechtseenheid te creëren.
64
New cards
Waar drong Cras op aan?
Op het belang van regels in het wetboek over interpretatie > met deze regels zou de willekeur van de rechter ingeperkt worden > hij verwees naar Hugo de Groot’s *Recht van vrede en oorlog*. Het zou daarnaast de rechtsgelijkheid bevorderen.
65
New cards
Waarom was er bezwaar over dergelijke algemene interpretatieregels?
Campegius Hermanus Gockinga meende dat deze vernieuwing een stap te ver was.
66
New cards
Wat kam er wel?
Uitlegregels.
67
New cards
Wat stond er in de Inleiding van het Recht in het Algemeen?
3e hoofdstuk: menings- en wilsverklaringen in het algemeen

4e hoofdstuk: de uitlegging van menings- en wilsverklaringen

9e hoofdstuk: uitlegging der wetten
68
New cards
Wat vond het Nationaal Gerechtshof van de Inleiding van het Recht in het Algemeen?
Ze konden er weinig mee. Het was beter voor het onderwijs dan voor de taak van de wetgever.
69
New cards
Wat verliep sneller: de politieke veranderingen of de codificatie?
De politieke veranderingen.
70
New cards
Onder wiens invloed stond Nederland sinds de Bataafse revolutie?
Onder sterke invloed van Frankrijk.
71
New cards
Wie droeg Napoleon voor als ideale kandidaat voor het koningschap van Holland?
Zijn broer Lodewijk Napoleon Bonaparte.
72
New cards
Wat gebeurde er met het privaatrechtscodificatie?
Er was in 1806 toen het Koninkrijk Holland door Napoleon Bonaparte als vazalstaat werd opgericht nog geen ontwerp voor een codificatie afgerond.
73
New cards
Wat deed Lodewijk Napoleon?
In 1808 schafte hij de gilden af > hiermee vielen ook de hieraan verbonden onderlinge hulp- en steunfondsen voor zelfstandige ambachtslieden weg.
74
New cards
Wat probeerde Lodewijk Napoleon?
Hij probeerde toch zijn eigen koers te varen, zeker wanneer het ging om de codificatie van het privaatrecht. De koning Lodewijk Napoleon liet aan het Wetgevend Lichaam weten dat het ontwerp van een algemeen civiel wetboek bijna gereed is.
75
New cards
Wat lag voor de hand met het Burgerlijk Wetboek?
Dat de Franse Code Civil uit 1804 zou worden ingevoerd, maar Lodewijk Napoleon wilde het aanpassen aan de noden van Holland. Lodewijk Napoleon installeerde een commissie tot bewerking van den Code Napoleon voor het Konikrijk Holland.
76
New cards
Wie waren de leden van een commissie tot bewerking van den Code Napoleon?
De leden waren A. van Gennep (1766–1846), B.P. van Wesele Scholten (1762–1829) en J.J. Loke (1770–1841).
77
New cards
Wat was het doel van de commissie?
Ze dienden de vorm an de Code civil te behouden maar konden wijzigingen voor de Nederlandse omstandigheden aanbrengen, weglaten wat minder op de plaats was en opnemen wat ze noodzakelijk achtte.
78
New cards
Wat gebeurde er toen de Code Napoleon was afgerond?
Er werden nog enkele redes gehouden over de codificatie, o.a. door Jan Everhard Reuvens (werkte op een notariskantoor en bekleedde reeks belangrijke functies).
79
New cards
Wat gebeurde er met het ontwerp van de Code Napoleon?
9 december 1808: ontwerp ingediend bij het Wetgevend Lichaam.

24 februari 1809: het ontwerp werd ondertekend door de Koning.

1 mei 1809: het wetboek werd ingevoerd
80
New cards
Wat was de Code Napoleon?
Een nationale wetgeving waarin alle rechtsgebieden werden behandeld en gold voor het gehele territorium.
81
New cards
Wat gebeurde er met koninklijke goedkeuring van het wetboek?
Er werd een Koninklijk Besluit afgekondigd waarin het Romeinse recht en alle wetten en ordonnantiën die op het burgerlijk recht betrekking hadden werden afgeschaft.
82
New cards
Welke wet verscheen nog meer in 1809?
Het *Wetboek van Koophandel*, opgesteld door A. van Gennep, M.S. Asser en J. van der Linden, maar deze is nooit als wet ingevoerd. Wel zou het als inspiratie dienen voor het *Wetboek van Koophandel* van 1838.
83
New cards
Wat verscheen in 1809?
Een nieuwe editie van het *Landt-recht van Wedde ende Westwoldinge-Landt* verklaard en opgehelderd \n door A.Q. van Swinderen. Raar: er was net een nationaal wetboek ingevoerd.
84
New cards
Van wanneer tot wanneer gold het Wetboek van Napoleon?
Als wet tussen 1 mei 1809 en 1 maart 1811 > Franse Code Civil verving het wetboek van Lodewijk.
85
New cards
Hoe werd Nederland ingelijfd bij Frankrijk?
Op 16 maart 1810 en 9 juli 1910 in twee fasen bij decreet. Lodewijk werd tot aftreden gedwongen.
86
New cards
Wat gebeurde er per 1 maart 1811?
De Franse Code civil en alle daarbij behorende besluiten en verordeningen werden ingevoerd en werd de Franse structuur van de rechterlijke organisatie overgeplant.

Er kwam een einde aan de provinciale gerechtshoven en als appelcollege werd in Den Haag een keizerlijk gerechtshof opgericht.
87
New cards
Wat werd de hoogste beroepsinstantie?
Het Hof van Cassatie in Parijs.
88
New cards
Wat was het doel van de overheid met het registreren van de bevolking en het kiezen van een familienaam?
Het doel was om inzicht te krijgen in de mogelijke dienstplichtigen.
89
New cards
Waar kwam er een einde aan de schier oneindige reeks van Franse overwinningen?
In de Volkerenslag bij Leipzig. Napoleon werd verslagen.
90
New cards
Wie regeerden er na Napoleon?
Er was een driemanschap dat de regering waarnam en beloofden dat de goede oude tijden zouden terugkeren.
91
New cards
Wat ontstond er in 1813?
Soeverein Vorstendom der Verenigde Nederlanden met als staatshoofd de soevereine vorst Willem I der Nederlanden.
92
New cards
Van wie is Willem I de zoon?
Van de gevluchte stadhouder.
93
New cards
Wat gebeurde er met de wetgeving van de Code civil?
Hier werd niet aan getornd. Het was onmogelijk om plotsklaps nieuwe wetboeken in te voeren en omdat het ongewenst was om terug te gaan naar de situatie van voor 1795 met de lokale en provinciale gewoonterechten.
94
New cards
Wat werd er wel afgeschaft dat was ingevoerd door de Fransen?
De door de Fransen ingerolde juryrechtspraak en het beroep het Parijse Hof van cassatie. De provinciale hoven werden weer ingesteld.
95
New cards
Wanneer werd Nederland een Koninkrijk der Nederlanden?
In 1815. De provincies van de Republiek werden nu verenigd met de Zuidelijke Nederlanden onder één vorst, koning Willem I.
96
New cards
Wat was er nodig nu er eenheid was?
Een nationaal wetboek. De eenheidsgedachte komt tot uiting in de Grondwet van 1814.
97
New cards
Wat was de keuze voor de richting van de nationale codificatie?
Een herziening van het Wetboek Napoleon ingericht voor het Koninkrijk Holland uit 1809 of de Code civil of een nieuw wetboek.
98
New cards
Waar koos Willem I voor?
Een eigen, Nederlandse codificatie gebaseerd op het oudvaderlands recht.
99
New cards
Welk wetboek bleef van kracht totdat de codificatie van Willem I klaar was?
De code civil.
100
New cards
Wat gebeurde er met de Zuidelijke Nederlanden?
De Zuidelijke Nederlanden waren al in 1794 onder republikeins Frans bestuur gekomen. In 1804 werd hier de *Code civil* ingevoerd, die ook na de vorming van het Koninkrijk der Nederlanden uit de Noordelijke en Zuidelijke Nederlanden in 1815, bij gebrek aan een nationale wetgeving, in gebruik zou blijven.