1/44
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
pseudo-longinus
schrijver van ‘over het sublieme’ die een nieuwe kijk op de literatuur met zich brengt.
over het sublieme - pseudo longinus
een lang aan zich onttrokken gebleven, in het Grieks geschreven tekst, waarvan het auteurschap foutief werd toegeschreven aan Longinus. Intussen ‘…-longinus’ (vermoedlijk erset eeuw n. Christus). De tekst sluit zich nog aan bij de Aristotelische traditie want de auteur gaat op zoek naar regels voor de literatuur en retoriek.
onderzoek ‘over het sublieme’
de relatie tussen de voorschriften en literaire grootheid
smetteloos en onberispelijk
schrijver die geen fouten maakt en volgens de regels schrijft
argumentatie voor grootheid die soms een steek laat vallen
de grootste genieen zijn zijn allerminst van vergissing vrij
schrijvers zonder fouten nemen geen risico’s
de grootheid die bewonderd wordt - de echte euteurs die ons meeslepen zijn de auteurs die op foutjes te betrappen zijn maar dan doen ze iets in hun werk dat ons de regeltjes doet vergeten
het sublieme/verhevene
literatuur is niet allen het volgen van de regels, er is nog een ondefinieerbaar extra, iets geniaals dat de regels ontsnapt en dat het werk pas echt de hoogte in tilt. … wordt door Longinus bondig gedefinieerd als ‘de echo van een grote ziel’.
aanzet tot een nieuwe kijk op literatuur (Pseudo-Longinus)
niet langer representatie van de werkelijkheid (mimese), maar de uitdrukking van een artistiek begiftigd persoon (expressie).
expressie
de uitdrukking van een artistiek begiftigd persoon => nieuwe kijk op literatuur
kenmerken van het sublieme
verheven taal die een overweldigende impact heeft op het publiek (>< gewone retoriek: overtuigt)
kan tegenstrijdigheden verenigen
gaat tijd & ruimte te boven, heeft een universele weerklank
barok
kunststroming tussen rennaissance en classicisme. De stroming bleef zich behalve op de katholieke liturgie en de bijbel ook wel inspireren op de klassieke oudheid, maar kon voorts exuberant, grillig en overladen uit de hoek komen, en dat waren eigenschappen die haaks stonden op het ‘klassieke’ verlangen naar evenwicht, harmonie en beheersing. Kortom is deze stroming een stijlperiode die op zich afweek van de Aristotelische poetica, maar vanwege zeer religieuze functie een geval apert. (eigenlijk project van de contrareformatie)
contrareformatie
beweging die zich afzet tegen reformatie & protestantisme & bedoeld om overgebleven mensen te overtuigen van de katholieke kerk. Hierin wordt enorm overdreven om de heiligen in ere te herstellen. De barok was daarom nodig, want alles was geplunderd en had renovatie nodig (veel schilders nodig).
classicisme
begrip verwijst naar de klassieke oudheid. Deze stroming stelt de Griekse en Romeinse kunsten en literatuur voor als maatgevend ideaal en als bon van inspiratie. Daarmee knoopt deze stroming opnieuw nadrukkelijk aan bij de rennaissance, die ook op de klassieke oudheid gefixeerd was. Kunstenaars bleven zich graag verhouden tegenover grote voorbeelden uit de klassieke oudheid (immitatio & aemulatio). De Aristotelische traditie werd dus NIET afgeschafd. De mimesisleer wordt hier als geheem van egels waarin het publiek zijn normen en waarden herkend gebruikt. Dit is dan ook de laatste periode waarin de Aristotelische traditie in teruggevonde kan woden.
formele inspiratie
het waarderen en navolgen van principes die geassocieerd worden met de klassieke oudheid, waaronder harmonie, orde, symmetrie, evenwicht, proportionaliteit, helderheid.
thematische inspiratie
de mythologie uit de klassieke oudheid en de geschiedenis van de klassieke oudheid levert stof op voor schilderijen, literatuur, enzovoort.
bienseances
het decorum wordt in het Franse Classicisme … genoemd. Te vertalen als “welvoegelijkheden’. De beleefdheidsconventies (morele en ethische verwachtingen) van het publiek mogen niet doorbroken worden. Maw: nabootsing (mimese) + idealisering
Nicolas Boileau
toonaangevende figuur in het Franse Classicisme. Schreef Art poetique en publiceerde in datzelfde jaar een vertaling van ‘over het sublieme’ van Pseudo-Longinus.
Art Poetique - Nicolas Boileau
uit vier zangen bestaand gedicht over de fundamentele regels over het schrijven & dichten (in de traditie van Aristoteles & Horatius). In hetzelfde jaar van deze publicatie, publiceert dezelfde auteur ook een vertaling van ‘over het subliem’ = wat gek is voor iemand die regels schrijft. Zijn doel met de vertaling was om binnen zijn eigen regelsesthetica ruimte te laten voor een niet in regels te gieten inspiratie, een stukje dichterlijke vrijheid.
vertaling ‘over het sublieme’ - Nicolas Boileau
relativering formele kwesties en voorschriften wakkert een verlangen naar originaliteit
klemtoon op de ‘mimetische functie’ van literatuur verschuift naar de expressieve functie van literatuur.
De nieuwe belangstelling voor ‘over het sublieme’ in het classicisme opent de deur naar een nieuwe kunst- en literatuuropvatting.
expressieve functie van literatuur
literatuur als een uitdrukking van een atistiek individu
mimetische functie literatuur
literatuur als representatie van de werkelijkheid => wordt omvergeworpen door de vernieuwde belangsteling voor ‘over het sublieme’.
102 minutes that changed America (2008)
Documentarische video van 9/11. Toon hete schokkende beelden. Er is geen voice-over; er is daaom ook geen houvast, het overkomt je, het si direct en bijna niet bemiddeld. Duitse avant-Garde componist Karheinz Stockhousen schreef over da aanslagen: ‘the greatest work of art imaginable for the whole cosmos (…) I couldn’t do that. By comparison, we composers are nothing.’ Deze uitspraak was een groot schandaal.
Edmund Burke
Iers-Britse denker en politicus, was een criticus van de Franse revolutie, grondlegger van het conservatisme. Op jonge leeftijd schrijft hij het werk ‘a philosophical enquiry into the origin of our ideas of the sublime and the beautiful’ waarin hij Longinus concept van een ontologische (studie van het zijn) omzet in een epistomologische studie (de filosofische studie van kennis).
ontologische benadering van literatuur
zijns-leer; in dit geval wat is het ‘zijn’ van de literatuur? hun antwoord (Plato & Aristoteles): representatie (mimese). Plato en Aristoteles onderzoeken dus de essentie van het object zelf. Ook pseudo-Longinus sluit zich hier nog bij aan
Epistomologische benadering van de literatuur
studie van het weten, wordt behandeld door Burke, behandelt dus kennis en waarneming (wat en hoe kunnen we weten?). Vragen zoals: hoe ervaart de lezer/toeschouwer? Wat zijn onze mentale capaciteiten om om te gaan met indrukken? Wat is smaak? Volgesn Burke zit schoonheid niet in het object maar in het subject:
object: is niet bewust, waargenomen
subject: een bewust zelf dat kan waarnemen
DUS schoonheid schuilt in de manier van ervaring
uitgangspunt burke
iedereen heeft via zintuigen dezelfde indrukken; via gedarg kunnen we smaken leren apprecieren (terwijl de zintuigelijke indruk hetzelfde blijft) vb. kind die suiker eet vs witloof eet: leert bitter ervaren MAAR er is niets v eranderd aan de smaak zelf.
mentale processen die op de zintuigelijke indruk inwerken
de verbeelding = hergroepering van waarnemingen, een vorm van synthese (verloopt minder bewust, intiutief). Vb waarnemingen vatten in een metafoor
het oordeelsvermogen = onderzoek via indrukken; een vorm van analyse (bewust, kritisch)
schoonheid (Burke)
draait rond tederheid en affectie, wekt gevoelens van liefde op bij de toeschouwers. Vb.+ schilderij; symmetrie, zachte kleuren weinig contrast, klassieke verhoudingen, etc. Sluit nog aan bij de Classicisten
het sublieme (Burke)
veroorzaakt verbijstering (‘astonishment’) en verschrikking (‘terror’). Het is niet in rregels uit te drukken, het is per definitie grillig. Het overvalt je en sleept je mee.
elemnten van het sublieme
extreme duisternis of licht
macht of machteloosheid
ontbering
uitgestrektheid, oneindigheid
plotselinge verandering
grilligheid
=> deze elementen komen NIET overeen met de Aristotelische/Classicistische traditie; breekt immers met het decorum/bienseance.
Immanuel Kant
derde generatie verlichtingsfilosofen; verfijnde de theorie van het sublieme en schreef wat is verlichting en zijn 3 grote kritieken.
3 grote kritieken (Kant)
kritik der reinen vernuft (kritiek van de zuivere rede)
kritik der praktischen vernuft (kritiek van de praktische rede)
kritik der urteilskraft (kritiek van het oordeelsvermogen)
kritiek van de zuiver rede
= epistomologisch => wat kan ik weten? Maakt het onderscheid tussen ding-an-sich en ding-fur-mich
ding-an-sich
werkelijkheid hoe ze op zichzelf is, objectief; hoe ze buiten onze waarneming bestaan, de werkelijkheid zoals ze aan ons verschijnt. het subject kan er niets met zekerheid over weten=> er is een grens aan de menselijke kennis. het subject verwerkt het … naar het ding-fur-mich.
Ding-fur-mich
hoe wij de werkelijkheid waarnemen; intersubjectieve geldigheid: geldig tussen ons als mensen. A priori structuren zorgen ervoor dat we allemaal op dezelfde manier de werkelijkheid v erwerken omdat we dezelfde mentale capaciteiten hebben.
kritiek van de praktische rede
= ethiek => hoe moet ik handelen? Wat is goed handelen? Het goede = ‘wat door redelijk begrip behaagt’. Onderscheid tussen (1) het nuttige (geen morele dimensie), (2) het zuiver goede/het goede als doel op zich (morele dimensie: geen bijbedoelingen, geen beoogde neveneffecten, geen berekendheid, maar geloof in het goede van de daad zelf). Om het goede (morele dimensie) te begrijpen is bemiddeling van de rede voorafgaand aan het handelen vereist. Het criterium; het is zuiver goed als we hebben vastgesteld dat het strookt met de categorisch imperatief.
het nuttige
geen morele dimensie
het zuiver goede
morele dimensie: geen bijbedoeling, geen beoogde neveneffecten, geen berekendheid, maar geloof in het goede van de daad zelf. Om het zuiver goede te begrijpen is er voorafgaande bemiddeling van de rede nodig.
de categorische imperatief
als we ons hebben afgevraagd of de handeling veralgemeenbaar is. Als een handeling bij veralgemening een onverkieselijke wereld oplevert, moet ze worden afgewezen. Dus: we zijn verplicht om met rede te analyseren, en dan pas weten we of iets moreel goed is.
kritiek van het oordeelsvermogen
= epistomologisch; wat is mooi? Wat is een esthetische ervaring? => onderscheid tussen (1) het schone, (2) het aangename, (3) het sublieme
het aangename (Kant)
Zintuigelijk genot: niet goe dop zich, niet schoon op zich=> hangt samen met de fysieke bevrediging. Het… kan pas goed zijn als de rede heeft geoordeeld dat het goed is (en dan pas kan het bewust worden nagestreefd). Alsgemen regel mag volgens Kant de mens nooit slaaf zij van zijn eigen zintuigen of lichamelijke prikkels.
het schone (Kant)
berust niet louter op zintuigelijk genot. Steunt op een ‘belangloos welbehagen’ om een object/ervaring … te vinden is geen begrip van dit object/deze ervaring nodig. Het welbehagen gaat vooraf aan de morele vraag naar het goede. Het… is een doel op zich, dient geen ander doel. Blijft beperkt tot fenomenale niveau (ding fur mich).
het sublieme (Kant)
niet louter zintuigelijk genot, een belangeloos welbehagen, geen ‘redelijke’ afweging vooraf nodig. Heeft tegenover het schone een moeilijk te definieren extra: bezorgt de mens een diep besef van iets overweldigend, groots, verhevens, waarbij hij zijn eigen nietigheid gewaar wordt. Het… geeft een extra dimensie aan het aardse bestaan. Het opereert niet volgens a-priori-structuren en komt buiten de regels van het schone tot stand. Waarlijk … kunst herstelt in de esthetische ervaring, 1 ondeelbaar moment lang, op quasi-religieuze wijze het contact met het ‘objectieve’, redelijk onkenbare werkelijkheid (ding an sich). Het overstijgt dus een intersubjectieve waarheid door een uitzonderlijk, rechtstreeks contact tussen object en subject mogelijk te maken.
het artistiek genie (romantiek)
talent om datgene voor te brengen waarvoor geen bepaalde regel bestaat. Geloof in originaliteit en onuitlegbaarheid: het genie weet niet en kan niet beschrijven hoe zijn product tot stand komt => Aristotelische traditie en decorum concept weggevaagd
het sublieme als de sleutel tot kennis (romantiek)
een bovernzinnelijke werkelijkheid; voordien voorbehouden voor god of wetenschap. Kunst wordt een seculiere religie en de auteur haar hogepriester of profeet. Op zijn radicaalst wordt de auteur zelfs de plaatsvervanger van God, als schepper van een nieuwe waarheid.
emancipatie kunst tov politieke, religieuze en morele sfeer (romantiek)
de band tussen esthetische ervaring en de morele sfeer wordt losser (het schone als belangeloos welbehagen) => autonomisering van de kunst.