Kaarten: Ontwikkelingspsychologie LES 4 Bars Soenens ugent | Quizlet

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/80

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

81 Terms

1
New cards

wat is ruwe motorische ontwikkeling

controle verwerven over acties waardoor je beter de omgeving kan exploreren (bvb. kruipen, wandelen)

2
New cards

wat is fijne motorische ontwikkeling

controle verwerven over kleinere acties (reiken, grijpen...)

3
New cards

wat kan je zeggen over de sequentie voor motorische ontwikkeling

de sequentie van motorische ontwikkeling is voor iedereen hetzelfde, maar de timing ervan is voor iedereen verschillend

4
New cards

wat is de proximodistale trend

van binnen naar buiten => hoofd romp en armen voor handen en vingers => Ruwe motorische ontwikkeling voor fijne motorische ontwikkeling

5
New cards

Wat is de cephalocaudale trend

(4) controle over het hoofd komt voor de controle over romp en benen Hoofdje opheffen (2 maanden) Zitten zonder steun (6 maanden) Wandelen zonder steun (12 maanden)

6
New cards

wat is de dynamische systeemtheorie

Nieuwe motorische vaardigheden aanleren impliceert het verwerven van een gradueel complexer actiesysteem (bvb. wandelen = combinatie van kruipen, staan en stappen)

7
New cards

welke 4 factoren spelen een rol bij elke nieuwe vaardigheid

ontwikkeling van centrale zenuwstelselcapaciteit van het lichaam om te bewegendoelen van het kindondersteuning door omgeving

8
New cards

Wat is pre-reiken en vanaf wanneer is dit

(3) tot 3 maandenSlecht gecoördineerde zwaai beweging naar een objectgeen controle over arm, zelden raken object (even stoppen, daarna opnieuw -> vrijwillig reiken)

9
New cards

wat gebeurt er bij vrijwillig reiken

reiken neemt toe in efficiëntie en snelheid (van 2 handen naar 1 hand, reiken naar bewegende objecten en kunnen in donker nog steeds percipiëren)

10
New cards

vanaf wanneer beginnen we met vrijwillig reiken

vanaf 3 maanden

11
New cards

Geef de 5 verschillende grepen in de volgorde van eerst verworven naar laatst verworven

Grijpreflex: vinger in handpalm van baby Rijfgreep: tussen reiken en grijpen in, ruw, met volledige arm Handgreep/palmgreep: met volledige hand Tanggreep: enkel met vingers Pincetgreep: enkel wijsvinger en duim tegen elkaar

12
New cards

Wat zijn sensaties

het passief opdoen van indrukken

13
New cards

wat is adualisme

overdonderd zijn van chaos van indrukken, wat jij beleefd, beleefd iedereen (geen ik-bewustzijn) => sensaties

14
New cards

wat is perceptie

Actief proces van interpretatie en organisatie

15
New cards

wat is dualisme

onderscheid tussen subjectieve en objectieve indrukken van de buitenwereld, meer actief proces van betekenisgeving => percepties

16
New cards

hoe is de tastzin ontwikkeld van bij de geboorte

(3) handpalmen, voetzolen en gelaat zijn het meest gevoeligvoorkeur voor matige temperaturenvoorkeur voor huidcontact met verzorger => werkt kalmerend

17
New cards

hoe zijn reuk en smaak ontwikkeld van bij de geboorte

(3) meteen goed ontwikkeldVoorkeur voor zoete smaken en geuren (vanille > vis) Voorkeur geur ouders

18
New cards

Hoe ontwikkelt het gehoor

(5) van bij de geboorte al goed klaar3 dagen: Hoofd draaien in de richting van geluid 4-7 maanden: Gevoel voor muzikale frasering (klassieke muziek, zoals Mozart (gestructureerd) > moderne onvoorspelbare muziek) voor 6 maanden: opgewonden reactie bij hoge en intense tonen; rustig bij lage en zachte tonen en voorkeur voor menselijke stem en eigen moedertaal (herkennen van klanken die niet tot moedertaal behoren)6-8 maanden: Gevoeligheid voor geluiden uit eigen taal en vreemde talen (preferentie eigen moedertaal) 7-9 maanden: Herkenning van vertrouwde woorden en van gesprekseenheden (speech units, zinsneden, pauzes) uit de eigen taal => beginnen taal te analyseren, ze ontwikkelen ritmische sensitiviteit die zich zal uitbreiden naar woorden en lettergrepen, (bvb. zelfs herkennen welke woorden beklemtoond worden)

19
New cards

Hoe ontwikkelt zicht

(4) "onder impuls van hersenontwikkeling, zit niet klaar bij de geboorte 2 maanden: Focussen op een object en kleuren herkennen 6 maanden: Omgeving aftasten (""scannen"") en een bewegend object volgen 6-7 maanden: Diepteperceptie"

20
New cards

wat is diepteperceptie

(4) de capaciteit om afstand tussen objecten en afstand tussen onszelf en een object in te schattendiepteperspectief wordt bevorderd door kruipenbij elke nieuwe positie moet diepte aangeleerd wordenkruipen draagt bij tot herinnering van locaties

21
New cards

hoe ontwikkelt dieptezicht

minder dan een maand: Gevoeligheid voor bewegende objecten (ze knipperen als je je hand snel naar ze toe brengt) 2-4 maand: Binoculaire diepte: integratie van beelden afkomstig van de beide ogen 5-12 maand Gevoeligheid voor diepte in tekeningen (bv: tekening 3D-kubus)

22
New cards

wat is contrastsensitiviteit

de sensitiviteit voor het verschil in hoeveelheid licht tussen 2 aaneensluitende zones

23
New cards

hoe ontwikkelt patroonperceptie

3 weken: Voorkeur voor grote, simpele patronen2 maanden: Contrastsensitiviteit! (voorkeur voor de meest contrasterende patroon)4 maanden: In staat om patronen te ontdekken, zelfs als de grenzen niet zichtbaar zijn12 maanden: Kunnen objecten herkennen als zelfs 2/3de van de figuur ontbreekt

24
New cards

hoe ontwikkelt gezichtsperceptie

minder dan een maand: voorkeur voor eenvoudige gezichtspatronen: rand van gezicht2-4 maanden: voorkeur voor complexere elementen in gezicht = binnenzijde, onderscheid tussen bekende & onbekende gezichten en voorkeur moeder's gezicht versus vreemd gezicht5-12 maanden: kan emotionele uitdrukkingen op gezicht waarnemen

25
New cards

Wat is intermodale perceptie

(2) informatie van verschillende zintuigen wordt geïntegreerd (gecombineerd) (capaciteit hiertoe neemt gradueel toe in 1ste levensjaar) het vermogen om amodale kenmerken accuraat waar te nemen

26
New cards

Wat zijn amodale/intermodale kenmerken

kenmerken in onze omgeving die appelleren aan verschillende zintuigelijke systemen tegelijk (bv iets wat je tegelijk kan zien, ruiken, horen, voelen = eten, vacht knuffelbeer, bots van een bal) --> bijvoorbeeld een baby hoort iemand de trap opkomen, hij kijkt al richting de deur

27
New cards

Wat is de differentiatietheorie van de zintuigelijke ontwikkeling

(3) Kinderen zijn actief opzoek naar invariante (niet-veranderende) kenmerken van de omgeving Ze stellen stabiele relaties vast tussen stimuli Perceptie wordt steeds meer gedetailleerd (=gedifferentieerd)

28
New cards

wat is cognitieve interpretatie

kinderen percipiëren niet alleen, ze geven ook betekenis aan wat ze zien

29
New cards

hoe verloopt de cognitieve ontwikkeling volgens Piaget

doorlopen van 4 stadia van kindertijd tot adolescentie

30
New cards

wat is het eerste stadium van cognitieve ontwikkeling

Sensori-Motorisch stadium

31
New cards

wat kan je zeggen bij het sensori-motorisch stadium (5) "0-2 jaar baby's en peuters ""denken"" met hun ogen, oren, handen en andere sensori-motorische middelenbaby's leren dus de wereld kennen via hun sensorisch en motorisch handelenmen kan nog niet 'echt' denkenopbouw van schema's door sensorische en motorische exploratie"

32
New cards

wat zijn de 3 componenten van cognitie

Inhoud: wat je weet Functie: aanpassing cognitief systeem aan de omgeving Structuur: specifieke wijzen waarop kinderen dit doen

33
New cards

wat zijn schema's

(2) georganiseerde manieren om betekenis te geven aan ervaring. Het doet de buitenwereld beter begrijpen, je interageert met de wereld Op jonge leeftijd zijn schema's gebaseerd op handelingen (motorisch, bewegingspatronen), later gaat de overgang naar mentaal niveau (denken)

34
New cards

Wat is assimilatie

gebruiken van de bestaande schema's om de buitenwereld te begrijpen (schema's versterken) Bvb: valschema's uitbreiden door van alles te laten vallen

35
New cards

wat is accommodatie

aanpassen van oude schema's en vorming van nieuwe schema's om zich beter aan de omgeving aan te passen Bvb: Een baby laat een glas vallen en tot zijn verbazing breekt het glas, er zal een breekschema gemaakt moeten worden (hij beseft dat zijn bestaande schema's niet voldoende zijn om de wereld te begrijpen)

36
New cards

wat is generalisatie

(2) Het onderbrengen van verschillende componenten onder hetzelfde schemabij assimilatie

37
New cards

wat is differentiatie

(2) "verschillen ontdekken tussen verschillende ""auto's""bij accommodatie"

38
New cards

wat is aanpassing

een proces dat plaats vindt in interactie met de externe buitenwereld

39
New cards

wat is organisatie

(ivm schema's) intern herschikken en verbinden van schema's, waardoor structuren worden opgebouwd (bvb. gooien, vallen, 'ver' en 'dicht')

40
New cards

Wat is het equilibratiemodel

Een voortdurende afwisseling van evenwicht en onevenwicht door het afwisselen van meer en minder assimilatie en accommodatie

41
New cards

Wat is de metatheorie van Piaget

(2) Het kind is een actieve kenniszoekerKinderen construeren ideeën over hun wereld terwijl ze deze actief verkennen

42
New cards

Wat is het hollistisch-organismisch-mensbeeld

(2) Het zoeken naar eenheid en inherente orde via processen van aanpassing en organisatiede inherente drang of tendens naar hoger niveau van functioneren en stabiliteit

43
New cards

Van wat is de ontwikkeling of evolutie naar een meer aangepast functioneren een functie (Piaget)

(4) (of hoe komt het dat we ontwikkelen naar een meer aangepast functioneren?) Rijping van het zenuwstelselActieve interactie met de fysieke werkelijkheidErvaring in interactie met het sociaal milieu (verzorging, opvoeding)Het adaptieve organismische equilibratieproces

44
New cards

Wat is een circulaire reactie

Manier om eerste schema's aan te passen. Kind stuit onverwacht op nieuwe ervaring door eigen bewegingen, de reactie is circulair omdat de baby het gebeuren steeds wilt herhalen

45
New cards

Wat zijn de 6 substadia van het sensorimotorische stadium van Piaget

Inoefenen van aangeboren reflexenPrimaire circulaire reactiesSecundaire circulaire reactiesCoördineren van secundaire reactiesTertiaire secundaire reactiesMentale voorstellingen

46
New cards

Wat houdt het 1e substadium (inoefenen van aangeboren reflexen) van het sensorimotorisch stadium in

(3) Aangeboren reflexen = bouwstenen van sensori-motorisch denkenbaby's zuigen, grijpen, kijken op dezelfde manier ongeacht de contextminder dan een maand oud

47
New cards

Wat houdt het 2e substadium (primaire circulaire reacties) van het sensorimotorisch stadium in

(4) 1-4 maandenHerhalen van toevallige omstandigheden om basisbehoeften (i.v.m. het eigen lichaam) te bevredigen --> Egocentrisch: gestuurd vanuit de eigen behoeftes Gedrag aanpassen aan omstandigheden! (zuigen anders op duim dan op moederborst)niet langer gestuurd door externe prikkel, maar door eigen gedrag

48
New cards

Wat houdt het 3e substadium (secundaire circulaire reacties) van het sensorimotorisch stadium in

(4) 4-8 maandenRechtop zitten en aandacht naar de externe wereld Herhaling van interessante effecten die door de eigen handelingen worden veroorzaakt Imitatie van vertrouwde handelingen bij anderen

49
New cards

Wat houdt het 4e substadium (coördineren van secundaire reacties) van het sensorimotorisch stadium in

(2) 8-12 maandenDoelgericht gedrag: opzettelijk coördineren van schema's om eenvoudige problemen op te lossen d.m.v. externe middelen

50
New cards

wat zijn de voorwaarden voor intentioneel gedrag

(4) gedrag is uitwendig gericht op een objectmiddelen moeten gebruikt worden om een doel te bereikengedrag is gericht op aanpassing aan nieuwe toestand en geen herhaling van bekende schema'sgedrag is vanaf het begin doelgericht: dus niet toevallig verborgen object vinden, maar intentioneel er naar op zoek gaan vanaf het begin

51
New cards

wat is objectpermanentie

inzien dat voorwerpen blijven bestaan als ze uit het zicht zijn

52
New cards

wat zijn de bijkomende voordelen van het sensomotorische substadium 4

(3) intentioneel handelen is het begin van probleemoplossend denken en ontwikkeling van praktische intelligentiebeter anticiperen op gebeurtenissen en intentioneel proberen te veranderenimiteren van gedragingen die lichtjes anders zijn dan gewoonlijk: intentionele imitatie (bvb. roeren in een tas)

53
New cards

Wat houdt het 5e substadium (tertiaire circulaire reacties) van het sensorimotorisch stadium in

(5) 12-18 maanden herhalen van handelingen die op objecten zijn gericht, maar nu met meer variatiesontdekken van nieuwe middelen door actief experimenterengevolg: men kan niet zomaar meer gaan assimileren, maar men moet ook gaan accommoderenA-niet-B fout: niet meer = teken van gevestigde objectpermanentie

54
New cards

Wat is de A-niet-B-fout

Object dat verstopt zit, kijken waar ze het het laatste gevonden hebben en niet waar ze het hebben zien verstoppen

55
New cards

Wat houdt het 6e substadium (mentale voorstellingen) van het sensorimotorisch stadium in

Interne weergave van informatie die de menselijke geest kan manipuleren (Mentale beelden, begrippen)

56
New cards

wat zijn de voordelen van mentale voorstellingen/representatie

(3) Geïnterioriseerd experimenteren = problemen oplossen in het hoofd Uitgestelde imitatie: gedragingen van niet-aanwezige modellen onthouden en nadoen Verbeeldingsspel/make believe play: alledaagse en ingebeelde gebeurtenissen uitbeelden (bv: een familiefeest met knuffelberen organiseren)

57
New cards

door welke 3 verschillende capaciteiten van cognitieve ontwikkeling worden de sensori-motorische substadia gekenmerkt

herhalen van toevallige gebeurtenissen (1.2.3)intentioneel gedrag (4.5)mentale voorstellingen (6)

58
New cards

Wat toont recent onderzoek aan ivm Piagets theorie

(2) Baby's kunnen veel dingen vroeger dan Piaget dit beweerdeBaby's weten veel over fysieke eigenschappen van voorwerpen--> Methode: habituatie onderzoek dat nagaat of de sequentie aan gebeurtenissen ingaan tegen de verwachtingen (violation-of-expectations)

59
New cards

Wat is meer recente evidentie ivm mentale voorstellingen

(4) - Herinneren en terugvinden van een verborgen object na 1 minuut (8 maanden) - Uitgestelde imitatie komt vroeger ▪ 6 weken: imiteren gelaatsuitdrukking na 1 dag ▪ 6-9 maanden: activiteit volwassene imiteren ▪ 12-18maanden : langere perioden en over veranderende contexten heen Op 10 à 12 maanden: wanneer situatie a correct verloopt, zullen ze zeer snel de andere situaties kunnen oplossen Dit betekent dat men een mentale voorstelling moet hebben van de oplossing om deze in een nieuwe situatie te kunnen toepassen - het gaat dus niet zomaar om trial-and-error

60
New cards

Welke verklaring geeft Piaget voor cognitieve vaardigheden bij baby's

Sommige ontwikkelingen doen zich voor op het moment dat Piaget beschreef, terwijl andere zich eerder lijken voor te doen. Sommige auteurs suggereren dat baby's geboren worden met basiskennis over de verschillende domeinen van denken. Volgens Piaget: alle kennis opbouwen via sensorimotorisch handelen

61
New cards

Wat is de theorie van de basiskennis (core knowledge perspective)

Theorie die stelt dat kinderen worden geboren met een reeks van kennissystemen (core domains of thougt) die toelaten om nieuwe info snel te vatten

62
New cards

Welke 4 basisdomeinen van core knowledge zijn er

Fysieke kennis (objectpermanentie)Taalkundige kennisPsychologische kennisNumerieke kennisNFT P

63
New cards

Op vlak van cognitieve veranderingen, over welke 2 dingen hebben we een ruime consensus

vele cognitieve veranderingen gebeuren geleidelijk en continu (niet plots en onder vorm van stadia)de verschillende aspecten van het denken van baby's ontwikkelen zich niet tegelijkertijd, maar elk op eigen tempo in functie van uitdagingen vanuit omgeving

64
New cards

Wat zijn mentale strategieën

Worden toegepast op informatie die door het systeem stroomt waardoor die beter onthouden wordt en efficiënter gebruikt wordt

65
New cards

welke 3 verschillende types geheugen zijn er

1. Zintuigelijk geheugen 2. Kortetermijngeheugen 3. Lange termijn geheugen

66
New cards

Wat is het zintuigelijk geheugen

beelden en geluiden worden rechtstreeks voorgesteld en voor een korte tijd opgeslagen

67
New cards

wat is het korte-termijngeheugen

Er wordt actief gewerkt op een bepaalde hoeveelheid info door toepassing van mentale strategieën

68
New cards

wat is een andere naam voor korte-termijngeheugen

werkgeheugen

69
New cards

Wat kan je zeggen over het lange termijn geheugen

(4) Permanente opslagplaats van kennisCapaciteit is onbeperktVaak problemen met het terugvinden van informatieInformatie wordt opgedeeld in categorieën om ze gemakkelijk terug te vinden => te vergelijken met een bibliotheek

70
New cards

wat staat in voor de sturing van het systeem

Deel van het werkgeheugen, namelijk de centrale uitvoerende instantie of de 'central executive' Stuurt de stroom van informatieGeeft aan waar we op moeten lettenCombineert oude informatie met nieuwe

71
New cards

Hoe neemt de capaciteit van het KTG toe in de loop van de ontwikkeling

(2) De structuur blijft dezelfde in de loop van de ontwikkeling, maar neemt wel toe in capaciteitGrotere hoeveelheid informatie die tegelijk kan verwerkt wordenHogere snelheid in de verwerking Capaciteit neemt toe in functie vanHersenontwikkelingVerbetering in de mentale strategieën

72
New cards

Hoe evolueert aandacht tijdens de ontwikkeling

(3) Snellere verwerking van informatie (cfr. Habituatie-herstel onderzoek)Efficiëntie en vermogen om de focus te veranderen gaan verbeterenMeer volgehouden aandacht na het eerste jaar

73
New cards

Hoe ontwikkelt categorisatie in het 1e levensjaar

(2) Indrukwekkende perceptuele en passieve categorisatieMaar: passieve categorisatie op basis van visuele kenmerken

74
New cards

Hoe ontwikkelt categorisatie in het 2e levensjaar

(2) Conceptuele en actieve organisatiegebaseerd op niet-waarneembare elementen (bvb. dieren, keukengerief, vervoersmiddelen...) Verschuiving vindt plaats door: Toename van de kennis van de wereldOuders die de objecten helpen benoemen

75
New cards

Wat is perceptuele categorisatie

Categorisatie op basis van visuele kenmerken zoals kleur of vorm

76
New cards

Wat is conceptuele categorisatie

Categorisatie op basis van niet-waarneembare kenmerken

77
New cards

Hoe ontwikkelt het geheugen in de eerste 2 levensjaren

(3) Onder andere door het habituatie-onderzoekOperante conditioneringBeide focussen op de herkenning (het opmerken dat een stimulus identiek of gelijkaardig is aan een die men vroeger gezien heeft) ≠ herinnering (iets herinnering zonder perceptuele ondersteuning) (verschijnt na 1 jaar, max. 2 jaar)

78
New cards

Wat is herkenning

Opmerken dat een stimulus identiek of gelijkaardig is aan één die men vroeger gezien heeft

79
New cards

Wat is herinnering

(2) Zich iets herinneren zonder perceptuele ondersteuning verschijnt na 1 jaar, max. 2 jaar

80
New cards

wat is een positief punt van informatieverwerkingstheorie

Denken nauwkeurig geanalyseerd in zijn verschillende componenten (bvb. perceptie, aandacht, geheugen...)

81
New cards

wat is een negatief punt bij de informatieverwerkingstheorie

componenten worden later niet geïntegreerd in een brede, omvattende theorie over de ontwikkeling van het denken