inspanningsfysiologie H6: selectie van substraten | Quizlet

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/27

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

28 Terms

1
New cards

capaciteit van een energiesysteem

hoeveel mol ATP je met dat energiesysteem kunt recycleren (duur)

2
New cards

vermogen van een energiesysteem

hoeveel ATP/seconde je met dat energiesysteem kunt produceren (topsnelheid/intensiteit)

3
New cards

effecten van training op de capaciteiten van energiesystemen

- toename van de glycogeen voorraad

- toename van de IMCL voorraad

- afname van de perifere vetten

4
New cards

effect van training op de capaciteiten van de energierijke fosfaten

geen

5
New cards

effect training op capaciteit van bloedglucose

geen

6
New cards

effect van training op capaciteit van leverglycogeen

geen

7
New cards

effect van training op capaciteit van spierglycogeen

kunnen de hoeveelheid spierglycogeen substantieel verhogen door glycogeensupercompensatie

8
New cards

effect van training op de capaciteit van IMCL

IMCL gaat in concentratie toenemen, zorgt voor een beter vermogen van de vetoxidatie

9
New cards

effect van training op de capaciteit van perifere vetten

afname in perifeer vet

10
New cards

in rust wordt er in de spier >95% van de energie geleverd door

oxidatie van VVZ

11
New cards

eerste belangrijke drempel in het energiemetabolisme

koolhydraten-drempel/vetdrempel/fatmax

12
New cards

tweede belangrijke drempel in het energiemetabolisme

anaerobe drempel/maximale lactaat steady state

13
New cards

vermogens van de energiesystemen

oxidatie VVZ < oxidatie KH < melkzuur < PCR

14
New cards

derde belangrijke drempel in het energiemetabolisme

PCR-drempel

15
New cards

koolhydraten-drempel/vetdrempel/fat max

hoogst mogelijke intensiteit van inspanning waarbij de ATP-productie in de spiercel nagenoeg uitsluitend kan gebeuren obv de oxidatie van vetten

16
New cards

MLSS

hoogst mogelijke intensiteit van inspanning waarbij de ATP-productie in de spiercel nagenoeg uitsluitend kan gebeuren obv de oxidatieve systemen

17
New cards

PCR-drempel

inspanningsintensiteit waarbij de anaerobe afbraak van koolhydraten dermate geactiveerd wordt dat de buffercapaciteit overschreden wordt, opstapeling van H+ activeert de afbraak van PCR door de creatine-kinase reactie

18
New cards

creatine-kinase reactie

PCR + H+ + ADP <-> ATP + creatine

19
New cards

effect van uithoudingstraining op de KH-drempel

verschuift naar rechts, hoger percentage van de VO2max

20
New cards

effect van uithoudingstraining op de MLSS (anaerobe drempel)

verschuift naar rechts, hoger percentage van de VO2max

21
New cards

mechanismes om prestatievermogen te verbeteren

1) verbeteren VO2max

2) oxidatief vermogen opdrijven

22
New cards

verbeteren van de VO2max dmv

- maximaal hartdebiet te verhogen

- zuurstoftransport capaciteit te verhogen: door hemoglobinemassa te doen stijgen

23
New cards

oxidatief vermogen opdrijven

meer ATP/seconde kunnen produceren obv aeroob metabolisme van vetten en koolhydraten

24
New cards

hoe kunnen we het oxidatief vermogen opdrijven?

- meer en grotere mitochondriën

- hogere concentratie van oxidatieve enzymes in de mitochondriën

- meer capillairen: kortere diffusieafstand, snellere transittijd

25
New cards

verkorten van de diffusieafstand door

- angiogenese: aanmaak nieuwe capillairen

- mitochondriale biogenese: aanmaak extra mitochondriën

26
New cards

twee mechanismen voor een betere zuurstofextractie oiv uithoudingstraining

- afname van de diffusie afstand

- grotere concentratiegradiënt van zuurstof

27
New cards

inspanningen die korter duren maken meer gebruik van het

anaeroob metabolisme

28
New cards

inspanningen die langer duren maken meer gebruik van het

aeroob metabolisme