1/56
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Bruno Amadio (1911 – 1981)
Komt uit Venetië. Gebruik schuilnaam, Giovanni Bragolin. Er was vraag naar bepaalde schilderijen en hij deed dit. Namelijk volksjongens. Door dit te schilderen bracht hij geld binnen, maar hij schaamde zich ervoor, omdat het kitsch was. Deze werden dan natuurlijk niet beschouwd als zijn beste werken.
Faith Ringgold
Ze deed vele dingen zoals
Helen Frankenthaler
Citaat
Jenova Chen
Ze hebben een game ontwikkelt genaamd Flower. In deze game bestuur jij de wind die bloembladen door de lucht blaast. Je verzameld meerdere bladen door dicht bij de bloemen te vliegen. Het is geen traditionele game, de bedoeling is om positieve emoties te wekken bij mensen. Voornamelijk Chen vindt dat een game emoties moet opwekken, meestal is dit beperkt.
Elsa Von Fretag-Loringhoven (1913)
Was kunstenaar en dichter. Terwijl ze onderweg was naar haar huwelijk vond ze een verroeste ring op straat. Toen kwam ze op het idee dat kunst niet altijd met je handen moet gemaakt zijn, maar dat een gevonden voorwerp ook kunst kan zijn. Omdat iemand zei dat het was. Dit was natuurlijk een schokkend idee. Ze deelde een kunstwerk Fountain met Marchel Duchamp.
Sandro Botticeli (1485)
Maakte het bekende schilderij ‘ Geboorte van Venus’.
Nan Goldin
Is een fotograaf en haar bij de representatieve of mimetisch definitie van kunst, omdat het niet ‘realistisch’ moet zijn.
Gustave Courbet (1819 – 1877)
Behoort tot de kunststroming realisme. Volgens hem was hij een centrale figuur in de politieke en artistieke avant-garde. Citaat
Rosa Bonheur (1822 – 1899)
Behoort tot de kunststroming realisme. Dieren staan centraal mensen worden in het achterhoofd gehouden. Ze worden ook als een soort dier beschouwd. Klassieke hiërarchie werd verbroken en dieren werden op een sokkel geplaatst. Net als klassieke partijen ze bestudeerd dieren in haar element.
Edouard Manet (1832 – 1883)
Behoort tot de kunststroming realisme. Hij negeerde het idee dat een schilderij een illusie van de bestaande werkelijkheid bood. Zijn werk had geen boodschap of sentiment. Zondaar tegen de academische regels en normen. Olympia viel niet in de smaak. Omdat een prostitué niet zo mocht afgebeeld worden. Zo zelfzeker en met een slaaf, bloemen en kat.
Claude Monet (1840 – 1926)
Behoort tot de kunststroming impressionisme. Begon als realistische landschapsschilder en plein air. Succes in het Salon. Was verwonderd door het werk van Manet, Constable en Turner. Radicaal zijn stijl toepassen. Namelijk enkel het waarneembare schilderen. Sommige schilderijen bezorgden hem moeilijkheden die hem wanhopig maakte.
Edgar Degas (1834 – 1917)
Behoort tot de kunststroming impressionisme. Wilde nieuwe manieren creëren om de wereld af te beelden. Was financieel onafhankelijk niet per se een behoefte aan een carrière. Nam dus eerder een intellectuele positie aan. Nam niet de principes aan van de stroming. Vooral het licht werd er niet in betrokken. Invloed van fotografie.
Mary Cassatt (1844 – 1926)
Behoort tot de kunststroming impressionisme. Verliet VS om kunst te studeren in Italië en Frankrijk. De opleiding is te conservatief dus gaf ze mee in moderne kunst. Ze deelden voorliefde voor hedendaagse onderwerpen en hielp mee aan nieuwe technieken.
Georgina Houghton (1814 – 1884)
Behoort tot spiritualisme. Ze was medium en kunstenaar, maar stopte met schilderen na de dood van haar zus. Tien jaar later maakte ze aquarellen tijdens seances en de geesten hielpen haar. Had geen doel in haar hoofd. Ze had er wel uitleg bij. Pionier van abstracte kunst en automatisch tekenen. In 1871 werd haar tentoonstelling negatief gezien.
Hilma Af Klimt (1862 – 1944)
Behoort tot spiritualisme. Zweedse kunstenaar die portretten van landschappen maakte. De weg naar abstractie werd haar ingegeven door een geest. Er was onderscheid tussen haar figuratief en abstract werk. Haar abstract werk werd maar zichtbaar gemaakt twintig jaar na haar dood.
Paul Cézanne (1839 – 1906)
Behoort tot postimpressionisme. Had aandacht voor kleur, minder voor lijnen en voorwerpen. Hij deelde een fascinatie voor optische wetenschap. Hij doorbreekt het perspectief en onderzoekt fenomenen zoals stereoscopie. Dit leidde tot experimenten. Kiest vaak voor hetzelfde onderzoek maar is alleen geïnteresseerd in het permanente. Hij schildert lang aan een doek. Streefde naar expressieve eenheid. Hij nam toevalligheden weg en was opzoek naar plastische schoonheid.
Henri Matisse (1869 – 1954)
Behoort tot fauvisme. Fauvisme is er gekomen door een negatieve recensie. Kleur krijgt een zelfstandige rol, niet traditioneel. Kleurgebruik is niet natuurgetrouw. De platheid van het doek wordt benadrukt. Hij vond het impressionisme te vluchtig. Focust op het karakter van het onderwerp, verliest soms de charme. Volgens hem is stabiliteit belangrijker dan charme. De kleuren zijn gemaakt op basis van observatie, aanvoelen en geleefde ervaringen.
Wassily Kandinsky (1866 – 1944)
Leidde Der Blaue Reiter, verbond de kleurschakeringen van Matisse met theosofie. De reden dat hij abstract werkte was, omdat een van zijn werken op zijn kant stond en de werkelijkheid verdween. Ieder detail was spiritueel ingegeven en zat met symboliek.
Kazimir Malevich (1879 – 1935)
Behoort tot suprematisme. Hierin staat het reine voorop. Hij werkte vooral met geometrisch figuren tegen een witte achtergrond. Het eerste schilderij dat niet van iets is gemaakt. Namelijk zwart vierkant dit wordt gezien als nulpunt
Piet Mondriaan (1872 – 1944)
Kunst was voor hem niet esthetische uitdrukking van onze subjectieve gewaarwording, maar voor het hele lichaam. Directe uitdrukking zijn van het universele in ons. Ging samen met andere kunstenaar op zoek naar dit. Ging er van uit dat abstractie door iedereen was begrepen. De uitzuivering gebeurde geleidelijk aan.
Sonia Delaunay (1885 – 1979)
Behoort tot orfisme. Ontdekte abstractie bij het maken van een deken. Werd geïnspireerd door kubisme en levendigheid van het moderne leven. Naast schilderen ontwierp ze ook stoffen, interieurs, keramiek en auto’s.
Vincent Van Gogh (1953 – 1890)
Voorbeeld van de gekwelde kunstenaar. Werkte in een kunsthandel die hem in contact bracht met realistische schilderij over boeren in Parijs. Na ontslag werd hij onderwijzer en predikant. In 1888 ontdekte hij nieuwe kleuren en licht in de natuur. Vlak voor zijn dood woonde hij in het Franse Auvers-sur-Oise, daar was hij productief. Schilderde graag het platte land. Met woorden kan hij niet alles zeggen als met beeld. Experimenteerde met zuivere kleuren. Deze mengde hij op het doek met kleine streepjes. Niet op de werkelijkheid optisch weer te geven, maar om zijn gevoelens over te brengen. Drukte uit wat hij voelde, wilde en anderen zouden voelen door zijn schilderijen. Wou niet per se dat het fotografisch nauwkeurig was. Hij overdreef dingen in functie van expressie. Zijn attitude is subjectief. En zijn persoonlijke visie is van belang.
Paul Gauguin (1848 – 1903)
Was een voormalige effectmakelaar. Hij had alles opgegeven om een artistiek leven te leiden. Beschouwde zichzelf als symbolist. Wilde het onzichtbare weergeven, namelijk de stemming en gevoelens achter het beeld. Leefde in Tahiti en haalde inspiratie uit schilderijen. Emoties waren belangrijker dan intellectueel. Zijn visie staat ver van het impressionisme en formalisme. Heeft kritiek op deze theorie, namelijk dat een unieke focus op de vorm leidt tot inhoudsloze kunst.
James Ensor (1860 – 1949)
Behoort tot symbolisme. Maakte gebruik van maskers. Hij wilde de ware, maar verborgen gelaat en boosaardige figuren openbaar maken.
Frida Kahlo
Lijken op geschilderde collages van symbolen. Elk symbool op haar schilderij vertelt iets persoonlijks over haar leven. Ze uitte haar individuele visie, daarom behoort ze tot symbolisten.
Tristan Tzara (1918)
Behoort tot het dada manifesto. Dat zegt dat schoonheid dood is. Een kunstwerk is niet mooi voor iedereen. Kritiek erop is dan ook nutteloos. Voor nihilisme is er geen ultieme waarheid die kenbaar is, tegenstrijdig zijn en mensen overtuigen zijn weinig van belang. Voor psychoanalyse is zelfkennis onmogelijk. Kunst is tegen het idee van expressie, het genie – concept, snobisme en heeft geen hoger doel.
Marchel Duchamp
Werd geaccepteerd, maar niet opgesteld in society of independent artists. Gefotografeerd in de studio van Alfred Stieglitz. Het origineel was kwijt geraakt, dus werden 16 replica’s goedgekeurd. Er is een debat over wie de kunstenaar is. Ze daagden het begrip kunst uit. Behoort tot conceptuele kunst.
Lee Krasner
Behoort tot abstract expressionisme. Ze gelooft niet dat je alles kan tonen in een stijl of doek. Dus probeerde ze meerdere dingen uit. Je staat psychologisch stil terwijl mensen altijd evolueren.
Jackson Pollock (1912 – 1956)
Behoort tot abstract expressionisme. Geïnspireerd door therapeut Carl Gustav. Onbewuste oervormen in het collectieve onderbewuste van de mens. Hij hoopte dat zijn schilderijen toegang verlenen tot moderne reacties op de moderne wereld. Door surrealistische automatische schriftuur. Schildert op de vloer in plaats van ezel, omdat hij letterlijk in zijn schilderij kan zitten.
Matk Rothko (1903 – 1970)
Komt uit Rusland in 1913. Politiek en sociaal geëngageerd. Vroeg realistisch werk toonde de eenzaamheid in de stad. Grote afschuw voor de commercialisering van de wereld. Zijn werken zijn bijna gebaarloos. De actie is niet zichtbaar. Hij plaatst grote gebieden van smeltende kleuren naast elkaar die schijnbaar parallel aan het beeldvlak zweven in een onbepaalde ruimte. Hij probeerde van zijn schilderijen ervaringen van tragedie te maken, als basisvoorwaarden voor het bestaan. Het doel van zijn werk was om de essentie van het universele menselijke drama tot uitdrukking brengen. Hij maakte grote schilderijen omdat je er dan middenin kon zitten.
Ad Reinhardt (1913 – 1967)
Advocaat van de autonomie van de kunst. Kunst als kunst in zijn motto. Het gebruiken van een ander doel of andere waarde. Het enige gevecht in de kunst is tussen ware en valse kunst. Abstracte kunst heeft zijn eigen integriteit, niet die van iemand anders. Abstracte schilderkunst niet zomaar een beweging, maar universele schilderkunst. Geen andere stijl is afstandelijk genoeg. Is geen expressionist.
Sarah Bernhardt (1844 – 1923)
Franse toneelspeler en actrice die haar persoonlijk leven vooraan zet. Eerst bekende vrouw. Een icoon in de art nouveau haar imago was verbonden aan producten.
Victor Horta (1861 – 1947)
Behoort tot art nouveau. Veel oog voor decoratie en architectuur. Gebruik van moderne materialen, zoals staal en glas. Nieuw ruimtegevoel door gebruik van interieur.
Jan Toorop (1858 – 1928)
Behoort tot art nouveau. Kunst die expliciet decoratief wil zijn. Was een totaalkunstenaar. Maakte veel verschillende dingen. Inspiratiebron voor Gustav Klimt.
Gustav Klimt (1918 – 1982)
Er is een spanningsveld tussen vernieuwing en behoudzucht. Onderzocht de decoratieve mogelijkheden van de schilderkunst. Studie van botanische vormen en illustraties van diepzee – organismen. De platheid van zijn werken in een moderne eigenschap. Gebruikt graag bladgoud.
Bauhaus (1919 – 1933)
Behoort tot de stijl. Ontwerpacademie opgericht door Weimar. Hij was filosoof. Bepaalde manier van leven, denken en protest tegen conservatieve karakter van kunstacademies en een pleidooi voor het versterken van de band tussen kunst en leven. Was tegen onderscheid van kunst en ambacht.
Luigi Russolo
Behoort tot het futurisme. Schoonheid in de moderne, industriële samenleving ontdekken. Eenheid van leven en kunst.
Nam June Paik
Pionier videokunst. Gebruikte niet enkel video, maar ook televisies op zich als onderdeel van zijn kunst. Zo creëerde hij de eerste video-installaties. TVGarden is een grootschalige installatie bestaande uit veertig televisietoestellen die op de grond liggen te midden van vele tropische planten, terwijl een video van Global Groove wordt afgespeeld op de schermen van de televisietoestellen.
Bruce Nauman
Kunst werd meer een activiteit dan een product. Twee acteurs brengen dezelfde tekst met verschillende emoties. Ondanks de ongecompliceerde lezing van de eenvoudige tekst, suggereren het directe oogcontact van de acteurs met de camera en de toenemende emotionele intensiteit van hun voordracht samen eerder agressie dan educatie. Aantrekkingskracht en afstoting evenzeer om de kijker te storen en te desoriënteren.
Pipilotti Rist
Behoort tot videokunst. In 1986 werd ze bekend met haar afstudeervideo waarin ze zelf dansend als een marionet te zien is. In 1992 werd ze internationaal bekend met de video waarin ze seks op vrouwelijke intuïtieve manier verbeeldt. Haar videowerk werd steeds immersiever
Tracey Emin
Behoort tot videokunst. Ze gebruikt haar emotionele leven als bron van haar kunst. Dit neemt de vorm aan van verhalen van traumatische gebeurtenissen in combinatie met de directe uiting van gevoelens.
Shirin Neshat
Behoort tot videokunst. Rapture bestaat uit twee films die tegenover elkaar worden afgespeeld. De toeschouwer moet haar positie aanpassen om de films te kunnen zien. Er zijn twee parallelle verhalen
Bill Viola
Behoort tot videokunst. The Raft toont een groep gewone mensen die bij elkaar staan. Plotseling worden ze getroffen door sterke waterstralen die naar binnen stromen. In de nasleep van de zondvloed kruipen de slachtoffers bij elkaar, zoeken bescherming en helpen ze degenen die zijn gevallen. De kijker ervaart deze gebeurtenis in een meeslepende setting, staande in een verduisterde kamer en omringd door de brullende geluiden van het water. Nauwkeurig vastgelegd in slow-motion, wekt een diepgewortelde ervaring op van menselijke rampspoed en gedeelde menselijkheid.
Krzysztof Wodiczko
Behoort tot videokunst. In deze projectie die werd getoond in New York, werden de stemmen en beelden van veteranen uit Vietnam, Irak en Afghanistan geprojecteerd op het standbeeld van de Amerikaanse president Abraham Lincoln. Ze zijn symbolische status toe-eigenden, terwijl het standbeeld hun morele autoriteit verleende. Het monument werd een medium waarmee de veteranen hun ervaringen in de openbare ruimte deelden.
Gutai (1954 – 1972)
Behoort tot performance art. Voorloper van Performance art. Het woord betekent ‘belichaming’ of ‘concreet’. De eerste kunstenaars creëerden werken die vooruitliepen op abstract expressionisme, fluxus, performance art en conceptuele kunst. Het lichaam en de mogelijkheden van het lichaam als medium binnen de kunsten werden onderzocht. Net zoals bij dada en neo-dada werden traditionele ideeën over kunst in vraag gesteld.
Shiraga
Behoort tot performance art. Challinging Mud is een performance. Hij stuwt zichzelf door een stapel vormeloze natte modder in een buitententoonstelling. Het publiek werd betrokken bij de actie
Tanaka
Behoort tot performance art. De Electric Dress is gemaakt van elektrische draden en honderden gekleurde neonlampen. De jurk is de traditionele Japanse kimono voor het huwelijk gecombineerd met technologie. Ze droeg dit werk op tentoonstellingen en liep door de tentoonstellingshal. Ze wou als kunstenaar zou dicht mogelijk bij de materialen komen die ze gebruikte. Haar presentatie van traditionele vrouwelijke mode binnen een hedendaags medium kan ook gezien worden als een voorloper van feministische kunst.
Allan Kaprow (1927 – 2006)
Behoort tot performance art. Bouwt voor op Jackson Pollock het gaat om de actie, niet enkel om het eindresultaat. Het dichten van de afstand tussen kunstenaar en kunstwerk. Kunst moet vluchtig zijn. Begonnen als evenementen met een beperkt script, waarbij het publiek en de artiesten aanwijzingen volgden. Er was geen gestructureerd begin, midden of einde. Het is participatief en interactief de muur tussen kunstenaar en publiek moest worden afgebroken
Yoko One
Behoort tot performance art. Cut piece is een vorm van geven, geven en nemen. Het was een soort kritiek op kunstenaars, die altijd geven wat ze willen geven. Inzetten van het lichaam van de kunstenaar. Live actie. Interactie met de samenleving. Niet expressief. Grote rol voor het toeval. Moeilijk commercialiseerbaar.
Weens Aktionisme (1960 – 1971)
Behoort tot performance art. Anti-estheticisme
Otto Muehl
Behoort tot performance art. Piss Aktion
Marina Abramovic
Behoort tot performance art. Samen met Ulay. Zelfbeschadiging en mentaal en fysiek uithoudingsvermogen staan centraal. Ze gaat heel extreem en bekijkt hoe ver mensen zullen gaan.
Francis Alÿs
Behoort tot performance art. Was Belg en opgeleid als architect. Ging naar Mexico de heropbouw van de stad na een grote aardbeving en vestigde zich daar uiteindelijk. Hij tast de grens af tussen poëzie en politiek. Hanteert veel artistieke media zoals fotografie, schilderkunst, performance art, videokunst en participatieve kunst. Wandelen en herhaling staan centraal in zijn werk. Voor dit werk kocht Alÿseen pistool in Mexico-Stad en liep toen met het wapen in zijn hand door de straten van de stad. Na elf minuten werd hij gearresteerd door de politie. De volgende dag herhaalde hij de actie, dit keer in samenwerking met de politie. Door een verslag van deze dramatische actie te presenteren naast beelden van de re-enactment, vervaagt Alÿsde grenzen tussen documentatie en fictie. Dit werk stelt het concept authenticiteit in vraag en laat zien "hoe media de onmiddellijke realiteit van een moment kunnen vervormen en dramatiseren", zei de kunstenaar.
Anthony Gormley
Behoort tot performance art. Het voorstel One & Other, was om de Vierde Plint 100 opeenvolgende dagen, 24 uur per dag, te laten bezetten door leden van het publiek die er vrijwillig een uur per keer op zouden staan.
Andy Warhol (1928 – 1987)
Ouders emigreerden uit Tsjechoslowakije. Was verlegen en vaak ziek. Had een uitzonderlijk tekentalent en ging naar de kunstacademie. Verhuisde naar New York en werkte als illustrator voor magazines niet vies van commercieel werk. Minder opdrachten De meesten trachten dit verleden te verbergen, maar Andy Warhol niet. Ook nadat hij bekend werd, bleef hij commerciële afbeeldingen maken. Commerciële als beeldende kunstwerken. Uiteindelijk werd hij zijn eigen merk. Soepblikken in 1962. Het doel was om de expositieruimte te laten lijken op een kruidenierszaak. Warhol gebruikte commerciële beeldtaal om een zo groot mogelijk publiek te bereiken. Warhol was dan ook zeer lovend over massaproductie en consumentisme. In 1962 had een vriend van Warhol een tip voor de ontluikende popartiest. Er is genoeg leven in je kunst, het is tijd voor een beetje dood. Deze serie heeft als onderwerp auto-ongelukken, zelfmoorden, elektrische stoelen en zelfs bedorven blikjes tonijn. Warhol eigende zich bronmateriaal toe uit kranten en fotoarchieven van politie en gebruikte de zeefdruk als een middel om deze lugubere beelden mechanisch te herhalen over brede stukken canvas. Of Warhol de dreigende inhoud van deze foto's via herhaling wilde intensiveren of afzwakken, is een open vraag. Verheerlijking van maatschappijkritiek en consumptie.
Jeff Koons (1955)
Zoekt heel gericht het grote publiek op door vaak te verschijnen in magazines en TV. Deze promotie van zijn werk is niet cynisch bedoeld, maar kan gezien worden als een reflectie over hoe kunst functioneert binnen de populaire cultuur. Koons daagt kritische praktijken uit
Birnbaum
Amerikaanse huishoudens keken eind jaren zeventig gemiddeld meer dan zes uur televisie per dag. Rond die tijd begon Birnbaum te werken met beelden uit televisie-uitzendingen. Ze hermonteerdemateriaal uit het populaire programma Wonder Womanom te benadrukken hoe massamedia heroïsche en triviale afbeeldingen van vrouwen afwisselen.