1/33
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Welke soorten kwalitatieve interviews zijn er?
Face-to-face → kost veel tijd, grote opbrengst
Telefonisch → weinig tijd, info mist
Online →winig tijd, info mist, minder controle
Go-along → meer dynamisch, op meerdere wijzen informatief, maar lastig te managen
Etnografisch
Hoe ziet het vraag-antwoordmodel interview (Tourangeau) er globaal uit?
Vraag wordt gesteld
Comprehension
Retrieval
Judgment
Response
Interviewer faciliteert dit proces
Wat is het doorknob effect?
Geïnterviewde deelt op het laatste moment nog even belangrijke/waardevolle info
Wanneer/waarom gebruik je kwalitatieve interviews?
Je zoekt naar ervaringen
Je zoekt naar individuele visies
Wat houdt een focusgroep globaal in?
Is dus géén groepsinterview
Je bent geïnteresseerd in interactie tussen deelnemers
Participanten luisteren, reflecteren en denken na over eigen standpunt
Groepssamenstelling focusgroepen:
Heterogeen/homogeen
Vreemden, bekenden, bestaande groepen
Grootte van de groep = afhankelijk van:
Onderwerp
Sensitiviteit en complexiteit
Breedte & diepte van de discussie
Populatie betrokken bij het onderzoek
Fasen tijdens een focusgroep:
Intro + basisregels
Individuele introducties
Openingstopic
Discussie
Afronding discussie
Verschillende vormen van focusgroepen:
Dual moderator → beide moderatoren eigen taken
Two-way → 2 subgroepen discussiëren en luisteren afwisselend
Dueling moderator → 2 moderatoren brengen de discussie op gang door een voorbeeld te geven
Respondent moderator → één van de respondenten is moderator
Online focusgroepen → chatroom focusgroups (Teams gesprek) of bulletin board focusgroups (forum, langere periode online)
Dual moderator focusgroep:
Beide moderatoren hebben eigen taken
Two-way focusgroep:
2 subgroepen discussiëren en luisteren afwisselend
Dueling moderator focusgroep:
2 moderatoren brengen de discussie op gang door het voorbeeld te geven
Waarom focusgroepen?
Wanneer er potentieel veel stakeholders zijn
Discussie is mogelijk over rol en invloed
Leren van gesprekken/discussies
Probes (van minst specifiek naar meest specifiek):
Dit is een elicitatiemethode; manier om duidelijk te maken dat je meer wilt horen
Stilte
Ongerichte aanmoediging (yes, ok, uhuh)
Vragen naar uitweiding
Vragen naar uitleg
Reflectie, interpretatie, samenvatten
Prompts (soorten):
Nieuw onderwerp introduceren
Open vragen
Clarifying
Doorvragen
Reflectieve
Stille
Stimulerende
Eliciterende materialen:
Vignetten → korte scenario’s over fictieve personages/gebeurtenissen
Bestaande data
Gemaakte data
Topic list:
Outline van hoofdvragen, subonderwerpen, prompts en probes:
Scope creep:
Ongewild de focus verleggen
Observaties soorten:
Participerend vs niet participerend
Overt vs covert
Systematisch vs niet-systematisch
Typen observatie (rol van de onderzoeker):
Complete participant
Participant observer
Observer
Covert observer
Reactiviteit:
Participanten gedragen zich anders ivm de aanwezigheid van de onderzoeker
Ook wel Hawthorne effect
Naturalisatie:
Participanten vertonen na een tijdje weer hun normale gedrag, ondanks aanwezigheid van de onderzoeker
Going native:
Onderzoeker heeft te nauw contact met participanten en verliest rol uit het zicht
Vooral bij etnografisch onderzoek
Subjectivity statement:
Wat breng jij als onderzoeker mee naar het onderzoek?
Fixed positions
Subjective positions
Wat observeer je allemaal?
Primary observations → dag, tijd, locatie, actoren, gebeurtenissen
Secundary observations → opmerkingen over gedane observaties door anderen
Experiental data → over eigen gevoelens, emoties, reflecties
Circumstantial & background data → over de organisatie en (niet direct observeerbare) normen
Wanneer observaties?
Onderzoek naar gewoontes/gedrag
Onderzoek naar toegankelijke situaties
Bestaande data:
Macro-sociale fenomenen
Historisch onderzoek
Societal blind spots
Toegankelijkheid van bestaande data:
Publieke data → websites, kranten, openbare vergaderingen
Met toestemming → archieven, correspondentie met stakeholders, notulen vergadering
Privé → interne correspondentie, persoonlijke foto’s, dagboeken
Inhoud bestaande data:
Manifest → direct zichtbaar, objectief, duidelijk, beschrijvend
Latent → interpretatie is nodig van onderliggende componenten, diepere betekenis
Wanneer gebruik je bestaande data?
Onderzoek naar feitelijke weergave (dus niet wat mensen ervan vinden)
Onderzoek naar media
Etnografisch onderzoek:
Past bij culturele/medische antropologie
Onderzoek in de levenswereld van onderwerpen → emic (insider) pov
Per definitie methode-triangulatie:
Participerende observatie
Interviews
Focusgroep/bestaande data
Gatekeeper:
Degene die je toegang kan verlenen/ontzeggen tot de onderzoekssituatie
Key-informant:
Centrale persoon in de onderzoekssituatie, vaak hoog aanzien van de populatie
Rol als onderzoeker bij etnografisch onderzoek:
Onderwerp afbakenen is lastig
Opgaan in bepaalde cultuur/organisatie → extra bewustzijn van eigen identiteit, culturele achtergrond, normen, waarden
Interpretatie van mensen & gedrag → gestuurd door eigen identiteit. → vraagt om reflexiviteit
Rapport = extra belangrijk
Ethische afwegingen
Kwaliteit van etnografisch onderzoek:
Reflexiviteit = belangrijk
Lange betrokkenheid = belangrijk
Ethische aspecten:
Niet doorvertellen wat je toevertrouwd wordt
Grenzen voor jezelf → wel in favela wonen, geen jongeren met wapens betrekken)