TOE Kwali HC 1 - Dataverzameling

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/33

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 6:52 PM on 2/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

34 Terms

1
New cards

Welke soorten kwalitatieve interviews zijn er?

  • Face-to-face → kost veel tijd, grote opbrengst

  • Telefonisch → weinig tijd, info mist

  • Online →winig tijd, info mist, minder controle

  • Go-along → meer dynamisch, op meerdere wijzen informatief, maar lastig te managen

  • Etnografisch

2
New cards

Hoe ziet het vraag-antwoordmodel interview (Tourangeau) er globaal uit?

  • Vraag wordt gesteld

  • Comprehension

  • Retrieval

  • Judgment

  • Response
    Interviewer faciliteert dit proces

3
New cards

Wat is het doorknob effect?

Geïnterviewde deelt op het laatste moment nog even belangrijke/waardevolle info

4
New cards

Wanneer/waarom gebruik je kwalitatieve interviews?

  • Je zoekt naar ervaringen

  • Je zoekt naar individuele visies

5
New cards

Wat houdt een focusgroep globaal in?

  • Is dus géén groepsinterview

  • Je bent geïnteresseerd in interactie tussen deelnemers

  • Participanten luisteren, reflecteren en denken na over eigen standpunt

6
New cards

Groepssamenstelling focusgroepen:

  • Heterogeen/homogeen

  • Vreemden, bekenden, bestaande groepen

  • Grootte van de groep = afhankelijk van:

    • Onderwerp

    • Sensitiviteit en complexiteit

    • Breedte & diepte van de discussie

    • Populatie betrokken bij het onderzoek

7
New cards

Fasen tijdens een focusgroep:

  • Intro + basisregels

  • Individuele introducties

  • Openingstopic

  • Discussie

  • Afronding discussie

8
New cards

Verschillende vormen van focusgroepen:

  • Dual moderator → beide moderatoren eigen taken

  • Two-way → 2 subgroepen discussiëren en luisteren afwisselend

  • Dueling moderator → 2 moderatoren brengen de discussie op gang door een voorbeeld te geven

  • Respondent moderator → één van de respondenten is moderator

  • Online focusgroepen → chatroom focusgroups (Teams gesprek) of bulletin board focusgroups (forum, langere periode online)

9
New cards

Dual moderator focusgroep:

Beide moderatoren hebben eigen taken

10
New cards

Two-way focusgroep:

2 subgroepen discussiëren en luisteren afwisselend

11
New cards

Dueling moderator focusgroep:

2 moderatoren brengen de discussie op gang door het voorbeeld te geven

12
New cards

Waarom focusgroepen?

  • Wanneer er potentieel veel stakeholders zijn

  • Discussie is mogelijk over rol en invloed

  • Leren van gesprekken/discussies

13
New cards

Probes (van minst specifiek naar meest specifiek):

Dit is een elicitatiemethode; manier om duidelijk te maken dat je meer wilt horen

  • Stilte

  • Ongerichte aanmoediging (yes, ok, uhuh)

  • Vragen naar uitweiding

  • Vragen naar uitleg

  • Reflectie, interpretatie, samenvatten

14
New cards

Prompts (soorten):

Nieuw onderwerp introduceren

  • Open vragen

  • Clarifying

  • Doorvragen

  • Reflectieve

  • Stille

  • Stimulerende

15
New cards

Eliciterende materialen:

  • Vignetten → korte scenario’s over fictieve personages/gebeurtenissen

  • Bestaande data

  • Gemaakte data

16
New cards

Topic list:

Outline van hoofdvragen, subonderwerpen, prompts en probes:

17
New cards

Scope creep:

Ongewild de focus verleggen

18
New cards

Observaties soorten:

  • Participerend vs niet participerend

  • Overt vs covert

  • Systematisch vs niet-systematisch

19
New cards

Typen observatie (rol van de onderzoeker):

  • Complete participant

  • Participant observer

  • Observer

  • Covert observer

20
New cards

Reactiviteit:

Participanten gedragen zich anders ivm de aanwezigheid van de onderzoeker

  • Ook wel Hawthorne effect

21
New cards

Naturalisatie:

Participanten vertonen na een tijdje weer hun normale gedrag, ondanks aanwezigheid van de onderzoeker

22
New cards

Going native:

Onderzoeker heeft te nauw contact met participanten en verliest rol uit het zicht

  • Vooral bij etnografisch onderzoek

23
New cards

Subjectivity statement:

Wat breng jij als onderzoeker mee naar het onderzoek?

  • Fixed positions

  • Subjective positions

24
New cards

Wat observeer je allemaal?

  • Primary observations → dag, tijd, locatie, actoren, gebeurtenissen

  • Secundary observations → opmerkingen over gedane observaties door anderen

  • Experiental data → over eigen gevoelens, emoties, reflecties

  • Circumstantial & background data → over de organisatie en (niet direct observeerbare) normen

25
New cards

Wanneer observaties?

  • Onderzoek naar gewoontes/gedrag

  • Onderzoek naar toegankelijke situaties

26
New cards

Bestaande data:

  • Macro-sociale fenomenen

  • Historisch onderzoek

  • Societal blind spots

27
New cards

Toegankelijkheid van bestaande data:

  • Publieke data → websites, kranten, openbare vergaderingen

  • Met toestemming → archieven, correspondentie met stakeholders, notulen vergadering

  • Privé → interne correspondentie, persoonlijke foto’s, dagboeken

28
New cards

Inhoud bestaande data:

  • Manifest → direct zichtbaar, objectief, duidelijk, beschrijvend

  • Latent → interpretatie is nodig van onderliggende componenten, diepere betekenis

29
New cards

Wanneer gebruik je bestaande data?

  • Onderzoek naar feitelijke weergave (dus niet wat mensen ervan vinden)

  • Onderzoek naar media

30
New cards

Etnografisch onderzoek:

  • Past bij culturele/medische antropologie

  • Onderzoek in de levenswereld van onderwerpen → emic (insider) pov

  • Per definitie methode-triangulatie:

    • Participerende observatie

    • Interviews

    • Focusgroep/bestaande data

31
New cards

Gatekeeper:

Degene die je toegang kan verlenen/ontzeggen tot de onderzoekssituatie

32
New cards

Key-informant:

Centrale persoon in de onderzoekssituatie, vaak hoog aanzien van de populatie

33
New cards

Rol als onderzoeker bij etnografisch onderzoek:

  • Onderwerp afbakenen is lastig

  • Opgaan in bepaalde cultuur/organisatie → extra bewustzijn van eigen identiteit, culturele achtergrond, normen, waarden

  • Interpretatie van mensen & gedrag → gestuurd door eigen identiteit. → vraagt om reflexiviteit

  • Rapport = extra belangrijk

  • Ethische afwegingen

34
New cards

Kwaliteit van etnografisch onderzoek:

  • Reflexiviteit = belangrijk

  • Lange betrokkenheid = belangrijk

  • Ethische aspecten:

    • Niet doorvertellen wat je toevertrouwd wordt

    • Grenzen voor jezelf → wel in favela wonen, geen jongeren met wapens betrekken)

Explore top flashcards

flashcards
Dutch B vocab
275
Updated 758d ago
0.0(0)
flashcards
Ecology Test 2025-2026 :D
20
Updated 135d ago
0.0(0)
flashcards
Psych. Chapter 13
38
Updated 1162d ago
0.0(0)
flashcards
Health assessment notes (1)
33
Updated 750d ago
0.0(0)
flashcards
(cz. 2) Historyzm, realizm
28
Updated 404d ago
0.0(0)
flashcards
Cell Vocabulary
21
Updated 1202d ago
0.0(0)
flashcards
Dutch B vocab
275
Updated 758d ago
0.0(0)
flashcards
Ecology Test 2025-2026 :D
20
Updated 135d ago
0.0(0)
flashcards
Psych. Chapter 13
38
Updated 1162d ago
0.0(0)
flashcards
Health assessment notes (1)
33
Updated 750d ago
0.0(0)
flashcards
(cz. 2) Historyzm, realizm
28
Updated 404d ago
0.0(0)
flashcards
Cell Vocabulary
21
Updated 1202d ago
0.0(0)