1/37
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Inwendig milieu
Deel van het lichaam dat pas kan worden bereikt nadat een celmembraan is gepasseerd
Uitwendig milieu
Omgeving buiten het lichaam en delen in het lichaam waarvoor geen celmembraan hoeft te worden gepasseerd
Lichaamsvreemd
Stoffen of cellen die niet in je lichaam thuishoren
Lichaamseigen
Stoffen of cellen die door je lichaam worden gemaakt
Huid
Ziekte verwekkers en schadelijke stoffen moeilijk binnen dringen
Slijmvliezen
Zorgen ervoor bij openingen in het lichaam voor dat ziekteverwekkers moeilijk kunnen binnendringen
Melanocyten
Melanocyten in de kiemkracht produceren pigment melamine dat beschermt tegen uv straling
Mechanische afweer
Fysieke aanpassingen om indringers buiten te houden
Chemische afweer
Het gebruik van stoffen om indringers buiten te houden
Infectie
Wanneer ziekteverwekkers je lichaam binnendringen en zich daar vermenigvuldigen
Ziekteverwekkers
Virussen, bacteriën, schimmels en dieren
Antibiotica
Medicijnen die bacteriën doden of hun groei remmen
Virussen zijn geen organismen
Bestaan uit een streng DNA met daaromheen een eiwitmantel, kunnen alleen overleven en voortplanten in een gastheercel
De aangeboren afweer (niet specifieke)
Gericht tegen verschillende ziekteverwekkers
Fagocyten (aangeboren afweer)
Insluiting en vertering van ziekteverwekkers
Macrofagen
Maken binnendringende ziekteverwekkers binnen enkele minuten na binnenkomst onschadelijk door ze te fagocyteren en te verteren
koorts
Een verhoogde lichaamstemperatuur versnelt de afweerreacties van het lichaam
Granulocyten
Fagocyteren ziekteverwekkers die het lichaam binnen gedronken zijn en sterven dan af waardoor etter of pus onstaat
Mestcellen
Witte bloedcellen die zich vooral bevinden in de weefsels van de huid en slijmvliezen
Histamine
Wordt afgegeven door mestcellen dat zorgt voor verwijding van bloedvaten zodat andere witte bloedcellen snel de plaats kunnen bereiken, de afgifte van histamine leidt tot zwelling warmte en roodheid van de weefsels
Specifieke afweer
Gericht tegen één type ziekteverwekker en komt langzaam op gang
Antigenen
Grote moleculen meestal eiwitten die zich bevinden op celmembraan
Lymfocyten
Stamcellen in het rode beenmerg. B-cellen ontwikkelen zich in het beenmerg en T-cellen in de thymes. Hierna komen de lymfocyten vooral terecht in de lymfeknopen en milt
APC
Macrofaag met een antigeen op een receptor op hun celmembraan
T-cellen
Binden aan antigeen van APC en vernietigen de cel
B-cellen
Bindt aan antigeen van APC of wordt geactiveerd door stoffen uit T cellen, vermenigvuldigt zich en dan ontwikkelen in plasmacellen die antistoffen tegen de ziekteverwekker produceren
Geheugencellen
Herkennen de antigenen en maken ze onschadelijk
Allergenen
Antigenen die voorkomen op onschadelijke stoffen en allergische reacties kunnen veroorzaken
Incubatietijd
De tijd tussen besmetting en de eerste ziekteverschijnselen
Primaire reactie
De antistofvorming na de eerste besmetting met het antigeen van de ziekteverwekker
Secundaire reactie
De antistofvorming na de tweede besmetting met hetzelfde antigeen. Het organisme is immuun en heeft meestal geen symptomen
Actieve immuniteit
Door vaccinatie, de persoon vormt zelf antistoffen en geheugencellen
Passieve immuniteit
Ingespoten antistoffen, de persoon zelf vormt geen antistoffen en geheugencellen de immuniteit is dus tijdelijk
HLA-systeem
Eiwitten op celmembraan voor de herkenning van lichaamseigen en lichaamsvreemde cellen
Afstotingsreactie
Eiwitten op membranen van donorcellen worden herkend als antigenen en worden vernietigd
Resuspositief
Bloed bevat resusantigeen
Resusnegatief
Bloed bevat geen resusantigeen en kan antiresus bevatten
Resusnegatieve moeder die zwanger is van resuspositief kind
Na de bevalling vormt de moeder antiresus. Tijdens de volgende zwangerschap worden de bloedcellen van resuspositief kind afgebroken. Door toediening van antiresus in de moeder wordt dat tegen gegaan