Afweer

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/37

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:14 AM on 3/14/25
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

38 Terms

1
New cards

Inwendig milieu

Deel van het lichaam dat pas kan worden bereikt nadat een celmembraan is gepasseerd

2
New cards

Uitwendig milieu

Omgeving buiten het lichaam en delen in het lichaam waarvoor geen celmembraan hoeft te worden gepasseerd

3
New cards

Lichaamsvreemd

Stoffen of cellen die niet in je lichaam thuishoren

4
New cards

Lichaamseigen

Stoffen of cellen die door je lichaam worden gemaakt

5
New cards

Huid

Ziekte verwekkers en schadelijke stoffen moeilijk binnen dringen

6
New cards

Slijmvliezen

Zorgen ervoor bij openingen in het lichaam voor dat ziekteverwekkers moeilijk kunnen binnendringen

7
New cards

Melanocyten

Melanocyten in de kiemkracht produceren pigment melamine dat beschermt tegen uv straling

8
New cards

Mechanische afweer

Fysieke aanpassingen om indringers buiten te houden

9
New cards

Chemische afweer

Het gebruik van stoffen om indringers buiten te houden

10
New cards

Infectie

Wanneer ziekteverwekkers je lichaam binnendringen en zich daar vermenigvuldigen

11
New cards

Ziekteverwekkers

Virussen, bacteriën, schimmels en dieren

12
New cards

Antibiotica

Medicijnen die bacteriën doden of hun groei remmen

13
New cards

Virussen zijn geen organismen

Bestaan uit een streng DNA met daaromheen een eiwitmantel, kunnen alleen overleven en voortplanten in een gastheercel

14
New cards

De aangeboren afweer (niet specifieke)

Gericht tegen verschillende ziekteverwekkers

15
New cards

Fagocyten (aangeboren afweer)

Insluiting en vertering van ziekteverwekkers

16
New cards

Macrofagen

Maken binnendringende ziekteverwekkers binnen enkele minuten na binnenkomst onschadelijk door ze te fagocyteren en te verteren

17
New cards

koorts

Een verhoogde lichaamstemperatuur versnelt de afweerreacties van het lichaam

18
New cards

Granulocyten

Fagocyteren ziekteverwekkers die het lichaam binnen gedronken zijn en sterven dan af waardoor etter of pus onstaat

19
New cards

Mestcellen

Witte bloedcellen die zich vooral bevinden in de weefsels van de huid en slijmvliezen

20
New cards

Histamine

Wordt afgegeven door mestcellen dat zorgt voor verwijding van bloedvaten zodat andere witte bloedcellen snel de plaats kunnen bereiken, de afgifte van histamine leidt tot zwelling warmte en roodheid van de weefsels

21
New cards

Specifieke afweer

Gericht tegen één type ziekteverwekker en komt langzaam op gang

22
New cards

Antigenen

Grote moleculen meestal eiwitten die zich bevinden op celmembraan

23
New cards

Lymfocyten

Stamcellen in het rode beenmerg. B-cellen ontwikkelen zich in het beenmerg en T-cellen in de thymes. Hierna komen de lymfocyten vooral terecht in de lymfeknopen en milt

24
New cards

APC

Macrofaag met een antigeen op een receptor op hun celmembraan

25
New cards

T-cellen

Binden aan antigeen van APC en vernietigen de cel

26
New cards

B-cellen

Bindt aan antigeen van APC of wordt geactiveerd door stoffen uit T cellen, vermenigvuldigt zich en dan ontwikkelen in plasmacellen die antistoffen tegen de ziekteverwekker produceren

27
New cards

Geheugencellen

Herkennen de antigenen en maken ze onschadelijk

28
New cards

Allergenen

Antigenen die voorkomen op onschadelijke stoffen en allergische reacties kunnen veroorzaken

29
New cards

Incubatietijd

De tijd tussen besmetting en de eerste ziekteverschijnselen

30
New cards

Primaire reactie

De antistofvorming na de eerste besmetting met het antigeen van de ziekteverwekker

31
New cards

Secundaire reactie

De antistofvorming na de tweede besmetting met hetzelfde antigeen. Het organisme is immuun en heeft meestal geen symptomen

32
New cards

Actieve immuniteit

Door vaccinatie, de persoon vormt zelf antistoffen en geheugencellen

33
New cards

Passieve immuniteit

Ingespoten antistoffen, de persoon zelf vormt geen antistoffen en geheugencellen de immuniteit is dus tijdelijk

34
New cards

HLA-systeem

Eiwitten op celmembraan voor de herkenning van lichaamseigen en lichaamsvreemde cellen

35
New cards

Afstotingsreactie

Eiwitten op membranen van donorcellen worden herkend als antigenen en worden vernietigd

36
New cards

Resuspositief

Bloed bevat resusantigeen

37
New cards

Resusnegatief

Bloed bevat geen resusantigeen en kan antiresus bevatten

38
New cards

Resusnegatieve moeder die zwanger is van resuspositief kind

Na de bevalling vormt de moeder antiresus. Tijdens de volgende zwangerschap worden de bloedcellen van resuspositief kind afgebroken. Door toediening van antiresus in de moeder wordt dat tegen gegaan