1/18
Deze flashcards bevatten belangrijke termen en definities met betrekking tot de translatie in genexpressie.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Genetische code
De chemische informatie (basenvolgorde) afkomstig uit DNA die de primaire structuur van eiwitten bepaalt
tRNA
Transfer RNA, een adapter molecuul dat aminozuren in lijn brengt met de volgorde gespecificeerd door mRNA.
Een specifiek tRNA molecuul bevat in zijn 3 nucleotidesequentie 3 ribonucleotiden die complementair zijn aan het codon = anticodon.
Ander deel is is covalent gebonden aan het AZ
Structuur tRNA
1) Klaverbladmodel: vormen gepaarde stengels & ongepaarde lusen een secundaire structuur → rangschikking tot gebieden met basenparing ontstaan
2) Driedimensionale structuur tRNA: de antivodonlus en AZ-bindingsplaats worden gelokaliseerd.
Wobble hypothese
Degeneratiepatroon in de gehele codon → wobble-hypothese = de eerste 2 ribonucleotiden van een tripletcodon zijn vaan belangrijker dan het 3de ribonucleotide voor het aantrekken van het juste AZ
waterstofbinding op 3de mRNA positie minder ruimtelijk beperkt + hoeft niet strict de gevolgde baspenparing te volgen!
Initiatiecodon
Het startcodon AUG, dat methionine specificeert.
Polypeptide
Een keten van aminozuren die wordt gevormd tijdens de translatie.
Peptidebinding
De chemische binding die twee aminozuren verbindt in een polypeptide.
Post-translatie modificaties
Chemische veranderingen aan een eiwit na de translatie, zoals proteolyse of glycosylatie.
Ribosoom
De celstructuur waar de eiwitsynthese (translatie) plaatsvindt, bestaande uit ribosomaal RNA en eiwitten + opgebouwd uit 2 subeenheden:
Kleine subeenheid: 30S (bacterieel), 40S (eukaryoot)
Grote subeenheid: 50S (bacterieel), 60s (eukkaryoot)
Aminoacyl-tRNA synthetase
= enzymen die AZ aan tRNA’s hechten om geladen tRNA’s te vormen
Terminatiecodon
Een codon (bijv. UAA, UAG, UGA) dat het einde van de translatie signaleert.
Tripletcodon
Elk aminozuut bestaat uit 3 mogelijke ribonucleotiden letters —> 4³ = 64 mogelijk triplet codons
61 codons die coderen voor 20 AZ → genetische code is gedegenereerd
3 stopcodons: UAA, UAG, UGA
1 startcodon: AUG codeert voor methionine
Geordende genetische code
chemiche vergelijkbare aminozuren van een of 2 ‘middelste’ basen delen in de verschillende triplets die ze coderen
BV: U of C komt vaak voor op de 2de positie
Opmerking: Veel mutaties van de 2de base van tripletcodons leiden tot een verandering van het ene AZ in het andere → verandering AZ met dezelfde chemische eigenschappen
Geladen tRNA
Voor elk AZ is er een eigen aminoacyl tRNA (20).
1) Az omgezet in een geactiveerde vorm door reactie met ATP: vorming aminoacyladenylzuur
2) Vorming van covalente biding tussen 5’ fosfaatgoep van ATP en het carboxyluiteinde van het AZ
3) AZ overgedragen op het juiste tRNA: esterbinding
4) Aminoacyl-tRNA kan worden gebruikt tijdens eiwitsynthese
Initiatie van de translatie bij prokaryoten
Binding van de kleine subeenheid aan mRNA
Positionering van het initiator-tRNA
Assemblage van het 70S-initiatiecomplex
Elongatie van de tranlatie bij prokaryoten
Binding van het aminoacyl-tRNA aan de A-site
Vorming van de peptide binding
Verplaatsing van het lege tRNA en translocatie
Herhaling van elongatie en groei van de polypeptideketen
Terminatie van de translatie bij prokaryoten
1 van de 3 stopcodons gesignaleerd
Binding van de terminatiefactor/ release factor
Protein sorting in de cel
Eiwitten die bestemd zijn voor secretie, celmembraan, lysosoom passeren door het ER en Golgi-apparaat
Synthese start ter hoogte van niet-membraangebonden ribosomen in het cytoplasma
Hydrofobe N-terminale signaalsequentie (15-30 AZ)
Op de hydrofobe signaalsequentie bindt SRP + elongatie wordt gestopt
SRP-ribosoom-signaalpeptide-mRNA complex gaat naar het ER, waar het bindt op SRP-receptor in membraan
Verdere lot = afhankelijk van de einbestemming
Posttranslationele modificaties
Glycosylatie: suikergroep aangehecht
Proteolyse: eiwit wordt geknipt
Hydroxylatie: hydroxylgroep aangehecht
Fosforylatie: fosfaatgroep aangehecht
Vorming disulfidebruggen
Moleculaire chaperons
Opvouwing in een modulair proces dat in opeenvolgende stappen verloopt, waarvoor speciale proteïnefactoren nodig zijn.
Rol:
Het correct terug opvouwen van eiwitten die partieel gedenatureerd werden
Indien denaturatie te ver? Chaperons bevorderen de afbraak