1/38
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
acquérir
verwerven
conquérir
veroveren
requérir
eisen
abattre
afmaken, omhakken
battre
slaan, verslaan
se battre
vechten
combattre
bestrijden, vechten tegen
débattre
debatteren
se débattre
zich verzetten
conclure
besluiten
exclure
uitsluiten
inclure
insluiten
accueillir
ontvangen
cueillir
plukken
recueillir
opvangen
émouvoir
ontroeren
se mouvoir
zich bewegen
promouvoir
promoten, bevorderen
falloir
moeten
s’enfuir
wegvluchten
fuir
vluchten
haïr
haten
déplaire
niet bevallen, aanstaan
plaire
behagen, aanstaan
se plaire
elkaar aantstaan, ergens graag zijn
pleuvoir
regenen
dissoudre
doen oplossen (chemie)
résoudre
oplossen
rompre
breken, verbreken (relatie, contract)
corrompre
omkopen
interrompre
onderbreken
suffire
volstaan
poursuivre
achtervolgen, verderzetten
suivre
volgen
convaincre
overtuigen
vaincre
overwinnen
valoir
waard zijn
se taire
zwijgen
taire
verzwijgen