1/34
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Externe validiteit
In hoeverre kunnen onderzoeksresultaten gegeneraliseerd worden (naar populatie en andere contexten)
Ecologische validiteit
Generaliseerbaarheid naar andere contexten
Steekproef
Representatief deel van de populatie
Doelpopulatie
Grotere groep waar je uitspraken over wil doen
Operationele populatie
Daadwerkelijke steekproef
Representativiteit
In hoeverre lijkt de steekproef op de groep waar je uitspraken over wil doen
Factoren van generaliseerbaarheid
Representativiteit
Grootte van de steekproef
Randomisering van de steekproef
Interne validiteit
In hoeverre weet je zeker dat een gevonden oorzaak-gevolgrelatie niet verklaard wordt door andere factoren
Mediator
Via dit loopt de relatie tussen 2 variabelen. Directe relatie lijikt sterker dan deze in werkelijkheid is
Volledige mediatie
Geen relatie meer tussen X en Y; volledige invloed loopt via mediator
Gedeeltelijke mediatie
Nog steeds directe relatie tussen X en Y, naast invloed van de mediator
Moderator
Beïnvloed direct de relatie tussen X en Y, zonder dat de relatie via deze variabele loopt. Kan sterkte en/of richting van het verband tussen X en Y veranderen
Confounder
Variabele die zowel invloed heeft op X als op Y. Waargenomen relatie kan vertekend worden omdat de confounder deels of geheel verantwoordelijk is voor verband
Experimentele sterfte (mortaliteit)
Uitvallen van deelnemers tijdens een onderzoek (door geen zin, verhuizen of andere redenen)
11 validiteit bedreigers
Kenmerken van de deelnemers
Mortaliteit
Locatie/omstandigheden
Type instrumentatie
Kenmerken van dataverzamelaar
Testing
Geschiedenis met onderzochte onderwerp
Rijping/maturatie
Houding van de deelnemers > Hawthorne effect + John henry effect
Regressie naar gemiddelde pas na meerdere tests
Implementatieproblemen
Testing (effect)
Participanten leren van de voormeting en scoren daardoor beter op de nameting. Komt het verbeterde resultaat door de interventie of door testeffect?
Rijping/maturatie
Mensen ontwikkelen zich en worden ouder, waardoor ze op een natuurlijke manier beter worden in wat je onderzoekt
Hawthorne-effect
Effect van interventie wat uitsluitend komt doordat iemand aan een onderzoek mee doet. Effect is positief. (vb: werkenmers produceren meer of rapporteren minder klachten)
John henry-effect
Treedt op als participanten in controlegroep bewust zijn dat ze vergeleken worden met de behandelgroep. Gaan extra hun best doen waardoor controlegroep niet meer representatief is
Regressie naar gemiddelde
Hele hoge of lage scores ontstaan soms door toeval
Implementatieproblemen
Manier waarop interventie wordt toegepast (minder motivatie van docent is minder goed uitgevoerde interventie)
Correlatie
Geen oorzaak-gevolgrelatie want je manipuleert geen data, dus niet voldaan aan voorwaarden voor causaliteit. Meer een samenhang
Correlationeel onderzoek
Relaties tussen variabelen zonder manipulatie, doel is vinden van samenhang
Correlatiecoëfficiënt
Geeft samenhang tussen 2 variabelen weer: waarde van 1 betekent positieve samenhang (stijging van ene gaat samen met stijging van andere). 0 betekent geen samenhang. -1 betekent negatieve samenhang (stijging met ene gaat samen met daling van andere)
Vuistregels interpretatie correlatie
> 0,85 = sterk
< 0,35 vaak niet informatief
> 0,50 = goed want in pedagogisch en onderwijskundig onderzoek spelen veel factoren mee
Regressie
Hoe goed 1 of meerdere variabelen een uitkomst kunnen voorspellen
Enkelvoudige regressie
Uitkomst wordt voorspeld door 1 predictor
Multiple regressie
Uitkomst wordt voorspeld door meerdere predictors
Vergelijkend onderzoek/comperatief onderzoek (ook vorm van associatief)
Richt zich op zoeken naar oorzaak of de gevolgen van verschillen tussen bestaande groepen
Analyse vergelijkend onderzoek
t-test of variantieanalyse
Grootste bedreiging interne validiteit bij vergelijkend onderzoek
Kenmerken van de onderzoeksdeelnemers. Want mensen verschillen vaak nog op veel andere kenmerken dan het kenmerk dat je onderzoekt
Mechanisch matchen
Deelnemers binnen groepen worden aan elkaar gekoppeld op zoveel mogelijk gelijke kenmerken. Geen match = uit de dataset. Wel grote steekproef voor nodig
Homogene subgroepen maken
Binnen groep worden subgroepen gevorm op basis van kenmerken zoals woonplaats of leeftijd zodat subgroepen beter te vergelijken zijn
Statistisch matchen
Sommige deelnemers krijgen zwaarder gewicht in analyse, waardoor invloed op resultaten groter wordt
Verschil correlationeel en vergelijkend
correlationeel kijkt naar verband tussen 2 of meer continue variabelen en vergelijkend ook naar 2 of meer variabelen waarvan minsten 1 categorisch is