Kaarten: Sociologie 25-26: begrippen

0.0(0)
studied byStudied by 6 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/217

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Alle begrippen van Sociologie [P0M31a] van hoofdstuk 1 tot en met hoofdstuk 15 (Zonder hoofdstuk 6 - 9 - 11 -12 - 14 want deze zijn niet behandeld) -Daan_Lenaerts07

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

218 Terms

1
New cards

Nature

Alles wat aangeboren is

2
New cards

Nurture

Alles wat aangeleerd is

3
New cards

Actor - Factor dilemma

Gaat over de vraag of menselijk gedrag vooral wordt bepaald door individuele keuzes (Actor) of door maatschappelijke structuren (Factor) en hoe deze twee elkaar beïnvloeden

3 invalshoeken:

--> De individu bepaald wat er in de samenleving gebeurd (bottom-up bernadering)

--> De samenleving (structuren) bepalen het gedrag van ons allemaal (top-down benadering)

--> Samenleving en individu maken elkaar

4
New cards

Mattheus effect

Hoe ongelijkheid zichzelf versterkt succes leidt tot meer succes, en achterstand tot meer achterstand

5
New cards

Solidariteit

De bereidheid om elkaar te steunen vanwege een gedeeld belang of gevoel van eenheid, dit zorgt ervoor dat een samenleving in stand houdt

6
New cards

Warme solidariteit

Spontane vrijwillige hulp die voortkomt uit persoonlijke betrokkendheid of empathie zoals buurtwerking, vrijwilligerswerk, ...

7
New cards

Koude solidariteit

Wettelijke steun via vaste systemen zoals belastingen, premies, sociale zekerheid, ...

8
New cards

Strijd

Een conflict tussen groepen over schaarse sociale goederen zoals geld, status en macht

--> Context gebonden

9
New cards

Sociale cohesie

De mate van verbondenheid, onderlinge betrokkenheid en samenhang tussen mensen in een samenleving of groep

10
New cards

Mechanische solidariteit (traditioneel)

Solidariteit dat voortkomt bij kleine eenvoudige samenlevingen waarbij er een grootte gelijkenis is tussen mensen en gedeelde normen waarbij hun samenhang stand houdt op basis van een stevige collectieve bewustzijn (doordat iedereen hetzelfde is)

11
New cards

Organische solidariteit (Modern)

Solidariteit dat voortkomt bij grote, complexe samenlevingen waarbij er een specialisatie is in taken (arbeidsverdeling) en de samenhang is gebaseerd op afhankelijkheid (iedereen heeft een specialist nodig)

12
New cards

Individualisering

Mensen worden onafhankelijker en richten zich meer op hun eigen doelen en wensen dan op die van de groep of de gemeenschap

13
New cards

Reactionairen

Willen terug naar premoderne tijd

14
New cards

Conservatieven

Willen het houden zoals het is (functionalisme)

15
New cards

Progressieven

Het kan beter, willen verandering (Marx)

16
New cards

Manifesten

Een conflict die zichtbaar is (bv. staking 14 oktober)

17
New cards

Latenten

Er is een conflict maar het is nog niet zichtbaar (euthanasie, er is geen conflict momenteel erover) --> Het conflict ligt nog "onderwater"

--> Alle manifesten zijn eerst latenten

18
New cards

Juridische gelijkheid

Iedereen heeft dezelfde rechten en plichten volgens de wet, ongelijkheid word gezien als het gevolg van pech of individuele keuzes en de rol van de overheid in deze visie is dat ze niet ongelijke rijkdommen of posities moeten bijsturen

19
New cards

Gelijkheid als uitkomst

Iedereen moet gelijk zijn, ongelijkheid wordt gezien als iets onrechtvaardig en moet bestreden worden, de rol van de overheid in deze visie is dat hij constant actieve interventie moet doen

20
New cards

Gelijke kansen

Iedereen moet dezelfde kansen en toegang hebben tot sociale goederen, ongelijkheid op basis van toegewezen kenmerken moet verdwijnen, de rol van de overheid in deze visie is het compenseren van bv. armoede voor een gelijke start voor iedereen

21
New cards

Natuur

bestaat uit identieke en volkomen reproduceerbare elementen, die hun bestaan ondergaan en er geen vorm aan geven (natuurwetten)

22
New cards

Self-destroying prophecy

Een voorspelling die niet uitkomt omdat mensen hun gedrag veranderen nadat ze de voorspelling kennen

--> wanneer dat het duidelijk is dat een partij gaat winnen, zullen minder mensen gaan opdagen om te gaan stemmen omdat ze toch al weten wie gaat winnen, waardoor de partij minder stemmen krijgen en dus ook niet meer zal winnen

23
New cards

Self-fulfilling prophecy

Het feit dat een bepaalde gedragingen worden verwacht en het feit dat die verwachtingen bestaan, gaan mensen zich gedragen naar die verwachtingen

--> Student die denkt dat hij gaat buizen, gaat hierdoor piekeren en niet kunnen beginnen aan studeren, waardoor hij effectief buist

24
New cards

Hawthorne effect

Beter presteren van werknemers wanneer leidinggevende hun aandacht geeft

25
New cards

Validiteit

Meten we wat we beoogen te meten

26
New cards

Rechtstaat

een land waarin de macht van de overheid beperkt wordt door wetten, zodat iedereen beschermd wordt tegen misbruik van die macht

27
New cards

Oog om oog principe

de straf precies gelijk moet zijn aan wat iemand een ander heeft aangedaan

28
New cards

Verzorgingstaten

een land waarin de overheid zorgt voor het welzijn van de burgers

29
New cards

Contigent

We hadden ook op een heel andere manier bv. onderwijs kunnen hebben ( De reden dat we voor dit soort onderwijs hebben gekozen komt door de historiek)

30
New cards

Niet arbitrair

Niet willekeurig

31
New cards

Perverse effecten

onbedoelde en vaak tegengestelde gevolgen van menselijk handelen of beleid, waarbij de uitkomst averechts werkt ten opzichte van het oorspronkelijke doel

32
New cards

Cultuurpatronen

Voor een bepaalde groep kenmerkede combinatie van cultuurelementen (waarden, normen, doelstellingen en verwachtingen)

33
New cards

Thomas-theorema

Iemands perceptie van de werkelijkheid kan invloed hebben op de echte uitkomst, ongeacht of die perceptie klopt

34
New cards

Pygmalioneffect

Een positieve self-fulfilling prophecy: hoge verwachtingen leiden tot beter gedrag of betere prestaties

35
New cards

Rosenthal-effect

Het verwijst naar het effect dat verwachtingen van leraren hebben op de prestaties van leerlingen

--> Toepassing van het pygmalioneffect in het onderwijs

36
New cards

Stereotypen

Een vaststaand en vaak vereenvoudigd beeld of idee over een groep mensen, waarbij iedereen in die groep dezelfde eigenschappen toegeschreven krijgt, ongeacht of dat klopt

37
New cards

epistemologisch

kennistheoretische of kennis gericht

38
New cards

Representativiteit

In hoeverre een steekproef of groep een goede afspiegeling is van de hele populatie

39
New cards

Betrouwbaarheid

In hoeverre een onderzoek of meting steeds hetzelfde resultaat geeft als het herhaald wordt, onder dezelfde omstandigheden

40
New cards

Temporeel

Tijdsgebonden

41
New cards

Waardebetrokken, maar niet direct waardegalden

het gaat over waarden in de samenleving, maar het onderzoek of de analyse oordeelt er nog niet over

42
New cards

Sociale problemen

Maatschappelijke toestanden die als onmenselijk worden beschouwd omdat het strijdig is met de heersende waarden en normen

43
New cards

Macro

Analyseniveau waar je de samenleving van bovenaf ziet, als een groot systeem

44
New cards

Micro

Analyseniveau waar je van dichtbij kijkt naar hoe dat mensen samenleven in het dagelijks leven

45
New cards

Structureel functionalisme

Ziet de samenleving als een stabiel systeem dat bestaat uit onderdelen (structuren) die allemaal een functie hebben om het geheel te laten werken

46
New cards

Conflictssociologie / (neo)marxisme

De samenleving bestaat uit groepen met ongelijke macht, middelen en belangen, en dat conflicten tussen die groepen de motor zijn van maatschappelijke verandering

47
New cards

Symbolisch interactionisme

Mensen geven betekenis aan hun sociale wereld door interactie met anderen, en dat gedrag komt voort uit die gedeelde betekenissen

48
New cards

Sociale ruiltheorie

Stelt dat mensen met elkaar omgaan op basis van een kosten-batenanalyse: ze proberen voordelen te maximaliseren (nut) en nadelen te minimaliseren bij sociale relaties en interacties

49
New cards

Sociale fysica

De maatschappelijke verschijnselen waarnemen en ordenen, en uit die waarnemingen algemene wetten formuleren

50
New cards

Savoir pour prévoir afin de pouvoir

De kennis van de samenleving (savoir) moet dienen om gedrag en gebeurtenissen te kunnen voorspellen (prévoir), zodat we de maatschappij kunnen sturen of verbeteren (pouvoir)

51
New cards

Ordem e Progresso

= Orde en Vooruitgang

--> een samenleving heeft eerst orde (stabiliteit, structuur, regels) nodig voordat ze echte vooruitgang (ontwikkeling, verbetering, groei) kan bereiken

52
New cards

Verstehen

begrijpen wat de zin is van het sociaal handelen van samenlevende mensen

53
New cards

Interperatief verstaan

Proberen te begrijpen wat iets betekent voor degene die het doet

54
New cards

Consensus

Sociale gebeuren gericht op het bereiken toestand evenwicht, stabiliteit en continuïteit

55
New cards

Affectief

Instinctief sociaal handelen (bv. spontaan knuffelen)

56
New cards

Traditioneel

Een sociale handeling dat je doet uit traditie (bv. collega's kussen bij begroeting)

57
New cards

Waarderationeel

Gedrag waarbij iemand handelt vanuit overtuigingen, waarden of principes, ongeacht of het praktisch voordeel oplevert (bv. een gezellig samenzijn met vrienden)

58
New cards

Doelrationeel

Het maximale uit een sociale handeling halen voor jezelf (bv. je doet iets en je verwacht onmiddellijk een return)

59
New cards

Intergenerationele sociale mobiliteit

Dit betekent dat iemand in een andere sociale klasse terechtkomt dan zijn/haar ouders

--> Een zoon van een bakker wordt dokter

60
New cards

Intragenerationele sociale mobiliteit

Dit betekent dat iemand binnen zijn eigen leven van sociale positie verandert

--> Iemand begint als winkelbediende, en wordt later filiaalmanager

61
New cards

Civil inattention

Als we in grote groepen aanwezig zijn, is er eigenlijk geen interactie, enkel als er een grens overschreden wordt

--> Alle mensen in de winkelstraat is een groep, maar ze hebben geen interactie, enkel wanneer iemand iets steelt uit een winkel

62
New cards

Front stage en back stage

Bv. Winkelbediende is heel vriendelijk (front stage), achteraf in de pauze: al mijn klanten mogen mij met rust laten (back stage)

63
New cards

Ongerichte interacties

We doen allemaal hetzelfde maar we praten niet met elkaar, er is geen interactie

--> Bv. op een festival of een toneelbezoek

64
New cards

Bracketing

De massa onderbreken om tot handelen over te gaan

--> Bv. tegen een glas tikken bij een receptie om de attentie te krijgen

65
New cards

Interactie

Wat we zien (wat waargenomen wordt)

--> Wisselwerking tussen mensen

66
New cards

Communicatie

Wat niet waargenomen wordt

--> Gedachten, gevoelens, wensen, ... zodat anderen geinformeerd worden over wat men denkt, voelt of wenst

67
New cards

Pseudo-communicatie

Andere mensen kunnen aan bepaalde woorden een verschillende betekenis hechten

--> het lijkt dat men aan het communiceren is maar men begrijpt elkaar niet

68
New cards

Relatie

De kans dat actoren (personen) op een bepaalde wijze zinvol ten opzichte van elkaar zullen handelen

69
New cards

Primaire relaties

De afstand is heel kort (meestal face-to-face, ouders, gezinnen, ...)

--> Emotioneel en affectief en meestal privaat

70
New cards

Secundaire relaties

De afstand is verder en de relatie is meer functioneel (zoals proffen, bazen, ...)

--> Doelrationeel en meer publiekelijk

71
New cards

Posities

De plaats die iemand inneemt binnen een sociale structuur met bijbehorende rechten en plichten (kunnen er meerderen zijn)

72
New cards

Toegewezen posities (ascription)

Posities die iemand zijn toegewezen

--> Bv. de koning

73
New cards

Verworven posities (achievement)

Posities die je hebt verwerft

--> Bv. de positie van universitair student door je secundair diploma

74
New cards

Status

Een zekere waardering of 'socaile status' bij een positie, maar positie en status vallen niet volledig samen

75
New cards

Sociale status

Een bepaalde waardering aan een status in de samenleving

--> Verbonden met de positie, niet met de persoon in de positie

76
New cards

Sociaal aanzien

De mate van respect, waardering of prestige die iemand krijgt vanwege zijn of haar positie in de samenleving

77
New cards

Sociale statificatie

Bv. arbeidsmarkt: rangorde van posities met een hogere status naar posities met een lagere status

78
New cards

Statuscongruentie

Mensen kunnen positie innemen die versterkt zijn aan elkaar (Bv. rijke mensen op een golfterrein)

79
New cards

Statusincongruentie

Sociale posities worden ingenomen maar de status van die positie is niet congruent met andere posities (Bv. een advocaat die in zijn vrije tijd hotdogs verkoopt)

80
New cards

Sociale rol

Wat we verwachten dat iemand doet in de positie die hij/zij inneemt

--> Men verwacht dat een arts weet waarover hij spreekt door zijn status als arts

81
New cards

Muss-Erwartungen

Dit zijn wetgevingen, je gedraagd je volgens de wet of anders wordt je gestrafd

82
New cards

Soll-Erwartungen

Als je het gedrag niet stelt dat er sociaal verwacht wordt ga je buitengesloten worden

83
New cards

Kann-Erwartungen

Je wordt niet bestraft, in tegendeel wordt je gedrag beloond door de sociale omgeving

84
New cards

Directe rol

Er is veel minder marge om een rol in een andere manier uit te spelen

--> het wachten bij slagbomen

85
New cards

Indirecte rol

Er is meer marge om een rol in een andere manier uit te spelen

--> op café gaan met vrieden

86
New cards

Rollenconflicten

Vanuit dezelfde positie 2 rollen ingeven die tegen elkaar in gaan

--> Bv. Mantelzorger en universitair student, je kan de tijd van mantelzorgen niet invullen in de tijd van student

87
New cards

Intern rolconflict

Wanneer iemand botsende verwachtingen ervaart binnen één rol

--> een leraar moet streng zijn maar ook begripvol voor dezelfde klas

88
New cards

Extern rollencoflict

Wanneer iemand botsende verwachtingen ervaart tussen verschillende rollen.

--> de rol van ouder botst met de rol van werknemer.

89
New cards

Rolattributen

Uiterlijke kenmerken ter herkenning van een positie bekleder

--> een non, een schooluniform

--> Kunnen statussymbolen worden (bv. politieuniform)

90
New cards

Statussymbolen

Een bezit of kenmerk waarmee iemand laat zien welke sociale status hij of zij heeft

91
New cards

'C'ultuur (Cultuur met een grote C)

Gaat over schone kunsten, monumenten, ...

92
New cards

'c'ultuur (cultuur met een kleine c)

Omvat alle dagelijkse, minder verfijnde gewoonten, leefstijlen en gedragingen die het hele leven van een samenlevingsverband doordringen

--> Burgelijke cultuur, arbeiderscultuur, eet-en slaapgewoontes, keukencultuur, ...

93
New cards

Cultural lag

Waarden en normen lopen niet altijd parallel met de feitelijke ontwikkelingen, mensen zijn er nog niet klaar voor

--> Technologisch kan voedsel al gemanipuleerd worden, maar ze doen dit nog niet want de samenleving is hier nog niet klaar voor

94
New cards

Waarden

Algemene opvattingen over wat moreel goed, juist en daarom nastrevenswaardig is

Tijd en ruimtelijk gebonden

Opvattingen over juistheid en onjuistheid

95
New cards

Normen

Opvattingen over hoe mensen zich (niet) moeten gedragen in maatschappelijke omstandigheden, deze regelen het dagelijkse sociale verkeer

Opvattingen over wat 'hoort'

96
New cards

(Rol)verwachtingen

Opvattingen over wat zal of kan gebeuren via socialisatie

Opvattingen over wat zal gebeuren

97
New cards

Doeleinden

Een specifieke, sociaal bruikbare en hanteerbare doelstellingen binnen een concreet samenlevingsverband

Opvattingen over wat wenselijk is

98
New cards

cultuur

Het min of meer samenhangende geheel van waarden, normen, rolverwachtingen en doeleinden

99
New cards

Rolverwachtingen

Wat we verwachten van iemand die een positie bekleed

100
New cards

Hoge en lage cultuur

Verschillen naar sociale laag, bepaald door factoren als financiële speelruimte, opleiding (cultureel kapitaal), smaak, leefstijl en vrije tijd

--> Bv. Hoge cultuur: de stad, Lage cultuur: Platteland