Home
Explore
Exams
Search for anything
Login
Get started
Home
NASK
NASK
0.0
(0)
Rate it
View linked note
Learn
Practice Test
Spaced Repetition
Match
Flashcards
Card Sorting
1/42
There's no tags or description
Looks like no tags are added yet.
Study Analytics
All
Learn
Practice Test
Matching
Spaced Repetition
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
No study sessions yet.
43 Terms
View all (43)
Star these 43
1
New cards
Wat is een kracht?
Een kracht is een duw of trek aan een voorwerp.
2
New cards
Wat zijn de effecten van een kracht?
1. Iets gaat bewegen of stopt. 2. Iets verandert van richting. 3. Iets vervormt.
3
New cards
Hoe teken je een kracht?
Met een vector (pijl) die de grootte en richting laat zien.
4
New cards
Hoe meet je krachten?
Met een krachtmeter (unster).
5
New cards
Wat is de eenheid van kracht?
Newton (N).
6
New cards
Wat is de formule voor zwaartekracht?
Fz = m Ă— g.
7
New cards
Wat betekenen de symbolen in de zwaartekrachtformule?
m = massa in kilogram (kg), g = zwaartekrachtsversnelling (9,81 N/kg).
8
New cards
Wat is het zwaartepunt?
Het punt waar de zwaartekracht lijkt aan te grijpen.
9
New cards
Waar ligt het zwaartepunt bij symmetrische voorwerpen?
In het midden.
10
New cards
Waar ligt het zwaartepunt bij ongelijke voorwerpen?
Dichter bij het zwaarste deel.
11
New cards
Wat is een hefboom?
Een hulpmiddel om minder kracht te zetten.
12
New cards
Geef drie voorbeelden van een hefboom.
Schaar, flesopener, kruiwagen.
13
New cards
Wat is de hefboomformule?
F1 Ă— â„“1 = F2 Ă— â„“2.
14
New cards
Hoe kun je kracht besparen met een hefboom?
Door een langere arm te gebruiken.
15
New cards
Wat doet een vaste katrol?
Verandert de richting van de kracht.
16
New cards
Wat doet een losse katrol?
Helpt om minder kracht te gebruiken.
17
New cards
Wat gebeurt er als je meer katrollen gebruikt?
Je hebt minder kracht nodig, maar moet meer touw trekken.
18
New cards
Wat is een versnelde beweging?
De snelheid neemt toe.
19
New cards
Wat is een eenparige beweging?
De snelheid blijft gelijk.
20
New cards
Wat is een vertraagde beweging?
De snelheid neemt af.
21
New cards
Wat is de formule voor reactieafstand?
Reactieafstand = snelheid (m/s) Ă— reactietijd (s).
22
New cards
Wat is de formule voor remafstand?
Remafstand = snelheid² / (2 × remvertraging).
23
New cards
Wat is de formule voor stopafstand?
Stopafstand = reactieafstand + remafstand.
24
New cards
Welke krachten werken bij het rijden?
Aandrijfkracht, remkracht, rolwrijving, luchtweerstand.
25
New cards
Wat is aquaplaning?
Wanneer banden grip verliezen door veel water op de weg.
26
New cards
Hoe beĂŻnvloedt snelheid de remweg?
Hoe hoger de snelheid, hoe langer de remweg.
27
New cards
Hoe beĂŻnvloedt het wegdek de remweg?
Op nat of glad wegdek duurt remmen langer.
28
New cards
Hoe beĂŻnvloeden banden de remweg?
Versleten banden hebben minder grip.
29
New cards
Hoe beĂŻnvloedt de massa van het voertuig de remweg?
Een zware auto heeft een langere remweg.
30
New cards
Wat zegt de wet van de traagheid?
Een voorwerp blijft bewegen of stilstaan, tenzij er een kracht op werkt.
31
New cards
Geef een voorbeeld van traagheid in een auto.
Je lichaam beweegt vooruit bij plots remmen → gordel nodig.
32
New cards
Geef een voorbeeld van traagheid met een tafelkleed.
Een tafelkleed weghalen zonder dat de borden vallen.
33
New cards
Waarom zijn gordels, airbags en kreukelzones belangrijk?
Ze verlengen de remweg van je lichaam, waardoor de kracht kleiner wordt.
34
New cards
Wat doet een autogordel?
Voorkomt dat je uit de auto vliegt.
35
New cards
Wat doet een airbag?
Beschermt je hoofd tegen het stuur.
36
New cards
Wat doet een hoofdsteun?
Voorkomt dat je nek te ver naar achteren klapt.
37
New cards
Wat doen kreukelzones?
Vangen een deel van de klap op bij een botsing.
38
New cards
Hoe reken je km/h om naar m/s?
Delen door 3,6 → 36 km/h = 10 m/s.
39
New cards
Hoe reken je m/s om naar km/h?
Vermenigvuldigen met 3,6 → 15 m/s = 54 km/h.
40
New cards
Hoe reken je kracht (N) om naar massa (kg)?
Delen door 9,81 → 98,1 N = 10 kg.
41
New cards
Hoe reken je massa (kg) om naar kracht (N)?
Vermenigvuldigen met 9,81 → 5 kg = 49,05 N.
42
New cards
Wat is de hefboomregel?
F1Ă—l1 = F2Ă—l2.
43
New cards
Hoeveel kracht bespaar je met katrollen?
1 katrol: geen voordeel. 2 katrollen: je hebt maar de helft van de kracht nodig!
Explore top notes
Sexual Harassment and Assault
Updated 893d ago
Note
Preview
AP Chem Unit 2: Compound Structure and Properties🧪
Updated 178d ago
Note
Preview
Psych MIdterm study
Updated 261d ago
Note
Preview
Chinese revolution events & figures
Updated 257d ago
Note
Preview
the others - made from slideshow not lecture
Updated 55d ago
Note
Preview
Specific Latent Heat
Updated 908d ago
Note
Preview
Key Operant Conditioning Concepts to Know for AP Psychology (AP)
Updated 120d ago
Note
Preview
Verbs and it's syntax
Updated 671d ago
Note
Preview
Explore top flashcards
Lagar, brott och dom ĂĄk 8
Updated 358d ago
Flashcards (31)
Preview
History Exam #3
Updated 324d ago
Flashcards (32)
Preview
tiempo libre: SPANISH to ENGLISH
Updated 771d ago
Flashcards (34)
Preview
Module 1 Test Study Guide
Updated 224d ago
Flashcards (42)
Preview
World Lit Final
Updated 479d ago
Flashcards (37)
Preview
Los nĂşmeros 11-30 (Old Spellings)
Updated 192d ago
Flashcards (20)
Preview
Damage to the Brain
Updated 537d ago
Flashcards (22)
Preview
Chem Chem Chem
Updated 674d ago
Flashcards (100)
Preview