sociale psychologie

studied byStudied by 0 people
0.0(0)
get a hint
hint

attitude

1 / 211

Tags and Description

212 Terms

1

attitude

een aangeleerde algemene evaluatie van een object, die met een bepaalde intensiteit uitgedrukt wordt

New cards
2

Multicomponentenmodel van attitudes

Het model dat stelt dat attitudes bestaan uit cognitieve, affectieve en gedragsmatige componenten

New cards
3

Verwachtingswaardetheorie

Theorie die stelt dat de attitude tegenover een object bepaald wordt door de verwachting dat een attitudeobject bepaalde kenmerken vertoont, maar ook door hoe sterk die kenmerken worden gewaardeerd

New cards
4

Klassieke conditionering

Een neutrale stimulus die samen met een (on)aangename stimulus voorkomt, wordt op den duur zelf als (on)attractief ervaren

New cards
5

Operante conditionering

Door belonen of straffen stijgt of daalt de attractiviteit van de stimulus

New cards
6

Expliciete attitude

Attitudes die door een persoon bewust gerapporteerd worden

New cards
7

Impliciete attitude

Een attitude die zich situeert op het automatische niveau en haar basis vindt in de organisatie van materiaal in het geheugen

New cards
8

sociale psychologie

De wetenschappelijke studie naar de wijze waarop gedachten, gevoelens, motivaties en gedragingen van mensen beïnvloed worden door de aanwezigheid van anderen en hoe we zelf invloed uitoefenen op hoe andere personen denken, voelen en zich gedragen

New cards
9

expiriment

Een vorm van onderzoek waarbij de onderzoeker controle heeft over de gebeurtenissen en deelnemers volkomen toevallig aan condities worden toegewezen

New cards
10

vooroordelen

Negatieve gevoelens tegenover andere personen gebaseerd op hun lidmaatschap van bepaalde sociale groepen

New cards
11

multilevel analyse

Analyse die effecten bepaald van verschillende hiërarchische niveaus op een uitkomstvariabele, waarbij het individuele niveau het ondergeschikte niveau vormt en de groep, organisatie of maatschappelijke niveau het bovengeschikte niveau uitmaakt

New cards
12

persoonlijkheidspsychologie

De studie van de structuur en de effecten van stabiele en cross-situationele eigenschappen van individuen

New cards
13

interactionisme

Er is een dynamische wisselwerking tussen dispositie en situatie, waarbij uitingen van disposities afhankelijk zijn van de situatie

New cards
14

terugblikvertekening

De neiging om de voorspelbaarheid van een bepaalde uitkomst te overdrijven, nadat deze uitkomst optrad

New cards
15

fundamenteel onderzoek

Onderzoek met het oog op een beter begrip van menselijk gedrag, voornamelijk door het toetsen van hypothesen die uit een theorie zijn afgeleid

New cards
16

toegepast onderzoek

Onderzoek met oog op het verbeteren van onze kennis over natuurlijke gebeurtenissen en het oplossen van praktische problemen

New cards
17

Sociale cognitie

De studie van het waarnemen, onthouden en interpreteren van informatie over onszelf en anderen

New cards
18

sociale neurowetenschap

De studie van de relatie tussen neurologische en sociale processen

New cards
19

crosscultureel onderzoek

Studie van gelijkenissen en verschillen tussen mensen uit verschillende culturen

New cards
20

multicultureel onderzoek

Studie van gelijkenissen en verschillen tussen mensen uit raciale en etnische groepen binnen eenzelfde cultuur

New cards
21

Non-verbaal gedrag

lichaamstaal in de vorm van gedrag gebaseerd op niet-talige signalen of tekens, zoals gelaatsuitdrukkingen en lichaamstaal

New cards
22

Paraverbaal gedrag

Niet-linguïstische kenmerken van communicatie, zoals toon, volume, intonatie, articulatie, timbre en ritme waarop iets gezegd wordt

New cards
23

Attributietheorie

theorie over het proces van het toeschrijven van oorzaken aan gedrag

New cards
24

persoonsattributie

het toeschrijven van het gedrag van een doelpersoon aan de actor zelf en zijn of haar interne eigenschappen

New cards
25

situationele attributie

het toeschrijven van het gedrag van een doelpersoon aan factoren buiten de actor, hetzij een andere persoon, hetzij de sitautie

New cards
26

stabiele attributie

het toeschrijven van het gedrag van een doelpersoon aan factoren die niet enkel aanwezig zijn, maar eveneens in de toekomst gelden

New cards
27

instabiele attributie

het toeschrijven van het gedrag van een doelpersoon aan factoren die in dit ene geval opgaan, maar op andere momenten wellicht niet geldig zijn

New cards
28

theorie van corresponderende gevolgtrekkingen

de theorie die de voorwaarden omschrijft waaronder een waarnemer uit gedrag persoonsattributies zal afleiden. Deze voorwaarden zijn keuzevrijheid, sociale wenselijkheid en de specificiteit van de gunstige effecten

New cards
29

covariatieprincipes

de stelling dat gedrag wordt toegeschreven aan de oorzaak die aanwezig is wanneer het gedrag aanwezig is, en die afwezig is wanneer het gedrag niet optreedt

New cards
30

consensusinformatie

informatie over het al dan niet voorkomen van het effect bij andere actoren

New cards
31

disinctiviteitsinformatie

informatie over het al dan niet voorkomen van het effect bij andere stimuli

New cards
32

consistentie-informatie

informatie over het al dan niet voorkomen van het effect bij andere omstandigheden

New cards
33

attributievertekeningen

omdat we in een korte tijdspanne attributies maken, treden er systematische vertekeningen op in het verzamelen of verwerken van informatie over de oorzaken van het gedrag dat we proberen te verklaren

New cards
34

fundamentele attributiefout

de neiging om, wanneer we het gedrag van anderen verklaren, de impact van persoonlijke factoren te overschatten en de rol van situaties te onderschatten

New cards
35

actor-observatoreffect

de tendens om persoonlijke attributies te maken voor het gedrag van anderen en situationele attributies voor zichzelf

New cards
36

Valse consensuseffect

de neiging om eigen opinies, kenmerken en gedragingen als standaard te gebruiken, waardoor we denken dat ze gedeeld worden met en typerend zijn voor anderen

New cards
37

beschikbaarheidsheuristiek

de neiging om de waarschijnlijkheid van gebeurtenissen te beoordelen op basis van gegevens die in het geheugen beschikbaar zijn en vlug en gemakkelijk oproepbaar zijn

New cards
38

representatieviteitsheuristiek

de neiging om een specifieke stimulus te beoordelen op basis van hoe sterk de stimulus lijkt op de algemene categorie

New cards
39

geloof in een rechtvaardige wereld

de opvatting dat in deze wereld iedereen krijgt waar hij/zij recht op heeft en dat iedereen uiteindelijk naar verdienste zal worden beloond

New cards
40

Primauteitseffect

de bevinding dat eerder genoemde informatie meer impact heeft op het oordelen dan later gepresenteerde informatie

New cards
41

behoefte aan afsluiting

de behoefte om tot snelle en definitieve beslissingen en oordelen te komenb

New cards
42

etekenisveranderingshypothese

het feit dat, zodra een impressie gevormd is, nieuwe, inconsistente informatie op basis van de initiële impressie geherinterpreteerd zal worden

New cards
43

centrale trekken

trekken die de aanwezigheid van andere trekken impliceren en daardoor een sterke ompact hebben op de resulterende indruk

New cards
44

additief model

dit model veronderstelt dat sociale waarnemer een globale impressie van een persoon vormen door alle positieve en negatieve kenmerken op te tellen

New cards
45

gemiddeld model

dit model veronderstelt dat sociale waarnemers een globale impressie van een persoon vormen door het gemiddelde te nemen van alle positieve en negatieve kenmerken

New cards
46

informatieintegratietheorie

de theorie die stelt dat impressies gebaseerd zijn op een gewogen gemiddelde van de kenmerken van de doelpersoon

New cards
47

treknegativiteitsvertekening

er wordt een groter gewicht toegekend aan negatieve dan aan positieve eigenschappen

New cards
48

confirmatievertekening

de tendens om informatie te interpreteren en te vormen in overeenstemming met de bestaande opvattingen

New cards
49

persistentie van de opvattingen

de tendens om opvattingen in stand te houden

New cards
50

zelfvervullende voorspelling

het fenomeen dat andere personen gedrag stellen conform onze verwachtingen

New cards
51

vooroordeel

Een negatieve attitude tegenover personen, enkel gebaseerd op hun lidmaatschap van bepaalde groepen

New cards
52

grove (etnische) vooroordelen

Een combinatie van een positieve attitude tegenover etnische segregatie en uitgesproken negatieve gevoelens tegenover etnische minderheden

New cards
53

subtiele (etnische) vooroordelen

een negatieve attitude over etnische minderheden die enkel tot uitdrukking komt wanneer de expressie ervan veilig is, sociaal aanvaardbaar lijkt en gemakkelijk te rationaliseren is

New cards
54

autoritarisme

Aanhangen van traditionele waarden, gehoorzaamheid aan leiders en een negatieve oriëntatie tegenover personen die niet aan de algemeen geldende normen voldoen

New cards
55

sociale dominantie oriëntatie

Een algemene en positieve attitude tegenover groepsongelijkheid, waarbij de verschillende groepen hiërarchisch gerangschikt worden

New cards
56

Realistische conflicttheorie

De theorie die stelt dat de competitie voor schaarse middelen de basis vormt voor vijandigheid tussen groepen

New cards
57

bovengeschikte doelstellingen

Gemeenschappelijke doelstellingen, die alleen kunnen worden gerealiseerd als groepen samenwerken

New cards
58

relatieve deprivatie

De overtuiging dat we in vergelijking met anderen slecht bedeeld zijn

New cards
59

minimale groepen paradigma

Een experimentele situatie waarin de onderzoeker groepen onderscheidt, maar het groepsconcept een minimale sociale invulling geeft

New cards
60

sociale categorisatie

Het ordenen van personen in groepen op grond van gemeenschappelijke kenmerken

New cards
61

ingroepfavoritisme

Het fenomeen waarbij iemand de eigen groep bevoordeelt in vergelijking met de uitgroep

New cards
62

sociale-identiteitstheorie

De theorie die stelt dat iemand zichzelf kan definiëren in termen van twee soorten identiteit, de persoonlijke en de sociale. Wanneer iemand zich in termen van zijn of haar sociale groep identificeert, is zijn of haar sociale identiteit de bron van het gedrag

New cards
63

stereotype

De associatie tussen een sociale groep en bepaalde groepseigenschappen

New cards
64

ingroep

Groep waartoe het individu behoort en waaraan het zijn identiteit ontleet

New cards
65

uitgroep

Groep waartoe het individu niet behoort

New cards
66

uitgroephomogeniteitseffect

De tendens om grotere similariteit tussen de leden van een uitgroep te percipiëren dan tussen die van een ingroep

New cards
67

denkbeeldig verband

De overschatting dan de relatie tussen variabelen die in feite slechts in geringe mate of helemaal niet correleren

New cards
68

Assimilatie-effect

De neiging om wat we zien in termen van het stereotype te interpreteren en betekenis te verlenen

New cards
69

contrasteffect

De neiging om stimuli die van het schema afwijken, als meer verschillend te zien dan ze in werkelijkheid zijn

New cards
70

subtype

Door exemplaren die afwijken van het stereotype in een speciale, distinctieve categorie onder te brengen, blijft het algemene stereotype intact

New cards
71

subliminale presentatie

Het heel snel presenteren van stimuli, zodat we ons niet bewust zijn van het feit dat we die stimuli hebben gezien of gehoord

New cards
72

seksisme

Een negatieve attitude tegenover personen, enkel gebaseerd op hun geslacht

New cards
73

socialerollentheorie

de theorie die stelt dat de perceptie van geslachtsverschillen wordt bevorderd door de ongelijke verdeling van sociale rollen aan mannen en vrouwen

New cards
74

ambivalent seksisme

attitudes over vrouwen die gekleurd worden door enerzijds negatieve en anderzijds warme, paternalistische overtuigingen en gevoelens

New cards
75

sociale beïnvloeding

De uitoefening van sociale macht door een persoon of een groep om de attitudes en/of gedrag van anderen te veranderen

New cards
76

kameleoneffect

Het automatisch nabootsen van allerlei gelaatsuitdrukkingen, de mimiek en de gedragingen van interactiepartners

New cards
77

conformiteit

de neiging om percepties, opinies en gedrag te veranderen, zodat ze in overeenstemming zijn met de geldende normen van de groep

New cards
78

normen

Overtuigingen die het gedrag richting geven, gebaseerd op wat de groep als typische of wenselijke gedragingen beschouwt

New cards
79

meerderheidsinvloed

Sociale beïnvloeding die tot stand komt door blootstelling aan de opinie van de meerderheid, of de meerderheid binnen een groep

New cards
80

informationele invloed

Invloed die leidt tot conformiteit omdat men de behoefte heeft om correcte oordelen en opinies te vormen

New cards
81

normatieve invloed

Invloed die leidt tot conformiteit omdat men de behoefte heeft om aanvaard te worden en sympathiek over te komen, waardoor men afwijkend gedrag vermijdt

New cards
82

private conformiteit

de verandering verwijst niet enkel naar de aanpassing van het gedrag in het bijzijn van anderen, maar ook eigen opvattingen

New cards
83

publieke conformiteit

Een oppervlakkige gedragsverandering veroorzaakt door reële of vermeende groepsdruk zonder dat er in overeenkomstige meningsverandering optreedt

New cards
84

minderheidsinvloed

Het proces waardoor dissidenten in een groep veranderingen bewerkstellen

New cards
85

Eigenzinnigheidskrediet

Interpersoonlijk ‘krediet’ dat men verdient door de groepsnormen te volgen, wat later kan worden ingezet om van de groep af te wijken

New cards
86

instemmen

Gedragsverandering die het gevolg is van en direct verzoek

New cards
87

Wederkerigheidsnorm

De norm die voorschrijft dat je voor iemand iets terugdoet wanneer hij of zij iets voor jou gedaan heeft, of dat je iemand behandelt zoals hij/zij je behandeld heeft

New cards
88

Crediteurs

Individuen die vaak wederkerigheid hanteren om instemming te krijgen

New cards
89

Tweestappeninstemmingstechniek

Een aantal verzoektechnieken is gebaseerd op twee opeenvolgende verwante verzoeken, waarvan het eerste verzoek slechts de voorbereiding vormt voor het tweede, echte verzoek

New cards
90

voet-tussen-de-deur-techniek

De verzoeker breekt het ijs met een klein verzoek dat men moeilijk kan weigeren. Instemming met het eerste verzoek vergroot de kans dat men met een volgend, groter verzoek instemt

New cards
91

Zodra-de-bal-aan-het-rollen-is-techniek

De tweestappenstrategie waarbij men eerst een interessante deal voorstelt, maar nadat het slachtoffer het engagement is aangegaan, de kost verhogen

New cards
92

Deur-tegen-de-neus-techniek

Iemand doet een eerste veeleisend verzoek (waarop men natuurlijk niet ingaat) en daarna een tweede aanvaardbaar verzoek

New cards
93

Het-is-nog-niet-klaar-techniek

Er is eerst een groot verzoek, maar door het doen van een aantal concessies kan men uiteindelijk instemmen met een tweede, kleiner verzoek

New cards
94

Assertiviteit

zich niet inschikkelijk tonen door weigeren in te gaan op direct gerichte verzoeken

New cards
95

gehoorzaamheid

uitvoeren van een bevel van een autoriteit

New cards
96

trotseren

Weigeren om een bevel van een autoriteit uit te voeren

New cards
97

sociaal dilemma

Een situatie waarin een conflict ervaren wordt tussen het vervullen van egoïstische motieven en het collectieve belang, waarbij egoïsme het voordeligst is voor het individu, maar aanzienlijke collectieve kosten met zich meebrengt

New cards
98

gevangenendilemma

De meeste bestudeerde dilemmasituatie, waarin spelers de rol van gevangene spelen en kunnen kiezen tussen coöperatie (zwijgen) en competitie (bekennen). De spelers moeten gelijktijdig kiezen en zijn niet op de hoogte van elkaars keuze

New cards
99

Tit-for-tat

Het beantwoorden van de acties van een tegenpartij met een soortgelijke actie, waardoor coöperatie beantwoord wordt met coöperatie en competitie met competitie

New cards
100

Win-stay, lose-shift

Strategie gebaseerd op het principe van conditionering, waarbij we coöpereren of competitief ageren zolang dit lonend is, maar overstappen op een andere strategie wanneer we te weinig verdienen

New cards

Explore top notes

note Note
studied byStudied by 15 people
Updated ... ago
5.0 Stars(3)
note Note
studied byStudied by 47 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
note Note
studied byStudied by 6 people
Updated ... ago
4.0 Stars(1)
note Note
studied byStudied by 12 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
note Note
studied byStudied by 2 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
note Note
studied byStudied by 13 people
Updated ... ago
5.0 Stars(2)
note Note
studied byStudied by 25 people
Updated ... ago
5.0 Stars(3)
note Note
studied byStudied by 128 people
Updated ... ago
4.9 Stars(7)

Explore top flashcards

flashcards Flashcard94 terms
studied byStudied by 20 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard72 terms
studied byStudied by 11 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard40 terms
studied byStudied by 7 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard91 terms
studied byStudied by 1 person
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard69 terms
studied byStudied by 3 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard64 terms
studied byStudied by 4 people
Updated ... ago
5.0 Stars(1)
flashcards Flashcard101 terms
studied byStudied by 95 people
Updated ... ago
5.0 Stars(2)
flashcards Flashcard33 terms
studied byStudied by 1863 people
Updated ... ago
4.6 Stars(29)