Kaarten: Hoofdstuk 3 - basisprincipes van leren | Quizlet

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/99

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

100 Terms

1
New cards

Leren wordt beschouwd als een ... proces waarbij veranderingen in gedrag of kennis plaatsvinden, aangepast aan de omgeving.

adaptief proces

2
New cards

Operant gedrag =

intentioneel gedrag met oog op gunstige verandering, gebaseerd op eerdere positieve ervaringen

3
New cards

Essentie van operant leerproces

associatie tussen intentioneel gedrag en gedragsgevolgen

4
New cards

Operant leerproces resulteert vaak in ...

handeling

5
New cards

Operant gedrag kan beschreven staan als gedrag dat onder ... staat, dat vaak maar niet altijd bestaat uit ... en dat ... wordt gesteld om ... te krijgen

wilscontrole, handelingen, intentioneel, aangenaam effect

6
New cards

Operante conditionering =

S-R-leren, S is prikkel, R is reactie

7
New cards

S-R-leren = ...

operante conditionering

8
New cards

Definitie operante conditionering

leren van verbanden tussen gedrag en effecten ervan

9
New cards

leren van verbanden tussen gedrag en effecten ervan =

operante conditionering

10
New cards

R-Sr-leren: Sr staat voor ...

stimulus reinforcer, gedragsgevolg

11
New cards

Op basis van prikkels die gevaar of genot voorspellen, leert de mens iets te doen (= ...) om het onaangename zoveel mogelijk te verminderen/voorkomen, of om het aangename op te zoeken (= ...)

R, Sr

12
New cards

Het leggen van verbanden en het voorspellen of weer oproepen van opgeslagen geheugeninformatie =

cognitieve processen

13
New cards

Geef de componenten van een operant leerproces

uitlokkende prikkels, operante gedrag, gedragsgevolgen

14
New cards

Uitlokkende prikkels =

komen voor gedrag, definiëren de context waarin gedrag gewenste uitkomst heeft

15
New cards

De verbinding tussen specifiek gedrag en gedragsresultaat is enkel ... in een gegeven context

operationeel

16
New cards

Discriminatieve prikkel =

signaal dat specifiek gedragsgevolg aankondigt, lokken gedrag uit

17
New cards

Synoniem discriminatieve prikkel

uitlokkende prikkel

18
New cards

Stimuluscontrole =

sterk verband tussen uitlokkende prikkel en optreden van specifiek gedrag

19
New cards

Synoniem operant gedrag

instrumenteel gedrag

20
New cards

Waarom term 'instrumenteel gedrag'?

gedrag is instrument om omgeving te controleren

21
New cards

Geautomatiseerd gedrag =

automatische gedragingen waarbij doel niet duidelijk waarneembaar

22
New cards

automatische gedragingen waarbij doel niet duidelijk waarneembaar =

geautomatiseerd gedrag

23
New cards

Covert operant gedrag =

niet waarneembaar, intern

24
New cards

Geef 2 voorbeelden voor covert operant gedrag

nadenken, interne dialoog

25
New cards

nadenken, interne dialoog zijn ... gedrag

covert operant

26
New cards

niet waarneembaar, intern gedrag =

covert operant gedrag

27
New cards

Vermijdingsgedrag =

operant gedrag om ongewenste situatie te vermijden

28
New cards

Ontsnappingsgedrag =

operant gedrag om te ontsnappen uit ongewenste situatie

29
New cards

vermijdingsgedrag kunnen we nog verder opdelen:

actief vermijdingsgedrag, passief vermijdingsgedrag

30
New cards

Op welke manieren kan probleemgedrag worden uitgelegd?

teveel inadequaat gedrag, tekort van geschikt gedrag

31
New cards

Hoe kunnen we verklaren dat verkeerd gedrag dat een beperkte positieve uitkomst heeft wel telkens opnieuw gesteld wordt?

verwachting van gedragsgevolg kan al stimuleren tot gedrag

32
New cards

Hoe schrijven we vermijdingsgedrag in symbolen?

°S-

33
New cards

Hoe schrijven we ontsnappingsgedrag in symbolen?

-S-

34
New cards

bekrachtigen =

aangename gevolgen van gedrag

35
New cards

bestraffen =

onaangename gevolgen van gedrag

36
New cards

positieve bekrachtiging =

gedrag om specifieke aangename effecten te bekomen

37
New cards

negatieve bekrachtiging =

specifiek gedrag om onaangename effecten te eindigen of voorkomen

38
New cards

benoningswaarde =

mate waarin aangenaam gevolg als aangenaam wordt beleeft en bekrachtigend werkt

39
New cards

mate waarin aangenaam gevolg als aangenaam wordt beleeft en bekrachtigend werkt =

beloningswaarde

40
New cards

Hoe schrijven we positieve bekrachtiging in symbolen? Hierbij treedt er een aangename prikkel of situatie op.

+S+

41
New cards

Hoe schrijven we negatieve bekrachtiging door wegname van onaangename prikkel in symbolen?

-S-

42
New cards

Hoe schrijven we negatieve bekrachtiging door vermijding van prikkel in symbolen?

°S-

43
New cards

Hoe schrijven we positieve bestraffing in symbolen? Hierbij treedt een onaangename situatie of prikkel op.

+S-

44
New cards

Hoe schrijven we negatieve bestraffing door verdwijnen van aangename prikkel in symbolen?

-S+

45
New cards

Hoe schrijven we negatieve bestraffing door uitblijven van aangename prikkel in symbolen?

°S+

46
New cards

Respondent leren =

emoties of fysiologische reacties bij prikkel die deze reactie normaal niet uitlokt

47
New cards

Hoe is respondent leren ook wel gekend?

Pavlov

48
New cards

Over welke soorten prikkels spreken we bij respondent leren?

neutrale prikkel, betekenisvolle prikkel

49
New cards

Betekenisvolle prikkel =

emotioneel betekenisvol, bij iedereen ongeveer gelijkaardige betekenis

50
New cards

Wanneer reageert een persoon bij het waarnemen van een neutrale prikkel?

als verband is gelegd tussen neutrale en betekenisvolle prikkel

51
New cards

We delen betekenisvolle prikkels (respondant leren) nog verder op.

fysieke pijn- en genotsprikkels, mentale pijn- en genotsprikkels

52
New cards

Indien neutrale prikkels betekenisvol zijn geworden, heeft ... zich voorgedaan.

respondant leerproces

53
New cards

Wat is het nadeel van respondant leren?

kan onnodige, overmatige spanning ontstaan, hulpeloosheid

54
New cards

geef een overeenkomst tussen operant en respondant leren

verlopen beiden cognitief en beschrijven totstandkoming van associaties

55
New cards

Geconditioneerde stimulus =

neutrale stimulus is betekenisvol geworden

56
New cards

Welke kenmerken zijn er bij prikkels bij respondent leren?

stimuluskenmerken, eigen responskenmerken

57
New cards

Welke relaties bestaan er tussen een prikkel en betekenis?

verwachting, verwijzing

58
New cards

Geef synoniem voor verwachtingsleren

sequentieel leren

59
New cards

Geef synoniem voor sequentieel leren

verwachtingsleren

60
New cards

Sequentieel of verwachtingsleren =

verwachten dat geconditioneerde prikkel zal optreden

61
New cards

Anticipatorische vrees =

verwachtingsangst, angst die optreedt door verwachting van probleem

62
New cards

Referentiële conditionering =

neutrale en betekenisvolle prikken worden geassocieerd zonder verwachting van probleem

63
New cards

resultaat van betekeniskoppeling aan een prikkel is altijd ...

emotie

64
New cards

Op welke manieren manifesteren emoties zich?

fysiologisch, gedrag, verbaal

65
New cards

Hoe manifesteren emoties zich als gedrag?

toenadering of vermijding

66
New cards

Geef de componenten van het gedragschema:

uitlokkende/voorheen neutrale prikkel -> betekenis -> emoties/fysiologische responsen -> operant gedrag -> gedragsgevolgen

67
New cards

voorheen neutrale prikkel prikkel/situatie is geassocieerd geraakt met een betekenisvolle prikkel of situatie en lokt sindsdien een aantal fysiologische reacties en/of emoties uit. Deze route (situatie-betekenis-emotie) beschrijft het ...

respondente leerproces

68
New cards

De prikkel/situatie is ook de context geworden waarbinnen een welbepaalde handeling geassocieerd wordt met specifieke gedragsgevolgen. Deze tweede route (uitlokkende prikkel-gedrag-gevolgen) beschrijft het ...

operante leerproces

69
New cards

Welk operant gedrag gesteld wordt, is afhankelijk van ...

betekenis die aan prikkels wordt toegekend en welke emotionele respons optreedt

70
New cards

Op welke manieren kunnen we associatief leren?

eigen ervaring, modelleren, informatief leren, imaginair leren

71
New cards

Het gezellig samen eten met vrienden is bij de persoon met een milde slikstoornis enkele malen gepaard gegaan met genante toestanden van verslikken. Eten met vrienden is nu een gevreesde situatie geworden.

Dit is een voorbeeld van ...

associatief leren - eigen ervaring

72
New cards

Modelleren =

observatie van anderen leidt tot vergelijkbare leereffecten

73
New cards

Geef synoniemen voor modelleren

observationeel leren, plaatsvervangend leren, sociaal leren, imitatieleren, voorbeeldleren

74
New cards

Een logopediste screent vijfjarige kleuters en detecteert tot haar verbazing een ongewoon hoog percentage aan lispelende kinderen in eenzelfde klas. Tot ze de kleuterjuf hierover aanspreekt en ontdekt dat deze ook enkele klanken interdentaal articuleert... De kleuters zijn zich van geen kwaad bewust (wat helaas ook geldt voor de leerkracht) en hebben de spraakklankproductie van de juf mooi overgenomen.

Is een voorbeeld van ...

modelleren

75
New cards

Informatief leren = leren via instructie =

associatieve verbanden leren uit gesproken/geschreven informatie

76
New cards

Zo kan een stotterend kind dat totnogtoe nooit een punt maakte van het eigen stottergedrag daar plots schaamte voor ontwikkelen na het lezen van enkele stottermoppen in een tijdschrift (respondent).

OF

Een kind kan inadequaat op zijn heesheid leren te reageren door gebruik te maken van fluisterspraak, omdat hij dit advies heeft gekregen van zijn ouders (operant).

Zijn voorbeelden van ...

informatief leren, leren via instructie

77
New cards

Imaginair leren =

associaties in eigen fantasie

78
New cards

Waarom zou observeren efficiënter werken dan rechtstreeks leren?

mensen kunnen leren zonder zelf fouten te moeten ervaren

79
New cards

Waarop legt de sociaal-cognitieve theorie de nadruk?

complexe wisselwerking tussen omgevingsinvloeden en interne cognitieve processen

80
New cards

Wat heeft een centrale plaats in de sociale leertheorie?

cognitieve processen

81
New cards

Welke klassen van cognitie onderscheiden we?

kennis over gedrag-gevolgrelatie, overtuiging eigen doeltreffendheid, persoonlijke normen

82
New cards

Welke soorten verwachtingen kunnen we beschrijven bij operant leren?

resultaatsverwachting, doeltreffendheidsverwachting

83
New cards

Resultaatsverwachting =

inschatting dat gedrag tot gewenste uitkomst zal leiden

84
New cards

Bij positieve resultaatsverwachting zal gedrag enkel gesteld worden als persoon overtuigd is dat hij het gedrag ook echt kán stellen =

self-efficacy

85
New cards

Doeltreffendheidsverwachting =

overtuiging dat je een specifiek gedrag kan uitvoeren, self-efficacy

86
New cards

... beïnvloeden de intentie om gedrag te vertonen (of het gedrag dus gebeurt), terwijl ... invloed heeft op de daadwerkelijke uitvoering van het gedrag.

resultaatsverwachting, doeltreffendheidsverwachting

87
New cards

Self-efficacy =

geloof in eigen kunnen van welbepaalde handeling of taak

88
New cards

Van welke zaken is self-efficacy afhankelijk?

succeservaring bij zichzelf, succeservaring bij ander, verbale aanmoediging, arousel

89
New cards

Wat is een belangrijke voorwaarde opdat een succeservaring leidt tot een toenemende self-efficacy?

duidelijkheid over doel en vooruitgang

90
New cards

Wat zijn voorwaarden opdat de self-efficacy zal verbeteren bij het zien van succeservaring bij anderen?

verwantheid model en observator, coping model

91
New cards

Een model dat aanvankelijk zelf ook wat bang is, fouten maakt, op zoek gaat naar oplossingen, fouten herstelt, volhoudt, doorgaat met oefenen en uiteindelijk succes ervaart

coping model

92
New cards

Tegenovergestelde van coping model =

mastery model

93
New cards

Wat is een 'gevaar' bij verbale aanmoediging om self-efficacy te verhogen?

als op aanmoediging een mislukking volgt zal geloofwaardigheid dalen

94
New cards

Geef de voorwaarden voor modelleren?

aandacht, motivatie, geheugen, zelf uitvoeren

95
New cards

zelfregulering =

proces waarin individu zichzelf beloont bij bereiken van doelen en straft bij niet-bereiken van doelen

96
New cards

proces waarin individu zichzelf beloont bij bereiken van doelen en straft bij niet-bereiken van doelen =

zelfregulering

97
New cards

Welke processen spelen een belangrijke rol bij zelfregulering?

zelfobservatie, zelfbeoordeling, bijsturing

98
New cards

TTM =

transtheoretisch model van gedragsverandering

99
New cards

Waarop richt TTM zich?

motivatie voor gedragsverandering en hoe mensen strategieën bewust of onbewust toepassen

100
New cards

Geef een toepassing voor TTM

stoppen met roken