1/56
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Armoede raakt alle dimensies van positieve gezondheid
1. Lichaamsfuncties
2. Mentaal welbevinden
3. Zingeving
4. Kwaliteit van leven
5. Meedoen
6. Dagelijks functioneren
Verklaring voor het effect van inkomen op gezondheid
Een laag inkomen beperkt financiële mogelijkheden. Dat leidt tot: minder budget om gezondere voeding te kopen.
Minder kans op een gezonde leefomgeving.
Minder financiële ruimte om medicijnen te kopen, medische behandelingen te ondergaan of aanvullende zorgverzekering af te sluiten.
Dit kan leiden tot zorg mijden en dat kan schadelijk zijn voor de gezondheid.
Minder financiële mogelijkheden om deel te nemen aan sociale activiteiten en om vrijetijdsproducten of –diensten aan te schaffen.
Minder bestaanszekerheden. Werknemers met een laag inkomen vaker schadelijke arbeidsomstandigheden.
‘Bubbel’ met schadelijke leefgewoonten
WRR (2018)
Algemene maatregelen leiden weliswaar tot gezondheidswinst, maar mensen met een hoge SES (sociaaleconomische status) profiteren daar vooral van. Daardoor nemen verschillen eerder toe dan af
Tim ‘s Jongers (2022)
De interventies bedacht vanuit een normen- en waardenpatroon van de hoopvolle, kunnen zo wereldvreemd aanvoelen voor de hopeloze
Armoede en gezondheid moeten gezamenlijk aangepakt worden, om gezondheidseffecten te bereiken:
Schulden moeten worden weggewerkt of kwijtgescholden.
Er moet betaald werk worden verkregen en werk moet minder onzeker zijn.
Het inkomen moet voldoende zijn om van te leven.
Minder kinderen moeten opgroeien in armoede.
De genoten opleiding moet minder afhankelijk worden van de opleiding van de ouders.
1. Huisvesting en leefomgeving
Ze hebben geen keus
Slechte/te kleine huisvesting --> Stress
Energiekosten --> tocht in huis
Gebrek aan groen in omgeving --> Minder sport en beweging en effect op mentale gezondheid.
Fietspaden en goede (fiets)verbindingen met het centrum nodigen uit tot bewegen.
Toename fastfoodketens, het sterkst in arme buurten
2. Financiën
Mensen weten echt wel dat witlof gezonder is dan frikandel.
Het geld om gezonde voeding te kopen ontbreekt vaak.
Vraagt om veel creativiteit en tijd om aan gezond eten te komen, terwijl men in de overlevingsstand staat.
Voeding van de Voedselbank is ook niet altijd gezond.
Geld om te sporten ontbreekt
3. Culturele factoren
Als jij niet uit armoede komt, is het ook enorm moeilijk om het te begrijpen.
Attitude
o Cultureel kapitaal --> Houding neem je over. Wat zien we en wat niet?
Sociale invloed
o Wat is gebruikelijk/geaccepteerd in jouw omgeving?
o Als bitterballen bij sociaal verkeer horen is het moeilijk om af te wijken.
o Als veel mensen in je omgeving roken --> Moeilijker om te stoppen
o Relaties worden beleefd in termen van macht
4. Overerving
Genetische factoren --> Stress
Omgevingsfactoren (armoede, huisvesting) --> Moeilijk om uit armoede te komen als je erin geboren bent.- Culturele factoren/leerervaringen
5. Stress
Probleem-oplossend vermogen wordt aangetast Langdurige effecten van stress op volwassen leeftijd:
o Somberheid
o Wantrouwen
o Prikkelbaarheid
o Verminderde geheugenfunctie
o Minder in staat om vast te houden aan plannen
o Minder in staat om in actie te komen
o Verminderd probleemoplossend vermogen (IQ)
o Tunnelvisie o Focus op de korte termijn
JOGG (Jongeren op Gezond Gewicht) bestaat uit vijf pijlers:
1. Politiek-bestuurlijke draagvlak --> De preventie van overgewicht moet een plaats krijgen in het collegeprogramma.
2. Publiek-private samenwerking --> Lokale bedrijven worden nauw betrokken bij de JOGG-aanpak.
3. Sociale marketing --> Een JOGG-gemeente past de principes van sociale marketing zo veel mogelijk toe op de lokale situatie en wordt hierin begeleid en ondersteund door de landelijke stichting.
4. Wetenschappelijke begeleiding en evaluatie --> Evidence-based interventies en het effect hiervan meten. BMI meten.
5. Verbinding tussen preventie en zorg
Gedragsverandering is moeilijk
Nieuw gedrag moet gemakkelijk in te passen zijn in dagelijks leven
o Belang van routinevorming
o Aansluiten bij wat voor mensen plezierig is
Pas de (leef)omgeving zo aan dat deze uitnodigt tot gezond gedrag
Nieuw gedrag moet ook sociaal acceptabel zijn
Gedragsverandering vraagt tijd en volhouden
Aanpak:
Werk in kleine, haalbare stappen
o Haalbaar is niet alleen een kwestie van weten of kunnen, maar ook van de context.
Houd rekening met de beperkingen die het leven in stress met zich meebrengt.
Ga uit van respect voor de zingeving en betekenisverlening van mensen.
o Het vasthouden van sociale relaties kan zwaarder wegen dan een gezonde leefstijl.
Combineer interventies op diverse levensgebieden, bijvoorbeeld:
o Financieel, ondersteuning bij schulden, inkomensverwerving
o Sociaal, wijkgericht o Vrijetijdsbesteding, vorming, cultuur
o Opvoeding, school
Nudging --> Gezonde optie het makkelijkste maken. Sluit aan bij waarden en behoeften van de burger. Maak interventies sociaal
o Ontwikkel interventies waar mogelijk samen met burgers.
o Ontwikkel interventies die mensen samen kunnen doen
Succesfactoren
Een procesaanpak in plaats van een projectmatige aanpak.
Bottom up --> Haal de inbreng van de werkvloer en stel die zeker met een mandaat bij bestuurders.
Een open houding --> Denk niet voor de professionals, maar stimuleer ze om zelf met ideeën en oplossingen te komen.
Continuïteit --> Vaste gezichten en een inzet van minimaal drie jaar.
Focus --> Bepaal gezamenlijk met professionals en bewoners per discipline waar de prioriteiten liggen en ga daar mee bezig.
Financiering binnen het domein --> Bestaande budgetten. Gezamenlijke visie en doelstelling
Werkend leren --> Deel kennis, ervaar en evalueer.
Kansen zien
Preventie
Het uitvoeren van interventies of nemen van maatregelen teneinde de gezondheid te bevorderen en ziekten of gezondheidsproblemen te voorkomen, en zodoende gezondheidswinst te bereiken
Universele preventie
> Richt zich op de gezonde bevolking en bevordert en beschermt actief de gezondheid van de bevolking (plekken rookvrij maken).
Selectieve preventie
Richt zich op bevolkingsgroepen met een verhoogd gezondheidsrisico en voorkomt dat personen met één of meerdere risicofactoren daadwerkelijk ziek worden (adviseringen).
Geïndiceerde preventie
Richt zich op mensen met beginnende klachten en voorkomt dat deze klachten verergeren tot een ziekte of aandoening (zelfhulpprogramma’s).
Zorggerelateerde preventie
Richt zich op mensen met een ziekte of aandoening en voorkomt dat deze leidt tot complicaties, beperkingen, een lagere kwaliteit van het leven of sterfte (beweegprogramma).
Primaire preventie
Betreft activiteiten die voorkomen dat gezonde mensen een bepaald gezondheidsprobleem, een bepaalde ziekte of een ongeval krijg (verspreiden van informatie).
- Secundaire preventie
Betreft het vroegtijdig opsporen van ziekten of afwijkingen bij personen die ziek zijn, een verhoogd risico lopen op een bepaalde ziekte of die een bepaalde genetische aanleg hebben. De ziekte kan daardoor eerder worden behandeld, zodat deze eerder geneest of niet erger wordt (bevolkingsonderzoek voor borstkanker).
Tertiaire preventie
Betreft het voorkomen van complicaties en ziekteverergering bij patiënten met een gediagnosticeerde. aandoening. Ook het bevorderen van de zelfredzaamheid van patiënten valt hieronder (bewegingsadvies)
Gezondheidsbevordering
Gaat over het bevorderen en in stand houden van een gezonde leefstijl en een gezonde sociale en fysieke omgeving (speelruimtes)
Gezondheidsbescherming
Gaat over het beschermen van de bevolking tegen gezondheidsbedreigende factoren (voedselveiligheid).
Ziektepreventie
Gaat over het voorkomen van specifieke ziekten of vroege signalering daarvan (vaccinaties).
Inrichting van de fysieke en sociale omgeving
Een zo gezond mogelijke omgeving creëren voor inwoners (speelruimtes, meer groen).
Regelgeving en handhaving
Het scheppen en bewaken van gezonde kaders (leeftijdsgrens voor alcohol).
Voorlichting en educatie
Mensen voorzien van informatie over wat een gezonde leefstijl is en hoe ze hun eigen gezonde gedrag kunnen bevorderen (lesprogramma’s op school).
Signalering, advies en ondersteuning
Signalering brengt vroegtijdig gezondheidsproblemen in beeld, door middel van advies en ondersteuning wordt een adequate reactie gegeven om te voorkomen dat problemen verergeren en zwaardere zorg nodig is
De preventiecyclus kent drie fasen
1. Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV): stand van zaken --> Verkenning die een beeld van de volksgezondheid op dat moment. De verkenning is gebaseerd op epidemiologische gegevens over levensverwachting, ziektelast, determinanten van ziekte en leefstijlgedragingen zoals roken en bewegen.
2. Rijksnota: prioriteiten voor collectieve preventie.
3. Gemeentelijke nota’s: lokaal gezondheidsbeleid --> Biedt gemeenten aanknopingspunten voor het lokale gezondheidsbeleid dat wordt verwoord in een nota gemeentelijk gezondheidsbeleid.
dus:
VTV laat zien hoe gezond Nederland nu is en welke problemen er spelen.
De Rijksnota bepaalt welke gezondheidsproblemen landelijk het belangrijkst zijn.
Gemeentelijke nota’s vertalen dit naar een lokaal plan voor gezondere inwoners.
Gezondheidsnota
De volgende vier vraagstukken krijgen de meeste aandacht:
1. Gezondheid in de fysieke en sociale omgeving-- Omgeving belangrijke factor voor gezondheid. Leefstijlprogramma’s om de omgeving gezonder te maken.
2. Gezondheidsachterstanden verkleinen-- Gezondheidsverschillen tussen laagopgeleiden en hoogopgeleiden. Aandacht voor onderliggende factoren van belang zoals gezondheidsvaardigheden, armoede en directe leefomgeving. GezondIn --> Stimuleringsprogramma om lokale integrale aanpak te ontwikkelen om gezondheidsachterstanden te verkleinen.
3. Druk op het dagelijks leven bij jeugd en volwassenen-- Prestatiedruk in het onderwijs en de maatschappij. Druk verlagen en de mentale weerbaarheid en veerkracht van jongeren vergroten.
4. Vitaal ouder worden-- Vergrijzing. Verdubbeling 75+-ers in komende 20 jaar. Groeiende groep ouderen zo lang mogelijk zo vitaal mogelijk te houden
Wetgeving
iis een krachtige, juridische uiting van beleid. We kunnen wetten beschouwen als een vorm van beleid dat is bedoeld om het gedrag van maatschappelijke factoren een bepaalde richting op te sturen.
Wet publieke gezondheid (Wpg)
Wettelijke kader voor de publieke gezondheidszorg. Richt zich op gezondheid beschermende en gezondheid bevorderende maatregelen voor de algemene bevolking of specifieke groepen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de lokale invulling.
Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo)
> Regelt dat mensen die niet op eigen kracht zelfredzaam zijn passende ondersteuning en/of zorg krijgen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de Wmo.
Jeugdwet (Jw)
Regelt de zorg, hulp en ondersteuning aan jeugdigen en hun ouders bij opgroei- en opvoedingsproblemen en psychische problemen. Doel is voorkomen van problemen en vroegtijdige inzet van ondersteuning om zo vormen van jeugdhulp te voorkomen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de gehele jeugdzorg
Zorgverzekeringswet (Zvw)
Regelt dat iedereen die in Nederland woont of loonbelasting betaalt wettelijk verplicht is een basisverzekering te hebben. Deze dekt standaardzorg, daarnaast kan iedereen zich aanvullend verzekeren voor kosten die het basispakket niet vergoed. Zorgverzekeraars hebben een zorgplicht. Ook zijn verzekeraars verantwoordelijk voor de beoordeling of de zorg doelmatig is en voldoet.
Wet langdurige zorg (Wlz)
Verplichte verzekering voor iedereen die in Nederland woont of loonbelasting betaalt. Voorziet in de zorg voor mensen die de hele dag zorg dichtbij of permanent toezicht nodig hebben
Plannen van het kabinet
Het verhogen van mentale weerbaarheid en het verminderen van wachtlijsten in de geestelijke gezondheidszorg (ggz).
Prioriteit bij het opstellen van de randvoorwaarden voor de inzet van generatieve AI, digitalisering, standaardisering, automatisering en gegevensuitwisseling met acht neming van privacy.
Gezonde generatie 2040:
o Marketing ongezonde producten jonge kinderen.
o Vape jongeren
o Campagne kopen en gevolgen van drugs. Vaccinatiegraad verhogen Inzetten op voldoende sport en beweging
Decentralisatie
staat voor het afstoten van taken door de Rijksoverheid naar lagere overheden
regievoerders
Gemeenten
lokaal preventieakkoord
is om samen met lokale partners via preventie te werken aan gezonde inwoners
Integraalgezondheidsbeleid
Relevante sectoren binnen en buiten het volksgezondheidsdomein samenwerken aan het aspect gezondheid, samen beleid maken, waarbij het gemeenschappelijk doel is het bevorderen of beschermen van de gezondheid.
- Health in All Policies
houdt in dat gezondheid in alle beleidsdomeinen wordt meegewogen.
gezondheidsprofiel
worden problemen en oplossingen en verbindingen met andere werkvelden in kaart gebracht. Kan op het niveau van een gemeente tot stand komen.
Integrale aanpak
Mix van interventies en activiteiten in verschillende settings voor verschillende doelgroepen in samenwerking met meerdere partners binnen en buiten het gemeentehuis.----
Combinatie van maatregelen
o Fysieke en sociale omgeving --> Rookvrije gebieden.
o Regelgeving en handhaving --> Leeftijdsgrenzen toevoegen.
o Voorlichting en educatie
o Signalering, advies en ondersteuning Combinatie van settings
o Werk
o Zorg Combinatie van doelgroepen Samenwerking met meerdere partijen
o Publiek-private samenwerking (PPS) --> Samenwerking tussen de overheid en het bedrijfsleven, waarbij het uitgangspunt is dat de samenwerking voor beide partijen én de maatschappij meerwaarde oplevert
Publiek-private samenwerking (PPS)
Samenwerking tussen de overheid en het bedrijfsleven, waarbij het uitgangspunt is dat de samenwerking voor beide partijen én de maatschappij meerwaarde oplevert
Maatschappelijk verantwoord ondernemen
Dat bedrijven verantwoordelijkheid nemen en zich willen inzetten voor maatschappelijke thema’s
Lokale integrale gezondheidsaanpak:
1. Integraalgezondheidsbeleid --> Relevante sectoren binnen en buiten het volksgezondheidsdomein samenwerken aan het aspect gezondheid, samen beleid maken, waarbij het gemeenschappelijk doel is het bevorderen of beschermen van de gezondheid.-- Health in All Policies houdt in dat gezondheid in alle beleidsdomeinen wordt meegewogen. Intersectorale samenwerking is de samenwerking tussen verschillende sectoren, waarbij hetzelfde doel wordt nagestreefd.
2. Gezondheidssituatie in kaart brengen Bij een gezondheidsprofiel worden problemen en oplossingen en verbindingen met andere werkvelden in kaart gebracht. Kan op het niveau van een gemeente tot stand komen.
3. Gemeentelijke gezondheidsnota Landelijke gezondheidsnota is leidraad.-- Inhoudelijke afwegingen; niet alle landelijke gezondheidsproblemen komen in alle gemeenten voor. Politieke afwegingen; wensen burgers en politieke kleur speelt mee. Financiële middelen.
4. Integrale aanpak --> Mix van interventies en activiteiten in verschillende settings voor verschillende doelgroepen in samenwerking met meerdere partners binnen en buiten het gemeentehuis.---- Combinatie van maatregelen o Fysieke en sociale omgeving --> Rookvrije gebieden.
o Regelgeving en handhaving --> Leeftijdsgrenzen toevoegen.
o Voorlichting en educatie o Signalering, advies en ondersteuning Combinatie van settings o Werk
o Zorg Combinatie van doelgroepen Samenwerking met meerdere partijen
o Publiek-private samenwerking (PPS) --> Samenwerking tussen de overheid en het bedrijfsleven, waarbij het uitgangspunt is dat de samenwerking voor beide partijen én de maatschappij meerwaarde oplevert.
o Maatschappelijk verantwoord ondernemen --> Dat bedrijven verantwoordelijkheid nemen en zich willen inzetten voor maatschappelijke thema’s. Combineren van leefstijlthema’
gezonde leefomgeving
is een leefomgeving waarin inwoners zich prettig voelen, die uitnodigt tot gezond gedrag en die zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid.
Een gezonde leefomgeving is een leefomgeving waarin inwoners zich prettig voelen, die uitnodigt tot gezond gedrag en die zo min mogelijk negatieve invloed heeft op de gezondheid. Bij het inrichten van een gezonde leefomgeving kan rekening gehouden worden met:
---------- Beweegvriendelijkheid Uitnodigende omgeving voor kinderen.
Gezond binnenmilieu van woningen, scholen en andere gebouwen.
Beperken van beschikbaarheid van alcohol en drugs.
Gevarieerd aanbod aan voorzieningen in alle wijken.
Gezonde voeding in kantines.
Uitnodigende omgeving om elkaar te ontmoeten.
Goede milieukwaliteit. Voldoende, toegankelijk en aantrekkelijk groen, natuur en water.
Omgeving die aansluit bij behoeften van bewoners en bijdraagt aan sociale cohesie
Psychosociale arbeidsbelasting
is een van de belangrijkste oorzaken van arbeidsuitval, hieronder vallen alle factoren van het werk die stress veroorzaken, zoals agressie en geweld, arbeidsconflicten, seksuele intimidatie pesten en werkdruk.
Voor het stimuleren van een gezonde leefstijl bestaat het BRAVO kompas, dit helpt bij het systematisch opzetten van gezondheidsbeleid, gericht op:
Gesprekken met werknemer en werkgever om oorzaken van werkdruk en werkstress te achterhalen en een actieplan te maken.
Meer in beweging krijgen van werknemers.
Rookvrij werken en aandacht voor stopen met roken.
Alcoholvrij werken en matiging van alcoholgebruik buiten werk.
Aandacht voor gezonde voeding.
Voorkomen of verminderen van werkstress
Gezonde wijkaanpak
is een aanpak die gericht is op het bevorderen van een gezonde leefstijl en het realiseren van een gezonde leefomgeving. Door te stimuleren van sport en bewegen in de buurt.
wijkteam
is samengesteld uit diverse hulpverleners en is het eerste aanspreekpunt voor bewoners, ze verbinden zorg, welzijn en preventie met elkaar
Evidence-based
Een bepaalde interventie in bepaalde omstandigheden, op een bepaald moment in samenhang met andere maatregelen of interventies effect heeft gehad
Werkzame elementen
Onmisbare onderdelen die ervoor zorgen dat een interventie werkt
Stappenplan planmatig werken:
1. Analyse van gezondheid --> Gezondheidssituatie in kaart brengen.
2. Analyse van gedrag en omgeving --> Beschrijving van risicofactoren van het gezondheidsprobleem.
3. Analyse van factoren van gedrag --> Wat zijn de oorzaken van het ongezonde gedrag, wat zijn belemmerende en bevorderende factoren van het gedrag>
4. Interventiekeuze- of ontwikkeling --> Welke interventies passen bij het gekozen doel en de doelgroep?
5. Interventie-implementatie en verspreiding --> Implementatieplan maken en uitvoeren.
6. Evaluatie van interventies --> Procesevaluatie; is de interventie op de juiste wijze en naar tevredenheid geïmplementeerd? Effectevaluatie; heeft de interventie het gewenste effect gehad?