1/79
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
Accueillir
verwelkomen
Acheter
kopen
Aimer
houden van
Aller
gaan
Appeler
roepen, noemen, bellen
S’appeler
heten
Apprécier
waarderen
S’arrêter
stoppen
Arriver
toekomen
Assister
bijwonen
Attendre
wachten
Avoir
hebben
Boire
drinken
Changer
veranderen
Chanter
zingen
Commencer
beginnen
Conduire
rijden
Connaitre
kennen
Corriger
verbeteren
Courir
lopen
Croire
geloven, denken
Danser
dansen
Découvrir
ontdekken
Demander
vragen
Détruire
vernietigen
Devoir
moeten
Dire
zeggen
Donner
geven
Dormir
slapen
Écouter
luisteren
Écrire
schrijven
Envoyer
zenden
Être
zijn
Faire
doen, maken
Falloir
nodig zijn
Fermer
sluiten
Finir
beëindigen
Guérir
genezen
Introduire
inleiden
Jeter
werpen
(se) laver
(zich) wassen
Lire
lezen
Manger
eten
Mettre
zetten, plaatsen
Oublier
vergeten
Ouvrir
openen
Paraître
verschijnen
Parler
praten
Partager
delen
Partir
vertrekken
Payer
betalen
Penser
denken
Peindre
schilderen
Perdre
verliezen
(se) plaire
bevallen
Pouvoir
kunnen, mogen
Préférer
verkiezen
Prendre
nemen
Se promener
wandelen
Promettre
beloven
Recevoir
ontvangen
Réfléchir
nadenken
Remercier
bedanken
Rencontrer
ontmoeten
Rendre
teruggeven
Répéter
herhalen
Répondre
antwoorden
Réussir
slagen
Rire
lachen
Savoir
weten
Sentir
voelen
Se taire
zwijgen
Suffire
voldoende zijn
Tenir
houden
Traduire
vertalen
Vendre
verkopen
Venir
komen
Vivre
leven
Voir
zieN
Vouloir
willen