Cognitieve Ontwikkeling volgens Piaget en Vygotsky

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/45

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Deze flashcards zijn ontwikkeld om de kernconcepten van de cognitieve ontwikkelingstheorieën van Piaget en Vygotsky te helpen begrijpen en onthouden.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

46 Terms

1
New cards

Wat is de tertiaire circulaire fase volgens Piaget?

Kinderen variëren systematisch hun handelingen om problemen op te lossen.

2
New cards

Wat is de symboolfunctie in Fase 6?

Kinderen ontwikkelen het vermogen om mentale beelden te vormen zonder fysiek aanwezige dingen.

3
New cards

Wat betekent accommodatie volgens Piaget?

Het aanpassen en uitbreiden van schema's door kinderen.

4
New cards

Wat is de capaciteit tot mentale voorstelling?

Het vermogen van een kind om mentale beelden of ideeën op te roepen van objecten of situaties die niet fysiek aanwezig zijn.

5
New cards

Welke rol speelt taal in de pre-operationele fase van Piaget?

Taal speelt een minimale rol in vroege cognitieve ontwikkeling; kinderen leren de wereld vooral door actie.

6
New cards

Hoe gebruiken kinderen tekenen om mentale voorstellingen uit te drukken?

Kinderen gebruiken tekeningen om hun belevingsinhoud voor te stellen, niet alleen als kopieën van de realiteit.

7
New cards

Wat zijn de kenmerken van socio-dramatisch spel?

Meer los van de realiteit, meer sociale interactie, en complexiteit van verhaallijnen.

8
New cards

Welke voordelen biedt socio-dramatisch spel voor de ontwikkeling van kinderen?

Helpt bij het versterken en ontwikkelen van mentale schema's, sociale vaardigheden en inzicht in realistische situaties.

9
New cards

Wat is duale representatie?

Het idee dat een symbolisch object zowel een object zelf is en ook verwijst naar iets anders.

10
New cards

Wat was het doel van het drie-bergen experiment van Piaget?

Om de capaciteiten van kinderen te testen in het begrijpen van perspectieven.

11
New cards

Wat is egocentrisme in de context van Piaget?

Het onvermogen van kinderen om de perspectieven van anderen te onderscheiden van hun eigen.

12
New cards

Wat is animisme volgens Piaget?

De gedachte dat niet-levende objecten menselijke kwaliteiten of emoties hebben.

13
New cards

Wat is finalisme in de cognitieve ontwikkeling van kinderen?

Het idee dat alles een specifieke, vaak doelgerichte reden heeft.

14
New cards

Wat houdt fysiognomisch waarnemen in?

Het denken dat levenloze objecten een emotie of gelaatsuitdrukking vertonen.

15
New cards

Wat is magisch denken?

De overtuiging dat gedachten, wensen of overtuigingen invloed kunnen hebben op de werkelijkheid.

16
New cards

Wat is het begrip van conservatie?

De overtuiging dat fysieke eigenschappen van objecten constant blijven, zelfs als hun vorm verandert.

17
New cards

Wat is centratie?

Het focussen op één aspect van een situatie en het verwaarlozen van andere aspecten.

18
New cards

Wat is het gebrek aan aandacht voor transformaties?

Kinderen negeren vaak de veranderingen die plaatsvinden tussen begin- en eindtoestand van een object.

19
New cards

Wat betekent onomkeerbaarheid in Piagets theorie?

Het probleem dat kinderen moeite hebben om een reeks stappen in gedachten om te keren.

20
New cards

Wat is hiërarchische classificatie?

Het organiseren van voorwerpen in klassen en subklassen op basis van gelijkenissen en verschillen.

21
New cards

Wat is recente kritiek op Piaget's theorie?

De beschrijving van kleuters in termen van wat ze niet kunnen, in plaats van wat ze al wel kunnen.

22
New cards

Wat zijn enkele beperkingen van kleuter denken?

Egocentrisme, animistisch denken, en een beperkte logische redenering.

23
New cards

Wanneer beginnen kinderen verschillende perspectieven te begrijpen?

Rond de leeftijd van 4 jaar.”},{

24
New cards

Wat is de rol van privé taal in Vygotsky's theorie?

Het helpt kinderen om zichzelf aan te sturen en problemen op te lossen.

25
New cards

Wat is de zone van naaste ontwikkeling (ZNO)?

Het gebied tussen wat een kind zelfstandig kan doen en wat het kan bereiken met begeleiding.

26
New cards

Hoe ondersteunt scaffolding het leren van kinderen?

Door tijdelijke ondersteuning aan te bieden die is aangepast aan het prestatieniveau van het kind.

27
New cards

Wat is de kern van Vygotsky's benadering van onderwijs?

Het benadrukken van sociale context en samenwerking met leeftijdsgenoten.

28
New cards

Wat zijn enkele kritiekpunten op Vygotsky's theorie?

Het is een Westerse theorie met weinig aandacht voor basale cognitieve processen.

29
New cards

Wat zijn de stappen in de informatieverwerkingsstheorie?

Stimulus input, sensory register, aandacht, werkgeheugen, opslag, oproeping en lange-termijngeheugen.

30
New cards

Wat verstaan we onder werkgeheugen?

Een beperkte hoeveelheid informatie die tijdelijk vastgehouden en verwerkt wordt.

31
New cards

Wat is het verschil tussen herkenning en herinnering?

Herkenning is het identificeren van bekende dingen, terwijl herinnering het actief oproepen van informatie is.

32
New cards

Wat zijn scripts?

Algemene beschrijvingen van wat er gebeurt en wanneer in een specifieke situatie.

33
New cards

Wat is autobiografisch geheugen?

Herinneringen van persoonlijke, betekenisvolle gebeurtenissen.

34
New cards

Wat zijn de twee stijlen om kinderen te helpen verhalen te vertellen?

Elaboratieve stijl en repetitieve stijl.

35
New cards

Wat is theory of mind?

Het vermogen om te begrijpen dat anderen gedachten, gevoelens en perspectieven hebben die anders zijn dan die van jezelf.

36
New cards

Hoe ontwikkelt theory of mind zich bij jonge kinderen?

Kinderen beginnen ment actief leven te begrijpen en ontwikkelen inzicht in false beliefs.

37
New cards

Wat zijn factoren die bijdragen aan de ontwikkeling van theory of mind?

Taal, cognitieve vaardigheden, en sociale interacties met leeftijdgenoten en volwassenen.

38
New cards

Wat is fast-mapping in woordenschatontwikkeling?

Het proces waarbij kinderen een nieuw woord snel verbinden met het onderliggende concept.

39
New cards

Wat is wederzijdse exclusiviteit in vocabulaire?

Kinderen veronderstellen dat woorden verwijzen naar niet-overlappende categorieën.

40
New cards

Wat zijn de verschillende strategieën om zinnen uit te breiden?

Juxtapositie en topicalisatie.

41
New cards

Wat is pragmatiek?

Het vermogen om effectief en op de juiste manier met anderen te communiceren.

42
New cards

Wat zijn uitbreidingen (expansions) in ondersteuning van taalontwikkeling?

Volwassenen maken de uitspraken van kinderen complexer door nieuwe elementen toe te voegen.

43
New cards

Wat is de rol van helpende feedback van ouders?

Het helpt kinderen hun taalvaardigheden te verbeteren zonder te veel te corrigeren.

44
New cards

Wat zijn de problemen die kinderen tegenkomen in grammaticale ontwikkeling?

Negatie, inversie bij vragen, en gebruik van vragende voornaamwoorden.

45
New cards

Hoe kunnen kinderen beter leren communiceren?

Door scaffolding en ondersteuning van ouders bij hun taalgebruik.

46
New cards

Wat is over-regularisatie in grammatica?

Wanneer kinderen grammaticale regels te ver uitbreiden en uitzonderingen verkeerd toepassen.