3 Havo - Chapitre 3 - Voca's A + B + E + F (F→N + N→F) | Quizlet

0.0(0)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/80

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

81 Terms

1
New cards

la gare

het station

2
New cards

le train

de trein

3
New cards

le car

de streekbus

4
New cards

un avion

een vliegtuig

5
New cards

la voiture

de auto

6
New cards

la direction

de richting

7
New cards

les renseignements

de inlichtingen

8
New cards

le départ

het vertrek

9
New cards

la destination

de bestemming

10
New cards

l'arrivée

de aankomst

11
New cards

la neige

de sneeuw

12
New cards

le sandwich

het broodje

13
New cards

un aller-retour

een retourtje

14
New cards

à cause de

vanwege

15
New cards

en face de

tegenover

16
New cards

dans une heure

over een uur

17
New cards

bienvenue

welkom

18
New cards

agréable

prettig

19
New cards

seul(e)

alleen

20
New cards

je suis désolé(e)

het spijt me

21
New cards

je serai

ik zal zijn

22
New cards

il fait froid

het is koud

23
New cards

aider

helpen

24
New cards

continuer

doorgaan

25
New cards

monter

instappen

26
New cards

chercher

zoeken, ophalen

27
New cards

demander

vragen

28
New cards

rendre visite à

(iemand) bezoeken

29
New cards

descendre

uitstappen

30
New cards

entendre

horen

31
New cards

le désert

de woestijn

32
New cards

le travail

het werk

33
New cards

le centre-ville

het centrum

34
New cards

le quartier

de wijk

35
New cards

le gâteau

het gebak

36
New cards

le temps libre

de vrije tijd

37
New cards

l'arabe

het Arabisch (taal)

38
New cards

marocain(e)

Marokkaans

39
New cards

seulement

slechts

40
New cards

sauf

behalve

41
New cards

heureusement

gelukkig maar

42
New cards

tout

alles

43
New cards

au printemps

in het voorjaar

44
New cards

simple

eenvoudig

45
New cards

découvrir

ontdekken

46
New cards

partir

vertrekken

47
New cards

blaguer

grappen maken

48
New cards

j'aurai

ik zal hebben/krijgen

49
New cards

la vue (sur)

het uitzicht (op)

50
New cards

les sports d'hiver

de wintersport

51
New cards

le vêtement

het kledingstuk

52
New cards

le lit

het bed

53
New cards

le patron

de baas

54
New cards

à côté (de)

naast

55
New cards

moi aussi

ik ook

56
New cards

au camping

op de camping

57
New cards

le petit déjeuner

het ontbijt

58
New cards

le déjeuner

de lunch

59
New cards

le diner

het avondeten

60
New cards

délicieux, délicieuse

heerlijk

61
New cards

mauvais(e)

slecht

62
New cards

propre

schoon

63
New cards

sale

vies

64
New cards

ridicule

belachelijk

65
New cards

le métier

het beroep

66
New cards

la solution

de oplossing

67
New cards

la petite annonce

de advertentie

68
New cards

le journal

de krant

69
New cards

le rendez-vous

de afspraak

70
New cards

la pluie

de regen

71
New cards

contre

tegen

72
New cards

tous les ans

ieder jaar

73
New cards

avant

voor (tijd)

74
New cards

sur

op

75
New cards

principal(e)

belangrijkste

76
New cards

recyclable

recyclebaar

77
New cards

rester

blijven

78
New cards

inventer

bedenken, uitvinden

79
New cards

trouver

vinden

80
New cards

ressembler à

lijken op

81
New cards

Nog leren (7)

Je hebt een begin gemaakt met het leren van deze termen. Hou vol!