Natuurkunde H3 krachten - yr 4.2

0.0(0)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/37

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

begrippen van hoofdstuk 3

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

38 Terms

1
New cards
Kracht

Een interactie die een object kan versnellen of vervormen. Gemeten in Newton (N). F = m x a

2
New cards
Veerunster
Een apparaat waarmee de kracht die nodig is om een veer uit te rekken of samen te drukken gemeten wordt. Het meet de kracht in Newton.
3
New cards
Krachtenschaal
Een manier om krachten op een tekening of diagram op schaal weer te geven, zodat de verhoudingen van krachten duidelijk zijn.
4
New cards
Vector
Een wiskundige grootheid die zowel een grootte als een richting heeft, zoals kracht, snelheid en versnelling.
5
New cards
Aangrijpingspunt
Het punt waar een kracht op een object werkt, vaak aangeduid op het object.
6
New cards
Werklijn
De lijn waarlangs een kracht werkt, die door het aangrijpingspunt gaat en de richting van de kracht aangeeft.
7
New cards

Zwaartekracht

De aantrekkingskracht die een object uitoefent op een ander object vanwege hun massa. Het trekt objecten naar de aarde toe. Fzw = m x g

8
New cards

Valversnelling

De versnelling a die een object ondergaat door de zwaartekracht wanneer het valt, gemeten in 9.81 m/s*2 op aarde.

9
New cards

Gravitatieversnelling

Versnelling door zwaartekracht, symbool g, die varieert afhankelijk van de locatie, maar op aarde gemiddeld 9.81 m/s*2 is.

10
New cards
Zwaartepunt
Het punt waar de massa van een object in balans is en waar je de zwaartekracht kunt beschouwen als een enkele kracht die werkt.
11
New cards
Normaalkracht
De kracht die een oppervlak uitoefent op een object dat erop rust, die altijd loodrecht op het oppervlak werkt.
12
New cards
Spankracht
De kracht die in een draad, kabel of touw wordt uitgeoefend wanneer het wordt uitgerekt of onder spanning staat.
13
New cards
Uitrekking
De verlenging van een veer of draad als gevolg van de kracht die op het object wordt uitgeoefend.
14
New cards
Veerkracht
De kracht die een veer uitoefent om terug te keren naar zijn oorspronkelijke lengte wanneer hij wordt uitgerekt of samengedrukt.
15
New cards
Veerconstante

Een maat voor de stijfheid van een veer, symbolisch k, die de verhouding tussen de kracht en de uitrekking van de veer aangeeft. Formule F = C x u

16
New cards
Strakke veer
Een veer die moeilijker uit te rekken is, vanwege een hoge veerconstante.
17
New cards
Slappe veer
Een veer die gemakkelijker uit te rekken is, vanwege een lage veerconstante.
18
New cards
Schuifwrijvingskracht
De kracht die zich verzet tegen de beweging van een object langs een oppervlak.
19
New cards
Wrijvingscoëfficiënt
De maat voor de sterkte van de wrijving tussen twee oppervlakken, symbolisch ÎĽ, en afhankelijk van de aard van de oppervlakken.
20
New cards
Rolweerstandkracht
De kracht die de beweging van een object afremt wanneer het over een oppervlak rolt, meestal kleiner dan schuifwrijving.
21
New cards
Luchtweerstandkracht
De kracht die de beweging van een object door de lucht tegenwerkt, afhankelijk van de snelheid, het oppervlak en de luchtweerstandcoëfficiënt.
22
New cards
Stroomlijn
De lijn die de richting van de luchtstroom rond een object aangeeft, wat nuttig is voor het begrijpen van de luchtweerstand.
23
New cards
Frontaal oppervlak
Het deel van een object dat direct de luchtweerstand ondervindt, meestal het grootste, horizontale deel van het object.
24
New cards
Luchtweerstandcoëfficiënt
Een dimensieloze constante die de mate van luchtweerstand voor een object beschrijft, afhankelijk van de vorm, het oppervlak en de aard van het object.
25
New cards
Resulterende kracht
De enkele kracht die het effect van meerdere krachten op een object vervangt, verkregen door krachten samen te voegen.
26
New cards
Samenstellen van krachten
Het proces van het combineren van twee of meer krachten tot Ă©Ă©n kracht, de resulterende kracht.
27
New cards
Paralellogrammethode
Een manier om twee krachten te combineren door een parallellogram te tekenen, waarbij de diagonalen de resulterende kracht aangeven.
28
New cards
Componenten
De krachten die samen de resulterende kracht vormen, meestal verdeeld in de horizontale en verticale componenten.
29
New cards
Ontbinden van krachten
Het splitsen van een enkele kracht in zijn componenten, vaak in de richting van de x- en y-assen.
30
New cards
Omgekeerde parallelogrammethode
De methode om krachten te ontbinden, waarbij de resulterende kracht wordt gezien als de diagonale van een parallellogram van krachten.
31
New cards
Evenwicht van krachten
De toestand waarin de som van alle krachten die op een object werkt gelijk is aan nul, waardoor het object in rust blijft of met een constante snelheid beweegt.
32
New cards
Eerste wet van Newton
Ook bekend als de wet van traagheid, die stelt dat een object in rust blijft of met constante snelheid beweegt, tenzij er een externe kracht op inwerkt.
33
New cards
Tweede wet van Newton
De wet die stelt dat de versnelling van een object recht evenredig is met de resulterende kracht en omgekeerd evenredig met zijn massa. Formule
34
New cards
Traagheid
De eigenschap van een object om zijn toestand van rust of beweging te behouden, tenzij een externe kracht de toestand verandert.
35
New cards
Wisselwerking
De invloed die twee objecten op elkaar uitoefenen, vaak in de vorm van krachten zoals bij de derde wet van Newton.
36
New cards
Derde wet van Newton
De wet die stelt dat voor elke kracht die door een object op een ander object wordt uitgeoefend, er een gelijke en tegengestelde kracht is die door het andere object op het eerste object wordt uitgeoefend.
37
New cards
Gewicht
De kracht die de aarde op een object uitoefent door zwaartekracht, vaak uitgedrukt in Newton.
38
New cards
Gewichtloos
De toestand waarin een object geen gewicht lijkt te hebben, bijvoorbeeld wanneer het in vrije val is en geen normale kracht wordt uitgeoefend door een oppervlak.