1/18
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
excitatie
elektron die van baan veranderd door toevoer van grote hoeveelheid energie
ionisatie
een elektron wordt volledig van het atoom verwijderd
desexcitatie
de vrijgekomen plaats na excitatie of ionisatie wordt opgevuld door een elektron van een baan verder
--> hierbij komt fluorescente X-straling vrij
ioniserende stralingen
bezitten voldoende energie om excitaties en ionisaties te veroorzaken in het medium waar ze doorgaan
--> gebeurt door elektrische aantrekking en afstoting of door botsingen
bv. elektronen, protonen, X-stralen, 𝛾-stralen
direct ioniserende stralingen
geladen deeltje botst op elektron en er gebeurt elektrische interactie
--> kan nog verder botsen
worden uitgezonden door radioactieve stoffen bij hun verval
veroorzaakt biologische effecten door directe ionisatie van de DNA helix + indirecte schade op DNA door radicalen
indirect ioniserende stralingen
secundaire geladen deeltjes (afkomstig van direct ioniserende stralen) die verder botsen op andere elektronen
--> draagt energie over aan elektron
bv. röntgenstraling
radioactiviteit
door radioactieve verval processen kunnen protonen en neutronen aantallen gewijzigd worden
--> er gebeuren kern mutaties
--> energievermindering komt vrij door ioniserende straling
activiteit
aantal spontane kern mutaties per tijdseenheid
eenheid: Bq becquerel
alfastraling
treedt op bij atoomkernen Z>82
--> alfadeeltje is eigenlijk He 4,2
ze zijn mono-energetisch en hebben kleine penetratie diepte
worden niet in geneeskunde gebruikt want hoge radiotoxiciteit
--> enkel als pijnvermindering voor prostaatkanker
bètastraling
ontstaat na bètaverval: een neutron wordt getransformeerd in een proton (𝞫-) of in andersom (𝞫+)
𝞫- verval
er wordt een 𝞫- deeltje (elektron) uitgezonden samen met een antineutrino
neutron wordt getransformeerd in proton
ze geven al hun energie af op korte afstand
wordt gebruikt in metabole radiotherapie (schildklier)
𝞫+ verval
er wordt een 𝞫+ deeltje (positron) uitgezonden samen met een neutrino
proton wordt getransformeerd in neutron
komt pas tot rust als alle energie op is
--> dan bindt die zich aan een elektron en verdwijnt zo
er komen 2 EM stralingen vrij (annihilatieproces)
gebruikt in kerngeneeskunde met PET-camera
𝛾-straling
als er nog teveel energie is na 𝞪 of 𝞫 verval wordt de grondtoestand bereikt adhv 𝛾-straling
--> zendt EM golf met hoge energie uit
diep penetratievermogen
wordt meeste gebruikt in geneeskunde voor beeldvorming (is betaalbaar)
het is mono-energetisch en specifiek voor de radionuclide
lijkt heel erg op X-straling
--> als het buiten atoomkern is ontstaan is het X-straling
--> als het binnen atoomkern is ontstaan is het 𝛾-straling
radioactief verval
waarschijnlijkheid dat een radioactief atoom binnen een bepaald tijdsinterval desintegreert
--> desintegratieconstante 𝞴: waarschijnlijkheid dat een radioactief atoom vervalt per seconde
Halfwaardetijd (t1/2)
de tijd na dat het oorspronkelijk aantal radioactieve atomen is gehalveerd
vervalschema
geeft halfwaardetijd weer per nuclide
productie X-stralingen
geproduceerd door afremming van hoog-energetische elektronen
==> remstraling
en door desexcitatie van een orbitaal elektron
vrijgekomen elektronen worden versneld tussen anode en kathode
--> aankomstenergie A KeV
--> stroom van aangekomen elektronen mA
atomen krijgen vacatures die worden opgevuld en waarbij EM golf vrijkomt
zijn niet mono-energetisch
wordt gebruikt bij röntgendiagnostiek
--> normaal wordt gefilterde X-stralenbundel gebruikt om laag energetische stralingen af te snijden
Remstraling
ontstaat als hoogenergetische elektronen invallen op trefplaat met hoge Z-waarde
--> trefplaat wordt geïoniseerd door invallende elektronen
invallende elektronen worden afgebogen door atoomkernen waardoor ze energie verliezen
maar 1% van invallende stralen wordt omgezet in remstralen (rest warmte)
--> koelsysteem nodig (vacuüm)
bevat X-straling
mutagene straling
straling die de frequentie verhoogt waarmee mutaties plaatsvinden, zoals radioactieve straling, röntgenstraling en ultraviolette straling
de biologische effecten zijn te wijten aan de ioniserende werking van de straling