1/84
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
Aanlandige wind
Wind vanaf zee. Heet ook zeewind
Aardbeving
Schokkende of trillende beweging van een gedeelte van de aardkorst door de werking van endogene krachten.
Aardkern
Het binnenste van de aarde.
Aardmantel
Deel in het binnenste van de aardbol tussen de aardkorst en de binnenkern.
Afzetmarkt
Het aantal klanten dat producten wil kopen.
Afzettingsgesteente
Gesteente dat is ontstaan uit materiaal dat door wind, water of ijs is neergelegd. Heet ook sedimentgesteente.
Aquacultuur
Het kweken van waterorganismen, zoals vissen, garnalen, kreeften en waterplanten.
Archipel
Eilandengroep.
Basalt
Stollingsgesteente dat ontstaat door de snelle afkoeling van lava.
Breedteligging
De afstand van een plaats tot de evenaar.
Breuk
Barst of scheur in de aardkorst.
Caldeiravulkaan
Oude vulkaan met een grote, kilometersbrede krater door het leeglopen van de magmakamer waardoor het dak ervan is ingestort.
Continentale plaat
Plaat die bestaat uit een groot landoppervlak.
Convectiestroom
Stroming van het gesmolten gesteente onder de aardkorst binnen de aarde.
Convergentie
Het naar elkaar toe drijven van platen.
Dagbouw
Vorm van mijnbouw: winning van delfstoffen die (vlak) aan de aardoppervlakte liggen.
Demografisch kenmerk
Kenmerk van de groei en de afname van de bevolking en de herkomst van mensen.
Divergentie
Het uit elkaar drijven van platen
Diversificatie
Het minder eenzijdig maken van de economie.
Duurzaamheid
Niet meer natuurlijke hulpbronnen gebruiken dan dat er bij komen, zodat mensen er ook in de toekomst nog gebruik van kunnen maken.
Economisch kenmerk
Kenmerk dat gaat over de bestaansmiddelen van mensen; de manier waarop mensen geld verdienen.
Effusieve uitbarsting
Rustige vulkaanuitbarsting.
El Niño
Het verschijnsel dat het zeewater in het midden en het oosten van de Grote Oceaan extra sterk opwarmt.
Epicentrum
Het punt waar de aardbeving aan de oppervlakte komt, direct boven het hypocentrum.
Eruptie
Vulkaanuitbarsting.
Explosieve uitbarsting
Heftige vulkaanuitbarsting.
Export
Uitvoer van goederen en diensten naar een ander land.
Exportproduct
Product dat naar een ander land wordt uitgevoerd.
Geboortecijfer
Het gemiddelde aantal levend-geborenen per duizend inwoners per jaar.
Gesteentekringloop
Proces waarbij gesteenten door geologische processen (verwering, erosie, sedimentatie, gesteentevorming) telkens worden afgebroken en omgevormd.
Graniet
Stollingsgesteente dat ontstaat door de langzame afkoeling van lava.
Hogedrukgebied
Gebied met een teveel aan lucht waar lucht wegstroomt over het aardoppervlak en wordt aangevuld met dalende lucht van boven: blauwe luchten en zon. Heet ook maximum.
Hooggebergteklimaat
Koud en nat klimaat. De temperatuur in de zomer is gemiddeld lager dan 10 C.
Hoogtegordel
Plantengroeizone in een gebergte.
Hotspot
De plaats aan het aardoppervlak waar een mantelpluim door de aardkorst is gebroken.
Hypocentrum
Plaats diep in de aardkorst waar de aardbeving begint (aardbevingshaard).
Importsubstitutie
Producten die eerst werden ingevoerd, nu zelf gaan maken.
Keerkring
De breedtecirkel van 23 en een half N.B. en 23 en een halfZ.B. Grens van de tropen.
Klimaat
Het gemiddelde weer in een bepaald gebied over dertig of veertig jaar.
Koopkracht
Het aantal goederen of diensten dat je van je geld kunt kopen.
Kraterpijp
Verbinding tussen de magmakamer van een vulkaan en de krater.
Krattenwijk
Een zelfbouwwijk met slechte huizen, weinig voorzieningen en onzekerheid voor de bewoners of ze er nog mogen blijven wonen.
Lava
Magma dat door de aardkorst naar buiten is gestroomd.
Lijzijde
De kant van de berg die uit de wind ligt; er valt weinig neerslag.
Loefzijde
De windkant van een gebergte met veel neerslag.
Luchtstreek
Temperatuurzone op aarde: tropen, gematigde zone en poolstreken.
Magma
Heet, vloeibaar gesteente binnen in de aarde.
Mantelpluim
Opstijgend magma vanaf een vaste plek in de aardmantel.
Mediterraan klimaat
Klimaat met hete, droge zomers en vochtige, zachte winters. Heet ook Middellandse Zeeklimaat.
Metamorf gesteente
Gesteente dat onder hoge druk of temperatuur andere eigenschappen heeft gekregen.
Milieuaantasting
Ingrepen in de natuur en het landschap waardoor de kwaliteit ervan achteruit gaat.
Milieuramp
Door mensen veroorzaakte ramp met veel schade in de natuurlijke omgeving.
Milieu-uitputting
Het opraken van natuurlijke hulpbronnen door menselijk gebruik.
Milieuvervuiling
Het milieu gebruiken als afvalbak waarin te veel schadelijke stoffen terechtkomen. Heet ook milieuverontreiniging.
Naschok
Aardbeving die uren, dagen of zelfs weken na eerdere aardbeving in hetzelfde gebied plaatsvindt.
Natuurlijke bevolkingsgroei
Bevolkingsgroei of bevolkingsafname door het aantal geboorten min het aantal sterftes.
Oceanische plaat
Plaat die bestaat uit een groot zeeoppervlak (oceaan).
Plaat
Stuk van de aardkorst. Heet ook schol.
Plooiingsgebergte
Gebergte dat is ontstaan door plooiing van stukken van de aardkorst.
Politiek kenmerk
Kenmerk dat gaat over het bestuur van een land.
Pyroclastische stroom
Hete gassen vermengd met stenen en as bij een vulkaanuitbarsting de helling afrazen. Heet ook gloedwolk.
Regenschaduw
De lijzijde van een berg, waar de dalende en warme lucht weinig of geen neerslag brengt.
Reliëf
Hoogteverschillen in het landschap.
Schaal van Richter
Schaal waarmee de kracht van een aardbeving wordt aangegeven.
Schachtbouw
Winning van delfstoffen in de ondergrond via stelsels via horizontale en verticale gangen.
Schildvulkaan
Lage, brede vulkaan met flauwe hellingen.
Sedimentgesteente
Gesteente dat is ontstaan uit materiaal dat door wind, water of ijs is neergelegd. Heet ook sedimentgesteente.
Seismisch gat
Een gebied waar al lang geen zware aardbeving is voorgekomen vergeleken met de omringde gebieden.
Seismoloog
Wetenschapper die zich bezighoudt met het bestuderen van aardbevingen.
Sociaal-cultureel kenmerk
Kenmerk van de cultuur, kunst, taal, godsdienst, gewoonten en geschiedenis.
Streftecijfer
Het gemiddelde aantal overleden personen per duizend inwoners per jaar.
Stollingsgesteente
Gesteente dat is ontstaan door de afkoeling van lava of magma.
Stratovulkaan
Vulkaan met steile hellingen die is opgebouwd uit lagen lava en pyroclastisch materiaal.
Stuwingsregen
Neerslag die ontstaat door stijgende lucht tegen een gebergte.
Subductie
Het wegduiken van een oceanische plaat onder een continentale plaat.
Subtropisch maximum
Hogedrukgebied (maximum) rond 30 breedte.
Temperatuurfactor
Factor die invloed heeft op een gebied.
Transforme beweging
Het langs elkaar bewegen van platen.
Trog
Diepe kloof onder in de zee, ontstaan door subductie van een oceanische plaat.
Tsunami
Hoge vloedgolf op zee die de kust overspoelt en die wordt veroorzaakt door een zeebeving.
Urbanisatiegraad
Het percentage stedelingen in een land.
Urbanisatietempo
De snelheid waarmee de urbanisatiegraad toeneemt.
Waterdamp
Verdampt water (gasvormig) in de lucht.
Zeeklimaat
Klimaat met een matigende invloed van de zee op de temperatuur (‘s zomers koeler, ‘s winters zachter) en het hele jaar neerslag.
Zeestroom
Stroming van zeewater die ontstaat doordat de wind langdurig uit een richting waait.