1/24
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Schoorwal
Zandbank evenwijdig met de kust die niet meer overstroomt bij hoog water. (Restant = waddeneilanden).
Wad/Lagune
Gebied tussen schoorwal & vasteland dat onderhevig blijft aan de getijdenwerking.
Schorre
Deel getijengebied, enkel overstroomt bij springtij & heeft minder zoudrijke bodems, met begroeiing van halofyten.
Slik
Deel getijdengebied, overstroomt bij elke hoogtij & heeft zout rijke bodems zonder begroeiing.
Halofyt
Zoutplant, groeit op bodem met hoog zoutgehalte.
Estuarium
Open/brede riviermonding door afwisseling eb- & vloedstromen, waardoor groot debiet ontstaat.
Deltamonding
Riviermonding, rivier vertakt rond opgehoogde sedimenten waardoor er zich een delta vormt.
Strandbank
Ophoping zand.
Zwin
Plas water door inslaan brandingsgolven en blijft staan bij laag water.
Mui
Uitweg water door strandbanken om zwin te verlaten.
Canyon/klifkust
Kust met rechte wanden.
Abrasieplat
Platform ontstaan door achteruit trekken klif.
Abrasienis
Uitholling rotswanden door watererosie.
Abrasiepuin
Verzameling afbraakgesteenten aan voet abrasieplat, verzamelt door uitholling rotswanden.
Ria
Onderhevig aan eb- & vloedwerking.
Riakust
Rivierdal dat uitmondt in zee, aan uitslijting onderhevig & gedeeltelijk overstroomd door zee.
Fjordenkust
Inham in bergachtige kust gekenmerkt door steile wanden die uitslijten door gletsjerwerking.
Scherenkust
Kustgebied met ondiep, brak water met talrijke kleine rotsachtige eilanden (=scheren, ontstaan door gletsjers tijdens ijstijd die stegen na afsmelten ijskap en zo de eilanden boven wateroppervlakte komen te liggen).
Ontstaan scherenkust
In het geografisch taalgebruik zijn scheren rotsachtige eilanden geboetseerd door de gletsjers tijdens iistijden. Na afsmelten van de ijskap zijn de kustgebieden gaan stijgen en kwamen de eilanden boven het wateroppervlak. Dit verklaart ook hun gepolijst, afgeronde vorm. Scandinavië en Canada (Atlantische kust en Hudsonbaai) zijn de belangrijke gebieden waar deze kustvorm voorkomt.
Hafkust
Groot strandmeer aan kust maar afgesloten door schoorwal.
Limankust
Meer gevormd aan riviermonding waar stroom geblokkeerd wordt door zandophoping.
Kustrif/franjerif
Rif aan kust gevormd en contouren volgt.
Barrièrerif
Rif uitgestrekt en in zee bevindt en gescheiden wordt met de kust door een ondiepe lagune.
Atol
Ringvorminge (reeks) eilanden, koraalrif hoger gaan liggen om vulkanisch eiland naarmate eiland verder zakt.
Niet geleerd (24)
Deze termen heb je nog niet geleerd!