1/27
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
hoe het bewijs rond gemeenschappelijke en specifieke factoren wordt geïnterpreteerd, wordt bepaald door enkele zaken (2)
machtsstrijd
concurrerende paradigma’s
zaken die het veld niet vooruit helpen (2)
blijven benadrukken dat gemeenschappelijke factoren het belangrijkste zijn
blijven grote vergelijkingsstudies tussen therapieën uitvoeren
wnt vinden meestal gelijkaardige effecten
waardoor vervaagt de tegenstelling tussen beide paradigma’s? (2)
specifieke factorentheoretici erkennen het belang van gemeenschappelijke factoren
gemeenschappelijke factorentheoretici formuleren strikte definities van ‘echte’ psychotherapie
= de tegenstelling vervaagt
naar wat moeten we het onderzoek uitbreiden volgens de auteurs Mulder? (4)
E-therapieën
transdiagnostische behandelingen
componentstudies
inzichten uit de neurobiologie
doel: beter begrijpen welke processen psychotherapie echt effectief maken
kernbevindingen uit de psychotherapieliteratuur vanwaar de auteur vertrekt (2)
absolute effectiviteit van psychotherapie
therapie is beter dan geen therapie
relatieve effectiviteit
specifieke psychotherapieën verschillen niet in effectiviteit
hypothese: vnl gemeensch factoren verantw vr verandering
maar: mulder stelt deze hypothese in vraag: zijn gemeensch echt de enige/belangrijkste verklaring?
kenmerken van de huidige onderzoekspraktijk
overvloed aan oz nr behandelingsuitkomsten en weinig naar de onderliggende mechanismen v verandering
CBT domineert het veld
enige evidentie dat positieve effecten van CBT afnemen op lange termijn
onvoldoende kennis over hoe, voor wie & onder welke omstandigheden therapieën werken
dit zorgt voor een kloof tussen onderzoekers & praktiserende therapeuten
onzekerheid blijft bestaan over de vraag of verandering voortkomt uit specifieke of uit gemeenschappelijke factoren
Waarom domineert CBT het veld?
Is gestandaardiseerd en goed onderzocht
historisch debat tussen 2 denkwijzen
behaviorisme → medisch model, specifieke factoren
humanisme → contextueel model, gemeenschappelijke factoren
kenmerken medisch en contextueel model
medisch model
gericht op specifieke factoren
doel is symptoomreductie
positivistisch
contextueel model
gemeensch factoren
verbetering algemeen welzijn
constructivistisch
deze versch benadering maken een eenduidige benadering moeilijk
beperkingen van het bestaande evidence-based practice onderzoek (6)
externe validiteit
resultaten moeilijk te generaliseren
onderzoek bias
onderzoek w uitgevoerd met belangen vr positieve resultaten
publicatiebias
enkel pos resultaten gepubliceerd => overschatten effecten
beperkte uitkomstmaten
meten enkel symptoomreductie en geen LT-effecten
therapeutische trouw
voorspelt betere resultaten maar geen bewijs hiervoor
hoge kosten
daardoor geen grootschalige studies
valse dichotomie?
onderscheid tss beide paradigma’s is kunstmatig, wnt overlappen in werkelijkheid
aangezien beide stromingen elkaars belang erkennen en beide binnen een evidence-based benadering passen
redenen dat in werkelijkheid beide paradigma’s overlappen (4)
specifieke factorentheoretici erkennen het belang van gemeenschappelijke factoren
gemeenschappelijke factorentheoretici erkennen dat sommige specifieke factoren effectiever zijn bij bepaalde stoornissen
beide benaderingen sluiten goed aan bij EBP
aandacht verschuift naar transdiagnostisch behandelen
transdiagnostisch behandelen
therapieën die zich richten op gemeenschappelijke onderliggende pathologische processen
ipv op afzonderlijke symptomen/diagnoses
gebruiken uniforme protocollen: toepasbaar bij meerdere stoornissen
positieve evidentie
wat is de conclusie van mulder
huidig debat heeft te weinig empirische onderbouwing en vnl het cbt-onderzoek stelt de verkeerde vragen
algemene aanbevelingen van Mulder (3)
strengere kwaliteitscontrole in opleiding & praktijk
breder perspectief: niet enkel focussen op gemeenschappelijke factoren, maar ook op specifieke factoren
meer aandacht voor mechanismen hoe iets werkt
concrete richtlijnen van Mulder (4)
transdiagnostische behandelingen
psychotherapeutische componentenstudies
E-therapieën
nood aan diepgaand klinisch onderzoek
psychotherapeutische componentenstudies
onderzoeken welke specifieke ingrediënten bijdragen aan positieve uitkomsten
vormen psychotherapeutische componentenstudies (2)
additieve onderzoeken
ontmantelingsonderzoeken
additieve psychotherapeutische componentenstudies
voegen 1 element toe om te zien of het extra effect heeft
ontmantelings psychotherapeutische componentenstudies
vergelijken volledige therapieën met varianten waarin 1 element is verwijderd
E-therapieën
online therapieën
werken voor sommige stoornissen beter dan face-to-face-behandelingen
maken componentenonderzoek makkelijker
onderdelen kunnen makkelijker toegevoegd/weggelaten worden
ook hier is therapeutische relatie belangrijk (in lichtere vorm)
Waar is er nood aan en wat is het?
Translationele wetenschap
= psychotherapieondezoek moet geïntegreerd w in bredere theorie
= bruggen slaan tss oz en klinische praktijk
= er moet meer focus komen op procesonderzoek naast uitkomstonderzoek
procesonderzoek
hoe werkt therapie?
uitkomstonderzoek
werkt therapie?
Wat is het gevolg van een gebrek aan procesonderzoek?
Dodo bird verdicht blijft in standgehouden worden
zaken waar de continue opleiding van therapeuten aandacht moet aan besteden volgens Mulder (2)
algemene vaardigheden
specifieke technieken
Waarom zijn er grote steekproeven nodig en wat is het gevolg?
Omdat therapieën vaak gelijkaardige uitkomsten hebben en we zo de verschillen betrouwbaar kunnen aantonen
Gevolg: verder onderzoek is complex en kostbaar
Wat zijn de beperkingen van de wetenschappelijke evidentie?
zwakke correlaties
weinig inzicht in procesmechanismen
onderzoekspopulaties zijn vaak niet representatief