15. Delirium en Depressie

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/25

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 1:02 PM on 2/8/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

26 Terms

1
New cards

DSM-5 Criteria voor Delirium

A. Kernsymptomen

  • Stoornis in aandacht (verminderde mogelijkheid om te richten, vasthouden, verplaatsen)

  • Stoornis in bewustzijn (verminderde oriëntatie op omgeving)

B. Ontstaan & Verloop

  • Acuut: uren tot dagen

  • Verandering t.o.v. baseline

  • Fluctuerend in ernst gedurende de dag

C. Cognitieve stoornis

  • Extra stoornis in cognitie: geheugen, desoriëntatie, taal, visuospatiële functies, perceptie

D. Uitsluitingscriteria

  • Niet beter verklaard door een andere neurocognitieve stoornis

  • Niet in context van coma of ernstig verlaagd bewustzijn

E. Oorzaak

  • Direct fysiologisch gevolg van een medische aandoening, intoxicatie, medicatie of meerdere factoren

2
New cards

Stoornissen in aandacht & bewustzijn bij delirium

Voorbeelden van stoornissen in waakzaamheid / awareness (tonische aandacht)

  • Persoon lijkt onbereikbaar, reageert nauwelijks.

  • Glazige blik, kan ogen niet stilhouden.

  • Slaperig, moeilijk wakker te houden.

Voorbeelden van stoornissen in richten van aandacht / selectieve aandacht

  • Informatie dringt niet door.

  • Makkelijk afgeleid door irrelevante prikkels.

  • Springt van hak op de tak in gesprek of handelingen.

De stoornissen in bewustzijn en aandacht ontstaan PLOTS en FLUCTUEREN over de tijd!

3
New cards

Extra stoornis in cognitie (4)

Executieve functies

  • Problemen met abstract denken, redeneren, beoordelen, probleemoplossing.

  • Handelingen verlopen rommelig, ongeorganiseerd.

  • Onsamenhangende spraak.

Geheugenstoornis

  • Vooral kortetermijngeheugen: moeite om nieuwe info op te nemen.

Oriëntatiestoornis

  • Vooral in tijd (dag, datum, uur).

  • Bij ernstige vormen ook in plaats en persoon.

Perceptiestoornissen

  • Verminderd vermogen om realiteit te onderscheiden van verbeelding, dromen of hallucinaties.

  • Kan visueel, auditief, soms ook tactiel, smaak en reuk zijn.

  • Vaak angstopwekkend.

4
New cards

DEVELOPS OVER A SHORT PERIOD OF TIME/TENDS TO FLUCTUATE

Eén van de belangrijkste kenmerken

  • Optreden van symptomen in enkele uren tot dagen

  • Afwisseling tussen heldere momenten en momenten van delirant gedrag

5
New cards

Prevalentie & Incidentie van Delirium

Prevalentie: 14% – 24% van alle hospitaalopnames bij ouderen.

Incidentie

  • 10% – 52% postoperatief (na operatie).

  • Hogere cijfers bij kwetsbare populaties (geriatrie, intensieve zorg).

6
New cards

Pathogenese van Delirium

Disfunctie van de formatio reticularis → verstoorde regulatie van bewustzijn en aandacht.

Onderliggende processen

  • Anatomische afwijkingen (CZS-letsels).

  • Metabole stoornissen:

    • Overmaat aan cytokines (IL-1, TNF) → inflammatie bij infectie, maligniteit.

  • Neurotransmitterdisbalans:

    • Acetylcholine (belangrijkste factor).

    • Veranderingen in serotonine en dopamine.

  • Stressrespons:

    • Overmaat aan cortisol → verhoogde kwetsbaarheid.

7
New cards

Risicofactoren voor Delirium

Twee categorieën

  • Predisponerende factoren (vulnerability)

    • Aanwezig bij opname → bepalen basale gevoeligheid.

  • Precipiterende factoren (luxerend)

    • Ontstaan tijdens opname → uitlokkende triggers.

Kwetsbaarheid + trigger = delirium.
Veel predisponerende factoren → kleine trigger volstaat.
Weinig predisponerende factoren → meerdere triggers nodig.

<p><strong>Twee categorieën</strong></p><ul><li><p><strong>Predisponerende factoren (vulnerability)</strong></p><ul><li><p>Aanwezig bij opname → bepalen basale gevoeligheid.</p></li></ul></li><li><p><strong>Precipiterende factoren (luxerend)</strong></p><ul><li><p>Ontstaan tijdens opname → uitlokkende triggers.</p></li></ul></li></ul><p></p><p><strong>Kwetsbaarheid + trigger = delirium</strong>.<br>Veel predisponerende factoren → kleine trigger volstaat.<br>Weinig predisponerende factoren → meerdere triggers nodig.</p>
8
New cards

Predisponerende factoren (vulnerability)

Aanwezig bij opname → bepalen basale gevoeligheid.

  • Frailty (kwetsbaarheid).

  • Dementie → 2–3× hoger risico.

  • Depressie.

  • Verminderd cognitief vermogen (bv. oud CVA).

  • Chronische aandoeningen: hartfalen, COPD, diabetes.

  • Sensorische beperkingen: gedaalde visus en gehoor.

  • Alcoholisme.

  • Psychologische stress.

<p>Aanwezig bij opname → bepalen basale gevoeligheid.</p><ul><li><p>Frailty (kwetsbaarheid).</p></li><li><p>Dementie → 2–3× hoger risico.</p></li><li><p>Depressie.</p></li><li><p>Verminderd cognitief vermogen (bv. oud CVA).</p></li><li><p>Chronische aandoeningen: hartfalen, COPD, diabetes.</p></li><li><p>Sensorische beperkingen: gedaalde visus en gehoor.</p></li><li><p>Alcoholisme.</p></li><li><p>Psychologische stress.</p></li></ul><p></p>
9
New cards

Precipiterende factoren

Ontstaan tijdens opname → uitlokkende triggers.

  • Lichamelijk:

    • Zuurstoftekort (hypoxie).

    • Infecties.

    • Elektrolytstoornissen.

    • Hypoglycemie.

    • Pijn.

    • Urineretentie, constipatie.

  • Medicatie:

    • Polyfarmacie, anticholinergica, psychoactieve middelen.

  • Onttrekkingsdelier:

    • Alcohol, benzodiazepines.

  • Omgevingsfactoren:

    • Fysieke fixatie, katheters.

    • Verblijf op intensieve zorgen.

    • Sensorische deprivatie.

    • Slaapstoornissen.

<p>Ontstaan tijdens opname → uitlokkende triggers.</p><ul><li><p><strong>Lichamelijk</strong>:</p><ul><li><p>Zuurstoftekort (hypoxie).</p></li><li><p>Infecties.</p></li><li><p>Elektrolytstoornissen.</p></li><li><p>Hypoglycemie.</p></li><li><p>Pijn.</p></li><li><p>Urineretentie, constipatie.</p></li></ul></li><li><p><strong>Medicatie</strong>:</p><ul><li><p>Polyfarmacie, anticholinergica, psychoactieve middelen.</p></li></ul></li><li><p><strong>Onttrekkingsdelier</strong>:</p><ul><li><p>Alcohol, benzodiazepines.</p></li></ul></li><li><p><strong>Omgevingsfactoren</strong>:</p><ul><li><p>Fysieke fixatie, katheters.</p></li><li><p>Verblijf op intensieve zorgen.</p></li><li><p>Sensorische deprivatie.</p></li><li><p>Slaapstoornissen.</p></li></ul></li></ul><p></p>
10
New cards

Vormen van Delirium

Hyperactief Delirium

  • Reactietijd: kort.

  • Activiteit: toegenomen.

  • Motorische reactie: direct.

  • Spreken: frequente vocalisatie, luid.

  • Bewegen: vaak onophoudelijk, doelloos.

Hypoactief Delirium

  • Reactietijd: lang.

  • Activiteit: afgenomen.

  • Motorische reactie: traag.

  • Spreken: langzaam, lage stem, slecht verstaanbaar.

  • Bewegen: algehele inertie (stil, weinig beweging).

<p><strong>Hyperactief Delirium</strong></p><ul><li><p>Reactietijd: kort.</p></li><li><p>Activiteit: toegenomen.</p></li><li><p>Motorische reactie: direct.</p></li><li><p>Spreken: frequente vocalisatie, luid.</p></li><li><p>Bewegen: vaak onophoudelijk, doelloos.</p></li></ul><p><strong>Hypoactief Delirium</strong></p><ul><li><p>Reactietijd: lang.</p></li><li><p>Activiteit: afgenomen.</p></li><li><p>Motorische reactie: traag.</p></li><li><p>Spreken: langzaam, lage stem, slecht verstaanbaar.</p></li><li><p>Bewegen: algehele inertie (stil, weinig beweging).</p></li></ul><p></p>
11
New cards

Symptomen van Delirium

Kernkenmerken

  • Acuut begin en fluctuerend verloop (uren/dagen).

  • Aandachtstoornis: moeite met richten, vasthouden en verplaatsen van aandacht.

Cognitieve & perceptiestoornissen

  • Kortetermijngeheugenstoornis (problemen met nieuwe info).

    • (DD dementie - baseline functie)

  • Desoriëntatie: eerst in tijd, later ook plaats en persoon.

  • Illusies & hallucinaties (visueel, auditief, soms tactiel).

Psychomotoriek: hyperactief, hypoactief of gemengd delirium.

Stemming & affect: angst, depressie, agressie.

12
New cards

Diagnose van Delirium

  • Diagnose is klinisch → geen specifieke technische onderzoeken

  • Vaak miskend: 32–67% van de gevallen

  • Hetero-anamnese essentieel (info van familie/zorgverleners)

  • Meetinstrumenten

    • Screening:

      • 4AT (snelle screening voor ouderen).

      • Delirium Observation Scale (observatie in kliniek).

    • Diagnostisch instrument:

      • Confusion Assessment Method (CAM)

  • Belangrijk

    • Bij ouderen is delirium vaak eerste symptoom van ziekte → altijd zoeken naar onderliggende oorzaak (multifactorieel!).

    • Wijzigingen in scores op schalen zijn belangrijk voor opvolging.

13
New cards

Differentiaaldiagnose

  • Dementie (chronisch, stabiel bewustzijn).

  • Depressie (geen fluctuaties, geen bewustzijnsdaling).

  • Psychose (subacuut, hallucinaties meestal auditief).

14
New cards

Behandeling van Delirium

1. Etiologische behandeling: Zoek en behandel onderliggende oorzaak (infectie, elektrolytstoornis, pijn, urine-retentie, medicatie, hypoxie, …).

2. Supportieve zorg (niet-medicamenteus)

  • Optimaliseer vocht- en voedselinname.

  • Rustige, vertrouwde omgeving:

    • Aparte kamer, nabij verpleegpost.

    • Oriënterende/vertrouwde voorwerpen (klok, kalender), personen.

    • Goede verlichting, ook ’s nachts.

  • Communicatie:

    • Stel jezelf voor, leg kort en duidelijk uit wat je doet.

    • Vermijd complexe info, let op non-verbale signalen.

  • Vermijd gespannen of agressieve benadering.

  • Fysieke fixatie? → enkel als laatste redmiddel, risico op complicaties.

3. Medicamenteuze behandeling (symptomatisch, niet curatief)

  • Doel: schade voorkomen, evaluatie/behandeling mogelijk maken, patiënt rustiger maken (niet oversederen).

  • Principes:

    • Laag doseren, zo kort mogelijk.

  • Voorkeur:

    • Haloperidol (meest effectief).

    • Atypische antipsychotica: risperidone, olanzapine.

    • Benzodiazepines: bij angst of onttrekkingsdelier (alcohol/BZD).

    • Trazodone: vooral bij nachtelijke onrust.

Delirium = oorzaak behandelen + omgeving optimaliseren + medicatie enkel indien nodig, kort en laag gedoseerd

15
New cards

Preventie

  • Multimodale niet-farmacologische interventies

mobilisatie, sensorische stimulatie, slaapoptimalisatie, pijncontrole

16
New cards

Gevolgen van Delirium

Impact op patiënt & omgeving

  • Stress voor patiënt en familie.

  • Intensieve verpleegkundige zorg nodig.

    • Toegenomen werkbelasting en frustratie bij zorgverleners.

    • Meer fysieke fixatie toegepast.

Medische gevolgen

  • Hoger risico op complicaties: decubitus, valincidenten, pneumonie.

  • Hogere mortaliteit:

    • Tijdens hospitalisatie en tot 6× hoger na 6 maanden.

Economische gevolgen

  • Toegenomen kosten:

    • Langere hospitalisatieduur, hogere kans op institutionalisering.

17
New cards

Prognose van Delirium

Herstelkans

  • Volledig herstel: 40% – 70%.

  • Herstel kan langdurig zijn:

    • Bij heupfractuur:

      • Na 1 maand: 32% nog delirant.

      • Na 6 maanden: 6% nog delirant.

Langetermijngevolgen

  • Hoger risico op cognitieve achteruitgang:

    • 18% per jaar vs 6% per jaar bij niet-delirante ouderen.

  • Verhoogd risico op dementie en functionele achteruitgang.

<p><strong>Herstelkans</strong></p><ul><li><p><strong>Volledig herstel</strong>: 40% – 70%.</p></li><li><p><strong>Herstel kan langdurig zijn</strong>:</p><ul><li><p>Bij heupfractuur:</p><ul><li><p>Na <strong>1 maand</strong>: 32% nog delirant.</p></li><li><p>Na <strong>6 maanden</strong>: 6% nog delirant.</p></li></ul></li></ul></li></ul><p><strong>Langetermijngevolgen</strong></p><ul><li><p><strong>Hoger risico op cognitieve achteruitgang</strong>:</p><ul><li><p><strong>18% per jaar</strong> vs <strong>6% per jaar</strong> bij niet-delirante ouderen.</p></li></ul></li><li><p>Verhoogd risico op dementie en functionele achteruitgang.</p></li></ul><p></p>
18
New cards

Voorkomen depressie

5 à 15% depressieve verschijnselen

3% heeft majeure depressie

<p>5 à 15% depressieve verschijnselen </p><p>3% heeft majeure depressie</p>
19
New cards

Herkennen van Depressie

Depressie bij ouderen wordt vaak miskend

  • Vooroordeel: « depressieve gevoelens horen nu eenmaal bij de oude dag»

  • Vooroordeel: « depressie bij ouderen is niet behandelbaar »

  • Screenen voor depressie

    • Geriatric Depression Scale

20
New cards

Typische symptomen depressie

depressieve grondstemming EN

minstens vijf van de volgende criteria:

  • 1/ Eetlust en gewichtsproblemen (anorexie en vermagering)

  • 2/ Slaapstoornissen (slapeloosheid, vroegtijdig ontwaken, hypersomnie)

  • 3/ Psychomotorische geremdheid of eerder agitatie

  • 4/ Energieverlies, moeheid

  • 5/ Verlies van interesse in voorheen als prettig beleefde bezigheden of taken

  • 6/ Gevoelens van waardeloosheid, schuldgevoelens of zelfverwijten

  • 7/ Objectieve of subjectieve moeilijkheden met de concentratie en/of het geheugen

  • 8/ Levensmoeheid, doodsgedachten of -wensen, suïcidale preoccupaties

21
New cards

Atypische symptomen depressie

Lichamelijke klachten: vage klachten en pijn

Klachten van

  • Rusteloosheid en angst

  • Hypochondrische verschijnselen

  • Paranoia verschijnselen

Uiten zich vaak via gedragsveranderingen: zelfverwaarlozing, weigeren van eten/drinken, sociaal isolement.

  • Suïcidesignalen altijd ernstig nemen!

22
New cards

Specifieke vorm van depressie

1. Gemaskerde depressie: verdoezeling door lichamelijke klachten

2. Geagiteerde depressie (<> remming)

3. Het pseudo-deficitair syndroom: “De depressie ziet eruit als ware het dementie”

23
New cards

Differentiaaldiagnose depressie

  • Moeilijk onderscheid met dementie (beide kunnen samen voorkomen).

  • Kenmerken die helpen:

    • Depressie: snelle start, suïcidegedachten, schuldgevoel, sombere stemming.

    • Dementie: sluipend begin, afasie/apraxie/agnosie, geen uitgesproken schuldgevoel.

<ul><li><p>Moeilijk onderscheid met dementie (beide kunnen samen voorkomen).</p></li><li><p><strong>Kenmerken die helpen</strong>:</p><ul><li><p>Depressie: snelle start, suïcidegedachten, schuldgevoel, sombere stemming.</p></li><li><p>Dementie: sluipend begin, afasie/apraxie/agnosie, geen uitgesproken schuldgevoel.</p></li></ul></li></ul><p></p>
24
New cards

Behandeling depressie

  • Medicamenteus

    • Werkt in op de stoornissen in de neurotransmissie, namelijk in gedaald serotonine- en noradrenalinegehalte

    • SSRI (selectieve serotonineheropnameremmer)

    • TCA (tricyclisch antidepressivum)

    • SNRI (serotonine-noradrenalineheropnameremmer)

    • (MAO-remmer)

  • Psychotherapie

    • NICE guideline: psychotherapy in combination with antidepressants is probably the most effective treatment

  • Elektroshocktherapie

    • bij ernstige of therapieresistente gevallen

25
New cards

Behandeling depressie: aandachtspunten

  • Effect pas merkbaar na 2 weken (voor angst, onrust), na 4 à 6 weken voor depressieve stemming

  • Bijwerkingen van medicatie verdwijnen vaak na enkele dagen

  • Langdurige therapie minstens 6 maand, bij recidief soms levenslang

  • Dient afgebouwd te worden en zeker niet plots gestopt

26
New cards

Prognose van depressie

Minder gunstig bij ouderen door:

  • Geassocieerde comorbiditeit

  • Gemakkelijk recidief en evolutie naar chronische depressie

  • Grotere kans op zelfmoord

  • Grotere kans op ontwikkelen van een dementie