Dingen uit hoofd leren G&V

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/124

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 4:21 PM on 3/15/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

125 Terms

1
New cards

Ageism

negatief beeld over ouderen / ouder worden

2
New cards

Self-fullfilling prophecy

ouderen geconfronteerd met stereotype beelden gaan zich ernaar gedragen (slechter presteren, geheugentaken)

3
New cards
  1. Terror management theory

  2. Social identity theory

  3. Social role theory

  1. ouderen worden gelinkt aan aftakeling / dood gaan

  2. groep waar mensen zich zelf in bevinden zien ze als positief, andere groep wordt als negatief gezien

  3. beeldvorming over ouder is op basis van de sociale rollen die ze innemen in de maatschappij

4
New cards

Dementie

combinatie van meervoudige stoornissen in cognitieve functies/gedrag

→ moet sprake zijn van:
- interferentie van functioneren in dagelijks leven
- normaal bewustzijn (geen delier)

5
New cards

Mild Cognitive Impairment (MCI)

de fase die precies tussen de normale cognitieve achteruitgang (behorend bij ouder worden) en dementie in zit. Wordt vaak gezien als een soort overgangspunt.

  • Bij MCI: Er zijn meetbare geheugen- of denkproblemen, maar de persoon kan nog prima zelfstandig functioneren. Iemand voert zijn hobby's nog uit, regelt zijn eigen bankzaken en kan zichzelf verzorgen.

  • Bij Dementie: De cognitieve problemen zijn zo ernstig dat de zelfstandigheid verloren gaat.

6
New cards

Dementie - Alzheimer

  • geheugenproblemen → nieuwe info

  • steeds meer hersenverlies

  • globale artofie

<ul><li><p>geheugenproblemen → nieuwe info </p></li><li><p>steeds meer hersenverlies </p></li><li><p>globale artofie </p></li></ul><p></p>
7
New cards

Dementie - Vasculaire dementie

  • problemen bloedvoorziening in hersenen → afsterven cellen witte stof

  • beperkingen mogen niet samenhangen met lichamelijke beperkingen

  • vaak plots

  • trager denken

  • goed bewustzijn van problemen

<ul><li><p>problemen bloedvoorziening in hersenen → afsterven cellen witte stof </p></li><li><p>beperkingen mogen niet samenhangen met lichamelijke beperkingen </p></li><li><p>vaak plots </p></li><li><p>trager denken </p></li><li><p>goed bewustzijn van problemen </p></li></ul><p></p>
8
New cards

Dementie - Frontotemporale dementie

  • frontaal- en temporaalkwab aangedaan

  • ontremd gedrag, ongepast

  • vaak vroeg ontstaan

  • 3 varianten (taal-, gedrag-, beweging-)

Kenmerkend:
→ Hyperoraliteit, wat zich kan uiten in veranderingen in dieet of het eten van oneetbare voorwerpen

<ul><li><p>frontaal- en temporaalkwab aangedaan</p></li><li><p>ontremd gedrag, ongepast</p></li><li><p>vaak vroeg ontstaan</p></li><li><p>3 varianten (taal-, gedrag-, beweging-)</p></li></ul><p></p><p>Kenmerkend: <br>→ Hyperoraliteit, wat zich kan uiten in veranderingen in dieet of het eten van oneetbare voorwerpen  </p><p></p>
9
New cards

Dementie - fenocopy

→ iets dat lijkt op dementie

→ “het zal wel dementie zijn”

10
New cards

Directe kosten van dementie

inzet van thuiszorg, medicatie, doktersbezoek, dagbehandeling, opname

11
New cards

Indirecte kosten van dementie

kosten opname fractuur door vallen a.g.v. dementie
ziekteverzuim partner

12
New cards

Disablement process - Risicofactoren

sociaal-demografisch, leefgewoonten, biologisch
(hogere leeftijd)

13
New cards

Disablement process - intra-individuele factoren

= persoonsgebonden, aanpassing leefgewoonten
(stoppen met roken)

14
New cards

Glaucoom

  • sprake van verlies aan zenuwvezels in de kop van de oogzenuw (de papil). Dit wordt vaak veroorzaakt door een verhoogde oogboldruk, doordat het kamervocht in het oog onvoldoende wordt afgevoerd. Ook een verminderde doorbloeding van de oogzenuw kan een rol spelen.

  • Symptomen: Het perifere gezichtsveld (de zijkanten van wat je ziet) wordt geleidelijk aan kleiner. Omdat dit proces heel langzaam gaat, merken patiënten vaak pas in een laat stadium dat ze minder zien.

<ul><li><p>sprake van verlies aan zenuwvezels in de kop van de oogzenuw (de papil). Dit wordt vaak veroorzaakt door een <strong>verhoogde oogboldruk</strong>, doordat het kamervocht in het oog onvoldoende wordt afgevoerd. Ook een verminderde doorbloeding van de oogzenuw kan een rol spelen.</p></li><li><p><strong>Symptomen:</strong> Het <strong>perifere gezichtsveld</strong> (de zijkanten van wat je ziet) wordt geleidelijk aan kleiner. Omdat dit proces heel langzaam gaat, merken patiënten vaak pas in een laat stadium dat ze minder zien.</p></li></ul><p></p>
15
New cards

Staar (Cataract)

ontstaat door de afzetting van troebele lensvezels in de lens van het oog.

  • Symptomen: De belangrijkste klachten zijn een wazig zicht en lichthinder.

  • Risicofactoren: Naast een hogere leeftijd zijn blootstelling aan zonlicht en diabetes mellitus belangrijke risicofactoren.

<p>ontstaat door de afzetting van troebele lensvezels in de lens van het oog.</p><ul><li><p><strong>Symptomen:</strong> De belangrijkste klachten zijn een wazig zicht en lichthinder.</p></li><li><p><strong>Risicofactoren:</strong> Naast een hogere leeftijd zijn blootstelling aan zonlicht en diabetes mellitus belangrijke risicofactoren.</p></li></ul><p></p><p></p>
16
New cards

Meten van functie en participatiebeperkingen: Algemeen Dagelijks Levensverrichtingen (ADL)

bijvoorbeeld in/uit bed stappen

17
New cards

Meten van functie en participatiebeperkingen: Beperkingen in Instrumentele Algemeen Dagelijkse Levensverrichtingen (IADL)

bijvoorbeeld telefoneren

18
New cards

Neuropsychologisch Onderzoek (NPO)

een gespecialiseerd onderzoek waarbij de relatie tussen de hersenen en het gedrag in kaart wordt gebracht. In de ouderenzorg is dit een cruciaal instrument om vast te stellen of er sprake is van normale veroudering of een vorm van dementie.

onderzoek kijkt naar verschillende cognitieve domeinen. Het doel is om objectief vast te stellen of er stoornissen zijn in ten minste twee van deze gebieden, wat een kerncriterium is voor de diagnose dementie.

  • Geheugen (Amnesie): Kan iemand nieuwe informatie opslaan en oude informatie ophalen?

  • Taal (Afasie): Is er moeite met het vinden van woorden of het begrijpen van anderen

  • Handelen (Apraxie): Kan iemand nog complexe handelingen uitvoeren, zoals koffiezetten?

  • Waarnemen (Agnosie): Worden voorwerpen of gezichten nog herkend?

  • Executieve functies: Hoe staat het met de planning, het overzicht en het oplossen van problemen?

19
New cards

Conductief gehoorverlies (en behandeling)

geluidstrillingen worden niet goed doorgegeven naar het binnenoor
(bijvoorbeeld door prop oorsmeer)

→ goed te behandelen

20
New cards

Perceptief gehoorsverlies (en behandeling)

trillingen komen wel goed aan → maar niet goed geleid naar de hersenen
(bijvoorbeeld door verlies slakkenhuis)

→ onbehandelbaar, dus gehoorapparaat

21
New cards

Meetinstrumenten Depressie - Geriatric Depression Scale

= snelle ja/nee vragen
→ meest geschikt mits geen ernstige cognitieve stoornis

22
New cards

Meetinstrumenten Depressie - Cornell Scale for Depression in Dementia (CSDD)

= aangevuld door partner / verpleging
→ bij ernstige cognitieve stoornissen

23
New cards

Montgomery-Asberg Depression-Rating Scale (MADRS)

= voor meten ernst van depressie
→ vereist training

24
New cards

Hamilton Rating Scale for Depression (HRDS)

= voor meten ernst van depressie
→ vereist training

25
New cards

Depressie - behandeling

  • medicamenteus
    → antidepressiva, even effectief als bij jongeren

    • niet-medicamenteus
      → psychotherapie
      → bewegingstherapie, best onderzocht als behandeling bij ouderen

26
New cards

Atypische presentatie

het klinische beeld wijkt af van de 'klassieke' symptomen die bij jongere volwassenen worden gezien. Hoewel de kern van de aandoening hetzelfde blijft, treden er specifieke verschuivingen op in hoe de depressie zich uit bij ouderen.

27
New cards

Angststoornis - Gegeneraliseerde angststoornis

  • meer dan 6 maanden overmatig piekeren

  • over > 2 onderwerpen

    • 3 of meer symptomen van DSM-5

28
New cards

Angstoornis - Paniekstoornis

= abrupt optreden van extreme angst

29
New cards

Angststoornis - Agorafobie

= pleinvrees

30
New cards

Angststoornis - sociale angststoornis

= sociale situaties waar iemand bang is voor vernedering

31
New cards

Specifieke fobie

= een fobie voor een specifiek onderwerp (bang voor spinnen)

32
New cards

Short Physical Performance Battery (SPPB)

een objectieve instrumentele test die gebruikt wordt om het fysiek functioneren en de mobiliteit van ouderen in kaart te brengen. Het is een belangrijk onderdeel van het geriatrisch onderzoek omdat het helpt bij het voorspellen van toekomstige beperkingen en afhankelijkheid.

De SPPB bestaat uit drie verschillende onderdelen:

  1. Balans testen: De patiënt moet proberen 10 seconden in drie verschillende posities te blijven staan: met de voeten naast elkaar, in de semi-tandempositie (hiel van de ene voet tegen de zijkant van de grote teen van de andere) en in de volledige tandempositie (voeten direct achter elkaar).

  2. Looptest (4 meter): Er wordt gemeten hoe lang de patiënt erover doet om 4 meter op een normaal tempo te lopen.

  3. Opstaan uit een stoel: De patiënt moet 5 keer zo snel mogelijk uit een stoel opstaan zonder de armen te gebruiken.

33
New cards

Universele preventie

= gericht op algemene bevolking

34
New cards

Selectieve preventie

= gericht op mensen met hoog risico

35
New cards

Geïndiceerde preventie

= gericht op mensen met eerste klachten van aandoening

36
New cards

‘Watchful waiting’

een behandelstrategie waarbij een arts en patiënt besluiten om een aandoening op dat moment niet actief te behandelen (geen operatie, geen zware medicatie), maar de situatie wel nauwlettend in de gaten te houden.

→ door middel van: bibliotherapie, probleemoplossende therapie, verwijzing huisarts

→→ zorgt voor -50% ontwikkeling depressie & angststoornis

37
New cards

Sociale verouderingsperspectieven - Handelingsperspectief

→ constructivisme

= mensen geven betekenis aan oud zijn, iemands beeld van oud zijn en zijn gedrag worden gevormd door interactie met anderen

Veronderstelt een zekere handelingsvrijheid van individu
= “agency”

38
New cards

Sociale verouderingsperspectieven - Structureel perspectief

= welke handelingsruimte biedt de samenleving om ouderdom vorm te geven?

  • politieke economie van veroudering
    = positie ouderen als uitkomst van bredere economische en politieke processen
    (bijvoorbeeld ouderen zien als hoge kostenpost)

  • leeftijdsstratificatie
    = indeling van bevolking naar leeftijdsgroepen
    (bijvoorbeeld jongeren hebben meer rechten op gebied van onderwijs)

39
New cards

Sociale verouderingsperspectieven - Levensloopbenadering

→ combinatie

= gaat uit van individuele handelingsvrijheid
Maar veronderstelt dat die wordt vorm gegeven door tijd, plaats en omstandigheden waarin iemand geboren wordt

  • CAD (cumulative advantage/disadvantage)
    = verschillen tussen mensen die in zelfde tijd geboren zijn maar in verschillende (sociale) omstandigheden op bepaalde kenmerken als geld, gezondheid of status, systematisch toenemen in de loop der tijd

40
New cards

Formele sociale participatie

= participatie in organisaties
→ verplichting of een afspraak (lidmaatschap)
Bijvoorbeeld elke dinsdagmiddag vrijwilligerswerk in de bibliotheek

41
New cards

Informele sociale participatie

= spontaan (ongebonden) en vindt plaats in de privésfeer
Bijvoorbeeld oma die gaat oppassen

42
New cards

Waarom zijn sommige ouderen actief in vrijwilligers werk en andere niet? - 3 factoren

  1. intrinsieke motivatie (altruïsme)

  2. men moet zelf in staat zijn om arbeidswerk te verrichten

  3. sociale context waarin men zich bevindt (is vrijwilligerswerk de norm?)

43
New cards

Het sociale netwerk

= geheel aan relaties met familie, vrienden, collega’s en kennissen

44
New cards

Verschillende soorten netwerken

  • ego-centered netwerk
    = 1 specifiek iemand is het middelpunt, iedereen heeft eigen netwerk

  • full netwerk
    = een volledige groep en alle relaties tussen de mensen in die groep.

    Je kijkt hierbij niet meer vanuit de ogen van de oudere (de 'ego'), maar je zweeft als het ware boven de groep om het totale web van verbindingen te zien.

<ul><li><p>ego-centered netwerk <br>= 1 specifiek iemand is het middelpunt, iedereen heeft eigen netwerk</p></li><li><p>full netwerk<br>= een <strong>volledige groep</strong> en alle relaties tussen de mensen in die groep.</p><p>Je kijkt hierbij niet meer vanuit de ogen van de oudere (de 'ego'), maar je zweeft als het ware boven de groep om het totale web van verbindingen te zien.</p></li></ul><p></p>
45
New cards

Emotionele eenzaamheid

= gemis aan kwaliteit van relaties

46
New cards

Sociale eenzaamheid

= gemis aan kwantiteit van relaties

47
New cards

Dubbele vergrijzing

aantal 65-plussers nemen toe
→ maar binnen deze groep neemt het gedeelte 85-plussers ook toe

48
New cards

Verminderde feminisering van ouderdom

levensverwachting van mannen gaat omhoog, hierdoor gaat %vrouwen omlaag

49
New cards

Toenemende multiculturalisering van ouderdom

levensverwachting van migratiegroepen gaat omhoog in de samenleving

→ hier is geen prognose voor de toekomst

50
New cards

Natuurlijke aanwas

aantal geboorten - aantal sterften
= hoofdmotor van bevolkingsgroei

51
New cards

1e Longevity Revolution (1840-1970)

= meer controle van omgeving
→ kwetsbaarheid omlaag: minder ongelukken en infecties (vaccinatieprogramma’s)

52
New cards

2e Longevity Revolution (vanaf 1970)

= ingrijpen op onze biologie
→ fundamentele processen ontrafelen

  • op basis van ‘Hallmarks of Ageing’
    = genetisch, cellulaire, moleculaire processen die optreden tijdens veroudering
    → ingrijpen op deze processen (stoppen, afremmen) vermindert snelle veroudering

53
New cards

Groene druk

bevolking tussen 0-19 jaar (economisch inactief)
t.o.v.
bevolking tussen 20-65 jaar (economisch actief)

54
New cards

Grijze druk

bevolking 65+ jaar (economisch inactief)
t.o.v.
bevolking tussen 20-65 jaar (economisch actief)

55
New cards

Antropoceen

het huidige geologische tijdperk waarin de mens de dominante factor is geworden in de verandering van het klimaat en de ecosystemen op aarde.

→ hittegerelateerde sterfte door klimaatverandering

56
New cards

Planetary Health

een wetenschappelijk veld dat stelt dat de gezondheid van de menselijke beschaving onlosmakelijk verbonden is met de gezondheid van de natuurlijke systemen van de aarde.

  • De kern: Als de aarde 'ziek' is (bijvoorbeeld door opwarming), kunnen mensen niet gezond blijven.

57
New cards

Beschrijvend onderzoek

= voor verloop van biologische en fysiologische kenmerken en hoe deze samenhangen met levensverwachting (in kaart brengen)

→ Een klassiek beschrijvend onderzoek is het in kaart brengen van hoe de levensverwachting in verschillende landen zich door de jaren heen ontwikkelt.

  • Wat wordt beschreven? Wetenschappers verzamelen data over geboorte en sterfte om de 'best-practice' levensverwachting vast te stellen.

58
New cards

Biomarker onderzoek

= onderzoekt biomarkers die biologische leeftijd voorspellen
Voorbeeld:
→ Telomeren zijn de beschermende kapjes aan het uiteinde van onze chromosomen (vergelijkbaar met de plastic uiteinden van veters).

  • Wat wordt gemeten? De lengte van deze kapjes in witte bloedcellen.

  • Het onderzoek: Bij elke celdeling worden de telomeren een stukje korter. Onderzoekers gebruiken de lengte als een biomarker om te zien hoeveel "delingscapaciteit" een lichaam nog over heeft.

59
New cards

Etiologisch onderzoek

= onderzoekt biologische mechanismen gericht op fysiologie van veroudering (in personen, diermodellen, weefsels, cellen en genen)
→ richt zich op het ontdekken van de oorzaken of determinanten van een specifieke ziekte of gezondheidstoestand. Waar beschrijvend onderzoek kijkt naar het "wat" (hoeveel mensen zijn ziek?), zoekt etiologisch onderzoek naar het "waarom".

Voorbeeld:
→ Een veelvoorkomend voorbeeld van etiologisch onderzoek is een langdurige (longitudinale) studie naar de invloed van eenzaamheid op het brein.

  • De onderzoeksvraag: Veroorzaakt een gebrek aan sociaal contact (de determinant) een snellere afname van de hersenfuncties (het gevolg)?

60
New cards

Experimenteel onderzoek

= interventie onderzoek om fysiologische veroudering te voorkomen of te vertragen (ook wel geroscience)

→ om te bepalen of een specifieke interventie een gunstig effect heeft op een bepaalde uitkomst.

61
New cards

Primary Hallmarks

  1. Genoom instabiliteit
    = beschadiging genetisch materiaal
    Door: roken, fijnstof, rontgen

  2. Telomeer verkorting & beschadiging
    = elke celdeling, telomeer stukje korter
    Beschermt door goede leefstijl

  3. Verlies epigenetische controle
    = verlies van gebruiksaanwijzing, hierdoor minder regulatie genexpressie en dus inefficiënte cellen
    → epigenetische drift

  4. Verlies proteases
    = ophoping eiwit aggregatie en verkeerd gevouwen eiwitten
    Leidt tot bijvoorbeeld Alzheimer

62
New cards

Hayflick-limiet

de maximale verkorting van een telomeer na celdelingen

63
New cards

Antagonistische kenmerken

  1. Ontregeling nutrient sensing
    = sensoren van cellen worden verstoord
    Bijvoorbeeld IGF/IIS

  2. Mitochondriaal disfunctioneren
    = verlies van controle op energiehuishouding
    Door: bijvoorbeeld ophoping verkeerd gevouwen eiwitten

  3. Ophoping verouderde cellen (senescentie)
    = accumulatie van verouderde cellen,

64
New cards

Integratieve kenmerken

  1. Stamcel uitputting
    = kunnen geen nieuwe cellen meer aanmaken
    Door: te vaak delen of beschadiging door DNA schade

  2. Verandering van communicatie tussen cellen
    senescente cellen stoppen met delen en de cellen scheiden schadelijke stoffen uit die
    → ontsteking veroorzaken en onvermogen van stamcellen om dit op te lossen (inflammaging)
    → belangrijkste oorzaak verminderde communicatie

65
New cards

Antagonistische pleiotropie

stelt dat bepaalde genen of processen die ons op jonge leeftijd een voordeel geven (bijvoorbeeld voor de groei of voortplanting), op latere leeftijd juist schadelijk worden en bijdragen aan veroudering.

  • Op jonge leeftijd (gunstig): Het zorgt ervoor dat beschadigde cellen stoppen met delen, wat bijvoorbeeld de vorming van tumoren (kanker) voorkomt.

  • Op oudere leeftijd (ongunstig): De ophoping van deze cellen in weefsels (zoals de nieren of longen) zorgt voor chronische ontstekingen en weefselschade.

66
New cards

Cumulatieve effect (over de levensloop)

opbouw van schade en risicofactoren vanaf de foetale fase die de kans op chronische ziekten op latere leeftijd bepalen

67
New cards

Inflammaging

de chronische, laaggradige ontsteking die kenmerkend is voor veroudering en die de communicatie tussen cellen verstoort, waardoor de kwetsbaarheid voor chronische ziekten toeneemt

68
New cards

Laatste levensfases ziektetrajecten

  • Kanker
    = vaak lang redelijk goed functioneren, laatste fase sterke, duidelijke achteruitgang

  • Chronische aandoeningen (COPD, hartfalen, orgaanfalen)
    = 1 of meer acute episodes van verslechtering (exacerbatie), uiteindelijk overlijden aan episode

  • Dementie of ouderdomsverschijnselen (Prolonged Dwindling)
    = vaak al langere tijd van laag functioneren
    → functioneren gaat uiteindelijk geleidelijk steeds meer achteruit (kleine schommelingen)

69
New cards

Proactieve zorgplanning (advance care planning)

= gaat om zo goed mogelijk anticiperen op benodigde en gewenste zorg en behandeling

→ verschuift de vraag van "Wat is er met u aan de hand?" naar "Wat is voor u belangrijk?"

  • proces is meerdere gesprekken

  • vóór de zorg nodig is

  • vastleggen

70
New cards

Palliatieve zorg

= zorg die gericht is op iemand een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven te geven, wanneer er geen kans meer is op genezing

→ niet pas vanaf terminale fase!!
Door: zorgvuldige behandeling van pijn etc.

71
New cards

Sociaaleconomische gezondheidsverschillen (SEGV)

systematische verschillen in gezondheid tussen groepen met een ongelijke Sociaal Economische Positie/Status (SEP)

Bijvoorbeeld:
Hoogopgeleiden leven gemiddeld 7 jaar langer dan laagopgeleiden.

72
New cards

Sociaal Economische Positie/Status

positie van individuen in maatschappelijke relevante hiërarchieën

→ meestal gemeten door opleidingsniveau, beroep en inkomen

Voorbeeld:

  • Hoge SEP: Iemand met een universitaire master. Deze persoon heeft vaak een hogere gezondheidsvaardigheid (health literacy), begrijpt medische informatie sneller en weet beter de weg te vinden in de complexe zorgwereld.

  • Lage SEP: Iemand die alleen basisonderwijs heeft afgerond. Deze persoon vindt het vaak lastiger om ingewikkelde adviezen van een arts op te volgen of kritisch naar medicijngebruik te kijken.

73
New cards

Sociaal gradiënt

de stapsgewijze verbetering van gezondheidstoestand bij elke stijging op de sociaaleconomische ladder

74
New cards

Belangrijkste factoren SEGV

  • materiële factoren
    = woning en leefomgeving, hulpmiddelen, mobiliteit etc.

  • psychosociale factoren
    = stress, regie, sociale uitsluiting etc.

  • gedragsfactoren
    = roken/alcohol, preventie, voeding etc.

75
New cards

‘Difussie van de Innovaties’

→ nieuwe medische technologieën vergroten de SEGV eerst, doordat groepen met een hoge SEP de kennis en middelen hebben om als eerste van innovaties te profiteren

76
New cards

Palliatieve sedatie

een medische handeling waarbij het bewustzijn van een patiënt opzettelijk wordt verlaagd met medicijnen (meestal midazolam) om ondraaglijk lijden (zoals ernstige pijn, benauwdheid of onrust) te verlichten in de laatste levensfase.

77
New cards

Fundamental cause theory

we kunnen gezondheidsverschillen niet alleen oplossen door op de factoren van SEGV te focussen, we moeten de SEP zelf aanpakken

→ voordelen van hoge SEP zullen zich via andere wegen altijd vertalen naar betere gezondheid

78
New cards

Fundamental cause - flexibele middelen

de inzet van geld, kennis, macht en sociale connecties om gezondheidsrisico’s te vermijden

79
New cards

Overbehandeling

wanneer de medische zorg niet meer bijdraagt aan de kwaliteit van leven of de wensen van de patiënt
→ niet alles wat medisch kan, is passend voor de specifieke situatie van een stervende patiënt

80
New cards

Sociale causatie

sociaal-economische factoren zoals opleidingsniveau en inkomen hebben een (causaal) effect op iemands gezondheid

Causaal = oorzaak

81
New cards

Sociale selectie (gezondheidsselectie)

gezondheidsproblemen leiden tot lagere, of daling in iemands SES

→ mensen worden geselecteerd in SEP groepen gebaseerd op hun gezondheid

82
New cards

Geriatrisch syndroom

1 of meer symptomen die veel voorkomen bij ouderen a.g.v. meerdere aandoeningen/oorzaken tegelijk
(bijvoorbeeld ondervoeding/valrisico)

83
New cards

‘Geriatric Giants’ → vormen de kern van geriatrische problematiek

vallen, incontinentie, cognitieve achteruitgang en mobiliteitsproblemen

84
New cards

Acuut vs chronisch geriatrisch syndroom

  • acuut
    = ontstaat plotseling en vereist snelle evaluatie / interventie
    Bijvoorbeeld delier
    (duidelijk uitlokkende factor)

  • chronisch
    = ontwikkelt zich geleidelijk en vereist langdurige zorg
    Bijvoorbeeld incontinentie/dementie
    (geen duidelijk uitlokkende factor)

85
New cards

Bijdragende/pre-disonerende factoren

risicofactoren op een aandoening (bijvoorbeeld ondervoeding)

86
New cards

Uitlokkende/precipiterende factoren

prikkel die zorgt voor de uitkomst (bijvoorbeeld een infectie)

87
New cards

Delier

plots ontstane verwardheid a.g.v. somatisch probleem (lichamelijk)
→ bijvoorbeeld een blaasontsteking die gifstoffen over bloed/hersenbarriere krijgt

88
New cards

DOS-score (Delirium Observation Screening)

een observatie-instrument voor verpleegkundigen om een delier tijdig te signaleren
Doel: vroegtijdig herkennen van symptomen die kunnen wijzen op ontstaan of aanwezigheid van een delier

89
New cards

Health Literacy (gezondheidsvaardigheden)

vaardigheid om informatie over gezondheid te verkrijgen, te begrijpen en te gebruiken voor het nemen van beslissingen

90
New cards

Comprehensive Geriatric Assesment (CGA)

multidisciplinair en multidimensioneel instrument, voor in kaart brengen:

  • fysieke gezondheid

  • mentale gezondheid

  • functionele status

  • sociaal functioneren

  • omgeving

Heeft als doel: bevorderen zelfredzaamheid en kwaliteit van leven
→ het doel is niet alleen om een ziekte te vinden, maar om een compleet beeld te krijgen van de kwetsbaarheid en veerkracht van de oudere.

Als je alleen het lichamelijk onderzoek zou doen, mis je dat mevrouw Janssen eigenlijk heel eenzaam is (sociale anamnese) en daardoor haar medicijnen vergeet. De CGA zorgt ervoor dat alle puzzelstukjes op hun plek vallen om zo een integraal behandelplan te maken.

91
New cards

CGA - Anamnese

algemene gesprek met de patiënt over de huidige klachten en de medische voorgeschiedenis.
→ vertrouwelijk gesprek tussen arts en patiënt

Anamnese = herinnering

92
New cards

CGA - Heteroanamnese

gesprek met een naaste (partner, kind). Dit is cruciaal bij ouderen met geheugenproblemen of een delier, omdat de patiënt zelf vaak een beperkt inzicht heeft in de situatie.

93
New cards

CGA - Tructusanamnese

systematische checklist waarbij je alle orgaansystemen (tractus) naloopt (bijv. hart, longen, maag-darmstelsel) om vage klachten op te sporen die de patiënt zelf niet heeft gemeld.

94
New cards

CGA - Functionele anamnese

misschien wel de belangrijkste in de geriatrie. Je vraagt uit hoe iemand functioneert in het dagelijks leven. Kan iemand zich nog wassen/aankleden (ADL) en nog zelfstandig de financiën doen of boodschappen doen (iADL)?

95
New cards

CGA - Sociale Anamnese

in kaart brengen van de leefomgeving. Woont iemand alleen? Is er een traplift? Hoe ziet het ego-centered netwerk eruit en is er voldoende mantelzorg?

96
New cards

CGA - Biografie

levensloop van de patiënt. Wat voor werk deed iemand? Wat zijn de hobby's en normen en waarden? Dit helpt om de mens achter de patiënt te zien en is essentieel voor persoonsgerichte zorg.

97
New cards

Sekse

biologische en fysiologische verschillen tussen mensen en dieren

98
New cards

Gender

sociaal-cultureel bepaalde verschillen tussen mannen, vrouwen en genderdiverse mensen

99
New cards

Etniciteit

groep met gedeelde historie, afkomst of identiteit: deelt eigenschappen zoals geografische herkomst, cultuur, tradities, taal en regie

100
New cards

Intersectionaliteit

verwijst naar manier waarop verschillende aspecten (zoals gender, etniciteit etc.) met elkaar in wisselwerking zijn en zo de ervaringen van mensen beïnvloeden

Explore top notes

note
Social Stratification
Updated 1372d ago
0.0(0)
note
AP Biology Course Review Part 4
Updated 1628d ago
0.0(0)
note
1.1 Understanding Social Problems
Updated 1100d ago
0.0(0)
note
APUSH Exam Review
Updated 677d ago
0.0(0)
note
The Cell
Updated 1268d ago
0.0(0)
note
The Odyssey Summary
Updated 1191d ago
0.0(0)
note
APUSH
Updated 692d ago
0.0(0)
note
Social Stratification
Updated 1372d ago
0.0(0)
note
AP Biology Course Review Part 4
Updated 1628d ago
0.0(0)
note
1.1 Understanding Social Problems
Updated 1100d ago
0.0(0)
note
APUSH Exam Review
Updated 677d ago
0.0(0)
note
The Cell
Updated 1268d ago
0.0(0)
note
The Odyssey Summary
Updated 1191d ago
0.0(0)
note
APUSH
Updated 692d ago
0.0(0)

Explore top flashcards

flashcards
Test 1
334
Updated 392d ago
0.0(0)
flashcards
histo cell structure final nmu
92
Updated 620d ago
0.0(0)
flashcards
LESSON 1: LITERARY CRITICISM
20
Updated 786d ago
0.0(0)
flashcards
ap psych final
106
Updated 1185d ago
0.0(0)
flashcards
Into and W. Study
46
Updated 1196d ago
0.0(0)
flashcards
Exploring the Bible Exam 3
66
Updated 853d ago
0.0(0)
flashcards
Etymology (in Literature)
21
Updated 1031d ago
0.0(0)
flashcards
Test 1
334
Updated 392d ago
0.0(0)
flashcards
histo cell structure final nmu
92
Updated 620d ago
0.0(0)
flashcards
LESSON 1: LITERARY CRITICISM
20
Updated 786d ago
0.0(0)
flashcards
ap psych final
106
Updated 1185d ago
0.0(0)
flashcards
Into and W. Study
46
Updated 1196d ago
0.0(0)
flashcards
Exploring the Bible Exam 3
66
Updated 853d ago
0.0(0)
flashcards
Etymology (in Literature)
21
Updated 1031d ago
0.0(0)