1/124
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Ageism
negatief beeld over ouderen / ouder worden
Self-fullfilling prophecy
ouderen geconfronteerd met stereotype beelden gaan zich ernaar gedragen (slechter presteren, geheugentaken)
Terror management theory
Social identity theory
Social role theory
ouderen worden gelinkt aan aftakeling / dood gaan
groep waar mensen zich zelf in bevinden zien ze als positief, andere groep wordt als negatief gezien
beeldvorming over ouder is op basis van de sociale rollen die ze innemen in de maatschappij
Dementie
combinatie van meervoudige stoornissen in cognitieve functies/gedrag
→ moet sprake zijn van:
- interferentie van functioneren in dagelijks leven
- normaal bewustzijn (geen delier)
Mild Cognitive Impairment (MCI)
de fase die precies tussen de normale cognitieve achteruitgang (behorend bij ouder worden) en dementie in zit. Wordt vaak gezien als een soort overgangspunt.
Bij MCI: Er zijn meetbare geheugen- of denkproblemen, maar de persoon kan nog prima zelfstandig functioneren. Iemand voert zijn hobby's nog uit, regelt zijn eigen bankzaken en kan zichzelf verzorgen.
Bij Dementie: De cognitieve problemen zijn zo ernstig dat de zelfstandigheid verloren gaat.
Dementie - Alzheimer
geheugenproblemen → nieuwe info
steeds meer hersenverlies
globale artofie

Dementie - Vasculaire dementie
problemen bloedvoorziening in hersenen → afsterven cellen witte stof
beperkingen mogen niet samenhangen met lichamelijke beperkingen
vaak plots
trager denken
goed bewustzijn van problemen

Dementie - Frontotemporale dementie
frontaal- en temporaalkwab aangedaan
ontremd gedrag, ongepast
vaak vroeg ontstaan
3 varianten (taal-, gedrag-, beweging-)
Kenmerkend:
→ Hyperoraliteit, wat zich kan uiten in veranderingen in dieet of het eten van oneetbare voorwerpen

Dementie - fenocopy
→ iets dat lijkt op dementie
→ “het zal wel dementie zijn”
Directe kosten van dementie
inzet van thuiszorg, medicatie, doktersbezoek, dagbehandeling, opname
Indirecte kosten van dementie
kosten opname fractuur door vallen a.g.v. dementie
ziekteverzuim partner
Disablement process - Risicofactoren
sociaal-demografisch, leefgewoonten, biologisch
(hogere leeftijd)
Disablement process - intra-individuele factoren
= persoonsgebonden, aanpassing leefgewoonten
(stoppen met roken)
Glaucoom
sprake van verlies aan zenuwvezels in de kop van de oogzenuw (de papil). Dit wordt vaak veroorzaakt door een verhoogde oogboldruk, doordat het kamervocht in het oog onvoldoende wordt afgevoerd. Ook een verminderde doorbloeding van de oogzenuw kan een rol spelen.
Symptomen: Het perifere gezichtsveld (de zijkanten van wat je ziet) wordt geleidelijk aan kleiner. Omdat dit proces heel langzaam gaat, merken patiënten vaak pas in een laat stadium dat ze minder zien.

Staar (Cataract)
ontstaat door de afzetting van troebele lensvezels in de lens van het oog.
Symptomen: De belangrijkste klachten zijn een wazig zicht en lichthinder.
Risicofactoren: Naast een hogere leeftijd zijn blootstelling aan zonlicht en diabetes mellitus belangrijke risicofactoren.

Meten van functie en participatiebeperkingen: Algemeen Dagelijks Levensverrichtingen (ADL)
bijvoorbeeld in/uit bed stappen
Meten van functie en participatiebeperkingen: Beperkingen in Instrumentele Algemeen Dagelijkse Levensverrichtingen (IADL)
bijvoorbeeld telefoneren
Neuropsychologisch Onderzoek (NPO)
een gespecialiseerd onderzoek waarbij de relatie tussen de hersenen en het gedrag in kaart wordt gebracht. In de ouderenzorg is dit een cruciaal instrument om vast te stellen of er sprake is van normale veroudering of een vorm van dementie.
onderzoek kijkt naar verschillende cognitieve domeinen. Het doel is om objectief vast te stellen of er stoornissen zijn in ten minste twee van deze gebieden, wat een kerncriterium is voor de diagnose dementie.
Geheugen (Amnesie): Kan iemand nieuwe informatie opslaan en oude informatie ophalen?
Taal (Afasie): Is er moeite met het vinden van woorden of het begrijpen van anderen
Handelen (Apraxie): Kan iemand nog complexe handelingen uitvoeren, zoals koffiezetten?
Waarnemen (Agnosie): Worden voorwerpen of gezichten nog herkend?
Executieve functies: Hoe staat het met de planning, het overzicht en het oplossen van problemen?
Conductief gehoorverlies (en behandeling)
geluidstrillingen worden niet goed doorgegeven naar het binnenoor
(bijvoorbeeld door prop oorsmeer)
→ goed te behandelen
Perceptief gehoorsverlies (en behandeling)
trillingen komen wel goed aan → maar niet goed geleid naar de hersenen
(bijvoorbeeld door verlies slakkenhuis)
→ onbehandelbaar, dus gehoorapparaat
Meetinstrumenten Depressie - Geriatric Depression Scale
= snelle ja/nee vragen
→ meest geschikt mits geen ernstige cognitieve stoornis
Meetinstrumenten Depressie - Cornell Scale for Depression in Dementia (CSDD)
= aangevuld door partner / verpleging
→ bij ernstige cognitieve stoornissen
Montgomery-Asberg Depression-Rating Scale (MADRS)
= voor meten ernst van depressie
→ vereist training
Hamilton Rating Scale for Depression (HRDS)
= voor meten ernst van depressie
→ vereist training
Depressie - behandeling
medicamenteus
→ antidepressiva, even effectief als bij jongeren
niet-medicamenteus
→ psychotherapie
→ bewegingstherapie, best onderzocht als behandeling bij ouderen
Atypische presentatie
het klinische beeld wijkt af van de 'klassieke' symptomen die bij jongere volwassenen worden gezien. Hoewel de kern van de aandoening hetzelfde blijft, treden er specifieke verschuivingen op in hoe de depressie zich uit bij ouderen.
Angststoornis - Gegeneraliseerde angststoornis
meer dan 6 maanden overmatig piekeren
over > 2 onderwerpen
3 of meer symptomen van DSM-5
Angstoornis - Paniekstoornis
= abrupt optreden van extreme angst
Angststoornis - Agorafobie
= pleinvrees
Angststoornis - sociale angststoornis
= sociale situaties waar iemand bang is voor vernedering
Specifieke fobie
= een fobie voor een specifiek onderwerp (bang voor spinnen)
Short Physical Performance Battery (SPPB)
een objectieve instrumentele test die gebruikt wordt om het fysiek functioneren en de mobiliteit van ouderen in kaart te brengen. Het is een belangrijk onderdeel van het geriatrisch onderzoek omdat het helpt bij het voorspellen van toekomstige beperkingen en afhankelijkheid.
De SPPB bestaat uit drie verschillende onderdelen:
Balans testen: De patiënt moet proberen 10 seconden in drie verschillende posities te blijven staan: met de voeten naast elkaar, in de semi-tandempositie (hiel van de ene voet tegen de zijkant van de grote teen van de andere) en in de volledige tandempositie (voeten direct achter elkaar).
Looptest (4 meter): Er wordt gemeten hoe lang de patiënt erover doet om 4 meter op een normaal tempo te lopen.
Opstaan uit een stoel: De patiënt moet 5 keer zo snel mogelijk uit een stoel opstaan zonder de armen te gebruiken.
Universele preventie
= gericht op algemene bevolking
Selectieve preventie
= gericht op mensen met hoog risico
Geïndiceerde preventie
= gericht op mensen met eerste klachten van aandoening
‘Watchful waiting’
een behandelstrategie waarbij een arts en patiënt besluiten om een aandoening op dat moment niet actief te behandelen (geen operatie, geen zware medicatie), maar de situatie wel nauwlettend in de gaten te houden.
→ door middel van: bibliotherapie, probleemoplossende therapie, verwijzing huisarts
→→ zorgt voor -50% ontwikkeling depressie & angststoornis
Sociale verouderingsperspectieven - Handelingsperspectief
→ constructivisme
= mensen geven betekenis aan oud zijn, iemands beeld van oud zijn en zijn gedrag worden gevormd door interactie met anderen
Veronderstelt een zekere handelingsvrijheid van individu
= “agency”
Sociale verouderingsperspectieven - Structureel perspectief
= welke handelingsruimte biedt de samenleving om ouderdom vorm te geven?
politieke economie van veroudering
= positie ouderen als uitkomst van bredere economische en politieke processen
(bijvoorbeeld ouderen zien als hoge kostenpost)
leeftijdsstratificatie
= indeling van bevolking naar leeftijdsgroepen
(bijvoorbeeld jongeren hebben meer rechten op gebied van onderwijs)
Sociale verouderingsperspectieven - Levensloopbenadering
→ combinatie
= gaat uit van individuele handelingsvrijheid
Maar veronderstelt dat die wordt vorm gegeven door tijd, plaats en omstandigheden waarin iemand geboren wordt
CAD (cumulative advantage/disadvantage)
= verschillen tussen mensen die in zelfde tijd geboren zijn maar in verschillende (sociale) omstandigheden op bepaalde kenmerken als geld, gezondheid of status, systematisch toenemen in de loop der tijd
Formele sociale participatie
= participatie in organisaties
→ verplichting of een afspraak (lidmaatschap)
Bijvoorbeeld elke dinsdagmiddag vrijwilligerswerk in de bibliotheek
Informele sociale participatie
= spontaan (ongebonden) en vindt plaats in de privésfeer
Bijvoorbeeld oma die gaat oppassen
Waarom zijn sommige ouderen actief in vrijwilligers werk en andere niet? - 3 factoren
intrinsieke motivatie (altruïsme)
men moet zelf in staat zijn om arbeidswerk te verrichten
sociale context waarin men zich bevindt (is vrijwilligerswerk de norm?)
Het sociale netwerk
= geheel aan relaties met familie, vrienden, collega’s en kennissen
Verschillende soorten netwerken
ego-centered netwerk
= 1 specifiek iemand is het middelpunt, iedereen heeft eigen netwerk
full netwerk
= een volledige groep en alle relaties tussen de mensen in die groep.
Je kijkt hierbij niet meer vanuit de ogen van de oudere (de 'ego'), maar je zweeft als het ware boven de groep om het totale web van verbindingen te zien.

Emotionele eenzaamheid
= gemis aan kwaliteit van relaties
Sociale eenzaamheid
= gemis aan kwantiteit van relaties
Dubbele vergrijzing
aantal 65-plussers nemen toe
→ maar binnen deze groep neemt het gedeelte 85-plussers ook toe
Verminderde feminisering van ouderdom
levensverwachting van mannen gaat omhoog, hierdoor gaat %vrouwen omlaag
Toenemende multiculturalisering van ouderdom
levensverwachting van migratiegroepen gaat omhoog in de samenleving
→ hier is geen prognose voor de toekomst
Natuurlijke aanwas
aantal geboorten - aantal sterften
= hoofdmotor van bevolkingsgroei
1e Longevity Revolution (1840-1970)
= meer controle van omgeving
→ kwetsbaarheid omlaag: minder ongelukken en infecties (vaccinatieprogramma’s)
2e Longevity Revolution (vanaf 1970)
= ingrijpen op onze biologie
→ fundamentele processen ontrafelen
op basis van ‘Hallmarks of Ageing’
= genetisch, cellulaire, moleculaire processen die optreden tijdens veroudering
→ ingrijpen op deze processen (stoppen, afremmen) vermindert snelle veroudering
Groene druk
bevolking tussen 0-19 jaar (economisch inactief)
t.o.v.
bevolking tussen 20-65 jaar (economisch actief)
Grijze druk
bevolking 65+ jaar (economisch inactief)
t.o.v.
bevolking tussen 20-65 jaar (economisch actief)
Antropoceen
het huidige geologische tijdperk waarin de mens de dominante factor is geworden in de verandering van het klimaat en de ecosystemen op aarde.
→ hittegerelateerde sterfte door klimaatverandering
Planetary Health
een wetenschappelijk veld dat stelt dat de gezondheid van de menselijke beschaving onlosmakelijk verbonden is met de gezondheid van de natuurlijke systemen van de aarde.
De kern: Als de aarde 'ziek' is (bijvoorbeeld door opwarming), kunnen mensen niet gezond blijven.
Beschrijvend onderzoek
= voor verloop van biologische en fysiologische kenmerken en hoe deze samenhangen met levensverwachting (in kaart brengen)
→ Een klassiek beschrijvend onderzoek is het in kaart brengen van hoe de levensverwachting in verschillende landen zich door de jaren heen ontwikkelt.
Wat wordt beschreven? Wetenschappers verzamelen data over geboorte en sterfte om de 'best-practice' levensverwachting vast te stellen.
Biomarker onderzoek
= onderzoekt biomarkers die biologische leeftijd voorspellen
Voorbeeld:
→ Telomeren zijn de beschermende kapjes aan het uiteinde van onze chromosomen (vergelijkbaar met de plastic uiteinden van veters).
Wat wordt gemeten? De lengte van deze kapjes in witte bloedcellen.
Het onderzoek: Bij elke celdeling worden de telomeren een stukje korter. Onderzoekers gebruiken de lengte als een biomarker om te zien hoeveel "delingscapaciteit" een lichaam nog over heeft.
Etiologisch onderzoek
= onderzoekt biologische mechanismen gericht op fysiologie van veroudering (in personen, diermodellen, weefsels, cellen en genen)
→ richt zich op het ontdekken van de oorzaken of determinanten van een specifieke ziekte of gezondheidstoestand. Waar beschrijvend onderzoek kijkt naar het "wat" (hoeveel mensen zijn ziek?), zoekt etiologisch onderzoek naar het "waarom".
Voorbeeld:
→ Een veelvoorkomend voorbeeld van etiologisch onderzoek is een langdurige (longitudinale) studie naar de invloed van eenzaamheid op het brein.
De onderzoeksvraag: Veroorzaakt een gebrek aan sociaal contact (de determinant) een snellere afname van de hersenfuncties (het gevolg)?
Experimenteel onderzoek
= interventie onderzoek om fysiologische veroudering te voorkomen of te vertragen (ook wel geroscience)
→ om te bepalen of een specifieke interventie een gunstig effect heeft op een bepaalde uitkomst.
Primary Hallmarks
Genoom instabiliteit
= beschadiging genetisch materiaal
Door: roken, fijnstof, rontgen
Telomeer verkorting & beschadiging
= elke celdeling, telomeer stukje korter
Beschermt door goede leefstijl
Verlies epigenetische controle
= verlies van gebruiksaanwijzing, hierdoor minder regulatie genexpressie en dus inefficiënte cellen
→ epigenetische drift
Verlies proteases
= ophoping eiwit aggregatie en verkeerd gevouwen eiwitten
Leidt tot bijvoorbeeld Alzheimer
Hayflick-limiet
de maximale verkorting van een telomeer na celdelingen
Antagonistische kenmerken
Ontregeling nutrient sensing
= sensoren van cellen worden verstoord
Bijvoorbeeld IGF/IIS
Mitochondriaal disfunctioneren
= verlies van controle op energiehuishouding
Door: bijvoorbeeld ophoping verkeerd gevouwen eiwitten
Ophoping verouderde cellen (senescentie)
= accumulatie van verouderde cellen,
Integratieve kenmerken
Stamcel uitputting
= kunnen geen nieuwe cellen meer aanmaken
Door: te vaak delen of beschadiging door DNA schade
Verandering van communicatie tussen cellen
senescente cellen stoppen met delen en de cellen scheiden schadelijke stoffen uit die
→ ontsteking veroorzaken en onvermogen van stamcellen om dit op te lossen (inflammaging)
→ belangrijkste oorzaak verminderde communicatie
Antagonistische pleiotropie
stelt dat bepaalde genen of processen die ons op jonge leeftijd een voordeel geven (bijvoorbeeld voor de groei of voortplanting), op latere leeftijd juist schadelijk worden en bijdragen aan veroudering.
Op jonge leeftijd (gunstig): Het zorgt ervoor dat beschadigde cellen stoppen met delen, wat bijvoorbeeld de vorming van tumoren (kanker) voorkomt.
Op oudere leeftijd (ongunstig): De ophoping van deze cellen in weefsels (zoals de nieren of longen) zorgt voor chronische ontstekingen en weefselschade.
Cumulatieve effect (over de levensloop)
opbouw van schade en risicofactoren vanaf de foetale fase die de kans op chronische ziekten op latere leeftijd bepalen
Inflammaging
de chronische, laaggradige ontsteking die kenmerkend is voor veroudering en die de communicatie tussen cellen verstoort, waardoor de kwetsbaarheid voor chronische ziekten toeneemt
Laatste levensfases ziektetrajecten
Kanker
= vaak lang redelijk goed functioneren, laatste fase sterke, duidelijke achteruitgang
Chronische aandoeningen (COPD, hartfalen, orgaanfalen)
= 1 of meer acute episodes van verslechtering (exacerbatie), uiteindelijk overlijden aan episode
Dementie of ouderdomsverschijnselen (Prolonged Dwindling)
= vaak al langere tijd van laag functioneren
→ functioneren gaat uiteindelijk geleidelijk steeds meer achteruit (kleine schommelingen)
Proactieve zorgplanning (advance care planning)
= gaat om zo goed mogelijk anticiperen op benodigde en gewenste zorg en behandeling
→ verschuift de vraag van "Wat is er met u aan de hand?" naar "Wat is voor u belangrijk?"
proces is meerdere gesprekken
vóór de zorg nodig is
vastleggen
Palliatieve zorg
= zorg die gericht is op iemand een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven te geven, wanneer er geen kans meer is op genezing
→ niet pas vanaf terminale fase!!
Door: zorgvuldige behandeling van pijn etc.
Sociaaleconomische gezondheidsverschillen (SEGV)
systematische verschillen in gezondheid tussen groepen met een ongelijke Sociaal Economische Positie/Status (SEP)
Bijvoorbeeld:
Hoogopgeleiden leven gemiddeld 7 jaar langer dan laagopgeleiden.
Sociaal Economische Positie/Status
positie van individuen in maatschappelijke relevante hiërarchieën
→ meestal gemeten door opleidingsniveau, beroep en inkomen
Voorbeeld:
Hoge SEP: Iemand met een universitaire master. Deze persoon heeft vaak een hogere gezondheidsvaardigheid (health literacy), begrijpt medische informatie sneller en weet beter de weg te vinden in de complexe zorgwereld.
Lage SEP: Iemand die alleen basisonderwijs heeft afgerond. Deze persoon vindt het vaak lastiger om ingewikkelde adviezen van een arts op te volgen of kritisch naar medicijngebruik te kijken.
Sociaal gradiënt
de stapsgewijze verbetering van gezondheidstoestand bij elke stijging op de sociaaleconomische ladder
Belangrijkste factoren SEGV
materiële factoren
= woning en leefomgeving, hulpmiddelen, mobiliteit etc.
psychosociale factoren
= stress, regie, sociale uitsluiting etc.
gedragsfactoren
= roken/alcohol, preventie, voeding etc.
‘Difussie van de Innovaties’
→ nieuwe medische technologieën vergroten de SEGV eerst, doordat groepen met een hoge SEP de kennis en middelen hebben om als eerste van innovaties te profiteren
Palliatieve sedatie
een medische handeling waarbij het bewustzijn van een patiënt opzettelijk wordt verlaagd met medicijnen (meestal midazolam) om ondraaglijk lijden (zoals ernstige pijn, benauwdheid of onrust) te verlichten in de laatste levensfase.
Fundamental cause theory
we kunnen gezondheidsverschillen niet alleen oplossen door op de factoren van SEGV te focussen, we moeten de SEP zelf aanpakken
→ voordelen van hoge SEP zullen zich via andere wegen altijd vertalen naar betere gezondheid
Fundamental cause - flexibele middelen
de inzet van geld, kennis, macht en sociale connecties om gezondheidsrisico’s te vermijden
Overbehandeling
wanneer de medische zorg niet meer bijdraagt aan de kwaliteit van leven of de wensen van de patiënt
→ niet alles wat medisch kan, is passend voor de specifieke situatie van een stervende patiënt
Sociale causatie
sociaal-economische factoren zoals opleidingsniveau en inkomen hebben een (causaal) effect op iemands gezondheid
Causaal = oorzaak
Sociale selectie (gezondheidsselectie)
gezondheidsproblemen leiden tot lagere, of daling in iemands SES
→ mensen worden geselecteerd in SEP groepen gebaseerd op hun gezondheid
Geriatrisch syndroom
1 of meer symptomen die veel voorkomen bij ouderen a.g.v. meerdere aandoeningen/oorzaken tegelijk
(bijvoorbeeld ondervoeding/valrisico)
‘Geriatric Giants’ → vormen de kern van geriatrische problematiek
vallen, incontinentie, cognitieve achteruitgang en mobiliteitsproblemen
Acuut vs chronisch geriatrisch syndroom
acuut
= ontstaat plotseling en vereist snelle evaluatie / interventie
Bijvoorbeeld delier
(duidelijk uitlokkende factor)
chronisch
= ontwikkelt zich geleidelijk en vereist langdurige zorg
Bijvoorbeeld incontinentie/dementie
(geen duidelijk uitlokkende factor)
Bijdragende/pre-disonerende factoren
risicofactoren op een aandoening (bijvoorbeeld ondervoeding)
Uitlokkende/precipiterende factoren
prikkel die zorgt voor de uitkomst (bijvoorbeeld een infectie)
Delier
plots ontstane verwardheid a.g.v. somatisch probleem (lichamelijk)
→ bijvoorbeeld een blaasontsteking die gifstoffen over bloed/hersenbarriere krijgt
DOS-score (Delirium Observation Screening)
een observatie-instrument voor verpleegkundigen om een delier tijdig te signaleren
Doel: vroegtijdig herkennen van symptomen die kunnen wijzen op ontstaan of aanwezigheid van een delier
Health Literacy (gezondheidsvaardigheden)
vaardigheid om informatie over gezondheid te verkrijgen, te begrijpen en te gebruiken voor het nemen van beslissingen
Comprehensive Geriatric Assesment (CGA)
multidisciplinair en multidimensioneel instrument, voor in kaart brengen:
fysieke gezondheid
mentale gezondheid
functionele status
sociaal functioneren
omgeving
Heeft als doel: bevorderen zelfredzaamheid en kwaliteit van leven
→ het doel is niet alleen om een ziekte te vinden, maar om een compleet beeld te krijgen van de kwetsbaarheid en veerkracht van de oudere.
Als je alleen het lichamelijk onderzoek zou doen, mis je dat mevrouw Janssen eigenlijk heel eenzaam is (sociale anamnese) en daardoor haar medicijnen vergeet. De CGA zorgt ervoor dat alle puzzelstukjes op hun plek vallen om zo een integraal behandelplan te maken.
CGA - Anamnese
algemene gesprek met de patiënt over de huidige klachten en de medische voorgeschiedenis.
→ vertrouwelijk gesprek tussen arts en patiënt
Anamnese = herinnering
CGA - Heteroanamnese
gesprek met een naaste (partner, kind). Dit is cruciaal bij ouderen met geheugenproblemen of een delier, omdat de patiënt zelf vaak een beperkt inzicht heeft in de situatie.
CGA - Tructusanamnese
systematische checklist waarbij je alle orgaansystemen (tractus) naloopt (bijv. hart, longen, maag-darmstelsel) om vage klachten op te sporen die de patiënt zelf niet heeft gemeld.
CGA - Functionele anamnese
misschien wel de belangrijkste in de geriatrie. Je vraagt uit hoe iemand functioneert in het dagelijks leven. Kan iemand zich nog wassen/aankleden (ADL) en nog zelfstandig de financiën doen of boodschappen doen (iADL)?
CGA - Sociale Anamnese
in kaart brengen van de leefomgeving. Woont iemand alleen? Is er een traplift? Hoe ziet het ego-centered netwerk eruit en is er voldoende mantelzorg?
CGA - Biografie
levensloop van de patiënt. Wat voor werk deed iemand? Wat zijn de hobby's en normen en waarden? Dit helpt om de mens achter de patiënt te zien en is essentieel voor persoonsgerichte zorg.
Sekse
biologische en fysiologische verschillen tussen mensen en dieren
Gender
sociaal-cultureel bepaalde verschillen tussen mannen, vrouwen en genderdiverse mensen
Etniciteit
groep met gedeelde historie, afkomst of identiteit: deelt eigenschappen zoals geografische herkomst, cultuur, tradities, taal en regie
Intersectionaliteit
verwijst naar manier waarop verschillende aspecten (zoals gender, etniciteit etc.) met elkaar in wisselwerking zijn en zo de ervaringen van mensen beïnvloeden