1/42
Neuropsychologie
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
visuele informatie komt binnen
In V1 specifieke organisatie, er is verplaatsing naar de visuele cortex
retionotopie = hele omgeving ligt op eigen plek in cortex.
Rechter visuele veld op linkerkant cortex en andersom, kruising.
Centraal zicht ligt meer aan de laterale kant, perifeer zicht meer mediaal. Boven en beneden ook omgekeerd.
corticaal blind
helemaal niks meer zien
homonieme hemianopsie
veroorzaakt door beschadiging in V1 (eenzijdig CVA) of verstoring van visuele baan. Blind halfveld, helft van je visuele veld is uitgevallen.
scotoom
deel beschadigd, deel visueel veld missen (een blinde vlek)
frontal eye fields
oog bewegingen
suprachiasmatic nucleus
dagelijkse ritmes (slaap, eten, etc.)
pretectum
verandering in pupil grootte als reactie op licht
pineal gland
lange termijn circadian ritmes
superior colliculus
oriëntatie van het hoofd
accessory optic nucleus
oogbeweging om te compenseren voor hoofdbeweging
visuele cortex
perceptie van patronen, diepte en kleuren
blindsight
mensen claimen blind te zijn maar er zijn toch vormen van waarnemingen. Geniculostriatale baan is verstoord.
Geniculostriatale baan
de baan waarbij de visuele informatie vanuit de n. opticus naar de laterale geniculate nucleus (LGN) gaat. Vervolgens gaat het naar de cortex, waarbij het grootste deel van de informatie rechtstreeks naar de V1 gaat.
action blindsight
mensen die storing in V1 hebben, corticaal blind, maar heeft wel gevoeligheid van informatie voor reguleren bewegingen. Locatie bewegende objecten herkennen, boven de gokkans gepresteerd. Kunnen obstakels ontwijken, bewuste perceptie niet intact.
storing tectopulvinaire baan
visuele specialisten voor kleur en beweging
V5 (MT): perceptie beweging en richting (bewegingsperceptie)
V4: meer gevoelig voor kleur en vorm
parvocellulaire neuronen
detecteren kleur en detail in V1
magnocellulaire neuronen
detecteren beweging in V1
achromatopsie
laesie V4
kleine groep mensen
geen kleuren zien
relatief goede object herkenning (ook wel verstoorde vormperceptie)
last van lichtinval (zonnebril)
akinetopsie
bilaterale laesie V5
Verstoring bewegingsperceptie, zien geen beweging (je ziet locaties)
Specifiek letsel in V5 gebied in beide zijden (bilateraal)
Verder zien ze wel goed
Zeer zeldzaam
superior temporal sulcus (STS)
Perceptie van lichaamsbewegingen, mondbewegingen (actie observatie netwerk)
Sterke connectie met amygdala (belang emotionele perceptie)
STS is ook multimodaal integratie gebied
Stimuli vinden tegelijk plaats in tijd en ruimte
Veel neuronen voor auditief en visueel tegelijk
Capgras syndroom
constant gevoel van belazering, missen emotionele perceptie
heeft te maken met STS
McGurk effect
klank die je hoort is afhankelijk van wat je ziet bij de mond
TMS over de STS zorgt voor afname van het mcGurk effect
synesthesie
situatie van overmatig modaliteit met elkaar associeert.
(Voorbeeld dat mensen met synesthesie bij getallen altijd een kleur zien).
Synesthesie bestaat op verschillende manieren. Kleuren kunnen gekoppeld zijn aan getallen of weekdagen, verschillende patronen tussen mensen. Lagere orde synesthesie is niet aangeleerd.
vaak witte stof connectiviteit verhoogd
grapheme-color synesthesie
letter gelijk aan kleur die bij persoon hoort, of juist andere kleur. Moeilijker opnoemen van verkeerde kleur.
ventrale baan
inferior longitudinale fasciculus naar de fusiforme gyrus, eindigt in temporale kwab
object identificatie: ‘wat’ pad
informatieverwerking: centraal zicht
geassocieerd met gevoeligheid voor visuele context (vb illusies) afhankelijk van context
allocentrisch (gezichtspunt onafhankelijk)
repetition suppression effect
fMRI, je ziet minder sterk bold signaal als hetzelfde object vanuit een andere hoek wordt laten zien. (Herkenning)
anomie
benoemingsprobleem: je kan niet de juiste woorden vinden om dingen te benoemen
visuele agnosie
Visuele agnosie is een herkenningsstoornis. De stoornis is puur visueel: je ziet het object wel maar je kan niet herkennen wat het is, zodra je het vasthoudt en je dus ook niet visuele informatie krijgt kan je het wel benoemen
ventrale baan aangedaan
patiënt D.F.
Patiënt D.F. leidde aan zware visuele agnosie door een koolstofmonoxide intoxicatie. Ze kon het object wel benoemen als ze het in haar handen kreeg, ze leidde dus niet aan anomia. D.F. vertoonde dissociatie bij twee taken. De eerste taak, matching task, D.F. moest een kaart zo oriënteren dat de kaart in de gleuf paste, ze faalde. De tweede taak, action task, D.F. moest de kaart in de gleuf stoppen, dit lukte haar wel. Het niet kunnen herkennen van de oriëntatie van het object, is te danken aan haar zware agnosie. De laesie in de ventrale baan zorgde ervoor dat ze het niet kon herkennen, maar nam niet de mogelijkheid weg om dingen uit te voeren en af te stemmen.
apperceptieve agnosie
vorm van agnosie waarbij men de losse onderdelen wel waarneemt, maar niet het groter geheel kan zien. Patiënten die leiden aan deze vorm hebben moeite om objecten te herkennen op basis van gelimiteerde informatie of wanneer het object vanaf een ongebruikelijke hoek te zien is. Posterieure laesie in rechter hemisfeer.
associatieve agnosie
geen betekenis toekennen aan objecten (identificatie probleem)
je kan niet benoemen wat het is en waar je het voor gebruikt
Compensatie strategie: herkenning door verbaal beschrijven van het zichtbare object
Anterieure temporale laesie in linker hemisfeer.
integratieve agnosie
Je kan een geheel niet zien, alleen losse onderdelen
prosopagnosie
specifiek gestoord in gezichtsperceptie
(Rechtzijdige) laesie van Fusiforme Face Area, ook een aangeboren variant.
specialisten voor identificatie
Parahippocampal place area: actief bij kijken naar plaatsen en gebouwen
Extrastriate body area: actief als je kijkt naar lichaamsdelen
Gyrus angularis: agraphia (problemen met schrift), alexia (leesstoornis)
dorsale baan
superior longitudinal fasciculus
visuomotorisch en selectieve aandacht
‘waar’ baan
informatieverwerking: Niet alleen van het centrale zicht maar ook uit de visuele periferie, magnocellulaire input (snel en spatiëel grof).
Meer over egocentrisch: waar bevindt een object zich ten opzichte van mezelf
Handig voor interactie met objecten
Handopening minder afhankelijk van context (illusie)
optische ataxie
ataxie gecombineerd aan visuele aspecten (niet aan cerebellum)
Laesie superieure pariëtaal cortex (dorsale baan)
Patiënten hebben moeite met het sturen van bewegingen en grijpen.
Balint syndroom
bilateraal posterior pariëtaal leasie
Fixatieproblemen (sturen oogbewegingen)
Aandacht op en naar object verstoort (simultaanagnosie = 2 objecten niet kunnen onderscheiden, extincite = optische ataxie en simultaanagnosie).
Object herkenning is intact
Optische ataxie
Aandacht op maar een object
asomatognosie
stoornis van het lichaamsschema (tempero-parietaal junction)
Verwaarlozen linkszijdige lichaamshelft, verwant aan hemineglect
Emotionele factor: vervreemding, ontkenning van lichaamsdelen (“alien”)
autopagnosie
lichaamsdelen niet kunnen benoemen of aanwijzen, links parietaal.
micro-of macrosomato-agnosie
ervaren lichaamsvervorming
cross education
Krachttraining aan de “goede zijde” heeft positief effect op de “beperkte zijde”, sterkere impact van dominant → niet-dominant
mechanismen cross-education

face inversion effect
dat je het gezicht ondersteboven kan zien en dan delen omkeert en het beeld dan best normaal lijkt terwijl dat het totaal niet is als je het gezicht weer omdraait. Dit bewijst dat gezichtsverwerking heel holistisch plaatsvindt.