College 5: visuele waarneming

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
full-widthCall with Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/30

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Neuropsychologie

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No study sessions yet.

31 Terms

1
New cards

visuele informatie komt binnen

  • In V1 specifieke organisatie, er is verplaatsing naar de visuele cortex

  • retionotopie = hele omgeving ligt op eigen plek in cortex.

  • Rechter visuele veld op linkerkant cortex en andersom, kruising.

  • Centraal zicht ligt meer aan de laterale kant, perifeer zicht meer mediaal. Boven en beneden ook omgekeerd.

2
New cards

corticaal blind

helemaal niks meer zien

3
New cards

homonieme hemianopsie

veroorzaakt door beschadiging in V1 (eenzijdig CVA) of verstoring van visuele baan. Blind halfveld, helft van je visuele veld is uitgevallen. Visuele velden zijn verdeeld over beide ogen, rechter visuele veld komt dus vanuit beide ogen in linker cortex.

4
New cards

scotoom

deel beschadigd, deel visueel veld missen (een blinde vlek)

5
New cards

frontal eye fields

oog bewegingen

6
New cards

suprachiasmatic nucleus

dagelijkse ritmes (slaap, eten, etc.)

7
New cards

pretectum

verandering in pupil grootte als reactie op licht

8
New cards

pineal gland

lange termijn circadian ritmes

9
New cards

superior colliculus

oriëntatie van het hoofd

10
New cards

accessory optic nucleus

oogbeweging om te compenseren voor hoofdbeweging

11
New cards

visuel cortex

perceptie van patronen, diepte en kleuren

12
New cards

blindsight

mensen claimen blind te zijn maar er zijn toch vormen van waarnemingen

13
New cards

action blindsight

mensen die storing in V1 hebben, corticaal blind, maar heeft wel gevoeligheid van informatie voor reguleren bewegingen. Locatie bewegende objecten herkennen, boven de gokkans gepresteerd. Kunnen obstakels ontwijken, bewuste perceptie niet intact.

14
New cards

visuele specialisten voor kleur en beweging

  • V5 (MT): perceptie beweging en richting (bewegingsperceptie)

  • V4: meer gevoelig voor kleur en vorm

15
New cards

achromatopsie

  • laesie V4

  • kleine groep mensen

  • geen kleuren zien

  • relatief goede object herkenning (ook wel verstoorde vormperceptie)

  • last van lichtinval (zonnebril)

16
New cards

akinetopsie

  • laesie V5

  • Verstoring bewegingsperceptie, zien geen beweging (je ziet locaties)

  • Specifiek letsel in V5 gebied in beide zijden (bilateraal)

  • Verder zien ze wel goed

  • Zeer zeldzaam

17
New cards

superior temporal sulcus (STS)

  • Perceptie van lichaamsbewegingen, mondbewegingen (actie observatie netwerk)

  • Sterke connectie met amygdala (belang emotionele perceptie)

  • Capgras syndroom (constant gevoel van belazering, missen emotionele perceptie)

  • STS is ook multimodaal integratie gebied

    • Stimuli vinden tegelijk plaats in tijd en ruimte

    • Veel neuronen voor auditief en visueel tegelijk

    • McGurk effect: klank die je hoort is afhankelijk van wat je ziet bij de mond

    • TMS over de STS zorgt voor afname van het mcGurk effect

18
New cards

synesthesie

  • situatie van overmatig modaliteit met elkaar associeert.

  • (Voorbeeld dat mensen met synesthesie bij getallen altijd een kleur zien).

  • Synesthesie bestaat op verschillende manieren. Kleuren kunnen gekoppeld zijn aan getallen of weekdagen, verschillende patronen tussen mensen. Lagere orde synesthesie is niet aangeleerd.

  • vaak witte stof connectiviteit verhoogd

19
New cards

grapheme-color synesthesie

letter gelijk aan kleur die bij persoon hoort, of juist andere kleur. Moeilijker opnoemen van verkeerde kleur.

20
New cards

ventrale baan

  • inferior longitudinale fasciculus (van occipitaal V1 naar temporaal cortex (inferior)) naar de fusiforme gyrus

  • object identificatie: ‘wat’ pad

  • informatieverwerking: centraal zicht en magnocellulair (snel en spatieel grof) en parvocellulair (traag, fijne details en kleursensitief)

  • geassocieerd met gevoeligheid voor visuele context (vb illusies) afhankelijk van context

  • allocentrisch (gezichtspunt onafhankelijk)

21
New cards

repetition suppression effect

fMRI, je ziet minder sterk bold signaal als hetzelfde object vanuit een andere hoek wordt laten zien. (Herkenning)

22
New cards

anomie

benoemingsprobleem: je kan niet de juiste woorden vinden om dingen te benoemen

23
New cards

apperceptieve agnosie

  • stoornis in de beeldvorming (officieel lagere orde), beschadiging posterieur (iets meer rechts)

  • Moeilijke taken: vormen natekenen, “Gollin incomplete figure test”, “unusual views test”

24
New cards

associatieve agnosie

  • geen betekenis toekennen aan objecten (identificatie probleem)

  • Het natekenen en beeldvorming is oké.

  • Ligt meer anterieure temporaal (meer links). (Kan heel object specifiek zijn, bijvoorbeeld groente) (hogere orde).

  • Compensatie strategie: herkenning door verbaal beschrijven van het zichtbare object

25
New cards

prosopagnosie

  • specifiek gestoord in gezichtsperceptie

  • (Rechtzijdige) laesie van Fusiforme Face Area, ook een aangeboren variant.

26
New cards

specialisten voor identificatie

  • Parahippocampal place area: actief bij kijken naar plaatsen en gebouwen

  • Extrastriate body area: actief als je kijkt naar lichaamsdelen

  • Gyrus angularis: agraphia (problemen met schrift), alexia (leesstoornis)

27
New cards

dorsale baan

  • superior longitudinal fasciculus

  • visuomotorisch en selectieve aandacht

  • ‘waar’ baan

  • informatieverwerking: Niet alleen van het centrale zicht maar ook uit de visuele periferie, magnocellulaire input (snel en spatiëel grof).

  • Meer over egocentrisch: waar bevindt een object zich ten opzichte van mezelf

    • Handig voor interactie met objecten

    • Handopening minder afhankelijk van context (illusie)

28
New cards

optische ataxie

  • ataxie gecombineerd aan visuele aspecten (niet aan cerebellum)

  • Laesie superieure pariëtaal cortex (dorsale baan)

  • Patiënten hebben moeite met het sturen van bewegingen en grijpen.

  • Balint syndroom – bilateraal posterior pariëtaal leasie

    • Fixatieproblemen (sturen oogbewegingen)

    • Aandacht op en naar object verstoort (simultaanagnosie = 2 objecten niet kunnen onderscheiden, extincite = optische ataxie en simultaanagnosie).

    • Object herkenning is intact

    • Optische ataxie

    • Aandacht op maar een object

29
New cards

asomatognosie

  • stoornis van het lichaamsschema (tempero-parietaal junction) dit is niet alleen visuele stoornis zoals bij visuele agnosie het geval is.

  • Verwaarlozen linkszijdige lichaamshelft, verwant aan hemineglect

  • Emotionele factor: vervreemding, ontkenning van lichaamsdelen (“alien”)

30
New cards

automatognosie

lichaamsdelen niet kunnen benoemen of aanwijzen, links parietaal.

31
New cards

micro-of macrosomato-agnosie

ervaren lichaamsvervorming

Explore top flashcards

periodic table
Updated 1168d ago
flashcards Flashcards (117)
Civics Unit 5 Test
Updated 994d ago
flashcards Flashcards (54)
Cranial Nerves
Updated 258d ago
flashcards Flashcards (25)
Fiqh Terms
Updated 394d ago
flashcards Flashcards (36)
Thai
Updated 237d ago
flashcards Flashcards (59)
periodic table
Updated 1168d ago
flashcards Flashcards (117)
Civics Unit 5 Test
Updated 994d ago
flashcards Flashcards (54)
Cranial Nerves
Updated 258d ago
flashcards Flashcards (25)
Fiqh Terms
Updated 394d ago
flashcards Flashcards (36)
Thai
Updated 237d ago
flashcards Flashcards (59)