1/30
Neuropsychologie
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
visuele informatie komt binnen
In V1 specifieke organisatie, er is verplaatsing naar de visuele cortex
retionotopie = hele omgeving ligt op eigen plek in cortex.
Rechter visuele veld op linkerkant cortex en andersom, kruising.
Centraal zicht ligt meer aan de laterale kant, perifeer zicht meer mediaal. Boven en beneden ook omgekeerd.
corticaal blind
helemaal niks meer zien
homonieme hemianopsie
veroorzaakt door beschadiging in V1 (eenzijdig CVA) of verstoring van visuele baan. Blind halfveld, helft van je visuele veld is uitgevallen. Visuele velden zijn verdeeld over beide ogen, rechter visuele veld komt dus vanuit beide ogen in linker cortex.
scotoom
deel beschadigd, deel visueel veld missen (een blinde vlek)
frontal eye fields
oog bewegingen
suprachiasmatic nucleus
dagelijkse ritmes (slaap, eten, etc.)
pretectum
verandering in pupil grootte als reactie op licht
pineal gland
lange termijn circadian ritmes
superior colliculus
oriëntatie van het hoofd
accessory optic nucleus
oogbeweging om te compenseren voor hoofdbeweging
visuel cortex
perceptie van patronen, diepte en kleuren
blindsight
mensen claimen blind te zijn maar er zijn toch vormen van waarnemingen
action blindsight
mensen die storing in V1 hebben, corticaal blind, maar heeft wel gevoeligheid van informatie voor reguleren bewegingen. Locatie bewegende objecten herkennen, boven de gokkans gepresteerd. Kunnen obstakels ontwijken, bewuste perceptie niet intact.
visuele specialisten voor kleur en beweging
V5 (MT): perceptie beweging en richting (bewegingsperceptie)
V4: meer gevoelig voor kleur en vorm
achromatopsie
laesie V4
kleine groep mensen
geen kleuren zien
relatief goede object herkenning (ook wel verstoorde vormperceptie)
last van lichtinval (zonnebril)
akinetopsie
laesie V5
Verstoring bewegingsperceptie, zien geen beweging (je ziet locaties)
Specifiek letsel in V5 gebied in beide zijden (bilateraal)
Verder zien ze wel goed
Zeer zeldzaam
superior temporal sulcus (STS)
Perceptie van lichaamsbewegingen, mondbewegingen (actie observatie netwerk)
Sterke connectie met amygdala (belang emotionele perceptie)
Capgras syndroom (constant gevoel van belazering, missen emotionele perceptie)
STS is ook multimodaal integratie gebied
Stimuli vinden tegelijk plaats in tijd en ruimte
Veel neuronen voor auditief en visueel tegelijk
McGurk effect: klank die je hoort is afhankelijk van wat je ziet bij de mond
TMS over de STS zorgt voor afname van het mcGurk effect
synesthesie
situatie van overmatig modaliteit met elkaar associeert.
(Voorbeeld dat mensen met synesthesie bij getallen altijd een kleur zien).
Synesthesie bestaat op verschillende manieren. Kleuren kunnen gekoppeld zijn aan getallen of weekdagen, verschillende patronen tussen mensen. Lagere orde synesthesie is niet aangeleerd.
vaak witte stof connectiviteit verhoogd
grapheme-color synesthesie
letter gelijk aan kleur die bij persoon hoort, of juist andere kleur. Moeilijker opnoemen van verkeerde kleur.
ventrale baan
inferior longitudinale fasciculus (van occipitaal V1 naar temporaal cortex (inferior)) naar de fusiforme gyrus
object identificatie: ‘wat’ pad
informatieverwerking: centraal zicht en magnocellulair (snel en spatieel grof) en parvocellulair (traag, fijne details en kleursensitief)
geassocieerd met gevoeligheid voor visuele context (vb illusies) afhankelijk van context
allocentrisch (gezichtspunt onafhankelijk)
repetition suppression effect
fMRI, je ziet minder sterk bold signaal als hetzelfde object vanuit een andere hoek wordt laten zien. (Herkenning)
anomie
benoemingsprobleem: je kan niet de juiste woorden vinden om dingen te benoemen
apperceptieve agnosie
stoornis in de beeldvorming (officieel lagere orde), beschadiging posterieur (iets meer rechts)
Moeilijke taken: vormen natekenen, “Gollin incomplete figure test”, “unusual views test”
associatieve agnosie
geen betekenis toekennen aan objecten (identificatie probleem)
Het natekenen en beeldvorming is oké.
Ligt meer anterieure temporaal (meer links). (Kan heel object specifiek zijn, bijvoorbeeld groente) (hogere orde).
Compensatie strategie: herkenning door verbaal beschrijven van het zichtbare object
prosopagnosie
specifiek gestoord in gezichtsperceptie
(Rechtzijdige) laesie van Fusiforme Face Area, ook een aangeboren variant.
specialisten voor identificatie
Parahippocampal place area: actief bij kijken naar plaatsen en gebouwen
Extrastriate body area: actief als je kijkt naar lichaamsdelen
Gyrus angularis: agraphia (problemen met schrift), alexia (leesstoornis)
dorsale baan
superior longitudinal fasciculus
visuomotorisch en selectieve aandacht
‘waar’ baan
informatieverwerking: Niet alleen van het centrale zicht maar ook uit de visuele periferie, magnocellulaire input (snel en spatiëel grof).
Meer over egocentrisch: waar bevindt een object zich ten opzichte van mezelf
Handig voor interactie met objecten
Handopening minder afhankelijk van context (illusie)
optische ataxie
ataxie gecombineerd aan visuele aspecten (niet aan cerebellum)
Laesie superieure pariëtaal cortex (dorsale baan)
Patiënten hebben moeite met het sturen van bewegingen en grijpen.
Balint syndroom – bilateraal posterior pariëtaal leasie
Fixatieproblemen (sturen oogbewegingen)
Aandacht op en naar object verstoort (simultaanagnosie = 2 objecten niet kunnen onderscheiden, extincite = optische ataxie en simultaanagnosie).
Object herkenning is intact
Optische ataxie
Aandacht op maar een object
asomatognosie
stoornis van het lichaamsschema (tempero-parietaal junction) dit is niet alleen visuele stoornis zoals bij visuele agnosie het geval is.
Verwaarlozen linkszijdige lichaamshelft, verwant aan hemineglect
Emotionele factor: vervreemding, ontkenning van lichaamsdelen (“alien”)
automatognosie
lichaamsdelen niet kunnen benoemen of aanwijzen, links parietaal.
micro-of macrosomato-agnosie
ervaren lichaamsvervorming