College 5: visuele waarneming

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/42

flashcard set

Earn XP

Description and Tags

Neuropsychologie

Last updated 12:18 AM on 1/25/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

43 Terms

1
New cards

visuele informatie komt binnen

  • In V1 specifieke organisatie, er is verplaatsing naar de visuele cortex

  • retionotopie = hele omgeving ligt op eigen plek in cortex.

  • Rechter visuele veld op linkerkant cortex en andersom, kruising.

  • Centraal zicht ligt meer aan de laterale kant, perifeer zicht meer mediaal. Boven en beneden ook omgekeerd.

2
New cards

corticaal blind

helemaal niks meer zien

3
New cards

homonieme hemianopsie

veroorzaakt door beschadiging in V1 (eenzijdig CVA) of verstoring van visuele baan. Blind halfveld, helft van je visuele veld is uitgevallen.

4
New cards

scotoom

deel beschadigd, deel visueel veld missen (een blinde vlek)

5
New cards

frontal eye fields

oog bewegingen

6
New cards

suprachiasmatic nucleus

dagelijkse ritmes (slaap, eten, etc.)

7
New cards

pretectum

verandering in pupil grootte als reactie op licht

8
New cards

pineal gland

lange termijn circadian ritmes

9
New cards

superior colliculus

oriëntatie van het hoofd

10
New cards

accessory optic nucleus

oogbeweging om te compenseren voor hoofdbeweging

11
New cards

visuele cortex

perceptie van patronen, diepte en kleuren

12
New cards

blindsight

mensen claimen blind te zijn maar er zijn toch vormen van waarnemingen. Geniculostriatale baan is verstoord.

13
New cards

Geniculostriatale baan

de baan waarbij de visuele informatie vanuit de n. opticus naar de laterale geniculate nucleus (LGN) gaat. Vervolgens gaat het naar de cortex, waarbij het grootste deel van de informatie rechtstreeks naar de V1 gaat.

14
New cards

action blindsight

mensen die storing in V1 hebben, corticaal blind, maar heeft wel gevoeligheid van informatie voor reguleren bewegingen. Locatie bewegende objecten herkennen, boven de gokkans gepresteerd. Kunnen obstakels ontwijken, bewuste perceptie niet intact.

  • storing tectopulvinaire baan

15
New cards

visuele specialisten voor kleur en beweging

  • V5 (MT): perceptie beweging en richting (bewegingsperceptie)

  • V4: meer gevoelig voor kleur en vorm

16
New cards

parvocellulaire neuronen

detecteren kleur en detail in V1

17
New cards

magnocellulaire neuronen

detecteren beweging in V1

18
New cards

achromatopsie

  • laesie V4

  • kleine groep mensen

  • geen kleuren zien

  • relatief goede object herkenning (ook wel verstoorde vormperceptie)

  • last van lichtinval (zonnebril)

19
New cards

akinetopsie

  • bilaterale laesie V5

  • Verstoring bewegingsperceptie, zien geen beweging (je ziet locaties)

  • Specifiek letsel in V5 gebied in beide zijden (bilateraal)

  • Verder zien ze wel goed

  • Zeer zeldzaam

20
New cards

superior temporal sulcus (STS)

  • Perceptie van lichaamsbewegingen, mondbewegingen (actie observatie netwerk)

  • Sterke connectie met amygdala (belang emotionele perceptie)

  • STS is ook multimodaal integratie gebied

    • Stimuli vinden tegelijk plaats in tijd en ruimte

    • Veel neuronen voor auditief en visueel tegelijk

21
New cards

Capgras syndroom

constant gevoel van belazering, missen emotionele perceptie

  • heeft te maken met STS

22
New cards

McGurk effect

  • klank die je hoort is afhankelijk van wat je ziet bij de mond

  • TMS over de STS zorgt voor afname van het mcGurk effect

23
New cards

synesthesie

  • situatie van overmatig modaliteit met elkaar associeert.

  • (Voorbeeld dat mensen met synesthesie bij getallen altijd een kleur zien).

  • Synesthesie bestaat op verschillende manieren. Kleuren kunnen gekoppeld zijn aan getallen of weekdagen, verschillende patronen tussen mensen. Lagere orde synesthesie is niet aangeleerd.

  • vaak witte stof connectiviteit verhoogd

24
New cards

grapheme-color synesthesie

letter gelijk aan kleur die bij persoon hoort, of juist andere kleur. Moeilijker opnoemen van verkeerde kleur.

25
New cards

ventrale baan

  • inferior longitudinale fasciculus naar de fusiforme gyrus, eindigt in temporale kwab

  • object identificatie: ‘wat’ pad

  • informatieverwerking: centraal zicht

  • geassocieerd met gevoeligheid voor visuele context (vb illusies) afhankelijk van context

  • allocentrisch (gezichtspunt onafhankelijk)

26
New cards

repetition suppression effect

fMRI, je ziet minder sterk bold signaal als hetzelfde object vanuit een andere hoek wordt laten zien. (Herkenning)

27
New cards

anomie

benoemingsprobleem: je kan niet de juiste woorden vinden om dingen te benoemen

28
New cards

visuele agnosie

Visuele agnosie is een herkenningsstoornis. De stoornis is puur visueel: je ziet het object wel maar je kan niet herkennen wat het is, zodra je het vasthoudt en je dus ook niet visuele informatie krijgt kan je het wel benoemen

  • ventrale baan aangedaan

29
New cards

patiënt D.F.

Patiënt D.F. leidde aan zware visuele agnosie door een koolstofmonoxide intoxicatie. Ze kon het object wel benoemen als ze het in haar handen kreeg, ze leidde dus niet aan anomia. D.F. vertoonde dissociatie bij twee taken. De eerste taak, matching task, D.F. moest een kaart zo oriënteren dat de kaart in de gleuf paste, ze faalde. De tweede taak, action task, D.F. moest de kaart in de gleuf stoppen, dit lukte haar wel. Het niet kunnen herkennen van de oriëntatie van het object, is te danken aan haar zware agnosie. De laesie in de ventrale baan zorgde ervoor dat ze het niet kon herkennen, maar nam niet de mogelijkheid weg om dingen uit te voeren en af te stemmen.

30
New cards

apperceptieve agnosie

vorm van agnosie waarbij men de losse onderdelen wel waarneemt, maar niet het groter geheel kan zien. Patiënten die leiden aan deze vorm hebben moeite om objecten te herkennen op basis van gelimiteerde informatie of wanneer het object vanaf een ongebruikelijke hoek te zien is. Posterieure laesie in rechter hemisfeer.

31
New cards

associatieve agnosie

  • geen betekenis toekennen aan objecten (identificatie probleem)

  • je kan niet benoemen wat het is en waar je het voor gebruikt

  • Compensatie strategie: herkenning door verbaal beschrijven van het zichtbare object

  • Anterieure temporale laesie in linker hemisfeer.

32
New cards

integratieve agnosie

Je kan een geheel niet zien, alleen losse onderdelen

33
New cards

prosopagnosie

  • specifiek gestoord in gezichtsperceptie

  • (Rechtzijdige) laesie van Fusiforme Face Area, ook een aangeboren variant.

34
New cards

specialisten voor identificatie

  • Parahippocampal place area: actief bij kijken naar plaatsen en gebouwen

  • Extrastriate body area: actief als je kijkt naar lichaamsdelen

  • Gyrus angularis: agraphia (problemen met schrift), alexia (leesstoornis)

35
New cards

dorsale baan

  • superior longitudinal fasciculus

  • visuomotorisch en selectieve aandacht

  • ‘waar’ baan

  • informatieverwerking: Niet alleen van het centrale zicht maar ook uit de visuele periferie, magnocellulaire input (snel en spatiëel grof).

  • Meer over egocentrisch: waar bevindt een object zich ten opzichte van mezelf

    • Handig voor interactie met objecten

    • Handopening minder afhankelijk van context (illusie)

36
New cards

optische ataxie

  • ataxie gecombineerd aan visuele aspecten (niet aan cerebellum)

  • Laesie superieure pariëtaal cortex (dorsale baan)

  • Patiënten hebben moeite met het sturen van bewegingen en grijpen.

37
New cards

Balint syndroom

  • bilateraal posterior pariëtaal leasie

    • Fixatieproblemen (sturen oogbewegingen)

    • Aandacht op en naar object verstoort (simultaanagnosie = 2 objecten niet kunnen onderscheiden, extincite = optische ataxie en simultaanagnosie).

    • Object herkenning is intact

    • Optische ataxie

    • Aandacht op maar een object

38
New cards

asomatognosie

  • stoornis van het lichaamsschema (tempero-parietaal junction)

  • Verwaarlozen linkszijdige lichaamshelft, verwant aan hemineglect

  • Emotionele factor: vervreemding, ontkenning van lichaamsdelen (“alien”)

39
New cards

autopagnosie

lichaamsdelen niet kunnen benoemen of aanwijzen, links parietaal.

40
New cards

micro-of macrosomato-agnosie

ervaren lichaamsvervorming

41
New cards

cross education

Krachttraining aan de “goede zijde” heeft positief effect op de “beperkte zijde”, sterkere impact van dominant → niet-dominant

42
New cards

mechanismen cross-education

knowt flashcard image
43
New cards

face inversion effect

dat je het gezicht ondersteboven kan zien en dan delen omkeert en het beeld dan best normaal lijkt terwijl dat het totaal niet is als je het gezicht weer omdraait. Dit bewijst dat gezichtsverwerking heel holistisch plaatsvindt.