c@i woordenschat examen

0.0(0)
studied byStudied by 20 people
0.0(0)
full-widthCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/570

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

571 Terms

1
New cards

Academisch

Eigen aan een universiteit of hogeschool.

2
New cards

Ad valvas

Op de mededelingenborden.

3
New cards

Aula

Auditorium, gehoorzaal.

4
New cards

Numerus clausus

Beperking van het aantal studieplaatsen voor een opleiding.

5
New cards

Curriculum

Leerplan.

6
New cards

Ex cathedra

Doceren.

7
New cards

Emeritus

Met ambtsrust.

8
New cards

Practicum

Praktijkles.

9
New cards

Proclamatie

Officiële bekendmaking door het hoofd van een faculteit.

10
New cards

Decaan

Hoofd van een faculteit.

11
New cards

Erudiet

Een brede kennis hebben.

12
New cards

Rector

Directeur van een hogeschool of universiteit.

13
New cards

Pedagoog

Opvoedkundige.

14
New cards

Casus

Praktijksituatie.

15
New cards

Syllabus

Cursusmateriaal.

16
New cards

Scriptie

Verhandeling.

17
New cards

Alternatief

Keuze.

18
New cards

Arbitrair

Willekeurig.

19
New cards

Efficiënt

Doeltreffend.

20
New cards

Flexibel

Meegaand.

21
New cards

Interactie

Wisselwerking.

22
New cards

Objectief

Onbevooroordeeld.

23
New cards

Subjectief

Partijdig.

24
New cards

Plausibel

Passend.

25
New cards

Naar analogie met

Net zoals bij.

26
New cards

Constructief

Opbouwend.

27
New cards

Evidentie

Vanzelfsprekendheid.

28
New cards

Essentie

Belangrijkste punten.

29
New cards

Hypothese

Veronderstelling.

30
New cards

Sjabloon

Opmaakdocument.

31
New cards

Progressie

Vooruitgang.

32
New cards

Attitude

Houding.

33
New cards

Secundair

Indirect.

34
New cards

Primair

Direct.

35
New cards

Consequent

Eenduidig.

36
New cards

Rationeel

Verstandelijk.

37
New cards

Notuleren

Aantekeningen maken, notities nemen.

38
New cards

Expliciteren

Verduidelijken.

39
New cards

Parafraseren

Samenvatten in eigen woorden.

40
New cards

Screenen

Iemands geschiktheid voor een bepaalde functie onderzoeken.

41
New cards

Specificeren

Uitleggen, verklaren, toelichten.

42
New cards

Recapituleren

Kort herhalen, resumeren.

43
New cards

Excelleren

Onderscheiden, uitblinken.

44
New cards

Doceren

Lesgeven.

45
New cards

Analyseren

Ontleden, ontrafelen.

46
New cards

Remediëren

Verhelpen, genezen, beter maken.

47
New cards

Nuanceren

Verduidelijken door meer details te geven.

48
New cards

Refereren aan

Verwijzen naar.

49
New cards

Poneren

Stellen.

50
New cards

Inventariseren

Oplijsten.

51
New cards

Differentiëren

Ondescheiden.

52
New cards

Accuraat

Nauwkeurig.

53
New cards

Intrinsiek

Inwendig.

54
New cards

Pejoratief

Ongunstig.

55
New cards

Proactief

Waarbij je vooruitdenkt.

56
New cards

Consistent

Logisch samenhangend.

57
New cards

Basaal

Essentieel, fundamenteel.

58
New cards

Cognitief

Mentaal proces dat het denken, het leren, het memoriseren en het gezond verstand betreft.

59
New cards

Narratief

Verhalend, vertellend.

60
New cards

Pragmatisch

Nuttig, inspelend op de praktijk.

61
New cards

Legio

Ontelbaar, talrijk.

62
New cards

Triviaal

Alledaags, onbeduidend.

63
New cards

Deductie

Een gevolgtrekking maken uit het algemene naar het bijzondere.

64
New cards

Exposé

Uiteenzetting, betoog.

65
New cards

Consensus

Eensgezindheid.

66
New cards

Repercussie

Gevolg, reactie.

67
New cards

Perceptie

Waarneming.

68
New cards

Ironie

Bedekte, milde spot.

69
New cards

Sarcasme

Bijtende spot.

70
New cards

Cynisme

Schaamteloze spot.

71
New cards

Understatement

Verzwakte mededeling.

72
New cards

Jargon

Vaktaal.

73
New cards

Slang

Zeer informele taal.

74
New cards

Turbotaal

Flitsend, modieust taalgebruik.

75
New cards

Verkavelingsvlaams

Tussentaal.

76
New cards

Monoloog

Één persoon is aan het woord.

77
New cards

Dialoog

Gesprek tussen twee personen.

78
New cards

Formeel

Vormelijk, stijf taalgebruik.

79
New cards

Informeel

Los taalgebruik.

80
New cards

Eufemisme

Verzachtende uitdrukking.

81
New cards

Dysfemisme

Taalgebruik dat opzettelijk grof is.

82
New cards

Contaminatie

Verhaspeling van 2 woorden.

83
New cards

Pleonasme

Dubbelop.

84
New cards

Tautologie

Woordencombinatie waarin een begrip tweemaal wordt genoemd.

85
New cards

Homoniem

Woorden met gelijke uitspraak en spelling.

86
New cards

Homofoon

Woorden met gelijke uitspraak, maar verschillende spelling.

87
New cards

Synoniemen

Woorden die hetzelfde betekenen.

88
New cards

Antoniemen

Woorden met een tegengestelde betekenis.

89
New cards

Citaten

Stukje tekst dat letterlijk gekopieerd is.

90
New cards

Gender

Geslacht, sekse.

91
New cards

Etymologisch

Herkomst van een woord.

92
New cards

Anekdote

Kort, grappig verhaal.

93
New cards

Inversie

Omkering van de woorden in een zin.

94
New cards

Paradox

Schijnbare tegenstelling.

95
New cards

Hyperbool

Stijlfiguur van overdrijving.

96
New cards

Allegorie

Verpersoonlijking van een begrip.

97
New cards

Palindroom

Woord dat van links naar rechts hetzelfde is als andersom.

98
New cards

Assimilatie

Gelijkwording van medeklinkers.

99
New cards

Metafoor

Woord/beeld gebruiken voor iets anders.

100
New cards

Cryptogrammen

Vorm van kruiswoordpuzzle.