1/71
leernen filtskaarten
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Eigen risico
Het deel van de schade dat je zelf moet betalen en dat dus niet vergoed wordt door de verzekeraar.
Onzeker voorval
Iets waarvan je niet weet wanneer en of dat ooit zal gebeuren, zoals een ongeluk of diefstal.
Premie
Het bedrag dat je aan de verzekeraar betaalt om verzekerd te zijn.
Verzekeringskosten
Premie + poliskosten + assurantiebelasting.
AVP
Aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren; deze verzekering vergoedt schade die je zonder opzet aan anderen toebrengt.
Inboedelverzekering
Deze verzekering dekt schade door inbraak, brand en waterschade aan spullen in je huis.
Indexering
Het verzekerd bedrag wordt automatisch aangepast aan de prijsstijging.
Onderverzekering
Het verzekerd bedrag is lager dan de werkelijke waarde. Hierdoor wordt de schadevergoeding ook lager.
Opstalverzekering
Een verzekering tegen schade aan het huis zelf, bijvoorbeeld door brand of storm.
Scooter- en autoverzekeringen
Allrisk-verzekering WA + cascoverzekering; je bent verzekerd voor schade aan anderen en aan je eigen voertuig.
Bonusmalusregeling
Een systeem van premiekortingen en premietoeslagen.
Cascoverzekering
Verzekering tegen schade aan je eigen scooter of auto.
No-claimkorting
Korting op de premie als beloning wanneer je met je scooter of auto geen schade veroorzaakt.
WA-verzekering
Wettelijk verplichte verzekering tegen schade die je met je scooter of auto aan anderen toebrengt.
Zorgverzekering
Verzekering die de kosten vergoedt van medische zorg.
Aanvullende verzekering
Niet verplicht deel van de zorgverzekering voor onder andere fysiotherapie of tandarts.
Basisverzekering
Wettelijk verplicht deel van de zorgverzekering voor onder andere huisarts, ziekenhuis en medicijnen.
Solidariteit
De sterken helpen de zwakken. Mensen die weinig of geen ziektekosten hebben, betalen via de zorgverzekering mee aan de ziektekosten van anderen.
Zorgtoeslag
Een bijdrage van de overheid in de premiekosten van de zorgverzekering, voor mensen met een niet te hoog inkomen.
Arbeidsmotieven
Redenen om te willen werken.
Brutoloon
Het loon waarop nog niets is ingehouden.
Cao
Collectieve arbeidsovereenkomst; hierin staan gezamenlijke afspraken over de arbeidsvoorwaarden in een bedrijfstak.
Geschoold werk
Werk waarvoor je een beroepsopleiding nodig hebt.
Minimumloon
Het loon dat je vanaf 21 jaar minstens per uur moet verdienen.
Nettoloon
Het loon dat je ontvangt en waar de inhoudingen al van af zijn gehaald.
Zwart werk
Betaald werk waarover je geen belasting of sociale premies betaalt.
Arbeidsverdeling
Het werk bij bedrijven is verdeeld in verschillende banen.
Bv
Besloten vennootschap; onderneming met één of meer eigenaren als aandeelhouder. De aandelen zijn niet voor iedereen te koop.
Eenmanszaak
Onderneming met één eigenaar.
Nv
Naamloze vennootschap; onderneming met meerdere eigenaren die aandeelhouder zijn en waarvan iedereen aandelen kan kopen.
Productiesectoren
Indeling van productie en arbeid in primaire, secundaire, tertiaire en quartaire sector.
Vof
Vennootschap onder firma; een onderneming met meerdere eigenaren die samen de leiding hebben.
Zelfstandige
Iemand die met een eigen onderneming een inkomen verdient.
Zzp’er
Zelfstandige zonder personeel.
Arbeidsmarkt
Het geheel van vraag naar arbeid en aanbod van arbeid.
Arbeidsparticipatie
Arbeidsdeelname; het percentage van de bevolking dat tot de beroepsbevolking behoort.
Algemene wet gelijke behandeling
Wet die het maken van onderscheid op basis van gender, religie, leeftijd of afkomst verbiedt.
Beroepsbevolking
Iedereen van vijftien jaar tot de pensioenleeftijd die werkt of werkloos is.
Flexibele baan
Je hebt alleen werk wanneer een bedrijf je nodig heeft.
Conjuncturele werkloosheid
Werkloosheid die het gevolg is van een daling van de vraag naar goederen en diensten door vermindering van koopkracht.
Frictiewerkloosheid
Kortdurende werkloosheid omdat je tijd nodig hebt om een nieuwe baan te vinden.
Regionale werkloosheid
Werkloosheid die in bepaalde gebieden hoger is dan gemiddeld in het land.
Seizoenwerkloosheid
Werkloosheid doordat werk alleen in een deel van het jaar gedaan kan worden.
Structurele werkloosheid
Werkloosheid als gevolg van veranderingen aan de aanbodkant van de economie.
UWV
Overheidsinstelling die helpt bij het zoeken naar een nieuwe baan en beoordeelt of je recht hebt op een WW-uitkering.
Werkloosheid
Het aanbod van arbeid is groter dan de vraag ernaar.
Afzet
Het aantal producten dat je verkoopt.
Bedrijfskosten
Kosten om een bedrijf te laten functioneren, zoals huur, loonkosten en reclame.
Brutowinst
Wat je overhoudt van de omzet nadat je de inkoopwaarde hebt betaald.
Brutowinstopslag
Het bedrag dat een winkelier optelt bij de inkoopprijs om daarmee de verkoopprijs te berekenen.
Btw
Belasting over de toegevoegde waarde. Een belasting die de winkelier moet optellen bij de verkoopprijs.
Consumentenprijs
De prijs inclusief btw.
Nettoresultaat
Nettowinst of nettoverlies; het bedrag dat je uiteindelijk overhoudt nadat ook alle bedrijfskosten zijn betaald.
Omzet
Verkoopopbrengst; het totaalbedrag dat je ontvangt door de verkoop van producten.
Afschrijving
De waardevermindering van kapitaalgoederen.
Arbeidsintensief
Er wordt naar verhouding meer met mensen dan met machines geproduceerd.
Bedrijfskolom
Alle bedrijven die na elkaar aan een product meewerken.
Kapitaalintensief
Er wordt naar verhouding meer met machines dan met mensen geproduceerd.
Productiefactoren
De middelen die je nodig hebt om iets te produceren: natuur, arbeid, kapitaal en ondernemerschap.
Toegevoegde waarde
Wat producten meer waard worden doordat bedrijven ze bewerken.
Abstracte markt
Alle vraag naar en aanbod van een product.
Concrete markt
Plaats waar op bepaalde tijden goederen verhandeld worden.
Evenwichtshoeveelheid
De gevraagde en aangeboden hoeveelheid producten bij de evenwichtsprijs.
Evenwichtsprijs
De prijs waarbij vraag en aanbod aan elkaar gelijk zijn.
Marktaandeel
De eigen afzet in procenten van de totale afzet, of de eigen omzet in procenten van de totale omzet.
Wet van vraag en aanbod
Hoe prijs, vraag en aanbod op elkaar reageren.
Arbeidsproductiviteit
De productie per persoon in een bepaalde tijd.
Maatschappelijke opbrengsten
Positieve gevolgen van productie voor de samenleving.
Maatschappelijk verantwoord ondernemen
Bedrijven houden bij hun productie rekening met de gevolgen voor mens, milieu en dieren.
Productiecapaciteit
De maximale hoeveelheid die een bedrijf kan produceren.
Vaste kosten
Kosten die gelijk blijven, ook als je meer of minder produceert.
Variabele kosten
Kosten die mee veranderen als de productie stijgt of daalt.