1/34
Centrale zenuwstelsel
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress

Dura mater
Stevige ‘plastic’ laag waar je niet zo snel doorgeen komt

Arachnoid membrame
Hersenen kunnen hier lichtelijk in bewegen, zoals in een spinnenweb

Pia mater
Bestaat uit voeding en herstellingsmateriaal

Subarachnoid space
Bevat hersenvloeistof

White matter
Verbindt alle hersengebieden met elkaar (glasvezelnetwerk)

Gray matter
Hier slaan we informatie in op

Corpus callosum
verbindt de linker en rechterhersenhelft
Centrale zenuwstelsel
Hersenen en ruggenmerg, controlecentrum van zenuwstelsel
Perifere zenuwstelsel
Verbinding tussen centrale zenuwstelsel, spieren en zintuigen
Somatische zenuwstelsel
Deel van perifeer zenuwstelsel waar we controle over hebben, niet altijd bewust. Zorgt voor kunnen lopen, bewegen en praten
Autonome zenuwstelsel
Deel van zenuwstelsel waar we geen controle over hebben. Stuurt gladde spieren, het hart en diverse organen aan .
Sympatisch zenuwstelsel
Deel dat geactiveerd is als we actief zij (bvb in stressvolle situaties). Stimulatory “fight or flight”
Parasympatisch zenuwstelsel
Deel dat actief is als we in rust zijn. Inhibitory “rest and digest”
Hindbrain
Ondersteund vitale functies
Medula (hindbrain)
Ademhaling en hartslag regulatie
Pons (hindbrain)
Treinstation tussen de hersenen en rest vanhetlijf, signalen doorgeven
Cerebellum/kleine hersenen (hindbrain)
Coördinatie en fijne motoriek
Midbrain
Verwerking van visuele en auditieve signalen, met name ter verwerking van motor signalen
Thalamus
Naast doorgeven motorische info, ook slaap, alertheid en bewustzijn
Hypothalamus
Stimuleren van hormonen (reguleren lichaamstemperatuur, honger, vermoeidheid, slaapritme)
Telencephalon
Cerebrum/grote hersenen: controleren alle vrijwillige bewegingen
Stem
Stamcel, bevat DNA
Progenitor
Cel die al weet wat voor functie hij vervult
Blast
Tweedeling: neural en glial cellen → gespecialiseerd
Dendrieten
Ontvangen elektrische impulsen. Zorgt voor vergroting van oppervlakte van cel, meer contactpunten (spines)
Axon
Geven impulsen door aan ander neuronen of spiercellen Uitloper, vertakkingen aan uiteinde (teleodendria)
Sensory neuron
Stuurt informatie naar het centrale zenuwstelsel
Interneuron
Schakelstation, heel gevoelig, hoe dieper in het brein hoe meer
Motor neuron
Stuurt signalen van het centrale zenuwstelsel naar de spieren
Gliacellen
Ondersteunde cellen die zorgen voor stevigheid, voeding en opruiming
Oligodendroglia
Bundelen en isoleren verschillende groepen neuronen met myeline
Schwann-celllen
wikkelen zich om een neuron en isoleren met myeline
Grijze materie
Bevindt zich aan de buitenkant van de hersenen en bestaat vooral uit neuronen → informatieverwerking
Witte materie
Bevindt zich in de binnenkant, bevat gliale cellen, interneuronen en ondersteunend materiaal
Reticulaire materie
Hersenstam