Neuropsychologie Week 1 t/m 4

0.0(0)
studied byStudied by 0 people
0.0(0)
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/148

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 8:53 AM on 11/7/25
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

149 Terms

1
New cards

Oudheid

Hart versus brein 

  • Hippocrates, 1e focus op hersenen

  • Aristoteles, tweedeling psyché en gedrag)

2
New cards

Middeleeuwen en Renaissance

Op observatie gebaseerde neuroanatomie

  • Leonardo da Vinci

  • Vesalius 

3
New cards

17e eeuw

Begin van de moderne wetenschap van het brein

  • Descartes (dualisme) 

4
New cards

Dualisme 

Lichaam = stoffelijk; Geest = niet stoffelijk (lichaam-geest probleem) 

5
New cards

18e eeuw

Elektriciteit en het brein 

  • Galvani 

6
New cards

Begin 19e eeuw 

Lokalisatie van functies

  • Gall en Spurzheim 

  • Paul Broca (uitvinder gebied van broca → taalproductie) 

7
New cards

Frenologie 

Theorie die stelt dat een letterlijke (grote van) knobbel bepaald hoe goed je in dingen bent 

8
New cards

Eind 19e eeuw 

Evolutie, genen en gedrag 

  • Darwin (materialisme)

9
New cards

Materialisme 

Alles is  herleidbaar tot materie en natuurlijke processen, dus gedrag verklaren door dmv werking zenuwstelsel en niet de mind 

10
New cards

20e eeuw

Neurotransmitters, psychofarmaca, kraken DNA-code

  • Otto Loewi

  • Francis Crick en James Watson

11
New cards

2 conclusies van 20e eeuw

  • Hebben van gedistribueerde functies (grotere functies zijn verdeeld over de hersenen en niet op 1 plek) 

  • Hiërarchische organisatie (meerdere geheugensystemen, 2 hersenhelften, bewuste en onbewuste informatie) 

12
New cards

21e eeuw

Opkomst hersenscan, intensievere samenwerking tussen disciplines, toename publicaties, onderzoeksgeld voor fundamenteel en toegepast onderzoek

13
New cards

Kenmerken gedrag

  • Heeft zowel doel als functie

  • Reactie op omgeving

  • Bepaald door endocriene systeem en zenuwstelsel

  • Is variabel in complexiteit, mate waarin aangeboren (primair/secundair) en mate waarin het aangeleerd is

14
New cards

Ontstaan van het complexere brein

  • Mutaties in de genen

  • Omgeving beter

  • Voedsel werd beter (fatty acids) → hersenen werden beter in staat om elektriciteit te geleiden

15
New cards

Genotype

Genetisch materiaal 

16
New cards

Fenotype

Hoe genetisch materiaal tot uiting komt (bvb blauwe ogen)

17
New cards

Chromosomen 

Lange, draadachtige moleculen bestaande uit DNA 

18
New cards

Biologie > SES 

Genotype wat zich uit in fenotype is sterker dan wat omgeving doet

19
New cards
<p>Dura mater&nbsp;</p>

Dura mater 

Stevige ‘plastic’ laag waar je niet zo snel doorgeen komt 

20
New cards
<p>Arachnoid membrame </p>

Arachnoid membrame

Hersenen kunnen hier lichtelijk in bewegen, zoals in een spinnenweb

21
New cards
<p>Pia mater </p>

Pia mater

Bestaat uit voeding en herstellingsmateriaal

22
New cards
<p>Subarachnoid space </p>

Subarachnoid space

Bevat hersenvloeistof

23
New cards
<p>White matter</p>

White matter

Verbindt alle hersengebieden met elkaar (glasvezelnetwerk) 

24
New cards
<p>Gray matter&nbsp;</p>

Gray matter 

Hier slaan we informatie in op 

25
New cards
<p>Corpus callosum </p>

Corpus callosum

verbindt de linker en rechterhersenhelft

26
New cards

Centrale zenuwstelsel

Hersenen en ruggenmerg, controlecentrum van zenuwstelsel

27
New cards

Perifere zenuwstelsel

Verbinding tussen centrale zenuwstelsel, spieren en zintuigen

28
New cards

Somatische zenuwstelsel

Deel van perifeer zenuwstelsel waar we controle over hebben, niet altijd bewust. Zorgt voor kunnen lopen, bewegen en praten 

29
New cards

Autonome zenuwstelsel 

Deel van zenuwstelsel waar we geen controle over hebben. Stuurt gladde spieren, het hart en diverse organen aan .

30
New cards

Sympatisch zenuwstelsel

Deel dat geactiveerd is als we actief zij (bvb in stressvolle situaties). Stimulatory “fight or flight”

31
New cards

Parasympatisch zenuwstelsel

Deel dat actief is als we in rust zijn. Inhibitory “rest and digest”

32
New cards

Hindbrain

Ondersteund vitale functies 

33
New cards

Medula (hindbrain)

Ademhaling en hartslag regulatie

34
New cards

Pons (hindbrain)

Treinstation tussen de hersenen en rest vanhetlijf, signalen doorgeven

35
New cards

Cerebellum/kleine hersenen (hindbrain) 

Coördinatie en fijne motoriek

36
New cards

Midbrain

Verwerking van visuele en auditieve signalen, met name ter verwerking van motor signalen

37
New cards

Thalamus

Naast doorgeven motorische info, ook slaap, alertheid en bewustzijn 

38
New cards

Hypothalamus

Stimuleren van hormonen (reguleren lichaamstemperatuur, honger, vermoeidheid, slaapritme)

39
New cards

Telencephalon

Cerebrum/grote hersenen: controleren alle vrijwillige bewegingen

40
New cards

Stem

Stamcel, bevat DNA

41
New cards

Progenitor

Cel die al weet wat voor functie hij vervult

42
New cards

Blast

Tweedeling: neural en glial cellen → gespecialiseerd

43
New cards

Dendrieten

Ontvangen elektrische impulsen. Zorgt voor vergroting van oppervlakte van cel, meer contactpunten (spines)

44
New cards

Axon

Geven impulsen door aan ander neuronen of spiercellen Uitloper, vertakkingen aan uiteinde (teleodendria)

45
New cards

Sensory neuron

Stuurt informatie naar het centrale zenuwstelsel

46
New cards

Interneuron

Schakelstation, heel gevoelig, hoe dieper in het brein hoe meer

47
New cards

Motor neuron

Stuurt signalen van het centrale zenuwstelsel naar de spieren

48
New cards

Gliacellen

Ondersteunde cellen die zorgen voor stevigheid, voeding en opruiming

49
New cards

Oligodendroglia

Bundelen en isoleren verschillende groepen neuronen met myeline

50
New cards

Schwann-celllen

wikkelen zich om een neuron en isoleren met myeline

51
New cards

Grijze materie 

Bevindt zich aan de buitenkant van de hersenen en bestaat vooral uit neuronen → informatieverwerking 

52
New cards

Witte materie

Bevindt zich in de binnenkant, bevat gliale cellen, interneuronen en  ondersteunend materiaal 

53
New cards

Reticulaire materie

Hersenstam

54
New cards

Nucleus (celkern) 

Bevat het DNA 

55
New cards

Endoplastisch reticulum

Netwerk van membranen wat zorgt voor de productie van eiwitten 

56
New cards

Golgi-apparaat

Verwerkt het materiaal en slaat dit tijdelijk op

57
New cards

Lysomen

Breken afvalstoffen en beschadigd materiaal af

58
New cards

Cytosol

Grondvloeistof, hier stromen alle stoffen in

59
New cards

Mitochondria

Maken energie door de verbranding van zuurstof, zodat de cel actief blijft 

60
New cards

Myeline

Laag om axon die zorgt voor betere geleiding dmv het maken van sprongetjes

61
New cards

Knopen van Ranvier

Knopen die zorgen voor de sprongetjes die elektrische signalen maken, wat voor meer snelheid en efficiëntie zorgt 

62
New cards

Hyperpolarisatie 

Een gegradeerde potentieel zo sterk dat een volgende stimulus tijdelijk geen effect meer heeft 

63
New cards

Exitatoire synapsen (EPSP) 

Aanjagende signalen 

64
New cards

Inhibitoire synapsen

Remmende signalen

65
New cards

Betablocker

Gaat voor een receptor liggen zodat de neurotransmitter niet geactiveerd kan worden

66
New cards
<p>Cholinergisch systeem </p>

Cholinergisch systeem

Heeft invloed op alertheidsniveau, geheugen en motoriek. Degeneratie bij de ziekte van Alzheimer. 

67
New cards
<p>Dopaminergisch systeem </p>

Dopaminergisch systeem

Bevat het nigrostriatal circuit en mesolimbische circuit

68
New cards
<p>Nigrostriatal circuit (paars)&nbsp;</p>

Nigrostriatal circuit (paars) 

Regulatie van motoriek vanuit de frontale cortex. Degeneratie bij de ziekte van Parkinson 

69
New cards
<p>Mesolimbische circuit (oranje)</p>

Mesolimbische circuit (oranje)

Regulatie van emotioneel gedrag. Wordt aangetast door drugsgebruik. Excessieve activiteit kan zorgen voor schizofrenie

70
New cards
<p>Noradrenergische systeem </p>

Noradrenergische systeem

Informeel leren en emoties. Afname: ernstige depressie. Toename: manisch 

71
New cards
<p>Secrotenergisch systeem </p>

Secrotenergisch systeem

Veel vertakkingen en beïnvloed vrijwel alle functies, speelt rol bij leren en emoties en stemmingen. Afname: depressie. Toename: schizofrenie, manie, obsessieve-compulsieve stoornis.

72
New cards

Thermoreceptor

Receptor gevoelig voor temperatuur

73
New cards

Meissner’s receptor

Receptor gevoelig voor aanraking

74
New cards

Nociceptoren

Receptoren die pijn registreren

75
New cards

Paciaans lichaampje 

Receptor die druk registreert

76
New cards

Occipitaalkwab

Verwerkt visuele informatie, en gebruikt hier ook de context bij

77
New cards

Visuele schizofrenie

Patroonherkenning is sterk versterkt, hierdoor zie je dingen die er niet zijn

78
New cards

Fovea 

Plek waar licht op het oog valt

79
New cards

Staafjes

Waarneming contrast en beweging

80
New cards

Kegeltjes

Waarneming kleur 

81
New cards

Geniculate striate pathway

Wat-pad (via laterale geniculatenuceleus naar de striatencortex en andere visuele gebieden)

82
New cards

Tectopulvinar pathway 

Waar-pad (via de superior colliculus en de pulvinair en andere visuele gebieden) 

83
New cards

Wat-pad (ventrale pad)

Verwerkt alle kleur. V1 → V2 → V4 → temporaal kwab

84
New cards

Waar-pad (dorsaal)

Verwerkt vorm en snelheid V1 → V2 → V3 → V5 → pariëtale kwab

85
New cards

V1

Primaire visuele cortex/striate cortex, ontvangt sensorische input van LGN

86
New cards

V2 

Secundaire visuele cortex/prestriate cortex, ontvangt sterke visuele informatie van V1, analyseert vormen, randen kleuren en texturen

87
New cards

V3 

Tertiaire visuele cortex. Verwerkt complexe visuele informatie. Onderdeel van de dorsale stroom: waar-pad. Verwerken van vorm en bewegingsinformatie 

88
New cards

V4

Quaternaire visuele cortex. Onderdeel van ventrale stroom: wat-pad. Kleurwaarneming, object- en vormherkening

89
New cards

V5/mediaal temporaal

Bewegingsdetectie: snelheid, richting en coördinatie en beweging. Onderdeel van dorsale stroom: waar-pad

90
New cards

Pad 1: Oog naar SC

Snelle oogreflexen naar duidelijke aanwezige stimuli

91
New cards

Pad 2: Oog naar MT (via LGN en V1)

Ontdekkende bewegingen en verkennen omgeving. Problemen in pad kunnen leiden tot hakerig lezen

92
New cards

Pad 3: Oog naar frontaalkwab (via V1, V2, V4 en temporaal kwab)

Anticipatie en vooruitzien tijdens lezen

93
New cards

Saccades

Brein vult in wat we zien bij momenten waar we technisch blind zijn

94
New cards

Pad 4: Oog naar BG (via V1, V2, V4, temporaal kwab en frontaal kwab)

Betrokken bij inhibitie en aandachtsregulatie

95
New cards

Blindsight 

Schade tussen oog en V5. Niks visueel kunnen zien, maar toch zien, want het wordt nog wel verwerkt in de motorische kwab.  

96
New cards

Kleurperceptie 

Delen van onbeschadigde hersengebieden zorgen ervoor dat een “blind” iemand toch nog kan weten wat voor kleur trui iemand aan heeft zonder het te zien.

97
New cards

Visuele agnosie

Deel van een patroon/plaatje niet kunnen herkennen.

98
New cards

Prosopagnosia

Geen gezichtsherkenning, combinatie niet kunnen maken

99
New cards

Alexia

Geen letters of abstracte symbolen kunnen lezen

100
New cards

Ataxia

Wat je ziet niet kunnen koppelen aan je motoriek (puur op tast beschrijven hoe iets er uit ziet lukt niet)