1/32
Deze flashcards zijn ontworpen om de belangrijkste concepten rondom geheugen consolidatie en reorganisatie te bestuderen, zoals besproken in de lezingen van Lucia M. Talamini.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
Geheugen reorganisatie
Geheugen is niet statisch
Allerlei veranderingen
1. Vergeten
Consolidatie
Interactie met nieuwe informatie
> post encoding processes
> spelen zich parallel af
Vergeten + oorzaken overschrijving uitleggen synaps niveau
Het verlies van opgeslagen informatie door verschillende mechanismen.
door onbruik
passief verval plasticiteitsmechanismen
door overschrijving
synapsen raken meer verbonden met nieuw ensemble dan met een ouder ensemble
synapsen ondergaan LTD

Consolidatie eigenschappen vergeetkans
Vergeetkans daalt naarmate encoderen langer geleden
Geheugensporen worden in 1ste paar minuten na acquisitie minder gevoelig voor interferentie
Ribot’s Regression or gradient law (1882): hersen laesies hebben groter effect op recente dan op oudere herinneringen
consolidatie neurale mechanismen, ktg, ltg, synaptische consolidatie en system-level consolidatie
Van elektrische reverberatie naar synaptische modificatie (seconden/enkele min)
Korte termijn geheugen > neural activity-based
Langere termijn geheugen > chemische en structurele modificatie van synapsen
Synaptische consolidatie(minuten/uren)
synaptische verandering, oiv neuromodulatorenen arousal / emotie
‘ System-level consolidation’ (weken/maanden/langer?)
Recodering op systeem niveau. Betrokkenheid verschillende hersen gebieden in recente en oudere herinneringen.
Complementaire geheugensystemen hippo en neo snelheid leren
Complementaire leersystemen ondersteunen geheugen
hippocampus is een snelle leerder, snapshots maken van episodes
maaar een shot leerder zal snel zijn geheugen verliezen door interferentie
de neocortex is een langzame leerder. informaite over de tijd heen, regelmatigheden
Hippocampo-corticale recodering
neocortex heeft lage plasticiteit
hippocampus hoge plasticiteit

Trace-link model ; structure
sensory input via neocortex
neocortex = trace systeem
hippocampus = link systeem

Stadia in ‘system-level’ consolidatie
stage 1
informatie komt trace binnen, bijna geen acetylcholine aanwezig (wordt aangemaakt)
stage 2
connecties tussen link en trace vormen, oiv acetylcholine
stage 3
links vormen tussen trace
stage 4
links tussen trace en link verdwijnen langzaam, acetylcholine verdwijnt ook

is er evidentie voor hippocampo-corticale consolidatie? episodisch vs semantisch gevoeligheid interferrentie
Episodisch geheugen is gevoelig voor interferentie
i.e. meer dan semantisch geheugen
Aangetoond in geheugen studies met interferentie paradigma’s (psychologie)
In lijn met snelle overschrijving
Hippocampus-afhankelijke items vs neocortex
3 maanden 4 condities :
object herkenning en gedetailleerde object herkenning == geen hippocampus voor nodig
object locatie en object object == hippocampus voor nodig :
groene is echt recht geel bijna recht verlopen heel anders, veel steiler lijkt weg te zijn, ondersteunt dat » hippocampus afhankelijke configuratie delen informatie veel sneller vervalt dan object informatie

Oude vs nieuwe herinneringen
oude en nieuwe herinneringen zijn niet hetzelfde in onze ervaring
recente episodische herinneringen
hippocampus-afhankelijk
sterk configurationeel, weet nog precies hoe wat waar
Oude autobiografische herinneringen
minder of niet hippocampus-afhankelijk
gros van de configuraties tussen componenten (objecten, locaties, volgorden) verloren - klein deel geconsolideerd
oorspronkelijk aan herinnering verbonden emoties verloren
herinnering is ‘gesemantiseerd’ > stukje autobiografische kennis geworden
Tijdelijke rol hippocampus in lange termijn geheugen Klinische bevindingen hippocampus vs neocortex
tijdelijke gradueel retrograde amnesie voor leasies van MTL, (oa hippocampus
in andere delen van de cortex zie je
temporally flat retrograde amnesia for lesions of other (neo)cortical areas, taalproblemen bijv ineens kan je dat niet meer, grammatica ofz
Bevestiging in dier experimenten - tijdelijke rol hippocampus in ltg - contextuele angst conditionering kort erna vs lang erna
Hippocampus laesies
geheugentaak: contextuele angst conditionering
Laesie kort na acquisitie > amnesie
Laesie na enkele weken > geheugenretentie (wel herinneren)
Hippocampo neocorticale recodering ondersteund via fMRI experiment!! geen res
dag 1 seet herinneringen
dag 2 andere, vervolgens
getoetst door elkaar heen » wat gebeurd er over de tijd heen
zijn ze anders opgeslagen?

Activiteitsveranderingen met consolidatie reusltaten
voor de oude herinneringen was er minder activiteit in de hippocampus maar meer in de corticale regio’s waar die informatie verwerkt wordt
Increases with consolidation in
FFA, PPC,
Decreases with consolidation in hippocampus

Veranderingen in functionele connectiviteit met consolidatie bevindingen 2
functionele connectiviteit == modulatie is van activiteit tegelijkertijd in verschillende gebieden
Functional connectivity decreases:
hippocampus » early vis areas, FFA, PPC
Functional connectivity increases:
FFA » early vis areas, PPC / motor cortex

welke herinneringen worden geconsolideerd?
Consolidatie kans is hoger voor…
Emotionele stimuli:
i.e. informatie met hoge biologische relevatie
Verhoogde excretie van neuromodulatoren ‘boost’ geheugen processen, inc. perceptie, encodering en synaptische consolidatie van de stimulus.
Emotionele stimuli worden ook op de lange termijn beter onthouden dan neutrale, maar directe ondersteuning voor preferentiele consolidatie op systeem-niveau ontbreekt
Regelmatigheden:
Regelmatigheden in een associatieve stimulus set
werden preferentieel geconsolideerd en langer onthouden dan unieke associaties
regelmatigheden ; Generalisatie over episodische geheugensporen, gedrag + neurale correlaten
helft van de locaties golden regelmatigheden voor, waren complex konden niet bewust worden
Gedrag
• hogere geheugenprestatie
• Generalisatie naar nieuwe items
• Generale kennis blijft langer behouden dan zonder regelmatigheden
Neurale correlaten
• Functionele connectiviteit tussen neocorticale gebieden stijgt
• Fronto-hippocampale dialoog is de basis voor het onderscheiden van regelmatigheden
> Gegeneraliseerd geheugenspoor wordt ge-extraheert en opgeslagen op
neocorticaal niveau
• ipv vele individuele representaties van gezicht-locatie paren
mediofrontal cortex » hippocampus

Interacties oude en nieuwe geheugensporen
Reproductie van gehoord verhaal is doorspekt met vervangingen naar ‘eigen inzicht’
» vermenging met reeds opgeslagen informatie
Proactieve & retroactieve interferentie
Geheugen is geen accuraat informatie archief maar een boek dat constant herschreven wordt
Ophalen herinnering induceert plasticiteit
“Retrieval induced plasticity”
Geheugensporen worden bij ophalen weer plastisch/labiel
Gevoelig voor aanpassingen of vergeten
Door interactie oude geheugenpoor met nieuwe informatie
Daarna weer (re-)consolidatie nodig om geheugenspoor weer stabiel te maken
Is aanleren van semantische kennis afhankelijk van hippocampus? HM
Bij volledige lesies van hippocampus zeer traag leren van regelmatigheden (semantische kennis)
HM à duurde jaren voor hij weg kon vinden in nieuw onderkomen (verpleeg instituut)
Ook rat experimenten
Voor groot deel dus wel
Leren van associatieve regelmatigheden is waarschijnlijk strikt afhankelijk van hippocampus
Intacte hippocampus vergemakkelijkt en versnelt wss semantisch geheugen die niet afh is van hippocampus
Speciale rol voor slaap? re-organisatie geheugen door de jaren heen wat mensen dachten
Idee al heel oud
Hartley (1802): Dromen versterkt associaties » meer resistent
tegen vergeten
Freud (1913): The interpretation of dreams
Eerste exp bevindingen
Ebbinghaus (1885): vergeten van nonsense lettergrepen.
Vergeetcurve stabiliseert 24 uur na leren. Maar ook relatieve
stabilisatie over eerste nacht slaap
Ebbinghaus schrijft het toe aan fouten in data
Slaap & Consolidatie eerste ideeen
Jenkins & Dallenbach (1924): rol van slaap in
stabilisatie??
Studenten onthouden veel meer over slaap dan over dag
interval (n=2)
Van Ormer (1933):
zelfde resultaat met korte verhalen
Slaap voorkomt vergeten doordat geen retroactieve interferentie?
Vroege slaap en consolidatie literatuur: methodologische problemen
Gemengde resultaten
Bv Meienberg (1977): woordparen > geen effect slaap
Bv Koninck (1989): vreemde talen > wel effect slaap
Groot probleem
Slaap deprivatie: algemene cognitieve gebreken door
vermoeidheid à bemoeilijkt interpretatie van resultaten
Recoding of memories during sleep
Replay of wake-time neuronal firing sequences during SWS in rats
herhaalde representatie, door nachtelijke reactievatie van geheugensporen
Recente paradigma’s » methadologische problemen oplossen, slaap consolidatie onderzoek
Meer oog voor confounds door aspecifieke effecten van slaap
deprivatie en circadiane effecten
1. Invoeging herstel nacht(en) tussenslaapdeprivatie en test
2. Controles for circadiane confounds
eerste onderzoek rekeninghoudend met confounds T/L herkennen Texture discrimination task
Texture discrimination task
» T of L herkennen
Participanten getraind
Slaap gedepriveerd in 1ste nacht na training
Getest na 3 nachten
A. Prestatie Verbetering voor en na 1 nacht slapen
B. prestatie Verbetering over dagen. Witte balk: slaap deprivatie in 1ste nacht.
C. ((Slaap verbetering correleert met SWS in 1ste kwartiel van
nacht en REM in laatste kwartiel van nacht))

Sleep benefits episodic memory, haar onderzoek face location binding
Training on episodic memory task > face location binding
- Test of immediate recall
- Test of delayed recall (no feedback) at 12h and 24h retention
interval
niet slaap,waak maar ging ook om volgorde
slaap » waak
waak » slaap
resultaten
waak + slaap heel veel vergeten
slaap + waak veel minder vergeten
bevestigd consolidatie rol van slaap ook voor episodisch geheugen

Generalisatie over episodische geheugensporen sematisatie van
zelfde taak als eerder met die generalisatie
4 Experimenten…
slaap manipulaties
Resultaat
• Slaap en waak dragen in ongeveer gelijke mate tot generalisatie en decontextualisatie
Neurale correlaten van slaap gerelateerde geheugenreactivatie
Langzame oscillaties (slow oscillations, ~0.5–1 Hz) in cortex
Sleep spindles (~12–15 Hz) in thalamocorticale netwerken
Hippocampal sharp-wave ripples (SWRs)
→ korte, snelle bursts (~100–250 Hz)
→ bevatten de “gereplayde” informatie
Neurale correlaten van slaap-gerelateerde geheugenreactivatie :
zijn gecoördineerde oscillaties tussen hippocampus, thalamus en cortex, waarbij sharp-wave ripples tijdelijk gekoppeld zijn aan sleep spindles en langzame corticale oscillaties

bewijs dat slaap actief helpt bij geheugenconsolidatie
Geheugen retentie over de slaap heen correleert met
maten voor slaapspoeltjes, SWS, trage
oscillaties
Mensen die meer slaapspoeltjes hebben → beter geheugen na slaap
Meer diepe slaap (SWS) → beter geheugen
Sterkere trage oscillaties → beter geheugen
swarp-wave ripples : ratten onderbreekt,
vergeten ze wat ze vóór de slaap hebben geleerd
Trage oscillaties boosten
verbeterd geheugen prestatie

slaapspoeltjes :: Targetted memory reactivation by presenting memory cues during sleep
slaapspoeltjes
• Task: Associate words with screen locations
• Words presented in blocks
• Blocks ‘biased’ to left or right visual field
Set-up
• Leftward blocks > with odor A
Rightward blocks > with odor B
geur gebruiken om links/rechts blok kant te activeren
Results nonREM
Local spindling in ‘corresponding’
place area reflects memory reactivation
geheugen reactivatie dirrect gecorreleerd met spindels (slaappoeltjes)

samenvatting
consolidatie : kans op vergeten van informatie daalt over de tijd
typische vergeetcurve volgt een exponentiele of powerfunctie
verschillende odnerliggende neurale mechanismen, die op verschillende tijdsschalen ageren
hippocmapus heeft tijdelijke rol in lange termijn geheugen
recodering geheugensporen van hippocampus afhanekelijke naar hippocampus onafhankelijke vorm
gaat nog verder …