Alles van natuurkunde

0.0(0)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/60

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

61 Terms

1
New cards

Kracht

Natuurkundig begrip dat duidelijk maakt hoe voorwerpen elkaars vorm en/of beweging veranderen.

2
New cards

Elastische vervorming

Vervorming waarbij de oorspronkelijke vorm weer terugkomt als de kracht ophoudt te werken.

3
New cards

Plastische vervorming

Vervorming waarbij het voorwerp blijvend wordt vervormd nadat er een kracht op is uitgeoefend.

4
New cards

Spierkracht

Kracht die ontstaat doordat de spieren in een lichaam zich samentrekken.

5
New cards

Veerkracht

Kracht die ontstaat als je een veerkrachtig materiaal uitrekt of indrukt.

6
New cards

Spankracht

Kracht die in een touw ontstaat als er een beide uiteinden wordt getrokken.

7
New cards

Zwaartekracht

Kracht waarmee de aarde aan jou trekt en aan alle voorwerpen om je heen.

8
New cards

Magnetische kracht

Kracht die werkt tussen de twee polen van een magneet. Kan afstotend of aantrekkend zijn.

9
New cards

Krachtmeter

Instrument met een spiraalveer waarmee je krachten kunt meten.

10
New cards

Vector

Pijlvormige weergave van de grootte, de richting en het aangrijpingspunt van een kracht.

11
New cards

Krachtenschaal

Verhouding die je kiest om krachten te kunnen tekenen. Geeft aan hoe groot de kracht is die 1 cm van de krachtenpijl voorstelt.

12
New cards

Zwaartepunt

Een (denkbeeldig) punt waar je de zwaartekracht op een voorwerp kunt laten aangrijpen.

13
New cards

Je kunt uitleggen welke veranderingen een kracht kan veroorzaken:

Krachten kunnen de beweging of vorm van een voorwerp veranderen.

14
New cards

Je kunt vijf verschillende soorten krachten noemen en beschrijven:

Spierkracht: Kracht die ontstaat doordat de spieren in een lichaam zich samentrekken.

Veerkracht: Kracht die ontstaat als je een veerkrachtig materiaal uitrekt of indrukt.

Spankracht: Kracht die in een touw ontstaat als er een beide uiteinden wordt getrokken.

Zwaartekracht: Kracht waarmee de aarde aan jou trekt en aan alle voorwerpen om je heen.

Magnetische kracht: Kracht die werkt tussen de twee polen van een magneet. Kan afstotend of aantrekkend zijn.

15
New cards

Je kunt de grootte van een kracht meten:

De grootte van een kracht wordt gemeten met een krachtmeter in Newton (N). Hoe groter de kracht, hoe verder de veer uitrekt.

16
New cards

Je kunt de zwaartekracht op een massa berekenen:

De zwaartekracht op een massa bereken je met de formule: Fz = m × g

17
New cards

Je kunt een krachtenschaal gebruiken om een kracht op schaal te tekenen:

Een krachtenschaal geeft aan hoeveel 1 cm op de tekening vertegenwoordigt.

18
New cards

Je kunt het zwaartepunt van een voorwerp bepalen:

Het zwaartepunt is het punt waar de zwaartekracht werkt, meestal in het midden van het voorwerp.

19
New cards

Wat is weerstandskracht?

Kracht die weerstand biedt aan een beweging en de beweging daardoor tegenwerkt.

20
New cards

Wat zijn de drie soorten weerstandkrachten?

Luchtweerstandskracht, schuifweerstandskracht, rolweerstandskracht.

21
New cards

Wat is luchtweerstandskracht?

Weerstandskracht die ontstaat doordat een bewegend voorwerp de lucht voor zich opzij moet duwen.

22
New cards

Wat is schuifweerstandskracht?

Weerstandskracht die ontstaat doordat twee oppervlakken langs elkaar bewegen, zoals bij een ski die over de sneeuw glijdt.

23
New cards

Wat is rolweerstandskracht?

Weerstandskracht die ontstaat doordat een rollend voorwerp en de ondergrond tijdens de beweging beide vervormen.

24
New cards

Wat is frontaal oppervlak?

Het oppervlak van een voorwerp of een persoon recht van voren gezien.

25
New cards

Wat zegt de eerste wet van Newton?

Een voorwerp waarop de resultante 0 N is, is in rust of beweegt met een constante snelheid langs een rechte lijn.

26
New cards

Hoe verandert de beweging van een voorwerp als de richting van de resultante hetzelfde is als de bewegingsrichting?

Het voorwerp versnelt.

27
New cards

Hoe verandert de beweging van een voorwerp als de richting van de resultante tegengesteld is aan de bewegingsrichting?

Het voorwerp vertraagt.

28
New cards

Hoe verandert de beweging van een voorwerp als de richting van de resultante loodrecht staat op de bewegingsrichting?

De bewegingsrichting van het voorwerp verandert, maar de snelheid blijft gelijk.

29
New cards

Hoe verandert de beweging van een voorwerp als de resultante niet-loodrechte hoek maakt met de bewegingsrichting?

Zowel de snelheid als de bewegingsrichting van het voorwerp verandert.

30
New cards

Normaalkracht

Kracht die loodrecht vanuit het oppervlak van een voorwerp werkt.

31
New cards

Uitrekking

De afstand waarmee de lengte van een veer toeneemt als er een kracht op wordt uitgeoefend.

32
New cards

Nulstand

De lengte van een veer als die niet wordt uitgerekt.

33
New cards

Recht evenredig

Twee variabelen zijn recht evenredig als ze naar verhouding evenveel toenemen of afnemen: Wordt de ene variabele nx zo groot of zo klein, dan wordt de andere ook nx zo groot of zo klein.

34
New cards

Resultante

De optelsom van alle krachten die op een voorwerp werken, waarbij je de krachten moet optellen als vectoren en niet als getallen.

35
New cards

Parallellogrammethode

Manier om de resultante te vinden wanneer twee krachten een willekeurige hoek met elkaar maken.

36
New cards

Je kunt twee situaties beschrijven waarin een kracht evenwicht met de zwaartekracht maakt:

-Voorwerp op tafel: zwaartekracht ↔ normaalkracht.

-Voorwerp aan een veer: zwaartekracht ↔ spankracht.

37
New cards

Je kunt beredeneren hoe groot een kracht moet zijn om evenwicht te maken:

Even grote, tegengestelde kracht als zwaartekracht: F=m⋅g.

38
New cards

Je kunt de uitrekking meten van een veer waarop een kracht wordt uitgeoefend:

Meet nieuwe lengte, trek nulstand af:

u=nieuwe lengte−nulstand

39
New cards

Je kunt op basis van meetgegevens de veerconstante van een veer bepalen:

C=F/u, of bepaal de helling in een u-grafiek.

40
New cards

Je kunt de resultante berekenen als twee of meer krachten langs dezelfde lijn liggen:

Optellen met tekens:

Fres=F1+F2+...

41
New cards

Je kunt met de parallellogrammethode de resultante bepalen als krachten een hoek maken:

Teken krachten, maak een parallellogram, meet de resultantepijl.

42
New cards

Wat zijn de aardse planeten?

Aarde, Mercurius, Venus, Mars.

43
New cards

Wat zijn de gasreuzen?

Jupiter, Saturnus, Uranus, Neptunus.

44
New cards

Wat zijn brandpunten in een ellips?

Twee punten A en B die je nodig hebt om een ellips te kunnen tekenen. Voor alle punten P van de ellips geldt dat de som van de afstanden AP en BP steeds even groot is: AP + BP = constant

45
New cards

Hoe bewegen de planeten rond de zon?

In een elliptische baan door de zwaartekracht van de zon en hun snelheid.

46
New cards

Wat zorgt ervoor dat planeten in een ellips rond de zon blijven?

Zwaartekracht van de zon en de snelheid van de planeet.

47
New cards

Wat zou er gebeuren als er geen zon was?

Planeten zouden rechtlijnig bewegen.

48
New cards

Wat is een middelpuntzoekende kracht?

Kracht naar het middelpunt van een cirkelvormige of ellipsvormige beweging, waardoor het bewegende voorwerp voortdurend afbuigt en een baan volgt rond het middelpunt.

49
New cards

Wat veroorzaakt de beweging van de planeten?

Zwaartekracht als middelpuntzoekende kracht.

50
New cards

Wat is gewicht?

Kracht die een voorwerp uitoefent op de ondergrond waar het op staat, als gevolg van de zwaartekracht op het voorwerp.

51
New cards

Wat is vrije val?

Toestand waarin een voorwerp verkeert waar alleen de zwaartekracht op werkt. Een vrije val kan heel kort duren (als je ergens van af springt), maar kan ook eindeloos doorgaan (als je meereist met een ruimtestation in een baan rond de aarde).

52
New cards

Wat betekent gewichtloosheid?

Toestand waarin een voorwerp geen gewicht ervaart, doordat het voorwerp nergens op steunt of aan ophangt.

53
New cards

Waarom zijn astronauten in een ruimtestation gewichtloos?

Omdat ze in vrije val zijn, met de zwaartekracht als middelpuntzoekende kracht.

54
New cards

Welke formule als je de moment van een kracht wilt bereken?

M=Fxd

55
New cards

Wat is M?

moment is hoe sterk een kracht een voorwerp kan laten draaien.

56
New cards

Wat is F?

Kracht

57
New cards

Wat is D?

Arm van de kracht is de afstand tussen de kracht en het draaipunt.

58
New cards

Wat moet je doen als het voorwerp niet draait?

Evenwicht betekent dat de voorwerpen niet draaien, dus je moet aan beide kanten van het draaipunt precies gelijk zijn.

59
New cards

Wat is de formule voor beide kanten van het draaipunt precies gelijk?

ML=MR

60
New cards

Wat is ML?

moment linksom (tegen de klok in)

61
New cards

Wat is MR?

moment rechtsom (met de klok mee)