1/77
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
Être passionné(e) de
Een passie hebben voor
Sortir (en boîte)
Uitgaan
À l’aide de
Met behulp van
À l’occasion de
Ter gelegenheid van
À proximité de
Dicht bij
Avoir envie de
Zin hebben in
Être accro à
Verslaaft zijn aan
Faire de la marche
Wandelen
Faire du vélo
Fietsen
Partir à l’aventure
Op avontuur gaan
Prendre du repos
Rusten
Un de mes (loisirs) favoris
Een van mijn lievelings (hobby’s)
Cela me permet de
Het staat me toe
Attention à (+substantif)
Opgelet voor
Attention de (+inf)
Opgelet om te
Veillez à (+inf)
Denk eraan om te
Il est nécessaire de (+inf)
Het is nodig om te
Il est important de (+inf)
Het is belangrijk om te
Il est primordial de (+inf)
Het is van het grootste belang om te
Il vaut mieux (+inf)
Het is beter om te
Faire face aux problèmes
Omgaan met de problemen
Avoir du mal à (+inf)
Moeite hebben (met/ om te)
Avoir l’air (+adj)
Er (+adj) uitzien
Être de bonne/mauvaise humeur
Goed-/slechtgezind zijn
Être très lié(e) (avec)
Een goede band hebben (met)
Relever un défi
Een uitdaging aangaan
Un défaut de moi
Een zwakte van mij
Être quelqu’un de (réservé)
Iemand (gereserveerd) zijn
Avoir un côté (arrogant)
Een (arrogante) kant hebben
Être connu pour (ta gentillesse)
Gekend zijn voor (je vriendelijkheid)
Faire du bénévolat
Vrijwilligerswerk doen
Faire tout son possible
Alles doen wat je kan
Avoir le droit de
Het recht hebben om
Allumer le chauffage
De verwarming afzetten
Polluer
Vervuilen
Émettre des gaz d’échappement
Uitlaatgassen vrijlaten
Gaspiller
Verspillen
Trier les déchets
Het afval scheiden
protéger
Beschermen
On met des heures
Men doet er uren over
Croire que
Geloven dat
Penser que
Denken dat
Trouver que
Vinden dat
Être d’avis que
Van mening zijn dat
Être persuadé que
Overtuigd zijn dat
Avoir l’impression que
De impressie hebben dat
Je suis d’accord
Ik ben akkoord
Je suis du même avis
Ik ben van dezelfde mening
Il me semble que
Het lijkt me dat
Absolument
Absoluut
Je ne pense pas que ce soit vrai
Ik denk niet dat dat waar is
Je comprends vos point de vue, mais …
Ik begrijp je standpunt, maar…
Je vois les choses différemment
Ik zie de dingen anders
J’aime mieux
Ik hou meer van
Je suis à bout
Ik ben aan het einde (ik kan niet meer)
Comment allez-vous ?
Hoe gaat het met u?
Ça dépend (de)
Het hangt er van af
Je ne suis pas sûr
Ik ben niet zeker
Ça m’est égal
Het maakt me niet uit (beide goed)
Comme vous voulez
Zoals je wilt
Je désire
Ik verlang
J’aimerais
Ik zou het fijn vinden
J’ai envie de
Ik heb zin om
Prendre/tourner à droite
Keer rechts
Continuer tout droit
Blijf rechtdoor gaan
Suivre
Volg
Traverser
Steek over
Au rond-point
Aan het rondpunt
Au feu
Aan het licht
J’ai honte
Ik ben beschaamd
Je suis désolé(e), mais je dois changer nos plans
Het spijt me, maar ik moet onze planen veranderen
Nous devons avancer/retarder notre plan à cause de
We moeten ons plan vervroegen/later zetten omdat…
Je voudrais proposer une nouvelle date/heure pour notre réunion
Ik zou een nieuwe datum/tijdstip willen voorstellen voor onze afspraak
À la derrière minute
Lastminute
Il paraît
Het lijkt dat
Sur la société
In de maatschappij
Il y a des aspects positifs et négatifs
Er zijn goede en slechte aspecten
Il y a des avantages et des inconvénients
Er zijn voordelen en nadelen