onregelmatige werkwoorden NL

0.0(0)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/25

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

26 Terms

1
New cards

vertrekken

  • vertrok, vertrokken

  • vertrokken

2
New cards

lopen

  • liep, liepen

  • gelopen

3
New cards

rijden

  • reed, reden

  • gereden

4
New cards

lachen

  • lachte, lachten

  • gelachen

5
New cards

zeggen

  • zei, zeiden

  • gezegd

6
New cards

zoeken

  • zocht, zochten

  • gezocht

7
New cards

schrijven

  • schreef, schreven

  • geschreven

8
New cards

lezen

  • las, lazen

  • gelezen

9
New cards

beginnen

  • begon, begonnen

  • begonnen

10
New cards

helpen

  • hielp, hielpen

  • geholpen

11
New cards

snijden

  • sneed, sneden

  • gesneden

12
New cards

wassen

  • waste, wasten

  • gewassen

13
New cards

geven

  • gaf, gaven

  • gegeven

14
New cards

kiezen

  • koos, kozen

  • gekozen

15
New cards

kopen

  • kocht, kochten

  • gekocht

16
New cards

nemen

  • nam, namen

  • genomen

17
New cards

begrijpen

  • begreep, begrepen

  • begrepen

18
New cards

denken

  • dacht, dachten

  • gedacht

19
New cards

roepen

  • riep, riepen

  • geroepen

20
New cards

spreken

  • sprak, spraken

  • gesproken

21
New cards

vragen

  • vroeg, vroegen

  • gevraagd

22
New cards

slapen

  • sliep, sliepen

  • geslapen

23
New cards

staan

  • stond, stonden

  • gestaan

24
New cards

vergeten

  • vergat, vergaten

  • vergeten

25
New cards

verliezen

  • verloor, verloren

  • verloren

26
New cards

weten

  • wist, wisten

  • geweten