Week 2: Bacteriële infecties – levensbedreigende systemische infecties

0.0(0)
Studied by 0 people
call kaiCall Kai
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
GameKnowt Play
Card Sorting

1/87

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Last updated 12:32 PM on 3/22/26
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced
Call with Kai

No analytics yet

Send a link to your students to track their progress

88 Terms

1
New cards

Wat duidt het aan als rode vlekjes op de huid weg te strijken zijn?

Erytheem (lokale verhoogde doorbloeding).

2
New cards

Waarop is het suggestief als rode vlekjes niet weg te strijken zijn?

Vasculitis (ontsteking van de vaatwand).

3
New cards

Wat zijn petechiën?

Kleine, puntvormige huidbloedingen waarbij het bloed zich buiten de capillairen bevindt.

4
New cards

Waardoor ontstaan petechiën?

Door endotheelschade of een verstoring van de hemostase.

5
New cards

Waarop is er een sterke verdenking bij de combinatie van koorts en petechiën?

Meningokokkensepsis.

6
New cards

Wat is het verschil tussen purpura en ecchymosen op basis van grootte?

Purpura zijn 3–10 mm groot en ecchymosen zijn groter dan 10 mm.

7
New cards

Wat is purpura fulminans?

Een snelle progressie van petechiën of purpura tot grote, necrotiserende huidlaesies.

8
New cards

Wat is de pathofysiologie achter de zwartverkleuring bij purpura fulminans?

Vaatobstructie door stollingsactivatie leidt tot ischemie en necrose.

9
New cards

Wat is de tijdsduur waarin purpura fulminans ontstaat?

Binnen uren tot dagen.

10
New cards

Waarvan is een verkleuring van rood naar bruin een teken bij huidbloedingen?

Herstel.

11
New cards

Wat is de juiste volgorde van klein naar groot voor de classificatie van huidbloedingen?

Petechiën, purpura, ecchymosen, purpura fulminans.

12
New cards

Wat is een meningokok (Neisseria meningitidis)?

Een Gram-negatieve diplokok die in de neus-keelholte leeft.

13
New cards

Wanneer ontstaat een infectie met de meningokok?

Alleen wanneer er invasie optreedt

14
New cards

Welke serogroepen van de meningokok zijn primair pathogeen?

Serogroepen A, B, C, W, Y en X.

15
New cards

Welke serogroepen komen in Nederland het meest voor?

B, C, W en Y.

16
New cards

Waarom is serogroep B momenteel de meest voorkomende pathogene serogroep in Nederland?

Omdat er voor de groepen A, C, W en Y vaccinaties beschikbaar zijn in het Rijksvaccinatieprogramma.

17
New cards

Welke bacterie is vaak de verwekker van sepsis bij een keelontsteking?

Groep A streptokok (Streptococcus pyogenes).

18
New cards

Welke verwekkers van sepsis zijn geassocieerd met een pneumonie?

Pneumokok (Streptococcus pneumoniae) en Haemophilus influenzae type B (Hib).

19
New cards

Wat is de meest voorkomende veroorzaker van sepsis vanuit een urineweginfectie?

E. coli.

20
New cards

Welke bacteriën veroorzaken vaak sepsis na een operatie in het peritoneum?

Diverse Gram-negatieve bacteriën, waaronder E. coli.

21
New cards

Welke bacterie veroorzaakt vaak sepsis via een centraal veneuze katheter?

Gram-positieve huidbacteriën, waaronder Staphylococcus aureus.

22
New cards

Wat is de definitie van sepsis?

Een systemische, levensbedreigende orgaandisfunctie door een gedereguleerde gastheerrespons op een infectie.

23
New cards

Waar staat de afkorting SOFA voor?

Sequential Organ Failure Assessment.

24
New cards

Waar wordt de SOFA-score voor gebruikt?

Voor de beoordeling van orgaanfunctie bij patiënten met intensieve monitoring, meestal op de IC.

25
New cards

Welke zes componenten worden beoordeeld in de SOFA-score?

  • Ademhaling: PaO2/FiO2 + noodzaak kunstmatige ventilatie.

  • Bloedstolling: trombocyten.

  • Circulatie: gemiddelde arteriële druk of gebruik van vasopressoren

  • Zenuwstelsel: Glasgow Coma Scale.

  • Lever: bilirubine.

  • Nieren: creatinine of urineproductie.

26
New cards

Wat zijn de drie criteria van de quick SOFA-score?

Ademfrequentie ≥22/min, systolische bloeddruk ≤100 mmHg en veranderd bewustzijn.

27
New cards

Wanneer is er bij de qSOFA een verdenking op sepsis?

Bij een score van 2 punten of hoger.

28
New cards

Wat is septische shock?

Sepsis met hypoperfusie die aanhoudt ondanks adequate vloeistofresuscitatie.

29
New cards

Wat houdt multi-orgaanfalen in?

Het gelijktijdig falen van minstens twee orgaansystemen.

30
New cards

Wat is essentieel voor de prognose van een patiënt met sepsis?

Vroege antibioticatherapie en stabilisatie van de fysiologie.

31
New cards

Welke bevolkingsgroepen lopen een verhoogd risico op sepsis?

Jonge kinderen, ouderen, IC-patiënten en mensen met chronische ziekten of verminderde immuniteit.

32
New cards

Hoe komt de meningokok meestal het lichaam binnen?

Via druppelinfectie in de neus-keelholte.

33
New cards

Hoe hechten bacteriën zich aan de mucosa?

Via adhesie-eiwitten (adhesinen).

34
New cards

Welke drie manieren van invasie zijn er voor bacteriën om in de bloedbaan te komen?

  • Paracellulaire passage (tussen de epitheelcellen door).

  • Transcytose (door de epitheelcellen heen).

  • Via andere cellen, zoals monocyten.

35
New cards

Welk kenmerk beschermt de meningokok en pneumokok tegen het complementsysteem?

Het kapsel.

36
New cards
Wat beschermt de meningokok en pneumokok tegen complement-gerichte opschoning?
Een kapsel.
37
New cards
Op welke manier verbeteren antistoffen de bestrijding van bacteriën?
Ze verbeteren de opsporing en de fagocytose.
38
New cards
Door welke twee componenten worden granulocyten (ontstekingscellen) ondersteund?
Door complement en antistoffen.
39
New cards
Welke drie factoren maken invasie door de mucosa gemakkelijker?
Het seizoen (droge lucht), roken en virale infecties.
40
New cards
Wat gebeurt er met het immuunsysteem wanneer een bacterie de bloedbaan bereikt?
Het immuunsysteem wordt geactiveerd en er vindt een opschakeling van pro-inflammatoire cytokinen plaats.
41
New cards
Welke specifieke cytokinen worden opgeschakeld tijdens een cytokinestorm?
TNF-α, IL-1 en andere pro-inflammatoire cytokinen.
42
New cards
Welke bacteriële component stimuleert het immuunsysteem bij Gram-positieve bacteriën?
Peptidoglycanen.
43
New cards
Welke bacteriële component stimuleert het immuunsysteem bij Gram-negatieve bacteriën?
Lipopolysaccharide (LPS/endotoxine).
44
New cards
Wat is het algemene gevolg van een cytokinestorm voor de systemen in het lichaam?
Er ontstaat een disbalans in meerdere lichaamssystemen.
45
New cards
Wat is het gevolg van verhoogde vaatdoorlaatbaarheid door endotheelschade?
Oedeem.
46
New cards
Welke paradoxale situatie ontstaat er bij de activatie van stollingsfactoren tijdens sepsis?
Er ontstaan tegelijkertijd trombose (stolsels) en bloedingen door consumptie van stollingsfactoren.
47
New cards
Wat veroorzaakt hypoxie tijdens sepsis?
Verminderde weefselperfusie.
48
New cards
Waartoe leidt hypoxie in het lichaam?
Tot orgaan- en endotheelschade.
49
New cards
Welke stoffen worden extra geproduceerd als gevolg van de cytokinestorm?
Prostaglandinen.
50
New cards
Wat is hyperinflammatie?
Een overmatige, niet-gecontroleerde ontstekingsreactie.
51
New cards
Waarom leidt hyperinflammatie tot een hogere mortaliteit?
Door de veroorzaakte weefsel- en orgaanschade.
52
New cards
Wat houdt immuunparalyse in?
Een toestand waarin het immuunsysteem "uitgeput" is na een intense hyperinflammatie.
53
New cards
Wat is het grote risico van immuunparalyse?
Een hoog risico op secundaire infecties.
54
New cards
Hoe reageert het immuunsysteem initieel bij patiënten met vooraf bestaande immunosuppressie?
De initiële hyperinflammatie is minder sterk.
55
New cards
Wat zijn bepalende factoren voor het beloop van sepsis?
Geslacht, leeftijd, co-morbiditeit, voedingstoestand, genetische factoren, tijdstip van antibioticastart en tempo van stabilisatie.
56
New cards
Wat is het doel van de ABCD-methode bij de eerste opvang?
De patiënt zo snel mogelijk hemodynamisch en neurologisch stabiliseren.
57
New cards
Wanneer moet bij de 'A' (Airway) de luchtweg beveiligd of geïntubeerd worden?
Bij een luchtwegobstructie of ernstige comorbiditeit.
58
New cards
Waar moet men bij de 'A' ook aan denken naast de luchtweg?
Aan mogelijk cervicale wervelkolomletsel.
59
New cards
Welke aandoeningen moeten bij de 'B' (Breathing) adequaat ondersteund worden?
Spanningspneumothorax, longoedeem of bronchospasme.
60
New cards
Welke vormen van beademing kunnen bij de 'B' nodig zijn?
Non-invasieve of invasieve kunstmatige beademing.
61
New cards
Wat is een veelvoorkomende oorzaak van laag intravasculair volume bij de 'C' (Circulation)?
Oedeem door verhoogde permeabiliteit.
62
New cards
Welke vier shocktypen moeten bij de 'C' beoordeeld worden?
Hypovolemisch, distributief, cardiogeen en obstructief.
63
New cards
Wat wordt geëvalueerd bij de 'D' (Disability)?
De neurologische status (bewustzijn, convulsies, focale afwijkingen).
64
New cards
Welke drugs/medicatie worden gestart onder de 'D'?
Antibiotica, anticonvulsiva (bij aanval) en steroïden (bij bepaalde infecties).
65
New cards
Wat is de sterftekans bij meningokokkensepsis zonder shock?
Minder dan 10%.
66
New cards
Hoe hoog is de mortaliteit bij meningokokkensepsis met septische shock?
Ongeveer 20–30%.
67
New cards
Welk percentage patiënten houdt chronische restverschijnselen over aan meningokokkensepsis?
Vrijwel een derde van de patiënten.
68
New cards
Welke restverschijnselen kunnen optreden na meningokokkensepsis?
Cognitieve stoornissen en amputaties door purpura fulminans.
69
New cards

WAt is de voorkeursantbioticum

ceftriaxon (broad‑spectrum).

70
New cards
Welke chirurgische stappen werden ondernomen bij het meisje in casus 1?
Verwijdering van huid, weefsel en spier, gevolgd door huidtransplantatie.
71
New cards
Welke klachten hield het meisje op de korte termijn na de operatie?
Sterke pijnklachten en tijdelijke afhankelijkheid van een rolstoel.
72
New cards
Welke symptomen vertoonde de jongen in casus 2?
Hoge koorts, hoofdpijn, spierpijn, misselijkheid, duizeligheid, diarree en verwardheid.
73
New cards
Hoe zagen de huidbevindingen eruit bij de jongen in casus 2?
Zonnebrandachtige roodheid op de romp, handen en voetzolen, zonder petechiën.
74
New cards
Wat waren de vitale waarden van de jongen in casus 2?
Ademfrequentie 28/min, pols 120/min en bloeddruk 83/49 mmHg (hypotensie).
75
New cards
Welke bacterie werd gekweekt uit de wond op de duim van de jongen?
Staphylococcus aureus.
76
New cards
Door welke stoffen wordt het Toxische Shock Syndroom (TSS) veroorzaakt?
Exotoxines van S. aureus of Groep A streptokokken.
77
New cards
Hoe werken exotoxines bij TSS?
Ze functioneren als superantigenen (SAg).
78
New cards
Hoe verschillen superantigenen van normale antigeenpresentatie?
Ze omzeilen de normale presentatie en activeren T-cellen onafhankelijk van specifieke herkenning.
79
New cards
Welk percentage van de T-cellen wordt geactiveerd door superantigenen?
30–50%.
80
New cards
Welke cytokinen worden in grote hoeveelheden vrijgestoten door de geactiveerde T-cellen?
TNF-α, IL-1 en IL-6.
81
New cards
Wat is de rol van IL-1 bij TSS?
Het speelt een belangrijke rol in de initiatie van koorts.
82
New cards
Wat zijn de drie belangrijkste klinische effecten van de cytokinestorm bij TSS?
Hoge koorts, hypotensie en een shockbeeld.
83
New cards

Wat wordt gegeven bij TSS?

  • Ceftriaxone: betalactam, remt celwandproductie.

  • Clindamycine: remt eiwitsynthese → remt productie van exotoxines.

84
New cards
Wat is de functie van IVIG bij de behandeling van TSS?
Het neutraliseert exotoxines en verlaagt de cytokinestorm.
85
New cards
Wat is een teken van herstel bij TSS na zeven tot tien dagen?
Vervelling (omslag) van de huid.
86
New cards
Hoe hoog is de mortaliteit bij TSS veroorzaakt door Groep A streptokokken?
Meer dan 30%.
87
New cards
Hoe hoog is de mortaliteit bij TSS veroorzaakt door S. aureus?
5–10%.
88
New cards

Explore top flashcards

flashcards
English 1111-Sadlier Unit IIII
20
Updated 1242d ago
0.0(0)
flashcards
APHUG Unit 6 & 7 Vocab
50
Updated 1066d ago
0.0(0)
flashcards
PSYC 14
64
Updated 188d ago
0.0(0)
flashcards
Kafli 9 - Choice and Preference
43
Updated 120d ago
0.0(0)
flashcards
Fifty common Russian verbs
51
Updated 435d ago
0.0(0)
flashcards
Unit 3 vocab
20
Updated 1206d ago
0.0(0)
flashcards
PA Drivers Permit Flashcards
166
Updated 1056d ago
0.0(0)
flashcards
Unit 1A
61
Updated 1160d ago
0.0(0)
flashcards
English 1111-Sadlier Unit IIII
20
Updated 1242d ago
0.0(0)
flashcards
APHUG Unit 6 & 7 Vocab
50
Updated 1066d ago
0.0(0)
flashcards
PSYC 14
64
Updated 188d ago
0.0(0)
flashcards
Kafli 9 - Choice and Preference
43
Updated 120d ago
0.0(0)
flashcards
Fifty common Russian verbs
51
Updated 435d ago
0.0(0)
flashcards
Unit 3 vocab
20
Updated 1206d ago
0.0(0)
flashcards
PA Drivers Permit Flashcards
166
Updated 1056d ago
0.0(0)
flashcards
Unit 1A
61
Updated 1160d ago
0.0(0)