1/46
FRANS
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
une grève > un gréviste
een staking > een staker
une injustice
een onrechtvaardigheid
les aliments = la nourriture
het voedsel
l’alimentation
de voeding
la condition ouvrière
de levensomstandigheden van de arbeiders
un ouvrier = un travailleur
een arbeider
une ouvrière = une travailleuse
een arbeidster
une mine = un mineur
een mijn > een mijnwerker
le charbon > un charbonnage
het steenkool > een steenkoolmijn
un employé
een werknemer
un employeur
een werkgever
la chaleur >< la froideur
de warmte >< de koude
la sueur
het zweet
le témoin > un témoignage
de getuige > de getuigenis
le revenu
het inkomen
un déficit = un manque
een gebrek, een tekort
la chair
het vlees
la dépense
de uitgave
les frais
de kosten
une caisse d’épargne
een spaarbank
un compte d’épargne
een spaarrekening
un salaire
een loon
une mesure
een maatregel
le puits
de put
une berline
een wagen (om kolen in te doen)
le deuil
de rouw
la boue
de modder
une maladie
een ziekte
une augmentation
een verhoging
une croissance >< croître
een groei >< groeien
une diminution >< diminuer
een verlaging >< verlagen
une stagnation
een stagnatie
le loyer
de huur
le propriétaire
de eigenaar
le locataire = la location
de huurder >< de huur
une ferme
een boerderij
le grenier
de zolder
la cave
de kelder
une impasse
een doodlopend straatje
la profondeur
de diepte
la largeur
de breedte
un quartier
een wijk
la consommation > un consommateur
het verbruik, het consumeren > een consument
une usine
een fabriek
un écart
een afstand, een verschil
la démocratie
een democratie