1/63
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
le bricoleur
de knutselaar, de doe-het-zelver
bricoler
knutselen
l'énergie (f)
de energie
le fonctionnement
de werking
fonctionner
werken, functioneren
l'inventeur, l'inventrice
de uitvinder, de uitvindster
l'invention (f)
de uitvinding
inventer
uitvinden
l'objet (m)
het voorwerp
le produit
het product
produire
produceren
le système
het systeem
adapter
aanpassen
développer
ontwikkelen
employer
gebruiken
servir à
dienen tot/voor
utiliser
gebruiken
changer
veranderen
le changement
de verandering
créer
creëren, ontwikkelen
enlever
wegnemen, verwijderen
fabriquer
fabriceren
falloir, il faut
moeten, men moet/er is nodig
mesurer
meten
la mesure
de maat
peser
wegen
se servir de
gebruikmaken van
le but
het doel
choisir
kiezen
le choix
de keuze
proposer de
voorstellen om te
la proposition
het voorstel
l'avantage (m)
het voordeel
écologique
ecologisch
efficace
efficiënt
innovant(e)
innoverend
inutile
nutteloos
original(e )
origineel
pratique
praktisch, handig
rechargeable
herlaadbaar
réutilisable
herbruikbaar
solaire
zonne-
utile
nuttig
le mode d'emploi
de gebruiksaanwijzing
l'adaptateur
de adapter
le bouton
de knop
l'emploi
het gebruik
activer
activeren, inschakelen
appuyer sur
drukken op
brancher
aansluiten
désactiver
uitschakelen
insérer
insteken
programmer
programmeren
valider
bevestigen
à l'aide de
met behulp van
l'appareil (m)
het toestel
l'écran (m)
het scherm
l'électricité (f)
de elektriciteit
l'outil (m)
het werktuig, het gereedschap
la dimension
de afmeting, de omvang
la forme
de vorm
le poids
het gewicht
la taille
de maat, de grootte
simple
simpel, eenvoudig