1/26
Deze flashcards zijn bedoeld om belangrijke termen en concepten uit de inleiding psychologie over waarneming en geheugen te herzien.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
Experimentele / fundamentele psychologie
Onderzoek doen om kennis te vergroten, zoals hoe gedrag en denken werkt.
Toegepaste psychologie
Bestaande kennis gebruiken om praktijkproblemen op te lossen.
Nature
Erfelijkheid, genen, en aangeboren aanleg.
Nurture
Opvoeding, omgeving, cultuur, en ervaringen.
Gen-omgevingscorrelaties
Relaties tussen genen en omgeving die invloed hebben op ontwikkeling.
Passieve correlatie
Ouders geven genen en omgeving, zoals muzikale ouders die een muzikaal kind in een muzikale omgeving creëren.
Evocatieve correlatie
Eigenschappen van een kind roepen reacties op in de omgeving.
Actieve correlatie
Kind zoekt zelf een omgeving die past bij zijn aanleg.
Erfelijkheid
Genen bepalen een deel van fysieke en psychische eigenschappen.
Evolutie/natuurlijke selectie
Eigenschappen die overleving en voortplanting bevorderen, blijven bestaan.
Waarneming
Het proces waarbij prikkels door zintuigen worden waargenomen en betekenis krijgen.
Bewust vs onbewust
Groot deel van waarneming gebeurt onbewust door filtering en selectie.
Bottom-up perceptie
Start bij prikkels zonder verwachtingen, kost veel energie en tijd.
Top-down perceptie
Start bij kennis en verwachtingen, snel en efficiënt maar gevoelig voor fouten.
Gewenning (habituatie)
Wanneer langzame veranderingen minder opvallen.
Selectiviteit
Het brein filtert veel prikkels weg.
Priming
Eerdere prikkels beïnvloeden interpretatie van volgende prikkels.
Context en ervaringen
Achtergrond en ervaringen kleuren waarneming.
Intensiteit (Wet van Weber)
Hoe sterker een prikkel, hoe moeilijker het is om kleine verschillen waar te nemen.
Geheugen als systeem
Geheugen is een cognitief informatiesysteem, geen camera.
Coderen
De manier waarop informatie wordt verwerkt en verpakt.
Opslag
Het bewaren van informatie, kort of lang.
Terughalen
Informatie later weer oproepen.
Sensorisch geheugen
Zeer kort geheugen, gekoppeld aan zintuigen.
Werkgeheugen (kortetermijn)
De werkplaats van het denken met beperkte capaciteit.
Langetermijngeheugen
Relatief duurzame opslag van informatie.
Geheugenstrategieën
Technieken die helpen bij het verbeteren van het geheugen.