1/59
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
slide genexpresiie

op welke 5 niveaus regeling genexpressie bi eukaryoten
genomische controle
Transcriptionele controle
RNA processing en RNA export
Translationele controle
Post-translationele controle
De verschillende celtypes hebben een verschillend genoom in ons lichaam
fout hetzelfde genoom
hoe kunnen we aantonen dat de verschillende celtypes hetzelfde genoom hebben in ons lchaam
reproductief klonen
therapeutisch klonen
wat is transcriptoom
geheel van RNAs in de cel
wat is proteoom
geheel van eiwitten in de cel
zijn proteoom en transcriptoom ook voooor alle celtypen hetzelfde
nee

wat is het verschil tussen pluri en multi potent
pluripotent: kunnen alle celtypen vormen
multipotent: kunnen bepaalde celtypes vormen, maar niet allemaal
zijn embryonale stamcellen pluri- of multipotent, en adulte stamcellen
embryo: pluri
adulte: multi

wat is totipotent en vb
in staat om een volledig organisme te vormen (ook verantwoordelijk voor ontwikkeling van extra-embyronaal weefsel (bv placenta))
bv zygote
wat is een blastocyst
64-cellig stadium van embryo

wat is reproductief klonen
Vorming van een nieuw organisme dat genetisch identiek is - voor het nucleair DNA - aan de somatische cel waaruit de kern is genomen
(dus niet mitochondriaal DNA)
vn waar is mitochondriaal DNA afkomstig bij klonen en nucleair DNA
kernloze eicel
nucl van lichaamscel
foto wortel
nieuwe wortel gemaakt genetisch identiek aan oorspronkelijke wortel

wat is SCNT
somatic cell nuclear transfer: een kern van een gedifferentieerde somatische cel wordt ingeplant in een kernloze eicel en een volledig nieuw organisme wordt gevormd.
Het nieuw organisme is genetische identiek -voor het nucleaire DNA - aan het organisme waarvan de kern is genomen.
Het mitochondriaal DNA is verschillend.

wat is dolly en hoe ontstaan
Ontstaan door reproductief klonen
Uiercel van schaap nemen
uiercel kwam in G0 fase door weinig voedsel in petrischaal
eicel van 2e schaap nemen en nucleus verwijderen
fusie van kernloze eicel en uiercel → diploïde cel
Mitose stimulerende dingen toevoegen
morula gevormd (stadium voor blastocyst)
blastocyst wordt ingebracht in ene pseudodrachtig schaap behandeld hormonen zodat blastocyst kan nestelen in baarmoeder
schaap gemaakt genetisch identiek aan schaap 1

wat is epigenetische reprogrammering
de nucleotidensequenties van het DNA veranderen niet, maar de epigenetische info wel (= modificaties in DNA, niet op nucleotidenniveau bv histonmodificaties, methyleringen…)
slide dolly

slide artikels

slide klonen

wat is therapeutisch klonen
aanmaak van genetisch identieke cellen die dan de beschadigde cellen kunnen vervangen. Afhankelijk van de gebruikte techniek zijn de cellen genetisch identiek enkel voor nucleair DNA (SCNT) of voor nucleair en mitochondriaal DNA (iPS)
wat is een ethische kwestie bij therapeutisch klonen
we werken met een blastocyst stadium en als we dat zouden inplanten in een baarmoeder, zou dit een embryo vormen en kunnen ontwikkelen tot een individu

Hoe werkt iPS (induced pluripotente stamcellen)
Embryonale stamcellen rechtstreeks oogsten uit blastocyst om te differentiëren.
Een gedifferentieerde cel wordt behandeld met virale partikels, deze bevatten DNA om 4 eiwitten tot expressie te brengen.
De 4 eiwitten zijn in staat de gedifferentieerde cel te dedifferentiëren en weer pluripotent te maken (zorgen voor een herprogrammering)
De eiwitten zijn niet nodig voor initiatie, maar gaan wel transcriptie regelen (ze bepalen mee welke genen tot expressie komen en welke niet)

twee manieren om aan therapeutisch klonen te doen
welke heeft een voordeel tov de andere en welk is dat dan
SCNT
iPS (geen embryo nodig)

leg dat muizenmodel met sikkelcelanemie uit
muis met sikkelcelanemie
huidcellen van de muis
de huidcellen reprogrammeren door die 4 eiwitten tot expressie te laten brengen (via virussen omdat we die nodig hebben om het DNA in de cel binnen te krijgen om dan de eiwitten aan te maken)
we krijgen iPS (pluripotent)
cellen corrigeren voor mutatie van sikkelcelanemie (bv CRISPR Cas9)
injectie in muis
sikkelcelanemie opgelost

slide tabel
diabetes type I: defecte pancreascellen vervangen om weer insuline te maken
heart disease
Parkinson’s disease: zenuwcellen waarvoor men probeert een oplossing te vinden

op welke manier kunnen we uitzonderingen van ‘genomic equivalence’ hebben in zeer specifieke celtypes
genamplificaties (bv kankercel) en gendeleties (bv RBC)
DNA rearrangements in B-lymfocyten
waarom genamplificatie in kankercellen
abnormale amplificatie van genen die groei en delen stimuleren
waarom gendeletie bij RBC
verliezen hun celkern indien voldoende hemoglobine mRNA aanwezig is

waardoor worden antilichamen aangemaakt
B-lymfocyten
Hoe ziet een antilichaam eruit
hoe wordt de deversiteit in antilichamen gecreëerd
2 zware ketens en 2 lichte ketens
Diversiteit:
1) Door DNA herschikking in de varibale segmenten van het antilichaam-gen tijdens de ontwikkeling van B-lymfocyte
DNA sigmenten voor zware keten:
variabel segment: V(200), D(>20) en J(6)
constant segment: C
combinatorische controle: >24.000 varianten
gelijkaardig systeem voor lichte keten (eigen V, J en C segmenten, geen D)
2) Verhoogd aantal mutaties in de variabele gedeelten bij de proliferatie van B-lymfocyten (we willen dus net wel mutaties omdat dit de variabiliteit vergroot)
ecpressie van een activation-induced cytidine deaminase (AID) in geactiveerde B-lymfocyten
BER met fout-gevoelig (error-prone) DNA polymerase (wordt uitgevoerd met de bedoeling fouten toe te laten)

waarvoor staan de V, J, D en C
v: variabel
d: diversity
j: join
c: constant
Hoe gebeuren DNA herschikkingen
Tijdens ontwikkeling van de b-lymfocyt: 2 knippingen en het stuk ertussen (D en J segmenten) worden verwijderd
nog eens 2 knippingen die het stuk ertussen (V en D segmenten) wordt verwijderd
Het systeem zorgt ervoor dat in het lymfocyt DNA de D en J naast elkaar liggen en de V en D ook.
Promotor activeert om pre-mRNA te vormen
RNA splicing zal de sequenties verwijderen die de VDJ segmenten scheiden van C segment
Alle mRNAs zullen uiteindelijk 1V, 1D,1J en 1C hebben. De C zal altijd identiek zijn en de andere verschillend tussen alle B-lymfocyten.
Elk V-segment heeft een promotor die pas geactiveerd kan worden na de DNA herschikking
na de herschikking liggen de enhancer sequenties dichter tegen de promotor: activatie van transcriptie

waar ligt de promotor van het antilichamengen
a) stroomopwaarts van V-segment
b) stroomafwaarts van D-segment
c) stroomopwaarts van J-segment
d) stroomopwaarts van C-segment
a
komt niet constant tot expressie omdat de promotor niet acties is, hij kan pas geactiveerd worden na DNA rearrangement
is de (de)condensatiegraad van chromatine gelijk voor alle celtypes
vb
nee
polytene chromosomen bij Drosophila
DNAse I gevoeligheid
Wat zijn chromosomale puffs en waar komen ze vooral tot expressie
Typisch voor giant cells in Drosophila
grote cellen die niet delen, maar wel in volume toenemen
bv in speekselklier en darm
herhaalde DNA replicatie zonder deling resulteert in polytene chromosomen (reuzechromosomen)
Polytene chromosomen hebben een typisch bandenpatroon: donkere strpen = sterk gecondenseerd chromatine
Puffs: gedecondenseerd chromatine, plaatsen van actieve transcriptie

Wat is Southern blot analyse en hoe doe je het
Techniek voor detectie van bepaalde DNA seq in een mengsel van DNA moleculen gebruikmakend van een ‘probe’
Probe: stukje DNA of RNA dat radioactief of fluorescent gemerkt is (bij ds probe wordt DNA eerst gedenatureerd)
Werkwijze:
DNA mengen met een restrictie-enzyme (= enzyme dat een welbepaalde sequentie herkennen en knippen → sequentiespecifiek), het DNA wordt geknipt in fragmenten
Agarose gelelktroforese: scheiding van de DNA moleculen oiv een elektrisch veld → volgens grootte (grote fragmenten bovenaan en kleine onderaan)
Blotten: transfer van DNA moleculen uit de gel (vaste matrix) en deze komen op de membraan.
Gebeurt via capillariteit: vloeistof wordt opgezogen en gaat door de agarose gel → DNA komt op de membraan terecht
Denatureren van de probe (als deze ds is) en labelen
Probe toevoegen aan DNA.
Hybridisatie stap: het membraan met het DNA wordt geïncubeerd met de probe die zal binden aan een complementaire DNA seq (= hybridiseren).
Visualisatie stap: het DNA fragment waarop probe is gebonden wordt gevisualiseerd afhankelijk van hoe de probe gemerkt is.

leg dat ding uit van DNAse I (endonuclease) sensitieve regio’s
wat toont dit aan
Dit toont aan dat de condensatiegraad verschilt tussen verschillende celtypes
voeg DNAse I toe aan chromatine van RBC en aan chromatine van eileider, dit knipt niet sequentie specifiek (kan enkel knippen in ‘lussen’, dus waar chromatine niet extreem is opgevouwen)
we zullen het DNA isoleren door een protease toe te voegen om de eiwitten te verwijderen en een restrictie enyzme om het DNA te knippen
we doen Southern Blot analyse
we voegen bij beiden een probe voor ovalbumine, en een probe voor globine toe
we zien dat bij RBC chromatine het singaal voor ovalbumine blijft, maar dat voor globine valt weg wanneer we DNAse I toevoegen, dit doordat RBC veel hemoglobine aanmaken en dit dus in een open structuur ligt
bij oviduct verdwijnt globuline niet, maar ovalbumine wel, hier is globuline dus zeer sterk opgevouwen, want het moet niet tot expressie komen

hebben de verschillede celtypes eenzelfde epigenoom
nee

genetische vs epigenetische veranderingen:
wat is het
is het omkeerbaar
is het overerfbaar
voorbeeld
Genetische veranderingen:
veranderingen in DNA seq (volgorde nucleotiden)
nee
overerfbaar
veranderingen van 1nt (bv missense, nonsense, nonstop en stille mutaties), inserties of deleties van 1 of meerdere nt die tot leesraamverschuiving kunnen leiden, duplicaties, inversies en translocaties
Epigenetische veranderingen
stabiele wijzigingen in het chromatine (DNA bezet met eiwitten) waarbij de expressie van genen verandert onafhankelijk van veranderingen in DNA sequenties
ja
al dan niet overerfbaar
post-translationele modificaties van hitonen, remodelering van chromatine, DNA methylering
de verschillende celtypen in multicellulire uekaryoten hebben in het algemeen … genoom, maar een … epigenoom, transcriptoom en proteoom
zelfde
verschillend

enzymen om histonen te (de)acetyleren
histone acetyl transferase en deacetylase
enzymen om histonen te (de)methyleren
histone methyltransferasen en demethylasen

Wat zijn PRC complexen, welke zijn er en wat doen ze
Polycomb repressief complexen → PRC1 en PRC2 = proteïnecomplexen
Zorgen dat transcriptie uitgeschakeld wordt
PRC2: methylering van histon 27 op H3
PRC1: ubiquitinatie (= vb van een posttranslationele modificatie) van Lys 119 van H2A
→ condensatie van chromatine
→ gen wordt uitgeschakeld

wat is DNA methylatie
cov binding van een methylgroep op cytosine in DNA

Wat zijn CpG eilanden
Niet alle cytosines worden bij DNA methylatie gemethyleerd, wel de C gevolgd door een G (dus 5’-CG-3’)
de methylering van die C’s in eukaryotische promotors leid tot transcriptionele repressie
Mechanisme:
Transcriptie factoren kunnen niet binden op de gemethyleerde DNA promotor
er worden methyl-bindinde eiwitten (bv MeCP2) gerekruteerd en deze recruteerd histon modificerende enzymen of chromatine remodelleer factoren (bv histon deacetylasen om het nog compacter te maken)
→ celtype specifieke methylering

is DNA methylering omkeerbaar
ja
Wat is Rett syndroom
neurodegeneratieve ziekte
mutatie in MeCP2 gen dat op X-chromosoom ligt
MeCP2 is een methyl CpG bindend eiwit en herkent gemethyleerd DNA en recruteerd enzymen
Als dit eiwit niet functioneel is krijges we dus expressie van genen in de hersenen die normaal niet tot expressie zouden komen

waarom is het Rett syndroom enkel aanwezig bij vrouwen
omdat mannen XY hebben (fenotype is lethaal), dus als die dat syndroom hebben zijn die al dood voor de geboorte
Wat is het Angelman en Prader-Willi syndroom
Er is een maternale imprinting (maternaal alleel gemethyleerd) en een paternale imprinting (paternaal alleel gemethyleerd)
Imprinting op chromosoom 15: deletie geeft 2 verschillende ziektebeelden afh van welk alleel de deletie heeft
Beide syndromen zijn dus gevolg van een deletie op chromosoom 15
Groene regio: enkel op maternaal alleel gemethyleerd en is gelinkt aan meerdere genen
Paarse regio: enkel op paternaal alleel gemethyleerd en i hoofdzakelijk gelinkt aan UBE3A dat codeert voor E3 ubiquitine ligase (enzyme dat een rol speelt bij gecoördineerde afbraak van eiwitten)
ANgelman syndroom (ontwikkelingsachterstand, karakteristieke lach) -< UBE3A uitgeschakeld
door promotor methylering paternaal alleel
door deletie op maternaal alleel
Hierdoor stapelen eiwitten zich op
Therapie is gericht op de inductie van de expressie van het UBE3A gen
Prader Willi syndroom (lichte mentale retardatie en obesitas)
Genen die gelegen zijn in de groene regio zijn uitgeschakeld
door promotor methylering op maternaal alleel
door deletie op paternaal alleel

wat is X-chromosoom inactivatie
Vrouwen: 1 van de 2 X-chromosomen worden geïnactiveerd tijdens de embryonale ontwikkeling (door DNA methylatie), welke X geïnactiveerd wordt is een willekeurig proces
Er gebeurt een intensieve DNA methylering, chromatine condenseert, transcriptie stopt grotendeels
hoe wordt het geïnactiveerde X-chromosoom genoemd
Barr lichaampje
lapjeskatten kunnen mannelijk of vrouwelijk zijn
fout, kunnen enkel vrouwelijk zijn

Hoe gebeurt de inactivatie van het X-chromosoom precies
Expressie van Xist RNA in het X-chrom dat geïnactiveerd wordt
Xist RNA = lncRNA (long noncoding RNA) → geen expressie
op foto: 1 X-chrom met Xist RNA

Wat wordt bedoeld met ‘Xist RNA werkt in cis’ en hoe werkt het juist
het leidt tot inactivatie van X-chrom waar het zelf op actief is
Het ander chromosoom (dat niet geïnactiveerd is) zal geen Xist RNA tot expressie brengen, maar bevat het gen wel, de promotor is inactief
Xist RNA bedekt het X-chrom dat geïnactiveerd wordt → rekrutering van chromatine modificerende enzymen dat leidt tot stilleggen van transcriptie
Het Xist RNA wordt afgeschreven

Hoe gebeurt epigenetische overerving
na de replicatie van gemethyleerd DNA heb je hemi-gemethyleerd DNA (1 streng methyl), de nieuwe wordt gemethyleerd door DNMT1 (DNA methyltransferase 1), die herkent specifiek hemigemethyleerd DNA en methyleert de andere streng op dezelfde plek.
‘overerving’: na celdeling hebben de twee cellen hetzelfde DNA methyleringspatroon

slide tweelingen

slide effect omgevingsfactoren

slide genoom vs epigenoom

Hoe verschillen de epigenetische veranderingen (bv. DNA
methylering) van genetische veranderingen (bv. mutaties) in het DNA?
Epigenetische veranderingen zijn
veranderingen in het epigenoom (niet in de DNA sequentie)
omkeerbaar
Bv. histone modificaties (bv. methylering van K27 van histone H3), DNA methylering: bv. methylering van cytosine in een CpG dinucleotide.
Genetische veranderingen zijn
veranderingen in de DNA sequentie
niet omkeerbaar
Bv. veranderingen van 1 nucleotide (bv. missense, nonsense, nonstop en stille mutaties), inserties of deleties van 1 of meerder nucleotiden die tot leesraamverschuivingen kunnen leiden, duplicaties, inversies en translocaties