1/220
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced |
---|
No study sessions yet.
il/la giurista
de jurist/e
la giustizia
de justitie, de rechtspraak
il magistrato
de rechter, de magistraat
la magistratura
de rechterlijke macht, de magistratuur
il vigore
de geldigheid, de kracht
la legge
de wet
varare una legge
een wet aannemen
costituire (costituisco)
oprichten, vormen, instellen
la costituzione
de grondwet
Nell'Ottocento ci sono state grandi lotte per ottenere la costituzione.
In de negentiende eeuw is er veel gestreden voor het verkrijgen van een grondwet.
il codice
het wetboek
il codice civile
het burgerlijk wetboek
il codice commerciale
het handelsrecht
il codice penale
het wetboek van strafrecht
lo statuto
het statuut
proteggere
beschermen
la protezione
de bescherming
la legalità
de legaliteit
legale
wettelijk, wettig, legaal
illegale
onwettig/illegaal
violare
schenden, overtreden
violare una legge
een wet overtreden
Hanno violato una vecchia legge in vigore da tanti anni.
Ze hebben een oude wet overtreden die al vele jaren van kracht is.
essere in vigore
van kracht zijn
obbligare qu a qc
iemand tot iets verplichten, iemand tot iets dwingen
Non lo faccio perché mi va, è la legge che mi obbliga.
Ik doe het niet omdat ik er zin in heb, het is de wet die mij verplicht.
obbligatorio, obbligatoria
verplicht
punire (punisco)
bestraffen
Chi testimonia il falso verrà punito.
Wie valse verklaringen afgeeft, wordt bestraft.
la punizione
de straf
sequestrare
in beslag nemen; ontvoeren, gijzelen
La polizia ha sequestrato due rivoltelle.
De politie heeft twee revolvers in beslag genomen.
il sequestro
de inbeslagneming
il sequestro di persona
de ontvoering, de kidnapping
il tribunale
de rechtbank, het gerechtshof
la pretura
het kantongerecht (laagste rechtbank)
la carta da bollo
het gewaarmerkt/gezegeld papier (door de Staat gewaarmerkt papier, gebruikt voor documenten met officiële status)
Dovete presentare la domanda in carta da bollo alla pretura.
Jullie moeten de aanvraag op gestempeld papier indienen bij het kantongerecht.
la corte
het (gerechts)hof
riunirsi (a/con)
bijeenkomen, bij elkaar komen
La corte si è riunita in camera di consiglio.
Het gerechtshof is bijeengekomen in de beraadslagingskamer.
riunire (riunisco)
samenbrengen, bijeenbrengen
affidare qc a qu
iemand iets toevertrouwen
l'affidamento
het toevertrouwen
il tutore, la tutela
de voogd, de voogdij
I figli sono stati affidati alla tutela della madre.
De kinderen zijn toevertrouwd aan de voogdij van de moeder.
tutelare
als voogd optreden, bevoogden
il processo
het proces, het (rechts)geding
rinviare
terugsturen, uitstellen, verdragen
Il processo è stato rinviato a marzo.
Het geding is uitgesteld tot maart.
sospendere (sospeso)
schorsen, onderbreken, stopzetten
la sospensione
de schorsing, de onderbreking
la sospensione condizionale della pena
de voorwaardelijke strafonderbreking
la causa
de zaak
la lite
het (rechts)geding, het geschil
il, la rappresentante in giudizio
de procesgevolmachtigde
pendente
hangend, aanhangig
la giuria
de jury
il procuratore, la procuratrice
de procureur, de pleitbezorger
la procura
de volmacht; het parket
civile
civiel, burgerlijk
il diritto civile
het burgerlijk/civiel recht
penale
strafrechtelijk
il diritto penale
het strafrecht
accusare qu di qc
iemand van iets beschuldigen
il furto
de diefstal, de ontvreemding
l'accusa
de beschuldiging, de openbaar aanklager
In base all'accusa verrà fatto un processo penale.
Op basis van de aanklacht zal een strafproces worden ingesteld.
l'imputato, l'imputata
de beklaagde, de verdachte
l'avvocato/l'avvocatessa
de advocaat, de advocate
il mandato
het bevel, het mandaat
il/la testimone
de getuige
I testimoni sono stati obbligati a presentarsi in tribunale
Getuigen moesten voor de rechter verschijnen
testimoniare
getuigen, een getuigenis afleggen
la testimonianza
de getuigenis, de verklaring
l'interrogatorio
het verhoor
il giudice
de rechter
Il giudice ha dato ragione a lui.
De rechter heeft hem gelijk gegeven.
la Procura della Repubblica
het openbaar ministerie
il procuratore della Repubblica
de officier van justitie
condannare
veroordelen
Il delinquente è stato condannato a quattro anni e cinque mesi.
De misdadiger is vier jaar en vijf maanden veroordeeld.
la condanna
de veroordeling, het vonnis
il compromesso
het compromis
Finirà certo con un compromesso.
Het zal zeker met een compromis eindigen.
il condono
de kwijtschelding
graziare qu
iemand gratie verlenen
la grazia
de genade, de gratie
la sentenza
de uitspraak, het vonnis
la pena
de straf
scontare
uitzitten
l'ergastolo
de levenslange gevangenisstraf
vigilare
controleren, surveilleren
scomparire (scomparso)
verdwijnen
la scomparsa
de verdwijning
scomparso, scomparsa
verdwenen
il carcere
de gevangenis
L'imputato è in carcere già da sei mesi.
De verdachte zit al zes maanden in de gevangenis.
la cella
de (gevangenis)cel
la sicurezza
de veiligheid