Thematische woordenschat Italiaans, 14.3 (Wetten, rechtspraak, criminaliteit)

0.0(0)
learnLearn
examPractice Test
spaced repetitionSpaced Repetition
heart puzzleMatch
flashcardsFlashcards
Card Sorting

1/220

encourage image

There's no tags or description

Looks like no tags are added yet.

Study Analytics
Name
Mastery
Learn
Test
Matching
Spaced

No study sessions yet.

221 Terms

1
New cards

il/la giurista

de jurist/e

2
New cards

la giustizia

de justitie, de rechtspraak

3
New cards

il magistrato

de rechter, de magistraat

4
New cards

la magistratura

de rechterlijke macht, de magistratuur

5
New cards

il vigore

de geldigheid, de kracht

6
New cards

la legge

de wet

7
New cards

varare una legge

een wet aannemen

8
New cards

costituire (costituisco)

oprichten, vormen, instellen

9
New cards

la costituzione

de grondwet

10
New cards

Nell'Ottocento ci sono state grandi lotte per ottenere la costituzione.

In de negentiende eeuw is er veel gestreden voor het verkrijgen van een grondwet.

11
New cards

il codice

het wetboek

12
New cards

il codice civile

het burgerlijk wetboek

13
New cards

il codice commerciale

het handelsrecht

14
New cards

il codice penale

het wetboek van strafrecht

15
New cards

lo statuto

het statuut

16
New cards

proteggere

beschermen

17
New cards

la protezione

de bescherming

18
New cards

la legalità

de legaliteit

19
New cards

legale

wettelijk, wettig, legaal

20
New cards

illegale

onwettig/illegaal

21
New cards

violare

schenden, overtreden

22
New cards

violare una legge

een wet overtreden

23
New cards

Hanno violato una vecchia legge in vigore da tanti anni.

Ze hebben een oude wet overtreden die al vele jaren van kracht is.

24
New cards

essere in vigore

van kracht zijn

25
New cards

obbligare qu a qc

iemand tot iets verplichten, iemand tot iets dwingen

26
New cards

Non lo faccio perché mi va, è la legge che mi obbliga.

Ik doe het niet omdat ik er zin in heb, het is de wet die mij verplicht.

27
New cards

obbligatorio, obbligatoria

verplicht

28
New cards

punire (punisco)

bestraffen

29
New cards

Chi testimonia il falso verrà punito.

Wie valse verklaringen afgeeft, wordt bestraft.

30
New cards

la punizione

de straf

31
New cards

sequestrare

in beslag nemen; ontvoeren, gijzelen

32
New cards

La polizia ha sequestrato due rivoltelle.

De politie heeft twee revolvers in beslag genomen.

33
New cards

il sequestro

de inbeslagneming

34
New cards

il sequestro di persona

de ontvoering, de kidnapping

35
New cards

il tribunale

de rechtbank, het gerechtshof

36
New cards

la pretura

het kantongerecht (laagste rechtbank)

37
New cards

la carta da bollo

het gewaarmerkt/gezegeld papier (door de Staat gewaarmerkt papier, gebruikt voor documenten met officiële status)

38
New cards

Dovete presentare la domanda in carta da bollo alla pretura.

Jullie moeten de aanvraag op gestempeld papier indienen bij het kantongerecht.

39
New cards

la corte

het (gerechts)hof

40
New cards

riunirsi (a/con)

bijeenkomen, bij elkaar komen

41
New cards

La corte si è riunita in camera di consiglio.

Het gerechtshof is bijeengekomen in de beraadslagingskamer.

42
New cards

riunire (riunisco)

samenbrengen, bijeenbrengen

43
New cards

affidare qc a qu

iemand iets toevertrouwen

44
New cards

l'affidamento

het toevertrouwen

45
New cards

il tutore, la tutela

de voogd, de voogdij

46
New cards

I figli sono stati affidati alla tutela della madre.

De kinderen zijn toevertrouwd aan de voogdij van de moeder.

47
New cards

tutelare

als voogd optreden, bevoogden

48
New cards

il processo

het proces, het (rechts)geding

49
New cards

rinviare

terugsturen, uitstellen, verdragen

50
New cards

Il processo è stato rinviato a marzo.

Het geding is uitgesteld tot maart.

51
New cards

sospendere (sospeso)

schorsen, onderbreken, stopzetten

52
New cards

la sospensione

de schorsing, de onderbreking

53
New cards

la sospensione condizionale della pena

de voorwaardelijke strafonderbreking

54
New cards

la causa

de zaak

55
New cards

la lite

het (rechts)geding, het geschil

56
New cards

il, la rappresentante in giudizio

de procesgevolmachtigde

57
New cards

pendente

hangend, aanhangig

58
New cards

la giuria

de jury

59
New cards

il procuratore, la procuratrice

de procureur, de pleitbezorger

60
New cards

la procura

de volmacht; het parket

61
New cards

civile

civiel, burgerlijk

62
New cards

il diritto civile

het burgerlijk/civiel recht

63
New cards

penale

strafrechtelijk

64
New cards

il diritto penale

het strafrecht

65
New cards

accusare qu di qc

iemand van iets beschuldigen

66
New cards

il furto

de diefstal, de ontvreemding

67
New cards

l'accusa

de beschuldiging, de openbaar aanklager

68
New cards

In base all'accusa verrà fatto un processo penale.

Op basis van de aanklacht zal een strafproces worden ingesteld.

69
New cards

l'imputato, l'imputata

de beklaagde, de verdachte

70
New cards

l'avvocato/l'avvocatessa

de advocaat, de advocate

71
New cards

il mandato

het bevel, het mandaat

72
New cards

il/la testimone

de getuige

73
New cards

I testimoni sono stati obbligati a presentarsi in tribunale

Getuigen moesten voor de rechter verschijnen

74
New cards

testimoniare

getuigen, een getuigenis afleggen

75
New cards

la testimonianza

de getuigenis, de verklaring

76
New cards

l'interrogatorio

het verhoor

77
New cards

il giudice

de rechter

78
New cards

Il giudice ha dato ragione a lui.

De rechter heeft hem gelijk gegeven.

79
New cards

la Procura della Repubblica

het openbaar ministerie

80
New cards

il procuratore della Repubblica

de officier van justitie

81
New cards

condannare

veroordelen

82
New cards

Il delinquente è stato condannato a quattro anni e cinque mesi.

De misdadiger is vier jaar en vijf maanden veroordeeld.

83
New cards

la condanna

de veroordeling, het vonnis

84
New cards

il compromesso

het compromis

85
New cards

Finirà certo con un compromesso.

Het zal zeker met een compromis eindigen.

86
New cards

il condono

de kwijtschelding

87
New cards

graziare qu

iemand gratie verlenen

88
New cards

la grazia

de genade, de gratie

89
New cards

la sentenza

de uitspraak, het vonnis

90
New cards

la pena

de straf

91
New cards

scontare

uitzitten

92
New cards

l'ergastolo

de levenslange gevangenisstraf

93
New cards

vigilare

controleren, surveilleren

94
New cards

scomparire (scomparso)

verdwijnen

95
New cards

la scomparsa

de verdwijning

96
New cards

scomparso, scomparsa

verdwenen

97
New cards

il carcere

de gevangenis

98
New cards

L'imputato è in carcere già da sei mesi.

De verdachte zit al zes maanden in de gevangenis.

99
New cards

la cella

de (gevangenis)cel

100
New cards

la sicurezza

de veiligheid