Maximale hoeveelheid producten die er met de beschikbare productiemiddelen door een bedrijf kan worden geproduceerd
7
New cards
Alternatief aanwendbaar
Bedrijfsmiddelen zijn op verschillende manieren te gebruiken in het productieproces
8
New cards
Schaarste
Goederen waarvan de behoefte groter is dan de beschikbare middelen
9
New cards
Opofferingskosten
De opbrengsten van het beste niet gekozen alternatief
10
New cards
Welvaart in ruime zin
De mate waarin mensen kunnen voorzien van hun behoeften
11
New cards
Welvaart in enge zin
De koopkracht van het gemiddelde inkomen per inwoner
12
New cards
Welzijn
De mate waarin iemand zich gelukkig voelt
13
New cards
Budgetlijn
Een lijn met alle productcombinaties die je bij de gegeven prijzen en een gegeven budget kunt kopen
14
New cards
Arbeidsverdeling
De verdeling van taken over personen/ organisaties
15
New cards
Arbeidsproductiviteit
De productie per werkende per tijdseenheid
16
New cards
Transactiekosten
Alle bijkomende kosten bij de aankoop of verkoop van een product, buiten de prijs van het product zelf
17
New cards
Directe ruil
Producten tegen producten ruilen
18
New cards
Indirecte ruil
Producten tegen geld ruilen
19
New cards
Chartaal geld
Munten en bankbiljetten
20
New cards
Giraal geld
Geld op betaalrekeningen
21
New cards
Publiek
Gezinnen en bedrijven en instellingen, behalve de banken en de rijksoverheid
22
New cards
Maatschappelijke geldhoeveelheid
Chartaal en giraal geld in handen van het publiek (geen spaarrekeningen)
23
New cards
Ruilfunctie van geld
De functie van geld dat geld de ruil van producten vergemakkelijkt
24
New cards
Rekenfunctie van geld
De functie van geld dat geld wordt gebruikt om de waarde van producten met elkaar te vergelijken
25
New cards
Oppotfunctie van geld
De functie van geld dat je er tijdelijk niets mee doet
26
New cards
Intrinsieke waarde
De materiaalwaarde van de munt of het bankbiljet
27
New cards
Nominale/extrinsieke waarde
De waarde die is vermeld op de munt of het bankbiljet
28
New cards
Fiduciair geld
Geld waarvan men erop vertrouwt dat iedereen de nominale waarde van het geld accepteert
29
New cards
Wet van Gresham
Het verschijnsel dat minderwaardige betaalmiddelen volwaardige betaalmiddelen verdrijven als betaalmiddel, waardoor de volwaardige betaalmiddelen uit de roulatie verdwijnen
30
New cards
Betalingsbereidheid
Het bedrag dat een consument bereid is voor een product te betalen
31
New cards
Consumentensurplus
Het verschil tussen de betalingsbereidheid en de werkelijke prijs
32
New cards
Vraaglijn
Lijn die het verband weergeeft tussen de prijs van een product en de gevraagde hoeveelheid ervan
33
New cards
Verschuiving langs de vraaglijn
De prijs van een product verandert
34
New cards
Verschuiving van de vraaglijn
Iets anders dan de prijs van een product verandert
35
New cards
Substitutiegoederen
Concurrerende goederen die elkaar in de ogen van de kopers kunnen vervangen
36
New cards
Complementaire goederen
Goederen die elkaar aanvullen
37
New cards
Prijselasticiteit van de vraag
Getal dat aangeeft met hoeveel procent de gevraagde hoeveelheid van een product verandert als de prijs met 1% verandert. Ev = (procentuele verandering Q / procentuele verandering P)
38
New cards
Inkomenselasticiteit
Getal dat aangeeft hoeveel procent de gevraagde hoeveelheid verandert als het inkomen met 1% verandert. Ey = (procentuele verandering Q / procentuele verandering inkomen)
39
New cards
Onmisbare producten
Producten waarbij de gevraagde hoeveelheid niet verandert als het inkomen of de prijs verandert (Ev > 0)
40
New cards
Noodzakelijke producten
Producten waarbij de gevraagde hoeveelheid minder sterk veranderd dan de verandering van de prijs (Ev = 0) (Ey = 0)
41
New cards
Luxe producten
Producten waarbij de gevraagde hoeveelheid sterk verandert bij een verandering van het inkomen of de prijs (Ev < 0) (Ey > 0)
42
New cards
Inferieure producten
Producten waarvan consumenten bij stijging van het inkomen minder kopen (Ey = 0)