1/31
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No analytics yet
Send a link to your students to track their progress
APGAR score

Wat kunnen baby’s? (motoriek & reflexen) 🔹 Aangeboren reflexen
🔹 Aangeboren reflexen
Baby’s worden geboren met automatische reacties:
Patelar (leg muscles
Rooting (tepel zoeken)
Grasp (vastpakken)
Moro (schrikreflex)
Stepping (loopbeweging)
diving reflex (meestal » adem inhouden, hartslag verlagen, minder bloed naar extremiteiten)
👉 Belangrijk:
Reflexen = basis voor latere ontwikkeling
moro - hypothese : dat als kind valt en armen omhoog doet kans dat die gevangen wordt groterr is

Motorische ontwikkeling
maturational idee
perceptual- motor coordination
Belangrijk experiment
actions shape visuals input
🧬 Maturational idee
Sommige vaardigheden ontwikkelen zonder veel ervaring
🌍 Maar: ervaring is cruciaal (weeskinderen)
Motoriek = interactie tussen:
lichaam
omgeving
ervaring
lichaam veranderd, afstand veranderd steeds aanpassen
perceptual-motor coordination
motorische aspecten ; dat dat eigenlijk de geevolueerde functie is van het brein in het algemeen
adaptable en complex movements
physical constraints
stapping - reflex konden ze niet meer
maar teveel vet - zijn gewoon te zwaar
== externe factoren als context zijn erg van belang
🔹 Belangrijk experiment
zelf lopende katten zijn banger voor hoogtes dan de in bakje , idee; hebben van die feedback van wereld (lopen) dat dat ook die cognitieve ontwikkeling zoals bijv angst verhoogde
motorische handelingen gelinkt zijn aan die cognitie
👉 Conclusie:
Actie (beweging) beïnvloedt perceptie

actions shape visual input
Selectieve input
door leeftijd
Feedback loops (heel belangrijk!)
De input die baby’s ontvangen is niet alleen afhankelijk van de externe omgeving, maar ook van hun eigen handelingen.
👉 Door hun motorische ontwikkeling (zoals reiken, kruipen, kijken):
veranderen baby’s wat ze zien
en dus ook wat ze leren
Selectieve input
De visuele input van baby’s is:
selectief
niet random
afhankelijk van hun gedrag
jonge baby’s zien vooral wat toevallig in beeld komt
oudere baby’s gaan actief:
objecten pakken
dingen naar ouders brengen
informatie opzoeken (“wat is dit?”)
Feedback loops (heel belangrijk!)
Er is een voortdurende wisselwerking:
Motorische vaardigheden ↑
→ veranderen de input die baby’s krijgen
→ beïnvloedt cognitieve ontwikkeling
→ wat weer nieuw gedrag mogelijk maakt
👉 Dit vormt een feedback loop

Wat zien baby’s? (perceptie)
3 onderzoeksmethodes
moet je goed kennen!!
🔹 Onderzoeksmethoden
1. Preferential looking
Baby kijkt langer → kan onderscheid maken
👉 LET OP:
Even lang kijken ≠ geen onderscheid
(= absence of evidence ≠ evidence of absence)
2. Habituation–dishabituation
Gewenning → minder kijken
Nieuw stimulus → meer kijken
👉 Meet: discriminatie
3. Violation of expectation
Baby kijkt langer naar “onmogelijke” gebeurtenis
👉 Meet: verwachtingen / kennis
preferential choice
Preferential looking
idee
exercise
conclusie
• Present images simultaneously, side-by-side
• Measure the infants’ attention to each of the images
• Do infants look more (discriminate) at one image? - dan kan het dus onderscheid maken
• Does ‘looking more’ imply ‘liking more’? nee - wel onderscheid
If infants look longer at one image than another, then they can discriminate between them
However, what have we learned if they look equally long at both images?
A. They like the images equally
B. They dislike both images
C. They cannot discriminate
D. We don’t know whether they can discriminate
A. They like the images equally
B. They dislike both images
C. They cannot discriminate
D. We don’t know whether they can discriminate
absence of evidence /=/ evidence of absence
visuele acuity (scherpheid)
onderscheid meten
langer kijken naar 1vd twee plaatjes

2. Habituation–dishabituation
habituatie = minder lang kijken
nieuwe stimulus ziet anders = dishabituatie = weer kijken
vaak zelfde stimulus 1 nieuwe » nog steeds kort kijken = niet zien dat ze een verschil kunnen maken. (zou wel kunnen maar geen bewijs)
afbeelding ; grijzen paneel
grijs grijs grijs ; gestreept
word ook dmv neuroscience bekeken

Brightness (“helderheid”) intensity of light
combinatie van vorige twee manieren
en dishabitueert die bij het zien van het andere rondje
en welke van de twee kijkt die langer naar

Visual acuity in infancy
veel studies bij elkaar opteld
plaatje word wel aangepast

face perceptie -
Baby’s kijken liever naar:
“normale” gezichten
dan scrambled gezichten
proportie verschillen geen onderscheid
grof template hebben
(onduidelijk of dit nature of nurture is van de eerste paar uur naar geboorte)

Perceptual narrowing
👉 Heel belangrijk!
Eerst: breed gevoelig (veel stimuli)
vermogen om allerlei onderscheid te maken » specialisatie
Later: gespecialiseerd op omgeving, wordt dus steeds kleiner
Bijv:
gezichten eigen ras beter herkennen
klanken van taal
controversieel vs uncontroversieel - kennis
• Uncontroversial:
• Babies are born with reflexes and perceptual abilities that becomes progressively specialized to their environment
• Controversial:
• Babies have ‘innate’ knowledge about their environment, which does not require learning from their experiences
• Core knowledge vs. Neuroconstructivism
Wat weten baby’s? (core knowledge)
🔥 Groot debat:
❓ Is kennis aangeboren of geleerd?
🔹 Core Knowledge (Spelke)
Kenmerken:
Aangeboren, Niet geleerd
Universeel
Blijft stabiel over ontwikkeling
gedeeld met niet human primaten
Kritiek op core knowledge
Geen bewijs voor specifieke “aangeboren modules”
Te statisch (ontwikkeling speelt wel degelijk rol)
4–5 kernsystemen:
Objecten
Acties
Getal
Ruimte
Sociale partners
Objectkennis (heel belangrijk!)
hoe getest!!!!
Baby’s begrijpen:
Cohesion → object blijft één geheel (armen gaan mee)
Continuity → beweegt via doorlopende route (bal onder tafel uit rolt)
Contact → beweging door contact van objecten
Solidity → objecten gaan niet door elkaar heen
👉 Getest met violation of expectation
perceive object boundaries
represent complete objects (partly) out of view
predict when objects move and where they stop
Cohesion

continuity

contact

Violation of expectation
stap 1!!!
stap 1 = Habituation (also called familiarization) phase
Two outcomes:
one expected,
one unexpected
Infants look longer at unexpected outcome
(bijv als bal door tafel gaat
Solidity
plankje
vb
valt door plank heen = onmogelijk, kijkt daar dus langer naar
possible = tegenaan

sociale baby
vanaf hoe oud begrijpen!!!
sociale partners is dat wel of niet zo dat een baby weet dat hij kleiner is? ++ dominantie !!
• 8 m/o infants did not discriminate
• 9, 10, 12 & 13 m/o infants discriminated
• Greater discrimination at older ages
niet consistent met ccore knowlegde

prevrencial choice Helping and hindering
vraag met wie wil je liever helpen
kiezen de triangle
baby’s zouden dit dus al snappen
reward en punisch

constructivisme
kind geen passieve ontvanger van info
kind heeft zisjn/haar zintuigen en motoriek
actief omgevign verkennen
construeert eigen kennis
Hoe leren baby’s? (neuroconstructivism)
🔹 Neuroconstructivism (tegenhanger)
👉 Kennis = ontstaat door interactie tussen:
brein
lichaam
omgeving
ervaring
1:44?? plaatje even terugkijken

3 kernprincipes: neuroconstructivisme
1. Context dependence
→ kennis hangt af van situatie
2. Partial representations
→ kennis is:
fragmentarisch
sufficient for on the fly processing in a context
3. Progressive specialization
→ systemen worden:
steeds specifieker
minder flexibel
kennis van hoogtes moeten verwijderen » opnieuw aangeleerd afh van context (zitten of lopen)
Imitatie vs emulatie
Imitatie
→ kopiëren van acties (mirror neuronen)
grof template!!
Emulatie 🔥 (belangrijk)
→ kopiëren van doel
👉 Baby kiest slimste manier om doel te bereiken
Goldilocks effect

actief leren

Verschil met core knowledge
Core knowledge | Neuroconstructivism |
Aangeboren kennis | Kennis ontstaat |
stabiel over ontwikkeling | Dynamisch |
Context-onafhankelijk | Context-afhankelijk |
Modules | Interactie |
universeel,