1/472
Looks like no tags are added yet.
Name | Mastery | Learn | Test | Matching | Spaced | Call with Kai |
|---|
No study sessions yet.
reproduire
herhalen
cet élève reproduit toujours les mêmes erreurs
die leerling maakt altijd dezelfde fouten
facile
eenvoudig
difficile
moeilijk
Pierre ne pourra que difficilement réussir l’examen.
Pierre zal maar met moeite kunnen slagen voor het examen.
la difficulté
de moeilijkheid
Cécile a des difficultés en chimie.
Cécile heeft moeite met scheikunde.
l’épreuve
het examen
On aura les résultats des épreuves écrites demain.
Morgen krijgen we de uitslagen van de schriftelijke toets.
l’essai
de poging
Elle a réussi l’examen après deux essais.
Na twee pogingen is ze geslaagd voor het examen.
excellent
uitstekend
inconnu
onbekend
Ce mot m’est inconnu.
Dat woord is mij onbekend.
l’interrogation
de overhoring
Aujourd’hui, on a une interrogation écrite, et demain, une interrogation orale.
Vandaag hebben we een schriftelijke overhoring, en morgen een mondelinge.
passer
afleggen
Paul vient de passer un examen.
Paul heeft net een examen afgelegd.
le résultat
het resultaat
Les résultats de l’examen seront publiés demain.
De examenuitslagen worden morgen bekendgemaakt.
admettre
toelaten
Tom a été admis à l’école militaire.
Tom is toegelaten tot de militaire academie.
compliqué
ingewikkeld
correct
juist
Sa réponse n’était pas correcte.
Zijn antwoord was niet juist.
corriger
verbeteren
l’évaluation
de evaluatie
la facilité
de vaardigheid
Il a une grande facilité pour les langues étrangères.
Hij is erg goed in vreemde talen.
insuffisant
onvoldoende
Une note insuffisante peut être compensée.
Een onvoldoende kan gecompenseerd worden.
médiocre
matig
C’est un résultat assez médiocre.
Het is een nogal matige uitslag.
la moyenne
het gemiddelde
J’ai obtenu la moyenne en français.
Ik heb een voldoende gehaald voor Frans.
négatif
negatief
Jean vient de passer un examen, mais il s’attend à un résultat négatif.
Jean heeft net een ecamen afgelegd, maar hij verwacht een negatieve uitslag.
positif
positief
Dany a eu un résultat positif à l’épreuve orale.
Dany had een positieve uitslag voor het mondeling examen.
réviser
herhalen
Tu dois encore réviser les verbes irréguliers.
Je moet de onregelmatige werkwoorden nog eens herhalen.
la révision
de herhaling
Il fait des exercices de révision de calcul.
Hij maakt herhalingsoefeningen voor rekenen.
satisfaisant
voldoende
je ne pense pas avoir obtenu une note suffisante à l’examen.
Ik denkt niet dat ik een voldoende heb gehaald voor het examen.
le test
de toets
Pour les cours de langues, il faut passer un test d’entrée.
voor de taalcursussen moet je een instaptoets afleggen.
un cours
een les
une séquence pédagogique
een bij elkaar horende lessenreeks
une préparation de cours
een lesvoorbereiding
une fiche de préparation
een korte lesvoorbereiding
un plan de tableau
een bordschema
un objectif de cours
een lesdoel
les objectifs finaux
de eindtermen
un programme d’étude
een leerplan
la compréhension orale
begrijpend luisteren
la compréhension écrite
begrijpend lezen
l’expression orale en continu
spreken
l’expression orale en interaction
interactief spreken
l’expression écrite
schrijven
le vocabulaire
woordenschat
la grammaire
grammatica
le déroulement du cours
het lesverloop
une question directive
een richtvraag
l’explication
de uitleg
l’instruction
instructie
observer la consigne
instructies opvolgen
donner des instructions
instructies geven
l’apprentissage
het aanleren
une explication
een uitleg
l’ancrage
het inoefenen
la répétition
de herhaling
un exercice
een oefening
une tâche
een opdracht
un exposé
een spreekbeurt
un exemple
een voorbeeld
une erreur
een fout
la fin du cours
leseinde
la présentation
inkleding
une approche
aanpak
le regroupement
groepering
collectif
klassikaal
un exercice collectif
klassikale inoefening
un exercice individuel
zelfstandige inoefening
la différenciation pédagogique
differentiatie
une mise en commun
klassikale bespreking na groepswerk
un commentaire
nabespreking
la rangement
opruimen
diviser
verdelen
deviser en groupes
in groep verdelen
partager une pomme en quatre
een appel in vieren verdelen
partager le travail
het werk verdelen
distribuer les cartes
kaarten uitdelen
distribuer les rôles
de rollen verdelen
répartir les tâches
de taken verdelen
travailler à deux
per twee werken
le travail en équipes
groepswerk
le travail individuel
zelfstandig werk
réussir une interrogation
slagen
illustrer à l’aide d’un exemple
met een voorbeeld illustreren